Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BW1639

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-03-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
AWB 11/792
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijds eervol ontslag uit tijdelijke dienstbetrekking. Onvoldoende functioneren. Handelingen die noodzakelijk zijn voor het volwaardig en volledig vervullen van de functie.

Er is voldoende kans geboden functioneren bij te stellen. Niet te verwachten dat betrokkene zich op korte termijn zo zou verbeteren dat zij geheel zelstandig zou functioneren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/792

uitspraak van de meervoudige kamer van 23 maart 2012 in de zaak tussen

[eiseres], te Heerlen, eiseres

(gemachtigde: J.H.J. Beckers),

en

de Raad van bestuur van het academisch ziekenhuis Maastricht, verweerder

(gemachtigden: mr. M.H.J. Leroi-van Deur, V.F.M.M. Otten, dr. C. Willekes, drs. C.A.J. Abrams en M.J.M.P. Denis).

Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres tussentijds eervol ontslag verleend uit haar tijdelijke dienstbetrekking met het academisch ziekenhuis Maastricht (azM).

Bij besluit van 29 maart 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2012. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1.De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Eiseres is ingaande 1 maart 2010 voor een bepaalde periode tot 1 maart 2011 aangesteld als echoscopist op de afdeling Prenatale Screening bij het academisch ziekenhuis Maastricht. Het betrof een aanstelling in deeltijd voor 8 uren per week.

2.Het bestreden besluit gaat over het tussentijds per 1 december 2010 beëindigen van de tijdelijke aanstelling, omdat eiseres de functie nu en op korte termijn niet volledig en volwaardig zou vervullen. Verweerder doelt op eiseresses timemanagement voor wat betreft de geplande patiëntenspreekuren en haar werken met computerprogramma’s met betrekking tot de administratieve afwikkeling van de spreekuren.

3.Eiseres stelt dat verweerder de aanstelling ten onrechte voortijdig heeft beëindigd. Eiseres voert aan dat zij het computersysteem (uiteindelijk) wel voldoende beheerste en, voor zover dit al niet het geval was, dit komt omdat zij niet behoorlijk zou zijn ingewerkt. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres een eigen inspanning dient te leveren om zich een (nieuw) computersysteem aan te leren, dat zij meermalen erop is geattendeerd dat zij haar werkplanning en kennis en vaardigheden met het zogenaamde SAP-systeem op peil moest brengen en dat verweerder er alles aan heeft gedaan om eiseres in te werken.

4.Op grond van de gedingstukken stelt de rechtbank het volgende vast. Het afdelingshoofd en een medisch specialist hebben op 21 mei 2010, vrij snel nadat eiseres was aangesteld, met haar een eerste gesprek gehouden. In het feit dat het verslag geen kenmerk bevat en niet door eiseres voor gezien is ondertekend, ziet de rechtbank geen reden om eraan te twijfelen dat dit gesprek daadwerkelijk heeft plaatsgehad, mede gelet op de uitgebreide verslaglegging ervan. Eiseres heeft blijkens het opgemaakte verslag bij die gelegenheid aangegeven, dat zij om verscheidene, haar niet aan te rekenen, oorzaken onvoldoende is ingewerkt om zelfstandig te functioneren. Van de kant van verweerder is hierop als reactie gegeven dat er wel sprake is geweest van een inwerkperiode, te weten dat eiseres een tweetal dagen heeft meegelopen en dat een andere medewerkster is ingezet om eiseres te ondersteunen tijdens de spreekuren en om eiseres inzicht te geven in de computerprogramma’s. Met eiseres is de afspraak gemaakt dat zij binnen drie weken (lees: drie werkdagen) volledig zelfstandig zou functioneren binnen de spreekuren en met de diverse ondersteunende ICT programma’s. Om dit doel te bereiken zou eiseres twee dagdelen worden ingewerkt in de computerprogramma’s en verder zou zij verplicht zijn om e-learning (online opleiden) te volgen.

Op 11 juni 2010 - de rechtbank begrijpt: drie werkdagen later - heeft het vervolggesprek plaatsgehad, ditmaal tevens in bijzijn van een P&O consulent. De rechtbank begrijpt dat eiseres de inhoud niet betwist nu zij in bezwaar stelt dat zij dit verslag ondertekend heeft geretourneerd. Partijen zijn blijkens het verslag het op dat moment erover eens dat eiseres nog altijd onvoldoende is ingewerkt. Afgesproken is dat wederom een dagdeel gereserveerd wordt om zich de computerprogramma’s eigen te maken, maar dat eiseres daarna vooruitgang en resultaat dient te laten zien.

Op 16 juli 2010 is opnieuw een evaluatiegesprek met eiseres gehouden. Vastgesteld wordt dat eiseres het dagdeel dat gereserveerd was om e-learning te doen niet heeft benut - van de zijde van verweerder betiteld als vluchtgedrag - en dat eiseres een achterstand heeft in de verwerking van de verrichtingen, te wijten aan het feit dat eiseres de e-learning nog niet gedaan heeft en dat zij weinig basale computervaardigheden heeft. Verder blijkt uit het verslag dat geconstateerd is dat de spreekuren van eiseres structureel uitlopen. Van eiseres is verlangd dat zij op korte termijn e-learning SAP zal volgen - hiervoor is zij vrijgesteld - en op 23 juli 2010 alle verrichtingen heeft weggewerkt waarvoor zij die dag eerst nogmaals een instructie zou ontvangen. Eiseres is hierbij bovendien te verstaan gegeven dat, indien op

24 september 2010 onvoldoende verbetering wordt geconstateerd, bekeken zal worden of het zinvol is om samen door te gaan. Eiseres stelt in bezwaar dat zij de inhoud destijds op essentiële - niet nader genoemde - onderdelen heeft betwist, echter uit het navolgende verslag en de gronden van bezwaar is op te maken dat die betwisting zag op het blokkeren van uren en het van de zijde van verweerder ter sprake gebrachte vluchtgedrag.

In de laatste evaluatie, gehouden op 24 september 2010, is ter sprake gekomen dat eiseres de afgelopen periode niet zelfstandig de (SAP-)registratie heeft verricht, dat de verslaglegging onvoldoende is, dat zij de achterstand in het registreren van de verrichtingen niet heeft weggewerkt, dat zij de e-learning niet heeft afgerond en dat haar spreekuren telkens uitlopen. Eiseres heeft blijkens het verslag beaamd dat het probleem ten aanzien van het werken met computers bij haar ligt en kon zich vinden in het besluit om de aanstelling te beëindigen.

5.Uit de gespreksverslagen komt naar het oordeel van de rechtbank ten eerste afdoende naar voren dat eiseres in de hier aan de orde zijnde periode, tot 24 september 2010, onvoldoende heeft gefunctioneerd. Aan de enkele stelling in bezwaar dat eiseres het computersysteem wel volledig onder de knie heeft gekregen, gaat de rechtbank voorbij. Die stelling vindt geen steun in het laatste gespreksverslag van 24 september 2010. Eiseres heeft de inhoud van dit verslag als zodanig niet bestreden. De stukken waar eiseres op doelt, brengen de rechtbank niet tot een ander oordeel. De complimenten die eiseres van een collega heeft gekregen, zien op de periode na het ontslagbesluit en het getuigschrift ziet alleen op de vakinhoudelijke kwaliteiten. Overigens, op 13 december 2010 had eiseres de

e-learning nog altijd niet voltooid en tot december 2010 heeft eiseres samen met een collega het spreekuur gedaan.

Anders dan gesteld, is hier niet van belang of het werken met computerprogramma’s, specifiek SAP, in de functiebeschrijving is opgenomen. Eiseres bestrijdt immers niet dat de zelfstandige administratieve afhandeling van het proces, waaronder in redelijkheid moet worden verstaan het werken met de in de organisatie gangbare computerprogramma’s, een essentieel onderdeel uitmaakte van haar werkzaamheden. Blijkens de stukken betreft het handelingen als het uitdraaien van patiëntengegevens op stickers of het plannen van afspraken. De rechtbank ziet geen reden eraan te twijfelen dat deze handelingen noodzakelijk zijn voor het volwaardig en volledig vervullen van de functie van eiseres. Temeer nu dit als enige oorzaak is gegeven voor de uitloop van de spreekuren. Overigens verrichtte eiseres de functie van echoscopiste al jaren in een ander ziekenhuis en kan uit haar verhaal niet worden opgemaakt dat die werkzaamheden op zich inhoudelijk van elkaar verschilden. Eiseres kon kortom al bij haar aantreden een voldoende beeld hebben wat er bij de uitoefening van haar functie van haar werd verwacht.

Uit de verslagen komt verder naar voren dat eiseres op duidelijke wijze met haar tekortkomingen is geconfronteerd en dat haar de kans is geboden haar functioneren bij te stellen, welke kans vervolgens niet is gegrepen. De stelling dat eiseres geen begeleiding heeft gehad, vindt geen steun in de stukken en is ook anderszins niet aannemelijk. Zo had het voor de hand gelegen dat eiseres dit zou hebben aangekaart bij een van de gesprekken. De stelling dat eiseres geen degelijke computercursus heeft gekregen, treft evenmin doel. Uit het verslag van 21 mei 2010 komt naar voren dat daar expliciet e-learning aan de orde is geweest. De stelling dat zij eerst in juni 2010 is gewezen op het bestaan van e-learning, is dan ook niet aannemelijk. Verweerder heeft aangegeven, dat in het azM standaard e-learning wordt gebruikt om iemand in te werken, dat dit programma bij anderen voldoende is gebleken en dat eiseres dit programma ter beschikking is gesteld. Eiseres heeft dit niet gemotiveerd weerlegd. Blijkens de stukken zijn meermaals spreekuren geblokkeerd om zich het computerprogramma eigen te maken. De stelling dat, omdat eiseres slechts 8 uur per week werkzaam was, een meer gestructureerde begeleiding en opleiding op zijn plaats was, kan de rechtbank niet volgen. Weliswaar betekent het feit dat eiseres slechts één dag in de week werkt, dat zij zich in (aanzienlijk) minder dagen waar moet zien te maken, echter uit de verslagen komt afdoende naar voren dat verweerder voor eiseres een naar verhouding meer dan gebruikelijk aantal dagdelen heeft gereserveerd om zich de computerprogramma’s eigen te maken en eiseres extra begeleiding is geboden, waarbij in dit geval nog komt dat eiseres ruimschoots ervaring had met de werkzaamheden als echoscopist. De stelling van eiseres dat die ervaring juist in haar nadeel speelde, kan de rechtbank niet plaatsen. De stelling dat eiseres nu vier systemen door elkaar moest bedienen, moet immers worden genuanceerd in die zin dat zij in Maastricht twee vaste systemen moest bedienen. Van eiseres, gewend aan het systeem in Heerlen, mocht in redelijkheid worden verwacht dat zij zich binnen afzienbare tijd het systeem in Maastricht eigen kon maken en dat zij zich dit diende te realiseren. Eiseres kon evenwel na zes maanden nog niet zelfstandig functioneren. De stelling dat het incident met een gynaecoloog een negatieve uitwerking heeft gehad op het leerproces van SAP, zoals gesteld, kan de rechtbank evenmin volgen.

Blijkens met name het laatste verslag is het veeleer aan de inzet en houding dan wel (het gebrek aan) de computervaardigheden van eiseres te wijten dat zij na de inwerkperiode deze taak nog altijd niet goed vervulde. Eiseres heeft in de uren die zij was vrijgesteld om

e-learning te doen andere werkzaamheden verricht. Zij is in dit opzicht tekortgeschoten en verweerder heeft eiseres dit mogen aanrekenen.

Gelet op de aard van de verbeterpunten en de periode die eiseres is gegeven om zich te bewijzen, heeft eiseres een reële kans gekregen om zich te verbeteren maar was in redelijkheid niet te verwachten dat zij op korte termijn zodanig zou verbeteren dat zij geheel zelfstandig zou functioneren.

Verweerder kwam zodoende de bevoegdheid toe om eiseres tussentijds te ontslaan. Niet gezegd kan worden dat verweerder, bij afweging van de in aanmerking te nemen belangen, in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van deze ontslagbevoegdheid. Er zijn vier gesprekken gehouden. De rechtbank mag het belang van het betoog niet inzien of het eerste gesprek al dan niet als een evaluatiegesprek kan worden gezien. Uit de stukken blijkt verder nog dat verweerder steeds bereid is geweest om samen tot een oplossing te komen.

De beroepsgrond treft geen doel.

6.Gezien het vorenstaande komt het verzoek om schadevergoeding niet voor toewijzing in aanmerking. De overige gronden van meer formele aard maken het vorenstaande niet anders. Eiseres heeft geen belang bij een bespreking hiervan.

7.Het beroep is ongegrond.

8.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.E.A. Willemsen, voorzitter, en mr. P.J.M. Bruijnzeels en mr. M.A.H. Span-Henkens, leden, in aanwezigheid van mr. I.H.J. van Neer. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2012.

w.g. I. van Neer w.g. Willemsen

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.