Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BW1470

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-04-2012
Datum publicatie
10-04-2012
Zaaknummer
03-700564-11
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5761, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewijsuitsluiting na onrechtmatig binnentreden

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 27
Wetboek van Strafvordering 351
Wetboek van Strafvordering 359a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2012, 386
NBSTRAF 2012/386

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700564-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 april 2012

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 april 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. De rechtbank heeft naar aanleiding van haar beraadslaging beslist dat bij vervroeging uitspraak wordt gedaan.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met anderen wapens en munitie voorhanden heeft gehad;

Feit 2: samen met anderen 2 kilo amfetamine in bezit heeft gehad;

Feit 3: samen met anderen chemicaliën en versnijdingsmateriaal in bezit heeft gehad ten behoeve van het vervaardigen van amfetamine;

Feit 4: samen met anderen geld heeft witgewassen;

Feit 5: samen met anderen hennep heeft geteeld;

Feit 6: samen met anderen energie heeft gestolen van Enexis B.V.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van feit 4, het witwassen. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden wordt opgelegd.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsman is de politie onrechtmatig bij verdachte binnengetreden. De politie heeft besloten de woning van verdachte zonder diens toestemming binnen te gaan op basis van een proces-verbaal van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Volgens de raadsman was de inhoud van dit proces-verbaal echter niet toereikend om redelijkerwijs te vermoeden dat verdachte wapens en munitie in huis had. Het CIE proces-verbaal bevatte namelijk te weinig concrete informatie en deze informatie was bovendien afkomstig van een informant over wiens betrouwbaarheid geen oordeel kon worden gegeven. De politie heeft ook geen serieus nader onderzoek naar de informatie gedaan. Het binnentreden en de daarop volgende doorzoeking waren daarom onrechtmatig, wat een onherstelbaar vormverzuim oplevert in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Dit verzuim is volgens de raadsman zo ernstig, dat het bewijs dat na het binnentreden is vergaard, niet mag worden gebruikt. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 27 oktober 2011 is de politie zonder toestemming van verdachte in diens woning binnengetreden. Vervolgens heeft de politie de woning van verdachte doorzocht. Bij de doorzoeking werden niet alleen wapens en munitie aangetroffen, maar ook amfetamine. Nadat de rechter-commissaris bij het onderzoek was betrokken, zijn er meer verboden zaken aangetroffen, waaronder een in werking zijnde hennepplantage.

Uit het dossier komt naar voren dat de politie gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot doorzoeking die artikel 49 van de Wet wapens en munitie biedt. Dit artikel geeft deze bevoegdheid wanneer de politie redelijkerwijs kan vermoeden dat in een woning wapens of munitie aanwezig is.

Uitgangspunt in de jurisprudentie van de Hoge Raad hierbij is dat dit vermoeden kan worden aangenomen op basis van anonieme informatie (zie o.m. het arrest van 22 december 2009 gepubliceerd onder LJN-nummer BJ8622). Dit betekent echter nog niet dat iedere anonieme informatie mag leiden tot een doorzoeking tegen de wil van een bewoner, nu dit dwangmiddel een ingrijpende inbreuk met zich meebrengt op het huisrecht en de persoonlijke levenssfeer van burgers. Bij een oordeel hieromtrent spelen diverse factoren een rol. Van belang is onder meer of de anonieme informatie concreet en gedetailleerd is en wat de politie verder heeft ondernomen om deze informatie op haar betrouwbaarheid te toetsen.

In de onderhavige zaak heeft de politie haar optreden gebaseerd op een proces-verbaal van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) met de volgende tekst:

“Bij de Criminele Inlichtingen Eenheid van de Regiopolitie Limburg-Zuid werd in de maand oktober 2011 van een informant de volgende informatie ontvangen:

[naam verdachte] van de [adres]te Hoensbroek koopt en verkoopt vuurwapens. Hij is o.a. in het bezit van een vuistvuurwapen en een geweer. [naam verdachte] maakt gebruik van een zilverkleurige [merk auto], type [naam type].”

De rechtbank beschouwt deze informatie in het CIE proces-verbaal als voldoende concreet, maar op het punt van de betrouwbaarheid loopt de zaak wat de rechtbank betreft stuk.

De opsteller van het proces-verbaal geeft namelijk aan dat hij geen oordeel kan geven over de betrouwbaarheid van de hiervoor beschreven informatie. Dit betekent voor de rechtbank dat aan de informatie per saldo niet veel meer waarde mag worden toegekend dan aan een willekeurige anonieme melding bij Meld Misdaad Anoniem. Deze conclusie wordt voor de rechtbank niet anders, omdat de CIE de naam- en adresgegevens gecheckt heeft die de informant heeft genoemd, en heeft uitgezocht of verdachte inderdaad gebruik maakte van een zilverkleurige [type auto]. Deze gegevens zeggen immers niets over het al dan niet bezitten van wapens en zijn zo algemeen, dat zij ook maar weinig over de betrouwbaarheid van de informant zeggen.

Alles overziend, acht de rechtbank genoemde informatie dan ook niet toereikend om over te gaan tot een zo ingrijpend dwangmiddel.

Dat, zoals de officier van justitie ter zitting heeft betoogd, de toepassing van het dwangmiddel ook zou zijn gebaseerd op het door de verbalisanten, juist voor het binnentreden, zien van een professioneel ogende bewakingscamera welke gemonteerd was aan verdachtes huis, en het horen roepen door iemand in de woning van “Wouten, wouten, daar komen de wouten!” is de rechtbank niet op overtuigende wijze gebleken.

Er was immers reeds voorafgaand aan deze bevindingen, en op basis van de CIE-informatie alleen, door de hulpofficier van justitie een machtiging gegeven tot binnentreden ter aanhouding van verdachte en doorzoeking van de woning. Daarbij komt nog dat nergens is gerelateerd dat van deze machtiging daadwerkelijk gebruik is gemaakt, omdat de politie juist voor het binnentreden een camera zag en iemand iets hoorde roepen. Die gegevens, de camera en de uitroep, geven bovendien geen specifieke nadere informatie met betrekking tot de informatie over de wapens uit het proces-verbaal van de CIE.

Er is daarom sprake van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. Voor de rechtbank is het een ernstig vormverzuim, omdat verdachte is geschaad in zijn recht op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank moet op basis van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering bepalen welk gevolg verbonden moet worden aan het verzuim. Daarbij stelt zij vast dat al het bewijs dat door de politie in deze zaak is verzameld, rechtstreeks is verkregen door het verzuim. Nu verdachte met de schending van zijn huisrecht en privacy ingrijpend nadeel heeft ondervonden, is bewijsuitsluiting op zijn plaats. Na uitsluiting van het bewijs, resteert er onvoldoende bewijs om tot een veroordeling voor (een van) de tenlastegelegde feit(en) te komen. De rechtbank zal verdachte dan ook integraal vrijspreken.

Met deze vrijspraak is het belang aan de zijde van de verdediging om, zoals ter zitting verzocht, de team-chef van de CIE en/of de anonieme informant als getuige te horen komen te ontvallen. Deze verzoeken worden dan ook afgewezen.

4 De benadeelde partij

De benadeelde partij Enexis B.V. vordert een schadevergoeding van € 1409,41 terzake van feit 6. Nu de rechtbank verdachte zal vrijspreken, moet de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

5 Het beslag

Bij het onderzoek zijn papieren in beslag genomen die betrekking hebben op het telen van hennep. De rechtbank stelt ook vast dat er, niettegenstaande de vrijspraak van verdachte, een strafbaar feit is begaan (het hebben van een hennepplantage). Dit betekent dat genoemde papieren kunnen worden onttrokken aan het verkeer op basis van de artikelen 36b, sub 2 en 36c, sub 3 van het Wetboek van Strafrecht.

6 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Getuigen

- wijst af het verzoek tot het horen van [K.] (CIE) en/of de anonieme informant als getuige;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij Enexis B.V., in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij Enexis B.V. in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp: 1.00 STK Papier -1995503, diverse schriftelijke bescheiden, rekening e.d. van hennepplantage.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. A.P. Jansen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 april 2012.

Mr. Philippart is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 27 oktober 2011 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, te weten een (enkelschots repeterend pump-action) geweer (Winchster Ranger) en/of (enkelschots repeterend leveraction) geweer en/of een of meer wapens van categorie III, te weten een (enkelschots pump-action kogel)geweer (Winchester) en/of munitie van categorie II, te weten een hoeveelheid patronen (onder andere kaliber 30-30Win) en/of munitie van

categorie III, te weten een hoeveelheid patronen (onder andere kaliber .22 Long Rifle en/of Brennekepatronen en/of kaliber 9 mm) voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 27 oktober 2011 in de gemeente Hoensbroek, gemeente Heerlen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2000 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op of omstreeks 27 oktober 2011 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen een hoeveelheid zwavelzuur en/of een hoeveelheid zoutzuur en/of een hoeveelheid methanol en/of een hoeveelheid versnijdingsmateriaal, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

4.

hij op of omstreeks 27 oktober 2011, te Hoensbroek, gemeente Heerlen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (4.000 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

5.

hij op of omstreeks 27 oktober 2011 te Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1020, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst II;

6.

hij op of omstreeks 27 oktober 2011 in de gemeente Hoensbroek, gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking.