Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BV3122

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
08-02-2012
Datum publicatie
08-02-2012
Zaaknummer
458518 CV EXPL 12-59
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Schorsing concurrentiebeding; relatiebeding en social-media. Dansleraar neemt na vijfjarig dienstverband bij dansschool ontslag en opent eigen dansstudio. De eigenaar van de dansschool vordert nakoming van het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding: de dansleraar te verbieden les te geven in de gemeente waarbinnen het concurrentiebeding geldt en de dansleraar te verbieden contacten te onderhouden met (voormalige) leden en leerlingen van de dansschool. De dansleraar vordert het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk te niet te doen subsidiair de werking van het concurrentiebeding te schorsen tot dat in een door hem aanhangig te maken bodemprocedure zal zijn beslist. De vordering van de eigenaar van de dansschool om de dansleraar te verbieden les te geven in de gemeente waarbinnen het concurrentiebeding geldt, wordt afgewezen. De door de dansleraar gevorderde schorsing van de werking van het concurrentiebeding tot dat in de bodemprocedure zal zijn beslist, wijst de kantonrechter toe. De kantonrechter overweegt daartoe dat niet vastgesteld kan worden binnen welke gemeente de dansstudio is gelegen. Er is dus sprake van een onduidelijke situatie waardoor niet zeker is of de dansleraar het concurrentiebeding overtreedt. Voorts overweegt de kantonrechter dat de eigenaar van de dansschool lessen in veel meer dansstijlen aanbiedt dan de dansleraar en naar het oordeel van de kantonrechter niet gezegd kan worden dat de dansleraar door de exploitatie van zijn concurrerende dansstudio een ongerechtvaardigd voordeel verkrijgt ten laste van het bedrijfsdebiet van de eigenaar van de dansschool. Met betrekking tot het relatiebeding oordeelt de kantonrechter dat dit beding te breed is geformuleerd. Het beding zou mede inhouden dat de dansleraar geen contact zou mogen hebben met eventuele leden/leerlingen die ooit contact hebben gehad met de eigenaar van de dansschool en naar het oordeel van de kantonrechter verzet zich dit tegen een normale gezonde concurrentie. Voorts overweegt de kantonrechter dat er geen concrete aanknopingspungen voorhanden zijn waaruit blijkt dat de dansleraar actief leden/leerlingen van de dansschool heeft benaderd om hen te bewegen over te stappen naar zijn dansstudio. De kantonrechter overweegt daarbij dat conversaties via “social media” zoals Hyves, Twitter, Facebook, WhatsApp etcetera in beginsel beschouwd moeten worden als geschiedende in privésfeer van de betrokkenen - en dus vallende onder het grondrecht van vrije meningsuiting - tenzij daaruit duidelijk en ondubbelzinnig voor eenieder een zakelijk karakter blijkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0128
XpertHR.nl 2014-366492
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

zaakno: 458518 CV EXPL 12-59

typ: FL

Datum uitspraak: 8 februari 2012

De kantonrechter te Sittard-Geleen wijst het navolgende vonnis in het kort geding van:

[eisende partij in conventie, tevens gedaagde partij in reconventie], h.o.d.n. “Dance - & Partycentre [eisende partij in conventie, tevens gedaagde partij in reconventie], “Dansstudio [eisende partij in conventie, tevens gedaagde partij in reconventie]”en “Crea Dance Stein”,

wonende te [woonplaats],

eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mw. mr. E.J.G. Jonkers-Hebben, werkzaam bij ARAG-Rechtsbijstand, kantoor Roermond,

tegen:

[gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie],

wonende te [adres],

gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie,

procederend met toevoeging nummer [nummer], afgegeven d.d. 11 november 2011,

gemachtigde: mr. A.J.T.J. Meuwissen, advocaat te Maasbracht.

Partijen zullen hierna [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] en [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] worden genoemd.

1. HET PROCESVERLOOP:

Op 2 januari 2012 heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] de kantonrechter verzocht om [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] te mogen dagvaarden in kort geding ex. artikel 254 Rv. in de nevenvestigingsplaats van de rechtbank Maastricht te Sittard-Geleen aan de Parklaan 17.

De datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling zijn door de kantonrechter vervolgens bepaald op maandag 30 januari 2012 om 12.00 uur.

Op 17 januari 2012 heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] een afschrift van de op 12 januari 2012 betekende dagvaarding met producties ingediend.

Op 26 januari 2012 heeft [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] een conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie, met producties ingediend.

Op de op 30 januari 2012 gehouden mondelinge behandeling is [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mw. mr. E.J.G. Jonkers-Hebben.

[gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] is eveneens in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. A.J.T.J. Meuwissen.

[eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] heeft ter terechtzitting geconcludeerd overeenkomstig de inhoud van het exploot van dagvaarding en heeft zijn standpunten door zijn gemachtigde nader laten toelichten, dit mede aan de hand van een overgelegde pleitnota met producties. Voorts heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] verweer gevoerd tegen de vorderingen van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie]

[gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] heeft verweer gevoerd tegen de vorderingen van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] en heeft zijn standpunten door zijn gemachtigde laten toelichten. Voorts heeft [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] zijn vorderingen nader onderbouwd, een en ander mede aan de hand van de overgelegde conclusie van antwoord/eis in reconventie.

Hierna is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

DE VASTSTAANDE FEITEN:

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, staat tussen partijen – mede op grond van de overgelegde producties en voor zover van belang – het navolgende vast:

[gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] is in 2004 op basis van freelance gestart met het verrichten van werkzaamheden voor [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] in de functie van dansleraar.

Met ingang van 1 september 2007 is [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] in dienst getreden in de functie van dansleraar voor bepaalde tijd en wel tot en met 31 december 2008. Die arbeidsovereenkomst is met ingang van 1 januari 2009 verlengd tot 1 januari 2010 en met ingang van 1 januari 2010 verlengd tot 1 september 2010. Partijen hebben vervolgens de arbeidsovereenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd.

In de opeenvolgende arbeidsovereenkomsten die lopen van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 en van 1 januari 2010 tot en met 31 augustus 2010 zijn partijen telkens een concurrentiebeding en een relatiebeding overeengekomen. De teksten hiervan luiden telkens:

“ARTIKEL 9. CONCURRENTIEBEDING

1. Het is de werknemer verboden om gedurende het bestaan van de arbeidsovereenkomst, alsmede gedurende een periode van 2 (twee) jaren na beëindiging daarvan, in de gemeente Stein (LB), direct dan wel indirect in enigerlei vorm een onderneming, gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever te (doen) vestigen of te (doen) drijven, dan wel in welke vorm dan ook, direct dan wel indirect financieel belang bij/in een dergelijke onderneming te (doen) hebben, of daarvoor op enigerlei wijze werkzaam te zijn, hetzij tegen vergoeding, hetzij om niet, of daarin aandeel van welke aard dan ook te hebben. Bovenstaande geldt niet indien de werkgever hiervoor expliciet schriftelijk toestemming heeft gegeven.

2. Bij overtreding van het in artikel 9 lid 1 vermelde verbod verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever een direct opvorderbare boete van € 10.000,-- voor iedere overtreding, te vermeerderen met € 500,-- voor elke dag dat de overtreding voortduurt, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt, onverminderd het recht voor werkgever volledige schadevergoeding te eisen indien de schade het boetebedrag te boven gaat.”

“ARTIKEL 10. RELATIEBEDING

Gedurende het dienstverband alsmede na beëindiging van het dienstverband zal de werknemer zich voor een periode van 1 (één) jaar er strikt van onthouden om relaties, leden, leerlingen en/of opdrachtgevers van de werkgever – direct of indirect – te benaderen en of met hen – op welke wijze dan ook – zaken te doen en/of contacten te onderhouden. Eveneens is het de werknemer verboden om binnen genoemde periode bij relaties en/of opdrachtgevers van de werkgever binnen voormelde periode in dienst te treden. Onder “relaties, leden, leerlingen en/of opdrachtgevers”van de werkgever worden in dit verband tevens verstaan de potentiële relaties, leden, leerlingen en/of opdrachtgevers die voorkomen in het (offerte)bestand van de werkgever en/of waarmee de werkgever onderhandelingen/gesprekken voert of heeft gevoerd omtrent mogelijke toekomstige opdrachten/lidmaatschap/lessen. Gedurende het dienstverband alsmede na beëindiging van het dienstverband is het werknemer gedurende een periode van 1 (één) jaar niet toegestaan leden van werkgever over te nemen. Daarenboven is het de werknemer gedurende het dienstverband en na het einde van de arbeidsovereenkomst strikt verboden om te trachten, direct of indirect, personeel van de werkgever – of van een met de werkgever gelieerde vennootschap – ertoe te bewegen in dienst te treden bij (een onderneming van) de werknemer dan wel bij een andere werkgever.

2. Het in artikel 10 lid 1 vermelde is niet van toepassing op de leerlingen van de werknemer c.q. de leerlingen welke door de werknemer aangeleverd zijn. De werkgever en de werknemer houden middels een lijst, door beiden ondertekend, bij welke leerlingen dit zijn. Deze lijst bestaat uit maximaal 30 (zegge: dertig) leerlingen.

3. Bij overtreding van het in artikel 9 lid 1 vermelde verbod verbeurt werknemer ten behoeve van werkgever een direct opvorderbare boete van € 10.000,-- voor iedere overtreding, te vermeerderen met € 500,-- voor elke dag dat de overtreding voortduurt, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt, onverminderd het recht voor werkgever volledige schadevergoeding te eisen indien de schade het boetebedrag te boven gaat.”

Bij brief van 22 september 2011 heeft [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] de arbeidsovereenkomst met [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] opgezegd tegen 1 november 2011.

Bij schrijven van 15 oktober 2011 heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] aan [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] de opzegging bevestigd en deze te aanvaarden en dat de arbeidsovereenkomst zal eindigen op 30 oktober 2011 (De kantonrechter merkt op dat in de brief per abuis het jaartal 2010 is vermeld). [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] heeft in die brief tevens vermeld dat hij [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] zal houden aan alle afspraken en clausules welke zijn gemaakt in de arbeidsovereenkomst.

Op 24 oktober 2011 heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] op non actief gesteld en hem de toegang tot de dansschool ontzegd. Bij schrijven van 25 oktober 2011 heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] dat aan [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] bevestigd.

Bij brief van 26 oktober 2011 heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] aan [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] bericht dat hij heeft geconstateerd dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] met ingang van 1 november 2011 een eigen dansschool begint in Elsloo, dat dit in strijd is met het concurrentiebeding en het relatiebeding en wijst [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] op de te verbeuren boetes.

DE VORDERINGEN EN HET VERWEER:

In conventie:

[eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] vordert thans bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van onmiddellijke voorziening bij voorraad:

a. [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] te verbieden om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis direct of indirect contact te hebben en/of les te geven aan (voormalige) relaties, leden, leerlingen en/of opdrachtgevers van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie], op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van een dag die [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] in overtreding is;

b. [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis zijn activiteiten als dansleraar in de gemeente Stein te beëindigen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van dag die [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] in overtreding is;

c. [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] te veroordelen tot betaling van een voorschot op de boete, respectievelijk schadevergoeding aan [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] ad € 10.000,00 althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

d. althans zodanige voorlopige voorzieningen als de kantonrechter vermeent;

e. de kosten van deze procedure.

In reconventie:

[gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van onmiddellijke voorziening bij voorraad:

primair het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk teniet te doen, subsidiair het concurrentiebeding volledig te schorsen voor de duur van een door [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] binnen 4 weken na dit vonnis aanhangig te maken bodemprocedure; de boete uit hoofde van de aanvullende bepalingen bij de arbeidsovereenkomst terzijde te stellen dan wel te schorsen dan wel te matigen tot nihil voor de duur van een door [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] aanhangig te maken bodemprocedure;

subsidiair [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] bij geen dan wel gedeeltelijke terzijdestelling van het concurrentiebeding c.q. van de boete te veroordelen tot betaling aan [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] van een vergoeding ex artikel 7:653, lid 4, BW maandelijks te betalen vergoeding van € 1.700,00 bruto, althans een door de kantonrechter te bepalen bedrag, te betalen vanaf 31 januari 2012 tot de dag dat het vonnis in een eventuele bodemprocedure in kracht van gewijsde is gegaan onder gelijktijdige verschaffing van een bruto/netto specificatie en dit laatste op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag voor iedere dag dat [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen;

meer subsidiair een zodanige beslissing als de kantonrechter geraden acht;

zowel primair als subsidiair [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] te veroordelen in de proceskosten met bepaling dat indien deze kosten niet binnen 14 dagen na het wijzen van dit vonnis zijn voldaan de wettelijke rente verschuldigd zal zijn.

In conventie en in reconventie:

[eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] legt aan zijn vorderingen het navolgende – zakelijk weergegeven - ten grondslag.

[eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] stelt dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] in strijd met het overeengekomen concurrentie- en relatiebeding handelt. [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] heeft zijn dansschool met ingang van 2 januari 2012 immers gevestigd in Elsloo, derhalve binnen de gemeente Stein. In het concurrentiebeding is uitdrukkelijk overeengekomen dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] geen dansschool in de gemeente Stein mag exploiteren. Dat de dansschool is gevestigd in de gemeente Stein blijkt uit een krantenknipsel waarin is vermeld dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] aan de gemeente Stein een omgevingsvergunning heeft aangevraagd voor het wijzigen van een showroom in een dansschool gelegen aan de Schuttersstraat 21 te Elsloo. Voorts overtreedt [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] sinds 26 oktober 2011 het relatiebeding. Uit de Facebookpagina, de twitterpagina en de website van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] blijkt namelijk dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] sinds die datum relaties, leerlingen, leden en/of opdrachtgevers van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] als vrienden heeft toegevoegd en/of gesprekken daarmee voert of heeft gevoerd. [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] legt een lijst over van de aan zijn dansschool verbonden leden. Volgens [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] blijkt uit een vergelijking van zijn ledenlijst met de toegevoegde vrienden van de sociale media van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] dat een groot aantal van die vrienden lid is of is geweest van de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie]. [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] is daarom van mening dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] eveneens het relatiebeding overtreedt. Voor de door [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] gevorderde vergoeding is geen plaats omdat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] in Venlo en Maastricht werkt.

[gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie]. [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] stelt daartoe

– zakelijk weergegeven – het volgende. Volgens [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] is zowel het concurrentie- als het relatiebeding vervallen. De laatste arbeidsovereenkomst die is ingegaan op 1 september 2010 heeft hij immers niet ondertekend omdat daarin voorwaarden waren opgenomen waarmee hij niet akkoord is gegaan. Volgens [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] was sprake van een wurgcontract. Voorts heeft hij de arbeidsovereenkomst uiteindelijk opgezegd omdat sprake was van een dringende reden en daardoor zijn beide bedingen komen te vervallen. Vanaf de aanvang van het dienstverband wist [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] dat hij voornemens was een eigen dansschool te openen. [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] wilde rond zijn 50ste terugtreden en de intentie was dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] zou overnemen. [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] zou hem gaan opleiden en begeleiden. Bij indiensttreding werd hij ook aan de leden en leerlingen voorgesteld als de opvolger van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie]. Medio 2008 is hij met [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] overeengekomen dat hij een eigen wedstrijdteam mocht samenstellen en op de zondagmiddagen mocht hij een zaaltje van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] gebruiken. Met ingang van 1 september 2008 was hij bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder de naam New Elements Dansstudio. Omdat een en ander in overleg met [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] is gebeurd, is [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] van mening dat [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] impliciet te kennen heeft gegeven het concurrentie- en relatiebeding niet te handhaven. Van de begeleiding door [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] om de overname van de dansschool te realiseren is niets terecht gekomen. Op enig moment heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] de heer [naam] in dienst genomen en nadien leek het er sterk op dat dit de opvolger van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] zou gaan worden. In elk geval werd hij niet betrokken bij het leiden van de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie]. Daarbij kwam dat hij door het beleid van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] onvoldoende kansen had om zich verder te ontplooien en carrière te maken. Door de hele gang van zaken werd ook de werksfeer op een negatieve wijze beïnvloed. Een en ander is voor hem aanleiding geweest om de mogelijkheden van het openen van een eigen dansschool te onderzoeken. Die mogelijkheid deed zich in september 2011 voor in de Schuttersstraat in Beek. Het was een loods gelegen op het industrieterrein De Beekerhoek. Gelet op de door hem verstrekte gegevens mocht hij ervan uitgaan dat die loods is gelegen in de gemeente Beek. Nadat hij dit aan [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] had meegedeeld, kwam [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] met het voorstel dat hij alsnog de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] zou kunnen overnemen. Dat was echter voor hem financieel niet te verwezenlijken. Hij heeft er daarom voor gekozen de dansschool in Beek te starten. Gelet op de geografische ligging van de loods is [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] van mening dat het concurrentiebeding niet van toepassing is. Alle inwoners van Elsloo weten immers dat aan de andere kant van de spoorlijn de gemeente Beek is gelegen. Ook als juridisch zou mogen blijken dat de loods is gelegen in de gemeente Stein, is [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] van mening dat hij rekening heeft gehouden met de strekking van het concurrentiebeding. [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] bestrijdt dat hij actief leden en leerlingen van de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] heeft benaderd. Allereerst stelt [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] dat het relatiebeding aan het einde van de laatste schriftelijke arbeidsovereenkomst is komen te vervallen, derhalve op 31 augustus 2010. Dat zou betekenen dat het beding haar werking heeft verloren op 31 augustus 2011. Verder is het beding door de jaren heen steeds zwaarder gaan drukken en is het beding onevenredig zwaar. Gelet op de redactie van het beding zou hij in de toekomst geen enkel nieuw lid mogen inschrijven. Dat zouden immers steeds potentiële leden van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] kunnen zijn. [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] is verder van mening dat het relatiebeding in strijd is met de Grondwet alsmede in strijd met de artikelen 19 en 24 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Door het concurrentiebeding wordt hij onbillijk benadeeld in zijn belangen in verhouding tot het te beschermen belang van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie].

HET OORDEEL VAN DE KANTONRECHTER:

In conventie en in reconventie:

Gelet op de onderlinge samenhang zal de kantonrechter de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk behandelen.

Naar het oordeel van de kantonrechter moet de onderhavige zaak mede worden beoordeeld tegen de achtergrond dat ten tijde van de totstandkoming van de bedingen in 2007 [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] 44 jaar oud was en zijn dansschool ruim 20 jaar exploiteerde en [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] 18 jaar oud en schoolgaand was en voorts dat partijen destijds de intentie hebben uitgesproken dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] op termijn de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] zou overnemen en verder dat de danskwaliteiten en bekendheid van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] binnen de danswereld het ledenaantal van de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] heeft doen groeien en ten slotte dat de bedingen pas zijn gaan wringen op het moment dat duidelijk werd dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] de dansschool van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] niet zou overnemen en een eigen dansstudio wilde gaan beginnen.

De kantonrechter acht het bestaan van een spoedeisend belang zowel aan de zijde van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] als aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] genoegzaam gebleken. Beide partijen willen immers

– naar de kantonrechter verstaat - duidelijkheid verkrijgen over de reikwijdte van het concurrentiebeding en het relatiebeding.

In het kader van deze procedure dient beoordeeld te worden of de vorderingen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat gerechtvaardigd is daarop door toewijzing van de vorderingen vooruit te lopen. Dat betekent dat er thans sterke aanwijzingen moeten bestaan dat de vorderingen in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Daarbij moet de kantonrechter thans uitgaan van de voorshands vaststaande feiten met de beperkte toetsing daarvan (zonder nadere bewijsvoering) die in deze procedure in beginsel slechts mogelijk is.

Anders dan [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] betoogt, is de kantonrechter voorshands van oordeel dat beide bedingen gelden. In de opeenvolgende arbeidsovereenkomsten vanaf 1 januari 2009 is ìn beide overeenkomsten in de artikelen 9 en 10 telkens een concurrentie- en een relatiebeding opgenomen. In de arbeidsovereenkomst die geldt vanaf 1 september 2010 zijn beide bedingen eveneens opgenomen. In alle drie de arbeidsovereenkomsten zijn de teksten van beide bedingen identiek. Er zijn geen aanknopingspunten voorhanden waaruit blijkt dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] bij de omzetting van het dienstverband van bepaalde naar onbepaalde tijd heeft geprotesteerd tegen handhaving van beide bedingen vanaf 1 september 2010. Voor zover [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] heeft willen betogen dat beide bedingen zwaarder zijn gaan drukken, heeft [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] dat onvoldoende onderbouwd. De functie van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] is door de jaren heen immers niet gewijzigd. In de opzeggingsbrief van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] is geen sprake van een onverwijlde opzegging vanwege een dringende reden.

Vervolgens doet zich de vraag voor of de door [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] sinds 2 januari 2012 geëxploiteerde dansstudio valt binnen de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding. Vast staat dat het beding alleen geldt in de gemeente Stein. Partijen verschillen van mening of de dansstudio is gelegen in de gemeente Stein dan wel in de gemeente Beek. Blijkbaar is dat niet op eenvoudige wijze vast te stellen. In dat verband heeft [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] een kopie van een krantenknipsel overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] aan de gemeente Stein afgifte van een omgevingsvergunning heeft gevraagd en heeft [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] een kopie overgelegd van een verklaring van de intergemeentelijke milieudienst Beek Nuth Stein d.d. 21 november 2006 waarin wordt gesproken over de herbouw van een bedrijfspand aan de Schuttersstraat 21 te Beek. Een recente schriftelijke verklaring van een van beide gemeentebesturen waaruit blijkt in welke gemeente het adres Schuttersstraat 21 is gelegen, is niet voorhanden. Zonder nadere concrete bewijslevering kan derhalve niet worden vastgesteld of [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] het concurrentiebeding overtreedt. Al het vorenstaande heeft tot gevolg dat de vordering van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] om [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] te veroordelen zijn activiteiten als dansleraar in de gemeente Stein te beëindigen, niet kan worden toegewezen. Dit houdt in dat het gevorderde voorschot eveneens zal worden afgewezen.

De vordering van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] om het concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk teniet te doen zal worden afgewezen. Dat zou immers een declaratoire uitspraak zijn en vanwege de onomkeerbaarheid daarvan een te ver strekkende maatregel in het kader van een gevraagde voorlopige voorziening, zodat die vordering reeds daarom niet toewijsbaar is.

Nu niet met een grote mate van zekerheid gezegd kan worden dat het vestigingsadres van de dansstudio van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] binnen de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding valt, ziet de kantonrechter aanleiding om het concurrentiebeding te schorsen totdat onherroepelijk in de bodemprocedure is beslist. Daarbij is mede van belang dat naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter aannemelijk is dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie], namelijk het behoud van zijn positie binnen de markt waarin hij opereert. Uit de overgelegde stukken blijkt dat [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] een veel grotere variëteit aan dansstijlen aanbiedt dan [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie]. Derhalve kan voorshands niet gezegd worden dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] door de exploitatie van zijn concurrerende dansstudio een ongerechtvaardigd voordeel verkrijgt ten laste van het bedrijfsdebiet van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie].

Met betrekking tot het relatiebeding overweegt de kantonrechter het volgende.

Allereerst stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] niet vordert de gelding van het relatiebeding te schorsen.

Uit de stellingen van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] van mening is dat het relatiebeding te breed is geformuleerd. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter is in het algemeen de strekking van een relatiebeding dat een gewezen werknemer gedurende een bepaalde periode geen relaties van de werkgever actief zal benaderen, niet als zelfstandige dan wel in dienst van een concurrerend bedrijf van de voormalige werkgever. Doel daarvan is dat de werkgever zijn positie in de markt wenst te behouden en dat hij niet hoeft te vrezen dat de voormalige werknemer zijn verworven kennis van het bedrijf van zijn voormalige werkgever gebruikt en mogelijk relaties wegkaapt door bijvoorbeeld goedkopere tarieven te hanteren voor dezelfde diensten/werkzaamheden. In het onderhavige geval is de kantonrechter voorshands van oordeel dat het overeengekomen relatiebeding meer omvat dan een algemeen gebruikelijk beding. Het beding houdt immers ook in dat het [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] niet is toegestaan; “potentiële relaties, leden, leerlingen en/of opdrachtgevers die voorkomen in het (offerte)bestand van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] en/of waarmee [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] onderhandelingen/gesprekken voert of heeft gevoerd omtrent mogelijke toekomstige opdrachten/lidmaatschap/lessen” te benaderen en voorts dat het [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] “na beëindiging van het dienstverband gedurende een periode van 1 (één) jaar niet is toegestaan leden van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] over te nemen.” Dat zou kunnen betekenen dat mogelijke nieuwe leden/leerlingen, die doorgaans bij meerdere dansscholen informatie inwinnen over de mogelijkheden, lestijden en lesgelden en die informatie ook bij [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] hebben ingewonnen, tot en met 30 oktober 2012 geen danslessen bij [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] mogen nemen en dat huidige leden/leerlingen van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] tot en met 30 oktober 2012 niet naar [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] mogen overstappen. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter verzet zich dit tegen een normale eerlijke concurrentie en worden de huidige leden/leerlingen van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] beperkt in hun keuzevrijheid om over te stappen naar de dansstudio van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie].

Er zijn geen concrete aanknopingspunten voorhanden waaruit blijkt dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] leden/leerlingen van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] actief heeft benaderd om hen te bewegen het lidmaatschap bij [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] op te zeggen en bij [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] danslessen te nemen. Uit de door [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] overgelegde uitgeprinte pagina’s afkomstig van Facebook, Hyves en Twitter.com blijkt wel dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] contacten onderhoudt met de op die pagina’s vermelde personen, maar niet blijkt dat [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] die personen actief heeft benaderd. De kantonrechter overweegt daarbij dat conversaties via “social media” zoals Hyves, Twitter, Facebook, WhatsApp etcetera in beginsel beschouwd moeten worden als geschiedende in privésfeer van de betrokkenen - en dus vallende onder het grondrecht van vrije meningsuiting - tenzij daaruit duidelijk en ondubbelzinnig voor eenieder een zakelijk karakter blijkt. In dit geval zou [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] bijvoorbeeld zijn contacten op die media (friends/vrienden) expliciet moeten vragen om wanneer zij bij [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] zijn ingeschreven, over te stappen naar zijn dansschool. Daarvan is de kantonrechter niet gebleken.

De vordering van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] om [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] te verbieden om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis direct of indirect contact te hebben en/of les te geven aan (voormalige) relaties, leden, leerlingen en/of opdrachtgevers van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie], zal derhalve eveneens worden afgewezen.

Als de in het ongelijk gestelde partij dient [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] te worden veroordeeld in de proceskosten, zoals hierna bepaald.

DE BESLISSING:

In conventie:

Wijst de vordering van [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] tot het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad af.

Veroordeelt [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] gerezen en tot aan dit vonnis in totaal begroot op € 400,00 ter zake van salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie].

In reconventie:

Wijst de vordering van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] tot het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad toe en wel als volgt:

Schorst de gelding van het concurrentiebeding totdat in een binnen 4 weken na heden door [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] aanhangig te maken bodemprocedure zal zijn beslist.

Veroordeelt [eisende partij in conventie, tevens verwerende partij in reconventie] in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie] gerezen en tot aan dit vonnis in totaal begroot op € 400,00 ter zake van salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van [gedaagde partij in conventie, tevens eisende partij in reconventie].

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoer bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. Groen, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.