Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BW6784

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
17-08-2011
Datum publicatie
29-05-2012
Zaaknummer
424448 CV EXPL 11-1669
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen verzuim: alleen wettelijke rente vanaf dag van dagvaarding en afwijzing buitengerechtelijke kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 424448 CV EXPL 11-1669

Vonnis van 17 augustus 2011

in de zaak

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-PARK BEHEER B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eisende partij,

verder te noemen: Q-Park

gemachtigde: J.L.M. Vercoulen, werkzaam bij de Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders te Roermond,

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

in persoon procederend.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Q-Park heeft bij dagvaarding van 7 april 2011 een vordering ingesteld tegen [gedaagde] onder meebetekening van 21 (deels meervoudige) producties.

[gedaagde] heeft na gevraagd en verkregen uitstel schriftelijk geantwoord.

Q-Park heeft vervolgens voor repliek geconcludeerd.

[gedaagde] heeft hier niet meer op gereageerd.

Hierna is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak op heden gesteld is.

MOTIVERING

[gedaagde] is door de griffier bij een niet-geretourneerde dienstbrief van 23 juni 2011 uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld mondeling en/of schriftelijk te reageren op de conclusie van repliek van de wederpartij. [gedaagde] heeft echter nagelaten te reageren en heeft evenmin uitstel voor een dergelijke reactie verzocht.

Zijn aanvankelijk gevoerde verweer is in de conclusie van repliek gemotiveerd weersproken en de vordering is daarbij door Q-Park nader toegelicht en onderbouwd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat aan het oorspronkelijke verweer, als [gedaagde] dit al heeft willen handhaven, voorbijgegaan moet worden.

Het had op de weg gelegen van [gedaagde] om gedetailleerd in te gaan op de conclusie van repliek, nu de inhoud daarvan zeker tot aanvullende stellingname of tot toespitsing van het verweer aanleiding gaf. Daarbij komt dat [gedaagde] zijn verweer niet voldoende toegelicht en onderbouwd heeft.

De kantonrechter is evenwel van oordeel dat ten aanzien van [gedaagde] geen betalingsverzuim aangetoond is als bedoeld in artikel 6:81 BW, althans niet eerder dan 7 april 2011. Verzuim (art. 6:81 BW) treedt - behoudens uitzonderingen - in indien de schuldenaar op de voet van art. 6:82 BW in gebreke gesteld wordt. Ingevolge artikel 6:82 van het Burgerlijk Wetboek moet de partij die met een tekortkoming geconfronteerd wordt, de wederpartij eerst onder het stellen van een redelijke termijn schriftelijk aanmanen om de tekortkoming op te heffen. Pas wanneer vervolgens een deugdelijke prestatie uitblijft, treedt verzuim in. Q-Park heeft niet aangetoond dat zij [gedaagde] schriftelijk in gebreke gesteld heeft, zodat verzuim in beginsel niet ingetreden is. Met name laat Q-Park na om enige precisie te betrachten ten aanzien van haar globale bewering [gedaagde] in gebreke gesteld te hebben: in welke bewoordingen, op welke wijze en wanneer dit gedaan is, mag de kantonrechter raden, terwijl ook iedere mogelijkheid om een en ander aan enig document te toetsen ontbreekt. Resteert de vraag of [gedaagde] zonder ingebrekestelling in verzuim is komen te verkeren. In dat verband verdient opmerking dat onder omstandigheden het beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn of op grond van de redelijkheid en billijkheid een ingebrekestelling achterwege kan blijven zonder gevolgen voor het verzuim. Op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv rust op Q-Park de verplichting daartoe de vereiste feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen. Aan die op haar rustende gemotiveerde stelplicht heeft

Q-Park niet voldaan. Verzuim is derhalve niet zonder ingebrekestelling ingetreden.

Ook het beroep van Q-Park op de algemene voorwaarden ( ervan uitgaand dat deze in casu toepasselijk zijn) leidt er niet toe dat het ingaan van verzuim deswege aangenomen mag worden. Ook hier moet gezegd worden dat Q-Park nalaat te stellen op welk moment en krachtens welke in zulke voorwaarden opgenomen verzuimregel [gedaagde] in verzuim is komen te verkeren eerder dan de dag van dagvaarding.

Bij gebreke van een dergelijke gemotiveerde en specifieke stellingname van Q-Park kan het intreden van verzuim niet eerder dan op 7 april 2011 gesteld worden, namelijk een verzuim als gevolg van het dagvaarden van [gedaagde]. De wettelijke rente kan dan ook slechts vanaf die datum worden toegewezen.

In directe samenhang hiermee moet geoordeeld worden dat alle aan de dagvaardingsdatum voorafgegane inspanningen van Q-Park en haar gemachtigde alsmede de daaraan gerelateerde kosten om [gedaagde] buiten rechte tot betaling te bewegen, niet voor vergoeding op de voet van artikel 6:96 lid 2 aanhef en sub c BW in aanmerking kunnen komen. Zij zijn immers verricht respectievelijk gemaakt in een periode waarvan niet vastgesteld kan worden dat [gedaagde] reeds in betalingsverzuim was. Noch de redelijke noodzaak noch de redelijke omvang van gestelde werkzaamheden en/of kosten valt in zo’n geval te bepalen. Veeleer is hetgeen deswege ondernomen is, in zo’n geval te duiden als prematuur, nutteloos, althans weinig zinvol.

Wel had [gedaagde] op enig moment kunnen en moeten verwachten dat Q-Park het er niet bij zou laten zitten, zodat het uiteindelijk dagvaarden van [gedaagde] niet als rauwelijkse daad aangemerkt kan worden.

Een en ander betekent dat de vordering van Q-Park zal worden toegewezen met uitzondering van de door haar gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten en met uitzondering van de post wettelijke rente tot 7 april 2011.

[gedaagde] dient wel, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, de kosten van het geding te dragen.

BESLISSING

Veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 119,87, vermeerderd met de wettelijke naar hierover vanaf 7 april 2011 tot de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de kosten van het geding, aan de zijde van Q-Park tot deze uitspraak in totaal begroot op € 249,31, waaronder een bedrag van € 60,-- ter zake van salaris en noodzakelijk gemaakte verschotten van de gemachtigde van Q-Park.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. STAAL, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

HP