Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BW6767

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
24-08-2011
Datum publicatie
29-05-2012
Zaaknummer
437260 BM VERZ 11-1105
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opheffing beschermingsbewind pas nadat geruime tijd is gebleken dat rechthebbende zelf zijn vermogensrechterlijke belangen weer behoorlijk waar kan nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

Zaaknr: 437260 BM VERZ 11-1105

BMnr: 27279

Typ: WE

24 augustus 2011

beschikking opheffing bewind

op verzoek van

[rechthebbende]

geboren te [geboorteplaats] op [1960]

wonend te [adres]

verder ook te noemen rechthebbende.

Het verzoek strekt tot opheffing van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan rechthebbende.

verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- een verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 14 juni 2011;

- een reactie van de bewindvoerder, ter ontvangen op 21 juli 2011.

De rechthebbende en de bewindvoerder zijn gehoord op 24 augustus 2011.

de standpunten van partijen

Rechthebbende geeft aan dat hij de kosten van het bewind erg hoog vindt (bijna € 100,00 per maand) en dat de communicatie met de bewindvoerder moeilijk verloopt. Hij acht zichzelf weer in staat het zelf te doen. Hij zou op dit moment een schuldenlast hebben van € 3500,00.

Hij geniet een bijstandsuitkering naar de norm van een eenoudergezin en is vrijgesteld van de arbeids- en sollicitatieplicht. Hij verricht op dit moment vrijwilligerswerk.

De bewindvoerder heeft aangegeven dat het verzoek hem verbaast. Na een schone lei in de WSNP in 2008 zijn er voorafgaand aan de instelling van het bewind weer aanzienlijke schulden ontstaan. Bij de boedelbeschrijving is een schuldenlijst van ruim € 9000,00 gevoegd. De eerste rekening en verantwoording moet nog worden gemaakt.

Rechthebbende heeft moeite met het regelen van zijn zaken en heeft vier puberende kinderen thuis. Er is regelmatig contact met zijn begeleider van het maatschappelijk werk. Er zijn door de begeleider nooit klachten geuit. Voor de bewindskosten is bijzondere bijstand aangevraagd.

Rechthebbende krijgt nu weekgeld. De bewindvoerder is bereid mee te werken aan een programma waarbij rechthebbende de kans krijgt te laten zien dat hij zijn financiën zelf kan regelen. Dit kan door van weekgeld over te stappen op leefgeld per veertien dagen en bij gebleken succes op maandgeld. Gaat alles dan nog steeds goed dan zal rechthebbende in staat worden gesteld ook langzamerhand de betaling van zijn vaste lasten zelf te gaan doen.

beoordeling

Het bewind is ingesteld bij beschikking van 17 maart 2010.

Rechthebbende betwist niet dat er na de beëindiging van de WSNP met een schone lei in 2008 weer nieuwe schulden zijn ontstaan en dat hij op dit moment alleen de verantwoordelijkheid draagt voor een correcte besteding van zijn wekelijkse leefgeld.

De kantonrechter acht het van groot belang de rechthebbende en zijn minderjarige kinderen te beschermen tegen het ontstaan van nieuwe schulden omdat een nieuwe toelating tot de WSNP binnen tien jaar na verlening van de schone lei niet mogelijk is.

De kantonrechter is van oordeel dat daarom eerst een begin moet worden gemaakt met het uitkeren van een groter bedrag aan leefgeld waarmee rechthebbende een langere periode toe moet komen. Daarna moet ook blijken dat rechthebbende zelf in staat is correct alle inkomensverruimende maatregelen aan te vragen. Indien blijkt dat rechthebbende geruime tijd in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen weer zelf behoorlijk waar te nemen, dat wil zeggen geen nieuwe schulden laat ontstaan, kan het bewind worden opgeheven.

Het verzoek dient op dit moment dan ook te worden afgewezen.

beslissing

De kantonrechter wijst het opheffingsverzoek af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. W.E. Elzinga, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker(s) en degene aan wie een afschrift van de beschikking (door de griffier) is verstrekt

of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.