Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BV0386

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-12-2011
Datum publicatie
09-01-2012
Zaaknummer
166213 / OT RK 11-1914 en 166216 / OT RK 11-1916
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging gesloten uithuisplaatsing; geldigheid indicatiebesluit; oude indicatiebesluit verliest gelet op artikel 3, lid 4 Wjz geldigheid op 4 januari 2012 en kan geen grondslag bieden voor de machtiging uithuisplaatsing. Ter zitting is een 'concept-indicatiebesluit' overgelegd, waaruit niet blijkt dat het aanspraken op gesloten jeugdzorg betreft. Dat betekent dat met het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen niet kan worden bewerkstelligd wat bjz voor ogen staat, namleijk dat de kinderrechter machtiging verleent ter effectuering van aanspraken op gesloten jeugdzorg, die aan een (nog) niet genomen en in werking getreden indicatiebesluit zouden moeten worden ontleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 23 december 2011

Zaaknummers: 166213 / OT RK 11-1914 en 166216 / OT RK 11-1916

BESCHIKKING OP VERZOEK VERLENGING ONDERTOEZICHTSTELLING

EN VERLENGING MACHTIGING TOT UITHUISPLAATSING

De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven met betrekking tot de minderjarige:

[Naam minderjarige], geboren te [geboorteplaats], thans gemeente [gemeente] op [1994],

verder te noemen [de minderjarige],

advocaat: mr. L.E.I.K. Jaminon, kantoorhoudende te Echt.

kind van:

[Naam moeder],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente], [adres]

en

[Naam vader], geen belanghebbende.

1. Verloop van de procedure

Op 4 november 2011 heeft de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te Roermond, verder te noemen bureau jeugdzorg, een verzoekschrift tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 20 december 2011.

2. Vaststaande feiten

[de minderjarige] is op [1994] te [geboorteplaats] uit de moeder geboren. De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit.

Sinds de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Maastricht van 4 januari 2011 staat [de minderjarige] onder toezicht van bureau jeugdzorg. Bij beschikking van 28 juni 2011 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] uitgesproken tot 4 januari 2012.

Bij beschikking van 5 augustus 2011 heeft de kinderrechter met ingang van 4 juli 2011 machtiging verleend tot plaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling, derhalve tot 4 januari 2012.

Van die beschikking is [de minderjarige] in hoger beroep gekomen.

Bij beschikking van 26 oktober 2011 heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch de beschikking van de kinderrechter van de rechtbank Maastricht van 5 augustus 2011 bekrachtigd.

3. Verzoek, grondslag en verweer

Bureau jeugdzorg heeft op de daartoe aangevoerde gronden verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor een periode tot 21 juni 2012 en op grond van artikel 29b van de Wet op de jeugdzorg, machtiging uithuisplaatsing ten behoeve van [de minderjarige] af te geven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg conform het bijgevoegde indicatiebesluit.

[de minderjarige], die zichzelf het liefst ziet wonen in het gezin van haar vriend, heeft bij monde van haar advocaat gemotiveerd verweer gevoerd tegen de machtiging tot uithuisplaatsing, waarop de kinderrechter, voor zover relevant, hierna zal ingaan.

4. Beoordeling

Uit de stukken en uit de verklaringen ter zitting blijkt dat de gronden voor ondertoezichtstelling van [de minderjarige] nog aanwezig zijn, zodat het verzoek, voor zover het daartoe strekt en waartegen [de minderjarige] zich niet verzet, voor toewijzing gereed ligt.

Ingevolge artikel 5, tweede lid, aanhef en onder a van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) behoort tot de taak van bureau jeugdzorg het vaststellen of een cliënt is aangewezen op jeugdzorg waarop ingevolge de Wjz aanspraak bestaat. Het besluit waarbij wordt vastgesteld dat een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wjz wordt aangeduid als het indicatiebesluit.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c van de Wjz moet bureau jeugdzorg, indien het een indicatiebesluit neemt daarbij in ieder geval aangeven: de termijn gedurende welke de aanspraak geldt nadat de in het besluit voorziene zorg is aangevangen (de geldigheidstermijn). Ingevolge artikel 6 lid 1 aanhef en onder d van de Wjz dient bureau jeugdzorg bij het indicatiebesluit in ieder geval aan te geven: de termijn gedurende waarbinnen de aanspraak tot gelding moet zijn gebracht (de verzilveringstermijn).

Bureau jeugdzorg heeft tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek een nieuw 'indicatiebesluit' overgelegd dat blijkens de daarop gegeven toelichting ertoe strekt voor [de minderjarige] een nieuwe aanspraak te vestigen, aanvankelijk op verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg (Icarus) tot (uiterlijk) 1 maart 2012 en in aansluiting daarop, totdat [de minderjarige] meerderjarig wordt, op verblijf in de vrouwenopvang van FIOM. Dat besluit luidt onder de rubriek "Aanspraak" en voor zover relevant als volgt:

Nieuwe aanspraken

Kenmerk aanspraak : A-C74-B0W7Q

Grondslag : nieuwe aanspraak

Zorgvorm : verblijf accommodatie zorgaanbieder 24 uur

Hulp gericht aan : jeugdige

Geldigheid : zeven maanden

Datum start geldigheid : De datum waarop de geldigheid van de aanspraak start wordt ingevoerd na afgifte van de machtiging

Datum einde geldigheid : De datum waarop de geldigheid van de aanspraak eindigt wordt ingevoerd na afgifte van de machtiging

Datum einde verzilveringstermijn : De datum einde verzilveringstermijn ligt 1 jaar na

[Datum start geldigheid]

Geadviseerde zorgaanbieder : Xonar

Bureau jeugdzorg heeft verder doen toelichten dat het hier in wezen geen nieuw indicatiebesluit betreft maar een, zoals de kinderrechter begrijpt, blauwdruk van een begin januari 2012 nog te nemen indicatiebesluit. Volgens bureau jeugdzorg hoeft een nieuw indicatiebesluit er ook nog niet te zijn omdat [de minderjarige] thans in Icarus verblijft op grond van de aanspraken die zij aan het (oude) indicatiebesluit van 27 april 2011 kan ontlenen en ter effectuering van welke aanspraken de kinderrechter op 5 augustus 2011 machtiging heeft verleend.

Voor zover bureau jeugdzorg zich op het standpunt stelt dat het indicatiebesluit van 27 april 2011 een toereikende grondslag kan bieden voor de door haar verzochte en door de kinderrechter te verlenen machtiging, is dat onjuist. Bureau jeugdzorg gaat eraan voorbij dat dat indicatiebesluit gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wjz zijn geldigheid verliest op 4 januari 2012.

Ook voor het overige is het standpunt van bureau jeugdzorg in deze zaak niet juist, zoals de kinderrechter van deze rechtbank eerder in soortgelijke zaken heeft overwogen (bijvoorbeeld op 18 februari 2010, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl LJN: BL8293). Uit artikel 29b, vierde lid, van de Wjz volgt immers, voor zover hier van belang, dat een machtiging voor gesloten jeugdzorg slechts kan worden verleend indien bureau jeugdzorg een besluit als bedoeld in artikel 6, eerste lid, heeft genomen dat strekt tot verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Bovendien volgt uit artikel 1:261, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek dat, indien de uithuisplaatsing betrekking heeft op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wjz, het verzoek is gericht op de effectuering van het indicatiebesluit en voorts dat het indicatiebesluit bij het verzoek moet worden overgelegd. Vast staat dat het indicatiebesluit er in deze zaak niet is. Dat betekent dat bureau jeugdzorg met het verzoek een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen, hoe dan ook, niet kan bewerkstellingen wat haar kennelijk voor ogen heeft gestaan, namelijk dat de kinderrechter een machtiging verleent ter effectuering van aanspraken op gesloten jeugdzorg die aan een (nog) niet genomen en in werking getreden indicatiebesluit zouden moeten worden ontleend.

Het verzoek, voor zover dat strekt tot het verlenen van een machtiging tot gesloten plaatsing dient derhalve te worden afgewezen.

De kinderrechter voegt hieraan toe, ten overvloede, dat hem uit het door bureau jeugdzorg ter zitting overgelegde 'concept-indicatiebesluit' en de daarin geformuleerde aanspraken overigens niet is kunnen blijken dat het gaat om aanspraken op gesloten jeugdzorg.

5. Beslissing

Verlengt de termijn waarvoor voornoemde minderjarige onder toezicht is gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg met ingang van 4 januari 2012 voor de periode tot aan het bereiken van de meerderjarige leeftijd van [de minderjarige], derhalve tot 21 juni 2012.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, kinderrechter, en in het openbaar op 23 december 2011 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

FG

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.