Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BU9706

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
28-12-2011
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
700220/11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. De betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten is enkel terug te voeren op de verklaring van zijn medeverdachte. Nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is, spreekt de rechtbank verdachte vrij

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700220-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 december 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te[adres verdachte].

Raadsman is mr. P.J.M. Bongaarts, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 27 september 2011 en 14 december 2011, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander door middel van geweld en/of bedreiging met geweld diverse spullen van [naam slachtoffer] heeft gestolen.

Feit 2: samen met een ander door middel van geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van diverse spullen.

Feit 3: samen met een ander heeft geprobeerd om aan [naam slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel [naam slachtoffer] heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2 en 3 primair wettig en overtuigend bewezen. Er is weliswaar de nodige onduidelijkheid over de fotoconfrontatie en verdachte is hier niet eenduidig op herkend, maar volgens haar is er toch voldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte te veroordelen voor alle drie de feiten. De officier van justitie baseert haar standpunt op de aangifte van [naam slachtoffer] waaruit blijkt dat hij door twee mannen is overvallen en is afgeperst. Deze twee mannen hebben daarbij geweld toegepast.[naam slachtoffer] heeft verklaard dat één van de mannen [B.] genoemd werd. Uit de verklaringen van de medeverdachte [naam medeverdachte] en de getuige [naam getuige] blijkt dat het gaat om [naam verdachte], zijnde verdachte.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van mening dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Verdachte moet derhalve worden vrijgesproken. De enige verklaring die belastend is voor verdachte is de verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte]. Deze verklaring is volgens de raadsman onbetrouwbaar. [naam medeverdachte] is getraumatiseerd, lijdt aan een alcoholverslaving en zijn verklaring strookt niet met de verklaringen van de getuige [naam getuige]. Uit de verklaring van [naam slachtoffer] blijkt dat de andere man gedurende de overval allerlei details over zichzelf/zijn leefomstandigheden heeft verteld die niet overeenkomen met (het leven van) verdachte. Tot slot heeft de getuige [naam getuige] verklaard dat de tweede man lang, geblondeerd haar had, hetgeen niet overeenkomt met het uiterlijk van verdachte en heeft noch [naam slachtoffer] noch [naam getuige] verdachte herkend bij een fotoconfrontatie.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Uit de aangifte van [naam slachtoffer] blijkt dat hij in de nacht van woensdag 16 maart 2011 op donderdag 17 maart 2011 door twee mannen is overvallen en afgeperst. Daarbij hebben deze mannen geweld gebruikt en hebben ze [naam slachtoffer] bedreigd.

[naam slachtoffer] heeft één van de mannen herkend als zijn overbuurman, [naam medeverdachte]. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de andere persoon is die bij de overval betrokken is geweest. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Zij stoelt dit oordeel op het navolgende.

[naam slachtoffer] heeft verklaard dat de andere overvaller [“B.]” heet. Deze naam heeft hij echter niet uit eigen wetenschap. De naam [B] is genoemd door de medeverdachte [naam medeverdachte]]. De verklaring van aangever kan dus niet als zelfstandige grond voor de betrokkenheid van verdachte gelden. Door de getuige[naam getuige] is verklaard dat de [B]” die [naam medeverdachte] bedoelt, [naam verdachte] met de achternaam heet, zijnde verdachte. De rechtbank is het met de raadsman eens dat de verklaring van [naam getuige] weliswaar naar verdachte wijst, maar dat deze verklaring niet kan dienen als bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval. Over enige betrokkenheid van verdachte bij de overval heeft [naam getuige] immers niets verklaard. In feite is er alleen de verklaring van [naam medeverdachte], waaruit de betrokkenheid van verdachte zou kunnen blijken. Dit is onvoldoende wettig bewijs voor een veroordeling.

Daar komt bij dat uit de fotoconfrontaties die zijn gehouden met [naam slachtoffer] (die een aantal uren in de nabijheid van de overvallers heeft doorgebracht) en de getuige [naam getuige] (die de overvallers even heeft gezien) niet eenduidig kan worden afgeleid dat [naam slachtoffer] en/of [naam getuige] verdachte als dader heeft/hebben aangewezen. Ten slotte is er nog het gegeven dat de persoonlijke informatie die de dader – niet zijnde [naam medeverdachte] – tijdens de overval over zichzelf heeft prijsgegeven niet overeenkomt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Dit alles brengt met zich dat de rechtbank ook niet de overtuiging heeft dat verdachte één van de beide daders is van de overval op [naam slachtoffer].

Het feit dat de medeverdachte [naam medeverdachte] tijdens een politietransport een foto van verdachte heeft gezien en toen heeft gezegd: “das is Jungen, das ist [B.]”, brengt in het bovenstaande geen wijziging. Ook deze aanwijzing naar verdachte als dader is immers weer van [naam medeverdachte] afkomstig.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij zal hem dan ook daarvan vrijspreken.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. J.A.A.C. Claessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Luthuli, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 december 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 17 maart 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een telefoon en/of een bestekkoffer en/of een beurs met inhoud en/of sleutels en/of gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal slaan van die [naam slachtoffer] en/of het uitdrukken van (een) sigaret(en) op de rug van die [naam slachtoffer] en/of het dreigend zeggen tegen die [naam slachtoffer] - zakelijk weergegeven -dat hij vermoord zou worden en/of dat hij niet levend van de kamer af zou komen;

2.

hij op of omstreeks 17 maart 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 100 EURO en/of een pannenset en/of een kachel en/of een bestekkoffer, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het meermalen, althans een maal slaan van voornoemde [naam slachtoffer] en/of het uitdrukken van (een) sigaret(en) op de rug van die [naam slachtoffer] en/of en/of het dreigend zeggen tegen die [naam slachtoffer] - zakelijk weergegeven - dat hij vermoord zou worden en/of dat hij niet levend van de kamer af zou komen;

3.

hij op of omstreeks 17 maart 2011 in de gemeente Heerlen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen althans eenmaal, die [naam slachtoffer] tegen het hoofd heeft geslagen en/of meermalen, althans eenmaal, (een) brandende sigaret(ten) tegen de rug van die [naam slachtoffer] heeft geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 17 maart 2011 in de gemeente Heerlen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]), tegen het hoofd heeft geslagen en/of (een) brandende sigaret(ten) tegen de rug heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden