Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BU8234

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-12-2011
Datum publicatie
15-12-2011
Zaaknummer
166548 / OT RK 11-2011
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partiële vernietiging indicatiebesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 6 december 2011

Zaaknummer: 166548 / OT RK 11-2011

BESCHIKKING OP VERZOEK ONDERTOEZICHTSTELLING EN

MACHTIGING UITHUISPLAATSING

De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven met bet[de minderjarige]ing tot de minderjarige:

[Naam minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [2007], verder te noemen: [de minderjarige],

kind van:

[Naam moeder], wonende op een geheim adres,

verder te noemen: de moeder,

advocaat mr. L. Saritas,

en

[Naam vader], wonende te [postcode en woonplaats], [adres],

verder te noemen: de vader,

advocaat mr. J. Patelski.

Belanghebbenden zijn voorts:

De heer en mevrouw [naam belanghebbenden], wonende te [postcode en woonplaats], [adres],

verder te noemen: de grootouders vaderszijde, verder te noemen: de pleegouders.

1. Verloop van de procedure

Op 17 november 2011 heeft de Raad voor de Kinderbescherming te Maastricht, verder te noemen: de raad, een verzoekschrift tot ondertoezicht¬stelling en machtiging uithuisplaatsing ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van 6 december 2011.

Ter zitting van 6 december 2011 heeft de advocaat namens de vader nadere stukken ingediend.

2. Vaststaande feiten

[de minderjarige] is geboren uit de inmiddels beëindigde relatie tussen de moeder en de vader. [de minderjarige] is erkend door de vader.

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [de minderjarige] uit. [de minderjarige] verblijft bij de pleegouders.

3. Verzoek, grondslag en verweer

3.1

De raad heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] uit te spreken voor een periode van een jaar en een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen bij pleegouder(s) voor de duur van de ondertoezichtstelling.

3.2

Ter onderbouwing van het verzoek heeft de raad verwezen naar de bij het verzoek gevoegde motivering en rapportage.

Ter zitting heeft de raad nog gemeld dat er al langere tijd problemen zijn rondom de ouders van [de minderjarige]. Er is sprake van een belast verleden. De in het verleden aan het gezin geboden vrijwillige hulpverlening is ontoereikend gebleken. [de minderjarige] ontwikkelt zich lovenswaardig goed bij de pleegouders. De gezinsvoogd dient een sturende rol te krijgen, vooral om ervoor te zorgen dat de pleegouders zich kunnen richten op hun opvoedende taak.

3.3

Ter zitting heeft de advocaat namens de moeder verweer gevoerd als volgt:

De moeder stemt in met het verzoek tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige]. De moeder verzet zich tegen het verzoek tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], als deze zou plaatsvinden bij de pleegouders. Indien de uithuisplaatsing bij andere pleegouders zou zijn, stemt de moeder wel in met het verzoek tot uithuisplaatsing. Het bezwaar van de moeder tegen plaatsing van [de minderjarige] bij de pleegouders is dat de vader, voor wat de contacten met [de minderjarige] betreft, ten opzichte van haar zou worden bevoordeeld. Tot voor kort was er telefonisch contact van de moeder met [de minderjarige], maar omdat dit niet neutraal was omdat het via de pleegouders ging, wordt dit contact momenteel via de kinderopvang verzorgd.

3.4

Ter zitting heeft de advocaat namens de vader ingestemd met het verzochte.

3.5

Ter zitting hebben de pleegouders aangegeven dat zij instemmen met het verzochte. De pleegouders merken op dat zij nooit hebben gezegd dat er geen contact tussen de moeder en [de minderjarige] mag zijn.

4. Beoordeling

Uit de stukken en uit de verklaringen ter zitting blijkt dat aan de gronden voor ondertoezicht¬stelling is vol¬daan, nu er sprake is van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van [de minderjarige]. [de minderjarige] is een kwetsbaar kind met gedragsproblemen en een hechtingsstoornis. Er is sprake van ex-partnerproblematiek tussen de ouders, gecombineerd met persoonlijke problematiek bij beide ouders en opvoedingsonmacht. De ouders staan beiden ambivalent tegenover de hulpverlening.

Het verzoek tot ondertoezichtstelling van [de minderjarige] zal daarom worden toegewezen.

De kinderrechter is voorts van oordeel dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. Naar het oordeel van de kinderrechter is [de minderjarige] het meest gebaat bij voortzetting van plaatsing bij de pleegouders. De kinderrechter voegt hier nog aan toe dat het van groot belang is dat er een reële mogelijkheid wordt geboden voor contact tussen [de minderjarige] en zijn beide ouders. Belangrijk is dan ook dat de pleegouders ter zitting hebben aangegeven dat zij naast de vader ook de moeder deze mogelijkheid zullen bieden.

Zoals ter zitting is besproken, stelt de kinderrechter ten slotte vast dat het indicatiebesluit, ter effectuering waarvan het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing is ingediend, voorziet in voortzetting van de aanspraak op verblijf in een pleeggezin 24-uurs tot 17 november 2094. De kinderrechter neemt aan dat bureau jeugdzorg hiermee heeft bedoeld het pleeggezin aan te merken als perspectiefbiedend en om die reden de duur waarvoor de zorg is geïndiceerd niet aan een termijn heeft verbonden.

In artikel 23 lid 1 onder a van het Uitvoeringsbesluit wet op de jeugdzorg is bepaald dat de in het indicatiebesluit vast te leggen termijn gedurende welke de aanspraak geldt ten hoogste een jaar bedraagt na de datum waarop de zorg waarin het indicatiebesluit voorziet, is aangevangen, tenzij het betreft: verblijf bij een pleegouder van een jeugdige die al langer dan twee jaar bij eenzelfde pleegouder verblijft en voorzien wordt dat van terugkeer naar het gezin van herkomst geen sprake kan zijn.

Uit de stukken, waaronder het indicatiebesluit, blijkt dat [de minderjarige] sinds juli 2010, en derhalve voor een periode van minder dan twee jaar, bij de pleegouders verblijft. Gelet op de geciteerde bepaling heeft dit tot gevolg dat de termijn gedurende welke het indicatiebesluit aanspraak op pleegzorg biedt ten hoogste een jaar mag bedragen. De kinderrechter zal het indicatiebesluit dan ook vernietigen voor zover de geldingsduur daarvan de periode van één jaar overschrijdt.

5. Beslissing

De kinderrechter:

stelt voornoemde minderjarige met ingang van 6 december 2011 onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg voor de termijn van één jaar;

vernietigt het indicatiebesluit, voor zover dit aanspraak geeft op verblijf pleeggezin 24 uurs voor een langere periode dan één jaar;

verleent machtiging tot plaatsing van [de minderjarige] met ingang van 6 december 2011 voor de termijn van één jaar bij pleegouder(s);

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.E. Bakker, kinderrechter, en in het openbaar op 6 december 2011 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.