Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BU6439

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
30-11-2011
Datum publicatie
30-11-2011
Zaaknummer
03-853049-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval tussen vrachtwagen en fietser. Gelet op de omstandigheden van dit geval wordt de vrachtwagenchauffeur vrijgesproken ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit (artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994) en ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde (artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994). De rechtbank acht hem niet strafbaar wegens afwezigheid van alle schuld, aangezien hij heeft gehandeld, zoals redelijkerwijs van hem als beroepschauffeur in die omstandigheden verwacht mocht worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/54

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/853049-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 november 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

wonende te [adres verdachte].

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 november 2011. Tegen de verdachte is verstek verleend. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij [naam slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, te weten dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte rechtsaf is geslagen, terwijl hij niets in zijn spiegels kon zien door de hevige regenval. Zij is van mening dat verdachte hiermee een risico heeft genomen. Daarbij komt dat verdachte een vrachtauto bestuurde, waardoor kleine inschattingsfouten grote gevolgen kunnen hebben. Gelet op de aanwezigheid van een fietspad had verdachte rekening moeten houden met de mogelijkheid dat zich daar (een) fiets(st)er(s) zouden bevinden.

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van drie weken en een rijontzegging voor de duur van zes maanden.

3.2 Het oordeel van de rechtbank

Op 6 oktober 2009 heeft een verkeersongeval plaatsgevonden op de kruising van de Mauritslaan met de Groenseykerstraat, gelegen in Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen. Verdachte reed, als bestuurder van een vrachtauto, over de Mauritslaan richting Beek en was voornemens rechtsaf te slaan. Op het moment dat het verkeerslicht op de Mauritslaan groen licht uitstraalde, trok verdachte op en reed langzaam, met een snelheid oplopend van 0 km tot 15 km per uur, rechtsaf de Groenseykerstraat in. Op hetzelfde moment reed de bestuurster van een fiets over de fietsstrook aan de rechterzijde van de Mauritslaan rechts naast de vrachtauto en was voornemens haar weg rechtdoor te vervolgen. De fietsster werd aan de linkerzijde aangereden. De fiets raakte samen met de fietsster onder de reserveband van de vrachtauto ingeklemd en zij schoven enkele meters met de vrachtauto mee. In verband met wegwerkzaamheden was de betonnen sluitband van het trottoir van de kruising van de Mauritslaan met de Groenseykerstraat opgebroken en waren langs de verwijderde trottoirtegels rood-wit gemarkeerde bakens geplaatst. Ten tijde van de aanrijding was het zwaarbewolkt en was er sprake van hevige regenval. Het wegdek stond blank. Het zicht vanaf de bestuurderszitplaats van de vrachtauto werd belemmerd door de langs de ramen stromende regen. Verdachte had volgens het proces-verbaal VerkeersOngevalsanalyse ,een aanrijding kunnen voorkomen door alvorens rechtsaf te slaan in de spiegels aan de rechterzijde van zijn voertuig te kijken, tijdig zijn voertuig tot stilstand te brengen en de rechts naast hem, rechtdoorgaande fietsster voor te laten gaan.

Verdachte heeft verklaard dat hij over de Mauritslaan reed en rechtsaf wilde slaan, de Groenseykerstraat in. Hij keek in zijn spiegels, maar zag niets omdat er regendruppels op de spiegel zaten. Hij hoorde een tik en zag dat er een aanrijding was ontstaan tussen hem en een fietsster.

Getuige [K.] heeft verklaard dat zij zag dat een vrachtauto rechtsaf de Groenseykerstraat op wilde rijden. Zij zag ook een fietsster die rechtdoor wilde rijden. Zij zag dat de fietsster op een gegeven moment onder de zijkant van de vrachtauto terecht kwam en een stuk werd meegetrokken.

De belangrijkste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of deze fout van verdachte aanmerkelijke schuld oplevert, zoals primair ten laste is gelegd. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit niet het geval is en overweegt hiertoe het volgende.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte één verkeersfout heeft gemaakt. Verdachte heeft niet goed opgelet en daardoor de fietsster over het hoofd gezien, terwijl hij deze fietsster wel had moeten zien.

Op zichzelf kan een enkele verkeersfout voldoende zijn voor een bewezenverklaring van aanmerkelijke schuld (in de vorm van onoplettendheid en/of onvoorzichtigheid), maar daarbij geldt als algemeen uitgangspunt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het ongeval kan worden afgeleid dat deze schuld ook aanmerkelijk is (vide de uitspraak van de Hoge Raad van 1 juni 2004, gepubliceerd onder LJN-nummer AO5822).

Dit betekent dat de rechtbank ten aanzien van de verkeersfout van verdachte - los van de ernstige gevolgen - moet beoordelen of er overige factoren zijn die maken dat deze fout zo ernstig is dat dit aanmerkelijke onoplettendheid of onvoorzichtigheid oplevert.

De rechtbank is van oordeel dat deze enkele verkeersovertreding niet van dien aard en ernst is dat daaruit kan worden afgeleid dat de verdachte aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gereden. Zij zal verdachte dan ook vrijspreken van het primaire verwijt. Wél acht de rechtbank het subsidiair ten laste gelegde bewezen.

3.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 06 oktober 2009 in Geleen, in de gemeente Sittard-Geleen, als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee rijdende op de weg, de Mauritslaan, gaande in de richting van Beek en gekomen bij de kruising van die Mauritslaan met de Groenseykerstraat, naar rechts is afgeslagen teneinde de Groenseykerstraat in of op te rijden, op het moment dat een fietsster, welke reed op voornoemde Mauritslaan en voornemens was op voornoemde kruising rechtdoor te rijden, zich rechts naast het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig bevond zodat een aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die fietsster, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

subsidiair:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van verdachte

Volgens het proces-verbaal VerkeersOngevalsanalyse was er ten tijde van het ongeval sprake van hevige regenval en stond het wegdek blank. De buitenspiegels van de vrachtauto stonden juist afgesteld. Er waren geen camera’s op het voertuig van verdachte aanwezig. Bij het rechtsaf slaan heeft verdachte naar eigen zeggen langzaam gereden. Er zijn geen aanwijzingen om het tegendeel aan te nemen. Voorts heeft verdachte zowel vlak voor de bocht als tijdens de bocht in zijn spiegels gekeken. Aannemelijk is geworden dat het slachtoffer zich voorafgaande aan het ongeval op een plaats naast de vrachtauto bevond, waar verdachte haar onder normale weersomstandigheden had kunnen zien en ook zou hebben gezien, aangezien hij goed in zijn juist afgestelde spiegels heeft gekeken.

Verdachte heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij bij het spiegelen niets zag, omdat er regendruppels op de spiegels zaten. Verdachte had zich bewust behoren te zijn van het daarmee gepaard gaande gevaar dat juist fietsers rechts naast zijn vrachtauto aan zijn zicht onttrokken zouden kunnen zijn. Hieruit vloeit voort dat verdachte in beginsel de spiegels, die zicht boden op de rechterkant van zijn vrachtauto, had moeten drogen. Daartoe had hij op de bijrijderstoel moeten gaan zitten om vandaar uit de buitenspiegels droog te wrijven. Zelfs al zou verdachte op de bijrijderstoel zijn gaan zitten en de buitenspiegels hebben gedroogd, dan nog zouden onder voormelde extreme weersomstandigheden – er is immers sprake van stromende regen – de spiegels weer onder de regendruppels zitten en hem wederom geen zicht bieden, als hij weer op zijn bestuurderstoel zou zijn gaan zitten. Voor verdachte resteerde derhalve als enige optie om ter plekke stil te blijven staan. De rechtbank acht dat geen aanvaardbare optie.

In de gegeven omstandigheden heeft verdachte al die handelingen verricht die redelijkerwijs van hem als beroepschauffeur verwacht mochten worden. Nu aldus sprake is van afwezigheid van alle schuld, is verdachte niet strafbaar en dient hij te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. M.E. Kramer en

mr. I.P. de Groot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 november 2011.

Buiten staat

Mr. I.P. de Groot is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 06 oktober 2009, in de gemeente Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmede rijdende over de weg, de Mauritslaan gaande in de richting van Beek en gekomen bij de kruising van die Mauritslaan met de Groenseykerstraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig of onoplettend,

naar rechts af te slaan teneinde de Groenseykerstraat in of op te rijden, op het moment dat een fietsster, welke reed op voornoemde Mauritslaan en voornemens was op voornoemde kruising rechtdoor te rijden, zich rechts voor danwel rechts naast het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig bevond zodat een aanrijding of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die fietsster

door welk verkeersongeval [naam slachtoffer], zijnde die fietsster, zwaar lichamelijk letsel (enkelfractuur en bekkenfractuur) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 06 oktober 2009, in de gemeente Geleen, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee rijdende op de weg, de Mauritslaan gaande in de richting van Beek en gekomen bij de kruising van die Mauritslaan met de Groenseykerstraat

naar rechts is afgeslagen teneinde de Groenseykerstraat in of op te rijden, op het moment dat een fietsster, welke reed op voornoemde Mauritslaan en voornemens was op voornoemde kruising rechtdoor te rijden, zich rechts voor danwel rechts naast het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig bevond zodat een aanrijding of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die fietsster,

door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd.