Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BU4967

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-11-2011
Datum publicatie
18-11-2011
Zaaknummer
03/700687-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: Verdachte wordt vrijgesproken van de verdenking dat hij zijn reisdocument aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700687-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 november 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. J.J.M. Heuvelmans, advocaat te Simpelveld.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 oktober 2011 en 2 november 2011. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zijn vluchtelingenpaspoort ter beschikking heeft gesteld van [naam medeverdachte 6], met het oogmerk dat paspoort door [naam medeverdachte 6] dan wel [persoon 4] te doen gebruiken als ware het aan die [persoon 4] verstrekt.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat weliswaar vastgesteld kan worden dat het paspoort van verdachte gebruikt werd voor de smokkel van [persoon 4], maar niet kan worden vastgesteld dat verdachte met dat doel zijn paspoort aan [naam medeverdachte 6] verstrekte.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte zijn paspoort aan [naam medeverdachte 6] of [persoon 4] ter beschikking heeft gesteld. Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte op enigerlei wijze betrokken was bij de smokkel van [persoon 4].

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Aan verdachte is ten laste gelegd - kort weergegeven - dat hij in de periode van 1 december 2009 tot en met 28 september 2010, al dan niet samen met (een) ander(en) zijn (Irakees) paspoort ter beschikking heeft gesteld van [naam medeverdachte 6] met het oogmerk dit paspoort door die [naam medeverdachte 6] en/of [persoon 4] te doen gebruiken als ware het aan [persoon 4] verstrekt.

[persoon 4] heeft tijdens zijn verhoor op 28 september 2010 verklaard dat het kan dat hij negen maanden in België is. Hij was aan het begin van het jaar vertrokken. Op 16 november 2010 heeft [persoon 4] verklaard dat hij het Nederlandse paspoort van [naam verdachte] had gekocht en dat hij daarvan gebruik heeft gemaakt toen hij naar België kwam. [naam verdachte] had een paspoort waarin een stempel van een inreis in Irak was geplaatst. Op de eerste bladzijde van het paspoort stond een inreisvisum of stempel. Het betrof een Nederlands paspoort met een grijze kaft. Later tijdens het verhoor op 16 november 2010 heeft [persoon 4] verklaard dat hij op een Irakees paspoort op naam van [naam verdachte] maar met zijn eigen foto van Irak naar Iran en vervolgens via Turkije naar Brussel was gereisd. Hij had [naam verdachte] in Irak leren kennen. [naam verdachte] was gedetineerd in de gevangenis waar [naam medeverdachte 6] werkte.

De beschrijving die [persoon 4] geeft van het paspoort blijkt te kloppen met het paspoort van verdachte.

Verdachte heeft bij de politie wisselend verklaard over de vraag of hij in Irak een gevangenisstraf heeft moeten ondergaan. Tijdens zijn laatste verhoor als getuige bij de rechter-commissaris heeft verdachte verklaard dat hij in Irak een gevangenisstraf van drie jaar heeft gekregen en in de gevangenis heeft vastgezeten.

Verdachte heeft inhoudelijk verschillende verklaringen afgelegd over hoe zijn paspoort in het bezit van [naam medeverdachte 6] zou zijn gekomen.

De rechtbank acht aannemelijk dat [persoon 4] is gesmokkeld met gebruikmaking van het paspoort van verdachte. Weliswaar heeft verdachte verklaard dat hij zijn paspoort niet aan [naam medeverdachte 6] heeft gegeven, maar de verklaringen die verdachte geeft voor de wijze waarop zijn paspoort dan toch in het bezit van [naam medeverdachte 6] zou zijn gekomen wisselen nogal. De rechtbank acht de verklaring van verdachte op dit punt dan ook niet geloofwaardig. Verdachte heeft aanvankelijk verklaard er van overtuigd te zijn dat [naam medeverdachte 6] de toegangswachtwoorden van zijn, verdachtes, computer heeft onthouden en zo toegang heeft gekregen tot de mail op de computer en dat [naam medeverdachte 6] op die manier de kopie van het paspoort op zijn computer heeft gezet. In een later verhoor heeft verdachte verklaard dat [naam medeverdachte 6] misschien het paspoort uit zijn jasje heeft gehaald. Bij de rechter-commissaris heeft verdachte als getuige verklaard dat [naam medeverdachte 6] verdachtes paspoort heeft gezien omdat dat bij de computer van verdachte lag.

De verklaring van [persoon 4] daarentegen sluit aan bij de reisgegevens van reisbureau [naam reisbureau]. Uit door dit reisbureau verstrekte gegevens blijkt dat op 9 januari 2010 een enkele reis Istanbul-Brussel is geboekt op naam van [naam verdachte]. In het dossier is te lezen dat [persoon 4] op 9 januari 2010 asiel heeft aangevraagd.

[persoon 4] heeft verklaard dat hij in oktober/november 2009 aan de broer van verdachte had gevraagd of deze voor hem een identiteitskaart en een nationaliteitsverklaring van [naam verdachte] zou kunnen regelen. Ook heeft [persoon 4] verklaard dat [naam verdachte] het reisdocument heeft meegegeven aan een man en een vrouw die in Nederland wonen en die een reis hebben gemaakt naar Irak.

De tenlastelegging is toegespitst op artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht. Deze bepaling stelt - kort gezegd - strafbaar degene die een reisdocument ter beschikking stelt van een derde met het oogmerk het document door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt.

De rechtbank acht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, voldoende bewijs aanwezig dat verdachte zijn paspoort in de ten laste gelegde periode ter beschikking heeft gesteld van een ander. Echter niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte zijn paspoort ter beschikking heeft gesteld van [naam medeverdachte 6], zoals is ten laste gelegd, zodat verdachte om die reden van het aan hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. F.A.G.M. Vluggen en

mr. E.B.A. Ferwerda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 november 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2009 tot en met 28 september 2010 in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een aan hem of een ander verstrekt reisdocument, te weten een (Irakees) paspoort, ter beschikking heeft gesteld van [naam medeverdachte 6], met het oogmerk dat reisdocument door die [naam medeverdachte 6] en/of [persoon 4] te doen gebruiken als ware het aan die [persoon 4] verstrekt.