Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BU2928

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-10-2011
Datum publicatie
31-10-2011
Zaaknummer
03/702933-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Medeplegen overval op woning; vier jaar gevangenisstraf. Vrijspraak voor tweede woningoverval."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummers: 03/702933-11 en 03/700512-11 (ttzgev)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

Raadsman is mr. R.W.P. Krijnen, advocaat te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 oktober 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

In de zaak met parketnummer 03/702933-11:

samen met een ander of anderen door middel van geweld en/of onder bedreiging met geweld goederen heeft gestolen van [naam benadeelde partij 4];

In de zaak met parketnummer 03/700512-11:

samen met een ander of anderen door middel van geweld en/of onder bedreiging met geweld tegen [naam benadeelde partij 1] en [naam benadeelde partij 2] geld en goederen van [naam benadeelde partij 1] en/of [naam benadeelde partij 3] heeft gestolen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte de beide ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Hij heeft zich voor het bewijs dat verdachte [naam benadeelde partij 4] in haar woning heeft overvallen, onder meer gebaseerd op de aangifte van het slachtoffer, het rapport van het NFI met betrekking tot de resultaten van het DNA-onderzoek dat is verricht aan bij de woningoverval gebruikte tie-wraps, alsmede de bevindingen van de politie met betrekking tot een tijdens de overval ontvreemde gsm. Deze telefoon blijkt kort na de overval gebruikt door verdachte en het DNA-profiel van verdachte matcht met het DNA-mengprofiel dat is aangetroffen op de tie-wraps.

Voor het bewijs dat verdachte [naam benadeelde partij 1] en [naam benadeelde partij 2] in de woning van voornoemde [naam benadeelde partij 1] heeft overvallen heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de resultaten van het DNA-onderzoek van een haar, die is aangetroffen in een muts, welke door de daders is achtergelaten na de overval. Ook komt de modus operandi van deze overval volgens de officier van justitie overeen met de eerste overval. Samen met de aangifte van [naam benadeelde partij 1] en [naam benadeelde partij 2], waarin een beperkt signalement wordt gegeven van één van de daders, vormt dit voor de officier van justitie overtuigend bewijs.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte voor beide feiten moet worden vrijgesproken, omdat het bewijs in het dossier niet buiten twijfel aantoont dat het verdachte is geweest die de overvallen heeft gepleegd. Weliswaar bevat het dossier de nodige aanwijzingen van betrokkenheid (bijvoorbeeld de tie-wraps en de gsm in de zaak met parketnummer 03/702933-11 en het mutsje in de zaak met parketnummer 03/700512-11), maar volgens de raadsman kan op grond van die aanwijzingen niet gezegd worden dat verdachte ook daadwerkelijk bij de overvallen aanwezig is geweest. De overtuiging dat verdachte een van de daders is geweest, ontbreekt.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 03/702933-11

Op woensdag 5 januari 2011 is door [naam benadeelde partij 4] aangifte gedaan van een overval in haar woning op voornoemde dag in Kerkrade. Zij maakte omstreeks 19.50 uur, nadat er werd aangebeld, haar voordeur open en zag op dat moment een man op haar afkomen. De man duwde de deur verder open en zei tegen haar “naar binnen”. Hij gebaarde dat zij naar binnen moest gaan. Meteen daarna kwamen er nog twee mannen aan. De tweede man liep vervolgens langs de eerste man naar binnen en bleef voor haar staan. Deze man legde meteen een hand op haar ogen en zei “draaien”. Hij duwde meteen achter op haar hoofd en duwde haar hoofd omlaag. [naam benadeelde partij 4] had zich al omgedraaid en de man loodste haar naar de woonkamer, op de bank. De man hield toen weer meteen een hand voor haar ogen. De eerste persoon maakte vanachter de bank tie-wraps vast aan haar polsen op haar rug. Haar handen werden op haar rug over elkaar gedaan en vastgebonden. De tweede man plakte tape over haar mond. Toen de eerste persoon klaar was met haar handen, is hij naar haar benen gegaan. De tweede persoon stond nog steeds voor haar en trok haar sjaal over haar hoofd en ogen, zodat ze niets meer kon zien. De eerste persoon draaide de tape rond haar enkels. [naam benadeelde partij 4] heeft de derde man maar heel kort gezien, toen de mannen binnenkwamen. Toen zij door de tweede man de woonkamer in werd gedirigeerd, hoorde zij dat iemand de trap opliep. Zij hoorde veel gestommel in huis. Op een gegeven moment werd er aan de voordeur gebeld. Opeens voelde ze dat er een persoon achter haar stond en dat haar sjaal werd losgetrokken en over haar hoofd en ogen werd gedraaid. Ze kon in een oogopslag zien dat een persoon in gang stond. Ze voelde meteen dat er een hand strak op haar mond en neus werd geduwd, waardoor ze bijna geen lucht kreeg. Die persoon vroeg: “wie is dat?” Ze kon, omdat de tape onder haar lip los zat, zeggen dat ze bezoek kreeg. Ze hoorde iemand zeggen: “Ga kijken”, waarna een ander zei: “Ja, hallo”. Daarna was het stil en voelde ze dat ze werd losgelaten. Ze hoorde niets meer. Ze kon zich bevrijden en de buurman waarschuwen, die de politie belde.

Na de overval blijken uit de woning een beurs , twee horloges, drie ringen, een armband en een gsm van het merk Nokia 6700 classic (met I-mei code [code]) te zijn gestolen.

Door de politie is een onderzoek ingesteld in de woning van [naam benadeelde partij 4]. Op de bank worden twee aan elkaar verbonden zwarte kabelbinders gevonden, veiliggesteld en in beslag genomen. Na bemonstering op sporen wordt het monster door het Nederlands Forensisch Instituut onderworpen aan een DNA-onderzoek. Uit dit onderzoek blijkt dat het DNA-profiel van de verdachte matcht met het DNA-mengprofiel dat is aangetroffen in de bemonstering. Dit betekent dat het monster celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte, en van minimaal één andere onbekende persoon. Omdat niet zichtbaar is dat in het DNA-mengprofiel van alle cendonoren alle DNA kenmerken zichtbaar zijn, is een statistische evaluatie van de gevonden match niet mogelijk.

De tijdens de overval ontvreemde gsm van [naam benadeelde partij 4] is door de politie afgeluisterd na plaatsing van een zogenaamde spoedtap. Uit de tapgesprekken is gebleken dat deze telefoon op 7 en 8 januari 2011 was voorzien van een sim-card met het prepaidnummer [gsm nummer]. Vervolgens was vanaf 8 januari 2011 in deze telefoon de sim-card met het telefoonnummer [gsm nummer] geplaatst. Bij beluisteren van de gesprekken met de gestolen telefoon met daaraan gekoppelde telefoonnr. [gsm nummer] bleek dat enige gebruiker verdachte [naam verdachte] was.

Tijdens de doorzoeking op 11 maart 2011 in de woning van verdachte aan de [adres] te Heerlen heeft de politie in de slaapkamer van verdachte onder meer naast het bed een gsm van het merk Nokia met bovengenoemde I-mei code en een simkaart aangetroffen en in beslag genomen.

Verdachte heeft op 11 april 2011 bij de politie verklaard dat de op zijn slaapkamer aangetroffen zwarte Nokia met het telefoonnummer eindigend op 66 zijn telefoon is.

Met betrekking tot het telefoonnummer [gsm nummer] heeft verdachte aangegeven dat dit nummer van zijn zoon was en dat hij door dat kaartje in zijn telefoon te doen heeft gekeken of het nummer nog goed was, aangezien de telefoon van zijn zoontje in de wasmachine was geweest.

Overwegingen

Verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de overval op aangeefster [naam benadeelde partij 4].

Over de naast zijn bed aangetroffen telefoon heeft verdachte op 12 april 2011 bij de politie verklaard dat hij die anderhalve maand eerder had gekocht op straat van een jongen in Hoensbroek. Na confrontatie door de politie tijdens dat verhoor met het feit dat de gsm afkomstig is van een overval op een woning in Kerkrade, heeft verdachte een dag later, op 13 april 2011, bij de politie verklaard dat hij niet meer weet wanneer hij de telefoon heeft gekocht. Het kan volgens verdachte begin januari of begin maart zijn geweest. Omdat hij veel wiet rookt, zegt hij, heeft hij last van geheugenverlies.

Als verdachte tijdens zijn verhoor op 13 april 2011 wordt gevraagd naar tie-wraps, aangetroffen in zijn woning, zegt hij dat de tie-wraps aangetroffen in de berging van de klusjesman zijn en dat hij nooit tie-wraps in zijn handen heeft gehad.

De politie heeft verdachte op 19 april 2011vervolgens geconfronteerd met de resultaten van het DNA-onderzoek op de tie-wraps aangetroffen in de woning van [naam benadeelde partij 4]. De politie geeft verder aan dat de tie-wraps die in verdachtes woning zijn aangetroffen in de berging en op een keukenkastje soortgelijke tie-wraps zijn, als die in de woning van [naam benadeelde partij 4] zijn gebruikt en dat dit andere tie-wraps zijn, dan die door de klusjesman zijn gebruikt in verdachtes woning. Daarop verklaart verdachte dat hij tie-wraps die door het hele huis lagen, heeft opgeruimd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte over voornoemde telefoon en over tie-wraps wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Bovendien stelt de rechtbank vast, dat verdachte zijn verklaring telkens bijstelt, als hij wordt geconfronteerd met voor hem belastende feiten.

Voornoemde belastende feiten (met betrekking tot in de woning van [naam benadeelde partij 4] aangetroffen tie-wraps en de gestolen gsm) schreeuwen om een verklaring.

Voor zover verdachte hierover al verklaart, overtuigt dit de rechtbank, gelet op het voorgaande, niet en acht zij verdachtes verklaring ongeloofwaardig.

Ter terechtzitting heeft verdachte desgevraagd nog aangegeven niet te kúnnen verklaren, omdat hij anderen niet wil beschuldigen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat verdachte niet over de hem belastende feiten opheldering zou kunnen verschaffen, zónder daarbij anderen te belasten.

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen, alle in onderlinge samenhang bezien en in aanmerking genomen vorenstaande overwegingen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met twee onbekend gebleven personen schuldig heeft gemaakt aan de overval op de woning van [naam benadeelde partij 4], waarbij tegen haar geweld werd gebruikt en goederen werden ontvreemd.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

In de zaak met parketnummer 03/700512-11

Op 14 januari 2011 heeft [naam benadeelde partij 1] aangifte gedaan van een overval op 11 januari 2011 door meerdere personen in zijn woning aan de [adres] te Landgraaf. Tijdens de overval had [naam benadeelde partij 1] bezoek van een vriend, te weten [naam benadeelde partij 2]. Laatstgenoemde heeft ook aangifte gedaan. Aangever [naam benadeelde partij 1] heeft onder meer verklaard dat hij werd geschopt en getrapt en werd gekneveld aan armen en benen. [naam benadeelde partij 2] heeft onder andere verklaard dat hij werd geschopt, een vuurwapen tegen zijn hoofd kreeg en aan zijn handen en voeten werd vastgebonden. Volgens [naam benadeelde partij 1] is de hele woning inclusief de gagrage doorzocht en zijn tijdens de overval geld en sieraden ontvreemd.

Tijdens het sporenonderzoek is door de politie in de garage bij voornoemde woning een zwart wollen mutsje veiliggesteld en in beslag genomen. Aan de binnenzijde van de muts is een menselijk haar aangetroffen, welk haar na DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut afkomstig blijkt te zijn van verdachte.

Verdachte heeft ontkend de overval op [naam benadeelde partij 1] en [naam benadeelde partij 2] te hebben gepleegd. Over het bij de overval aangetroffen mutsje heeft hij ter terechtzitting verklaard dat hij een dergelijk mutsje heeft gehad, maar dat hij dit is kwijtgeraakt.

De rechtbank acht in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden om te concluderen dat verdachte ook deze overval heeft gepleegd.

Het in de muts aangetroffen haar van verdachte is het enige bewijs dat verdachte rechtstreeks in verband brengt met deze overval. Andere bewijsmiddelen waaruit blijkt dat verdachte één van de daders van de overval is geweest, heeft de rechtbank in het dossier niet aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is het onder de gegeven omstandigheden aangetroffen DNA van verdachte op de plaats delict en de verklaring van verdachte dat hij een soortgelijke muts heeft gehad, onvoldoende om tot een bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen. Immers, niet valt uit te sluiten dat een ander dan verdachte de muts tijdens de overval heeft gedragen.

De officier van justitie heeft nog aangevoerd dat de modus operandi bij de twee overvallen overeenkomt. De rechtbank overweegt dat de gehanteerde werkwijze bij de overvallen weliswaar overeenkomsten kent, maar ook op (wezenlijke) punten verschilt (zoals onder meer het gebruik van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp), zodat naar haar oordeel niet van eenzelfde modus operandi kan worden gesproken. Voor zover de overeenkomsten in de modus operandi al wijzen op een bepaalde dadergroep die overvallen pleegt, hoeft dat naar het oordeel van de rechtbank nog niet te betekenen dat telkens dezelfde personen als groep de overvallen pleegt.

De rechtbank concludeert op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, dan ook dat verdachte van dit ten laste gelegde feit moet worden vrijgesproken.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

In de zaak met parketnummer 03/702933-11

op 5 januari 2011 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beurs en een mobiele telefoon (merk/type Nokia 6700 Classic) en twee horloges en drie ringen en een armband, toebehorende aan [naam benadeelde partij 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [naam benadeelde partij 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- de ogen van die [naam benadeelde partij 4] afgedekt heeft en vervolgens

- het hoofd van die [naam benadeelde partij 4] omlaag heeft geduwd en vervolgens

- de polsen van die [naam benadeelde partij 4] met tie-wraps op haar rug heeft vastgebonden en vervolgens

- de mond van die [naam benadeelde partij 4] met tape heeft afgeplakt en vervolgens

- een shawl voor de ogen van die [naam benadeelde partij 4] heeft gebonden en

- de enkels van die [naam benadeelde partij 4] met tape heeft vastgebonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

In de zaak met parketnummer 03/702933-11

medeplegen van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen onderbouwd standpunt ingenomen met betrekking tot de strafmaat, nu hij vrijspraak heeft bepleit. Wel heeft hij aangevoerd dat de eis van de officier van justitie, gelet op de LOVS-richtlijnen met betrekking tot woninginbraken, zeer hoog is.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft samen met anderen een overval gepleegd op [naam benadeelde partij 4], een jonge vrouw die alleen aanwezig was in haar woning toen de overval plaatsvond. De woning is bij uitstek de plaats waar iemand zich rustig en veilig zou moeten kunnen voelen. [naam benadeelde partij 4] is in haar woning overrompeld door drie overvallers en is vervolgens gekneveld. Haar mond is met tape afgeplakt, haar enkels zijn met tape vastgebonden en haar handen zijn met tie-wraps op haar rug vastgebonden. Bij de overval zijn goederen gestolen.

Verdachte lijkt daarbij enkel zijn eigen financiële belangen voor ogen te hebben gehad. Hij heeft geen oog gehad voor de mogelijke gevolgen voor het slachtoffer. [naam benadeelde partij 4] heeft zich zeer ernstig bedreigd gevoeld en heeft, zo blijkt onder andere uit de schriftelijke slachtofferverklaring, doodsangsten uitgestaan. De overval heeft geleid tot een blijvend onveilig gevoel bij het slachtoffer. Zij slaapt daardoor slecht en ervaart daardoor ook op haar werk problemen.

Bij dit alles komt dat dergelijke feiten ook in de samenleving gevoelens van onveiligheid en onrust veroorzaken.

In het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) van februari 2011 is een oriëntatiepunt voor de strafmaat vastgesteld voor een overval op een woning waarbij sprake is van licht geweld/bedreiging, te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 jaar. Onder licht geweld wordt een enkele ruk/duw zonder noemenswaardig letsel verstaan. De rechtbank zal deze straf als uitgangspunt nemen voor de bestraffing van de onderhavige overval.

Als strafverzwarende omstandigheden neemt de rechtbank in aanmerking dat het gaat om een professioneel uitgevoerde overval met meerdere daders en het feit dat er meer geweld is toegepast, dan een enkele ruk of duw, zoals uit het hiervoor overwogene blijkt.

De rechtbank is niet gebleken van factoren die in dit geval als strafverminderend zouden kunnen of moeten worden aangemerkt.

Dit alles leidt de rechtbank tot het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.

6 De benadeelde partijen

In de zaak met parketnummer 03/702933-11:

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 4], [adres benadeelde partij 4]vordert een schadevergoeding van € 2.506,12 (bestaande uit € 1.006,12 aan materiële schade en

€ 1.500,00 aan immateriële schade).

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat de vordering tot het gehele bedrag kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De officier van justitie heeft tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, nu verdachte volgens de raadsman moet worden vrijgesproken van het feit waarop de vordering betrekking heeft. Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht, mocht het toch tot een bewezenverklaring voor dit feit komen, relevante jurisprudentie op dit punt te bestuderen en daarin aanleiding te zien de vordering te matigen.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks tot het gevorderde bedrag van € 2.506,12 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is.

Het door verdachte te betalen bedrag van € 2.506,12 wordt vermeerderd met de wettelijke rente, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 5 januari 2011 is ontstaan. De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

In de zaak met parketnummer 03/700512-11

De benadeelde partijen [naam benadeelde partij 2], [adres benadeelde partij 2] en [naam benadeelde partij 1], [adres benadeelde partij 1] vorderen een schadevergoeding van respectievelijk € 3.400,00 en € 6.526,00.

Gelet op het feit dat verdachte van het in deze zaak ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken, kunnen de benadeelde partijen [naam benadeelde partij 2] en [naam benadeelde partij 1] niet in hun vorderingen worden ontvangen. Dat betekent dat zij in hun vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

7 Het beslag

De officier van justitie heeft gevorderd de voorwerpen met de nummers 34 (foto’s) en 35 (tie-wraps) verbeurd te verklaren en nummer 36 (stroomstootwapen) te onttrekken aan het verkeer. De voorwerpen met de nummers 1 tot en met 33 en nummer 37 kunnen worden teruggegeven aan de eigena(a)r(en).

De raadsman heeft aangevoerd zich te kunnen vinden in de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven tie-wraps (nummer 35) en foto’s (34) zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen betreffen met behulp van welke het feit in de zaak met parketnummer 03/702933-11 is begaan of voorbereid.

De rechtbank zal voorts de onttrekking aan het verkeer gelasten van het in beslag genomen en het op de beslaglijst (onder nummer 36) vermelde stroomstootwapen. Dit voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De rechtbank zal tot slot de bewaring gelasten ten behoeve van de rechthebbende(n) van de volgende in beslag genomen en op de beslaglijst vermelde voorwerpen, te weten: een handdoek (nummer 1 op voornoemde beslaglijst), kleding (nummers 2, 20 en 22), computers (nummers 3 en 4), schoenen (nummers 5 tot en met 19), gsm’s (nummers 21, 25, 27 en 28), simkaarten (nummers 23, 29, 30 en 37), sleutels (nummers 31 tot en met 33), een bankpas (nummer 26) en een dongle (nummer 24).

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het in de zaak met parketnummer 03/700512-11 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het in de zaak met parketnummer 03/702933-11 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

34 4 foto’s 1917259

35 20 tie-wraps verpakkingsmateriaal 1917319

- verklaart onttrokken aan het verkeer het volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp: een stroomstootwapen (36, nummer 1917336)

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het inbeslaggenomene, te weten:

1 1 handdoek 1883896

2 1 sjaal 1879234

3 1 computer HP 1917131

4 1 computer Acer 1917132

5 2 stk schoeisel Nike Air Max 1917133

6 2 stk schoeisel Adidas 1917137

7 2 stk schoeisel Nike Air Max 1917138

8 2 stk schoeisel Nike 1917143

9 2 stk schoeisel Nike 1917153

10 2 stk schoeisel Nike Air Max 1917164

11 2 stk schoeisel Nike 1917165

12 2 stk schoeisel CD 1917167

13 2 stk schoeisel Prada 1917168

14 2 stk schoeisel HB 1917178

15 2 stk schoeisel Dior 1917182

16 1 stk schoeisel Nike Air Max 1917184

17 2 stk schoeisel Nike Air Max 1917186

18 2 stk schoeisel kleur zwart 1917188

19 2 stk schoeisel Nike Air Max 1917191

20 1 jas Botticelli Limited 1917156

21 1 gsm Nokia 1917210

22 1 jas Daggs 1917215

23 1 simkaart kleur rood Marokko 1917216

24 randapparatuur Vodafone dongle 1917219

25 1 gsm Nokia 1917247

26 1 bankpas Rabobank 4484 1917248

27 1 gsm Nokia 1917249

28 1 gsm Lebara 1917250

29 1 simkaart Vodafone 1917252

30 1 simkaart T-Mobile 1917256

31 1 sleutel Oostwoud Eurolocks 1917251

32 1 sleutel Pfaffenhain 1917257

33 1 sleutel Wilka 1917258

37 1 simkaart Lebara Mobil 1950283

Benadeelde partijen

In de zaak met parketnummer 03/702933-11

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4], [adres benadeelde partij 4], te betalen een bedrag van € 2.506,12 (tweeduizendvijhonderdzes euro en twaalf eurocenten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2011tot aan de dag van volledige vergoeding;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam benadeelde partij 4] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 januari 2011;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] vervalt en omgekeerd.

In de zaak met parketnummer 03/700512-11

- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2], [adres benadeelde partij 2], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1], [adres benadeelde partij 1], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.W. Nobis, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 oktober 2011.

Buiten staat

mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. C.G.A. Wouters zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/702933-11 ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 5 januari 2011 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een beurs en/of een mobiele telefoon (merk/type Nokia 6700 Classic) en/of twee, althans een of meer horloge(s) en/of drie, althans een of meer ring(en) en/of een armband, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam benadeelde partij 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [naam benadeelde partij 4] (met kracht) tegen de mond en/of de neus heeft geduwd en/of (daarbij) de woning heeft ingeduwd en/of (vervolgens)

- de ogen van die [naam benadeelde partij 4] afgedekt heeft (gehouden) en/of (vervolgens)

- het hoofd van die [naam benadeelde partij 4] omlaag heeft geduwd en/of (vervolgens)

- de polsen van die [naam benadeelde partij 4] (met tie-wraps) op haar rug heeft vastgebonden en/of (vervolgens)

- de mond van die [naam benadeelde partij 4] met tape is afgeplakt en/of (vervolgens)

- een shawl voor de ogen van die [naam benadeelde partij 4] heeft gebonden/gehouden en/of (vervolgens)

- de enkels van die [naam benadeelde partij 4] met tape heeft vastgebonden;

Aan de verdachte is in de zaak met parketnummer 03/700512-11, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 januari 2011 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld (ter hoogte van 2100 euro) en/of twee, althans een of meer ketting(en) en/of vijf, althans een of meer ring(en) en/of twee, althans een of meer oorbel(len) en/of een of meer hangers en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [naam benadeelde partij 1] en/of [adres benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam benadeelde partij 1] en/of [naam benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- die [naam benadeelde partij 1] en/of die [naam benadeelde partij 2] (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of heeft geschopt en/of (vervolgens)

- het hoofd van die [naam benadeelde partij 1] en/of die [naam benadeelde partij 2] omlaag heeft geduwd en/of (vervolgens)

- een (loop van een) vuurwapen tegen het hoofd van die [naam benadeelde partij 2] gezet en/of (vervolgens)

- de polsen van die [naam benadeelde partij 1] en/of die [naam benadeelde partij 2] (met tie-wraps) op zijn rug

heeft vastgebonden en/of (vervolgens)

- de mond van die [naam benadeelde partij 1] en/of die [naam benadeelde partij 2] met tape is afgeplakt en/of

(vervolgens)

- de enkels van die [naam benadeelde partij 1] en/of die [naam benadeelde partij 2] met tape heeft vastgebonden en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal, om geld en/of goud heeft gevraagd en/of tegen die [naam benadeelde partij 1] en/of die [naam benadeelde partij 2] heeft gezegd die [naam benadeelde partij 1] en/of die [naam benadeelde partij 2] kapot te schieten, althans soortgelijke woorden van dreigende aard en/of strekking.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/702933-11

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 31 oktober 2011 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is NIET in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 17 oktober 2011 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. R.W.P. Krijnen, advocaat te Heerlen.