Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BT6460

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
03-10-2011
Datum publicatie
03-10-2011
Zaaknummer
03/830013-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6 WVW 1994: Vrijspraak, daar de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het gaspedaal van de autobus heeft ingeduwd en/of ingeduwd gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

Parketnummer: 03/830013-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 3 oktober 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te Maastricht in 1945,

wonende te [Maastricht]

Raadsman is mr. B.H.M. Nijsten, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 september 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte als bestuurder van een autobus een verkeersongeval heeft veroorzaakt, ten gevolge waarvan [slachtoffer 1] is overleden en [slachtoffer 2] letsel heeft opgelopen, dan wel dat hij als bestuurder van die autobus gevaar op de weg heeft veroorzaakt, door met te hoge snelheid achteruit te rijden, waardoor hij een fietser heeft overreden en er een aanrijding is ontstaan met een personenauto.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij verwijst daartoe naar de verklaringen van de getuigen, het proces-verbaal van de Politie Limburg Zuid, afdeling Forensische Opsporing, Verkeers Ongeval Analyse en de Rapportage van Ongevallenanalyse van DEKRA Automotive B.V. De verklaring die getuige [getuige 1], één van de kinderen in de bus, heeft afgelegd dient buiten beschouwing te worden gelaten, nu deze in strijd is met de verklaring van getuige [getuige 2], zijnde de begeleidster van de in de bus aanwezige kinderen.

De officier van justitie acht het niet aannemelijk dat de bus “spontaan” is gaan rijden. Weliswaar hebben er in het verleden dergelijke incidenten plaatsgevonden, maar dat was volgens de officier met een ander soort autobus dan de onderhavige. Derhalve kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het ongeval is ontstaan, doordat verdachte in plaats van het rempedaal het gaspedaal van de autobus heeft ingeduwd en ingeduwd gehouden. De officier van justitie eist aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 180 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaar.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte zowel van het primair als subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, omdat er volgens hem onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het essentiële onderdeel van de tenlastelegging, dat verdachte het gaspedaal heeft ingeduwd en ingeduwd gehouden. Verdachte heeft steeds gesteld dat hij na het in de achteruit zetten van de autobus het gaspedaal niet heeft aangeraakt en dat hij diverse malen het rempedaal heeft ingedrukt teneinde te trachten de autobus te doen stoppen. Deze lezing wordt ondersteund door de verklaring die getuige [getuige 1] heeft afgelegd over hetgeen hij verdachte in de bus heeft zien doen. De verdediging gaat er dan ook van uit dat de autobus ‘op hol is geslagen’. Deze visie wordt ook ondersteund door het gegeven dat een groot aantal getuigen heeft verklaard een constant loeiend motorgeluid te hebben gehoord. Indien verdachte het gaspedaal in plaats van het rempedaal heeft ingedrukt, dan zou het motorgeluid afwisselend moeten zijn geweest, aangezien verdachte niet continu op het pedaal heeft geduwd, maar diverse keren. Dat verdachte dit inderdaad zo heeft gedaan, wordt bevestigd door genoemde getuige [getuige 1]. Uit de Rapportage van Ongevallenanalyse van DEKRA Automotive B.V. blijkt voorts dat in het verleden incidenten hebben plaatsgevonden met autobussen die gebruik maken van een EGAS-systeem. Ook de onderhavige bus was van een dergelijk systeem voorzien. Weliswaar hebben deze incidenten kennelijk plaatsgevonden met een ander type autobus, maar een oorzaak voor die incidenten is ook na uitvoerig onderzoek nooit gevonden. Derhalve kan niet honderd procent worden uitgesloten dat ook de onderhavige autobus niet ineens zonder reden zelf gas is gaan geven.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 6 oktober 2010 heeft er in de gemeente Heerlen een zeer ernstig en noodlottig verkeersongeval plaatsgevonden op de Professor Eykmanlaan te Hoensbroek. De door verdachte bestuurde autobus is onverwachts hard achteruit gereden, waardoor deze autobus tegen de toen 12-jarige [slachtoffer 1] is aangereden, die daar op zijn fiets reed. Tengevolge hiervan is [slachtoffer 1] onder de autobus terecht gekomen en is daardoor komen te overlijden. De autobus is vervolgens in aanraking gekomen met een boom, die daardoor is omgevallen. De heer [slachtoffer 2] is door deze boom geraakt en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. Uiteindelijk is de bus tot stilstand gekomen tegen een woonhuis.

De vraag die de rechtbank in deze zaak als eerste dient te beantwoorden is of alle onderdelen van het (primair) tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Het meest belangrijke onderdeel van deze tenlastelegging betreft de omstandigheid of verdachte al dan niet het gaspedaal (volledig) heeft ingeduwd en/of ingeduwd gehouden.

De rechtbank stelt hierbij voorop dat er geen rechtstreeks bewijs is dat verdachte dit heeft gedaan. Er wordt in het proces-verbaal Verkeers Ongeval Analyse van de Politie Limburg Zuid en de Rapportage ongevallenanalyse van DEKRA Automotive B.V. slechts geconcludeerd dat verdachte (mogelijk) de voet niet op het rempedaal, maar op het gaspedaal heeft gehad.

Verdachte heeft echter steeds ontkend op het gaspedaal te hebben gedrukt. Zowel tijdens zijn verhoren bij de politie als ter terechtzitting heeft hij hieromtrent verklaard dat hij eerst de bus in zijn achteruit heeft gezet en vervolgens de handrem heeft losgemaakt. Daarbij heeft hij het gaspedaal niet aangeraakt. Tijdens het uitvoeren van deze handelingen heeft verdachte steeds zijn voet op het rempedaal gehad. De bus is vervolgens spontaan gaan rijden. Verdachte heeft volgens zijn verklaring gedurende het achteruit rijden van de autobus diverse malen geprobeerd te remmen door met kracht op het rempedaal te duwen. Dit had echter geen effect.

De rechtbank constateert dat deze lezing van verdachte wordt bevestigd door de verklaring van de minderjarige getuige [getuige 1], die zich ten tijde van het ongeval in de bus bevond. [getuige 1] heeft verklaard dat hij vooraan in de bus zat, dat hij verdachte meermalen op een pedaal zag duwen en dat hij dacht dat dit het rempedaal was. De officier van justitie is aan deze verklaring voorbij gegaan, omdat [getuige 1] volgens haar geen zicht op de chauffeur gehad kan hebben. Zij baseert deze mening op de verklaringen van getuige [getuige 2] (die als begeleidster van de kinderen ook in de bus zat) inhoudende dat zij met haar rug naar verdachte stond, omdat zij zicht op de kinderen moet hebben.

Naar het oordeel van de rechtbank laten de verklaringen van de begeleidster echter ruimte voor de mogelijkheid dat [getuige 1] toch vooraan in de bus heeft gezeten en dus de handelingen van verdachte wel heeft kunnen waarnemen. De getuige [getuige 2] heeft immers niet verklaard dat zij, terwijl zij met haar rug naar verdachte stond, zicht had op álle kinderen die zich in de bus bevonden. Daarnaast is de informatie die getuige [getuige 1] heeft gegeven dermate specifiek dat het de rechtbank onwaarschijnlijk voorkomt dat [getuige 1] zijn verklaring zou hebben verzonnen. De rechtbank hecht derhalve wel waarde aan de verklaring van [getuige 1].

De rechtbank merkt voorts op dat door een aantal getuigen is verklaard dat de autobus “vol gas” en met onverminderde snelheid achteruit is gereden. Dit past in de lezing van verdachte dat de bus “op hol” is geslagen en past niet bij een per abuis intrappen van het gaspedaal. Zelfs indien verdachte aanvankelijk inderdaad abusievelijk het gaspedaal zou hebben ingedrukt, is het immers zeer onaannemelijk dat hij vervolgens zijn voet continu ingedrukt op het gas zou hebben gelaten.

Uit het proces-verbaal van de Politie Limburg Zuid, afdeling Forensische Opsporing, Verkeers Ongeval Analyse, blijkt verder dat na het verkeersongeval tussen het gaspedaal en het rempedaal een rubberen pedaalhoes is aangetroffen, die afkomstig was van het rempedaal. In dit proces-verbaal wordt gerelateerd dat bij het normaal bedienen van het rempedaal de hoes normaal en goed bevestigd bleef zitten op het pedaal. Het bleek evenwel mogelijk de hoes los te trappen door druk met de voet uit te oefenen op de randen van de hoes en het pedaal, waardoor de hoes dan zijdelings losgedrukt werd van het pedaal. Dit zou er volgens de Verkeers Ongeval Analyse op wijzen dat er, gelet op het aantreffen van de hoes rechts van het rempedaal, schuin op en/of deels rechts naast het rempedaal is getrapt. De rechtbank constateert dat ook deze bevindingen de verklaring van verdachte dat hij tijdens het achteruit rijden diverse malen met kracht op het rempedaal heeft geduwd ondersteunen.

In het dossier bevinden zich ook nog stukken waarin wordt gesproken over het mogelijk “op hol” slaan van een bus. In de Rapportage van Ongevallenanalyse van DEKRA Automotive B.V wordt vermeld dat het in het verleden is voorgekomen dat DAF-bussen voorzien van een EGAS-systeem ineens uit zich zelf gas gaven. Ondanks uitvoerig onderzoek hiernaar is geen sluitend antwoord gevonden op de vraag waarom de bussen af en toe ineens “op hol” sloegen. Bij navraag is gebleken dat deze voorvallen bij een ander type bus zouden hebben plaatsgevonden dan de onderhavige.

De rechtbank kan op grond van de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden niet tot het bewijs komen dat verdachte het gaspedaal (volledig) heeft ingeduwd en/of ingeduwd gehouden, zoals aan hem wordt verweten. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarbij, gelet op de lezing van verdachte omtrent het gebeuren en de onderzoeksgegevens, niet worden uitgesloten dat de autobus zonder toedoen van verdachte ineens achteruit is gereden. De omstandigheid dat de incidenten in het verleden met een ander type bus hebben plaatsgevonden, doet daar niet aan af. Immers, nu de oorzaak van die incidenten, ondanks uitvoerig onderzoek, nooit is gevonden, kan de rechtbank niet uitsluiten dat een soortgelijk incident niet zou kunnen plaatsvinden met de bus van verdachte. Uit de stukken blijkt namelijk dat de autobus waarin verdachte reed ook van het merk DAF is en dat deze, net als de bussen die in het verleden “op hol” sloegen, voorzien is van een EGAS-systeem. Het feit dat het wel een ander type bus was doet hier niet aan af.

Nu de rechtbank niet komt tot een bewezenverklaring van het onderdeel van de tenlastelegging dat verdachte het gaspedaal (volledig) heeft ingeduwd en ingeduwd heeft gehouden, dient de rechtbank verdachte vrij te spreken van het primair ten laste gelegde wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Omdat het hiervoor niet bewezen verklaarde onderdeel ook de basis vormt voor het subsidiair ten laste gelegde zal verdachte ook hiervan worden vrijgesproken.

Het voorgaande neemt niet weg dat er bij dit ongeval slachtoffers zijn te betreuren, onder wie de dodelijk verongelukte [slachtoffer 1], wiens nabestaanden, naar de rechtbank begrijpt, een ingrijpend en onherstelbaar verlies hebben geleden.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.P.J.M. Vugs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 oktober 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 6 oktober 2010 in de gemeente Heerlen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (autobus), daarmee rijdende over de weg, de Professor Eykmanlaan te Hoensbroek, komende uit de richting van de Koumenweg en gaande in de richting van de Wilhelminastraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, genoemde autobus in zijn achteruit te zetten en/of (vervolgens) het gaspedaal (volledig) in te duwen en/of ingeduwd te houden en/of (vervolgens) met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid achteruit te rijden en/of (vervolgens) tijdens dit achteruitrijden onvoldoende acht te slaan op het overige verkeer, waardoor er een aanrijding en/of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en een fietser (te weten [slachtoffer 1]), welke fietser reed over de Professor Eykmanlaan in de richting van de Koumenweg, en/of (vervolgens) een aanrijding en/of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en een boom, gesitueerd op de Professor Eykmanlaan, waardoor deze boom is omgevallen en terecht is gekomen op een zich aldaar bevindende persoon (te weten [slachtoffer 2]), door welk verkeersongeval [slachtoffer 1], geboren in1998, is gedood en/of [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel (te weten een een gebroken arm/elleboog en/of gebroken ribben en/of een ontwrichte schouder) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 6 oktober 2010 in de gemeente Heerlen als bestuurder van een motorrijtuig (autobus), daarmee rijdende over de weg, de Professor Eykmanlaan, komende uit de richting van de Koumenweg en gaande in de richting van de Wilhelminastraat, genoemde autobus in zijn achteruit heeft gezet en/of (vervolgens) het gaspedaal (volledig) heeft geduwd en/of ingeduwd heeft gehouden en/of (vervolgens) met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid achteruit is gereden en/of (vervolgens) tijdens dit achteruitrijden onvoldoende acht heeft geslagen op het overige verkeer, waardoor er een aanrijding en/of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en een fietser, welke fietser reed over de Professor Eykmanlaan in de richting van de Koumenweg, en/of een aanrijding/botsing is ontstaan met een op de Professor Eykmanlaan staande boom en/of (vervolgens) een aanrijding en/of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en een op de Professor Eykmanlaan geparkeerde personenauto, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op de weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op de weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.