Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BT2761

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
22-07-2011
Datum publicatie
27-09-2011
Zaaknummer
03/830091-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis-vonnis; Bewezenverklaring overtreding artikel 6 Wegenverkeerswet 1994.

Vanwege een optelsom van fouten in het verkeersgedrag van verdachte, beoordeelt de rechtbank het gedrag van verdachte als zeer onvoorzichtig en onoplettend. De verwondingen van het slachtoffer worden niet aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel, maar wel als zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat hij ‘first offender’ is, legt de rechtbank, in plaats van de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken, een naar rato berekende werkstraf van 40 uren op. Daarnaast legt de rechtbank een rijontzegging van zes maanden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/830091-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 juli 2011

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte],

wonende te [woonplaats verdachte].

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 juli 2011, waarbij de officier van justitie en de verdachte hun respectieve standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: een ongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel waardoor [slachtoffer] tijdelijk ziek is geweest of haar/zijn normale bezigheden niet heeft kunnen uitoefenen;

Subsidiair: gevaar op de weg heeft veroorzaakt en/of het verkeer op een weg heeft gehinderd.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. Hij verwijt verdachte dat hij zeer onvoorzichtig en zeer onoplettend is geweest en dat door zijn roekeloze rijgedrag een ongeval is ontstaan. Dit ongeval ontstond, toen voetgangster [slachtoffer] uit een stilstaande lijnbus de busbaan opstapte en voor de lijnbus de busbaan wilde oversteken in de richting van het trottoir. Verdachte - rijdend op een bromfiets - passeerde op dat moment de bus op zeer korte afstand en met een hogere snelheid dan voor snorfietsen wettelijk is toegestaan. Verdachte heeft zijn snelheid niet verminderd en is ook niet uitgeweken. Verdachte heeft [slachtoffer] vervolgens aangereden. Dit gebeurde op een busbaan; een weg waarvan enkel lijnbussen gebruik mogen maken.

[slachtoffer] heeft volgens de officier van justitie bij de aanrijding zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

3.2 Het standpunt van de verdachte

Verdachte heeft aangegeven zich van de aanrijding zelf niets te kunnen herinneren. Wel kan verdachte zich herinneren dat hij die dag te laat op zijn werk dreigde te komen omdat zijn auto niet startte. In zijn haast heeft hij toen de snorfiets gepakt en is hiermee op weg gegaan. Vanwege zijn haast is hij toen over de busbaan gereden, terwijl hij wist dat dit niet mocht. Hij was er niet op bedacht dat er mensen uit de lijnbus konden stappen.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

In het proces-verbaal van aanrijding wordt gerelateerd dat [slachtoffer]op 31 mei 2010 is aangereden door verdachte. [slachtoffer] stapte uit een lijnbus op de Huskensweg - de busbaan tussen de Sittarderweg en de Kloosterweg - te Heerlen en liep vervolgens vóór de lijnbus langs over de busbaan in de richting van het trottoir.

Verdachte kwam met zijn snorfiets vanuit de richting Sittarderweg en reed de busbaan op in de richting van de Kloosterweg. Aan de rechterzijde van de busbaan, gezien vanaf de Sittarderweg, is een bord C1, bijlage 1 reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geplaatst met het onderbord met de tekst ‘uitgezonderd lijndiensten’.

Verdachte heeft verklaard dat hij voornoemde dag op zijn snorfiets naar zijn werk is vertrokken. Hij was aan de late kant. Het was een overhaaste beslissing om over de busbaan te rijden. Hij wist dat de Huskensweg een busbaan betrof en hij wist ook dat hij daar niet mocht rijden.

Het slachtoffer [slachtoffer] heeft op 31 mei 2010 ten overstaan van de politie verklaard dat zij, nadat zij uit de lijnbus de busbaan was opgestapt en de voorzijde van de bus was gepasseerd, door een ‘bromfiets’ is aangereden. Haar linker enkel was verstuikt, zij had schaafwonden op haar linker knie, rechterschouder en rechterhand, en zij had pijn aan haar stuitje. Op 23 juli 2010 is [slachtoffer] nogmaals door de politie gehoord. Toen heeft zij verklaard last te hebben van hoofdpijn en pijn in haar nek. Sinds de aanrijding zijn dan acht weken verstreken en zij is nog steeds niet aan het werk bij de [bedrijf]. De door [slachtoffer] opgelopen verwondingen zijn ook weergegeven in de geneeskundige verklaring. Blijkens deze verklaring heeft het slachtoffer tevens last van rugpijn.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij aanwezig was op de Sittarderweg te Heerlen, ter hoogte van de busbaan. Een lijnbus passeerde hem. Toen de getuige over de busbaan liep, zag hij een ‘bromfiets’ met zeer hoge snelheid op de Sittarderweg aan komen rijden in de richting van de busbaan. De getuige zag dat de ‘bromfietser’ de lijnbus, die stilstond bij de bushalte, links passeerde, waarbij deze slechts een meter ruimte liet tussen de bus en hemzelf. Op het moment dat de ‘bromfietser’ de voorzijde passeerde, zag de getuige een vrouw de busbaan oversteken vanaf de voorzijde van de bus. De vrouw werd vervolgens aangereden door de ‘bromfietser’.

Verbalisant heeft gerelateerd dat het bij de aanrijding betrokken voertuig een snorfiets betreft, gezien het feit dat op het voertuig ten tijde van de aanrijding en het aantreffen een blauwe kentekenplaat was bevestigd. Uit onderzoek door [verbalisant] is gebleken dat de bij de aanrijding betrokken snorfiets een gecorrigeerde constructiesnelheid haalde van 56 kilometer per uur, een verhoging van de (naar de rechtbank begrijpt: toegestane) constructiesnelheid met 26 kilometer per uur.

Overwegingen

Voor de rechtbank staat op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vast dat verdachte op een snorfiets reed over de Huskensweg. Dit is een busbaan, gelegen tussen de Sittarderweg en de Kloosterweg te Heerlen. Door hier te rijden heeft verdachte een geslotenverklaring genegeerd, welke geslotenverklaring werd aangegeven door plaatsing van een verkeersbord C1. Voorts stelt de rechtbank vast dat verdachte heeft gereden met een hogere snelheid dan voor snorfietsen is toegestaan en dat hij een aldaar stilstaande lijnbus op korte afstand heeft gepasseerd. Vervolgens is hij zonder snelheid te verminderen en zonder uit te wijken tegen [slachtoffer] aangereden, die juist de busbaan wilde oversteken. De rechtbank concludeert dat verdachte door dit alles een opeenstapeling van verkeersfouten heeft gemaakt.

Vanwege deze optelsom van fouten in het verkeersgedrag van verdachte, beoordeelt de rechtbank het gedrag van verdachte als zeer onvoorzichtig en onoplettend. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de officier van justitie weliswaar het verkeersgedrag van verdachte heeft aangemerkt als roekeloos, doch nu roekeloos verkeersgedrag niet is ten laste gelegd, behoeft dit onderdeel geen bespreking.

Dit alles leidt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde, met dien verstande dat zij de verwondingen van [slachtoffer] niet aanmerkt als zwaar lichamelijk letsel, maar wel als zodanig letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Uit de geneeskundige verklaring (op pagina 43 van het dossier) blijkt namelijk dat het slachtoffer enkele maanden voor het ongeval slachtoffer is geworden van geweld en dat zij sindsdien vaak last heeft van haar nek. Gelet hierop kan niet vastgesteld worden dat de pijn in de nek (alleen) ten gevolge van de onderhavige aanrijding is ontstaan. De overige klachten leveren naar het oordeel van de rechtbank naar hun aard geen zwaar lichamelijk letsel op. Wél blijkt uit de verklaring van [slachtoffer] van 23 juli 2010 dat zij in ieder geval gedurende acht weken niet haar normale bezigheden – waaronder haar werk bij de [bedrijf] - heeft kunnen uitoefenen. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel, maar de lichtere variant van het lichamelijk letsel bewezen verklaren.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 31 mei 2010, in de gemeente Heerlen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets), daarmede rijdende over de weg, de Huskensweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer onvoorzichtig en onoplettend het op de Huskensweg, aan de (gezien de rijrichting van verdachte) rechterzijde van die weg, geplaatste bord C1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, etc.), voorzien van het onderbord "uitgezonderd lijnbussen", te negeren en de Huskensweg in te rijden en vervolgens met een hogere snelheid dan toegestaan voor een bestuurder van een snorfiets een op de Huskensweg stilstaande lijnbus aan de linkerzijde te passeren en daarbij een voetgangster, te weten [slachtoffer], welke doende was, gezien de rijrichting van verdachte, voor voornoemde lijnbus deze weg van rechts naar links over te steken, te naderen en vervolgens niet de snelheid van het door hem bestuurde voertuig te verminderen, zodat een aanrijding is ontstaan tussen verdachte en het door hem bestuurde voertuig en die [slachtoffer], door welk verkeersongeval die [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van normale bezigheden is ontstaan.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 3 weken en een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden.

5.2 Het standpunt van verdachte

De verdachte heeft zich niet verzet tegen de eis van de officier van justitie. Verdachte heeft wel nog naar voren gebracht dat hij zijn rijbewijs nodig heeft op het moment dat hij weer gaat werken.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft als bestuurder van een snorfiets een aanrijding veroorzaakt met een voetgangster, [slachtoffer]. Zij is daarbij gewond geraakt. Uit de medische gegevens waarover de rechtbank beschikt blijkt dat [slachtoffer] langdurig te kampen heeft gehad met de gevolgen van haar verwondingen. Verdachte heeft er ter terechtzitting blijk van gegeven dit zeer te betreuren.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) met betrekking tot artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De categorie die de rechtbank in het onderhavige geval het meest vindt passen, is de categorie “grove verkeersfout”. Afgaande op de oriëntatiepunten kan in deze categorie, waarbij dan tevens sprake is van “lichamelijk letsel, tijdelijke ziekte”, een gevangenisstraf van drie weken en een rijontzegging van zes maanden kan worden opgelegd.

Gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat hij ‘first offender’ is, ziet de rechtbank aanleiding om, in plaats van de gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken, een naar rato berekende werkstraf van 40 uren op te leggen. Daarnaast zal zij een rijontzegging van zes maanden opleggen. Voor oplegging van een voorwaardelijke rijontzegging is, naar het oordeel van de rechtbank, geen plaats, gelet op verdachtes rijgedrag.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf voor de duur van 40 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en

mr. I. Becker-Hartenhof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 juli 2011.

Buiten staat

Mr. I. Becker-Hartenhof is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 31 mei 2010, in de gemeente Heerlen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets), daarmede rijdende over de weg, de Huskensweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend het op de Huskensweg, aan de (gezien de rijrichting van verdachte) rechterzijde van die weg, geplaatste bord C1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, etc.), voorzien van het onderbord "uitgezonderd lijnbussen", te negeren en de Huskensweg op/in te rijden en/of (vervolgens) met een hogere snelheid dan toegestaan voor (een bestuurder van) een snorfiets een op de Huskensweg stilstaande (lijn)bus aan de linkerzijde te passeren en daarbij een voetgangster (te weten [slachtoffer]), welke doende was, gezien de rijrijchting van verdachte, voor voornoemde (lijn)bus deze weg van rechts naar links over te steken, te naderen en (vervolgens) niet, danwel niet voldoende, de snelheid van het door hem bestuurde voertuig te verminderen en/of met het door hem verdachte bestuurde voertuig niet behoorlijk uit te wijken, zodat een

botsing en/of aanrijding is ontstaan tussen verdachte en/of het door hem bestuurde voertuig en/of die [slachtoffer], door welk verkeersongeval die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijk ziekte of verhindering in de uitoefening van normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 31 mei 2010,in de gemeente Heerlen,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets), daarmede rijdende over de weg, de Huskensweg,het op de Huskensweg, aan de (gezien de rijrichting van verdachte) rechterzijde van die weg, geplaatste bord C1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, etc.), voorzien van het onderbord "uitgezonderd lijnbussen", heeft genegeerd en de Huskensweg op/in is gereden en/of (vervolgens) met een hogere snelheid dan toegestaan voor (een bestuurder van) een snorfiets een op de Huskensweg stilstaande (lijn)bus aan de linkerzijde heeft gepasseerd en daarbij een voetgangster (te weten [slachtoffer]), welke doende was, gezien de rijrijchting van verdachte, voor voornoemde (lijn)bus deze weg van rechts naar links over te steken, heeft genaderd en (vervolgens) niet, danwel niet voldoende, de snelheid van het door hem bestuurde voertuig heeft verminderd en/of met het door hem verdachte bestuurde voertuig niet behoorlijk is uitgeweken, zodat een botsing en/of aanrijding is ontstaan tussen verdachte en/of het door hem bestuurde voertuig en/of die [slachtoffer],door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op de weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.