Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BT2371

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-08-2011
Datum publicatie
22-09-2011
Zaaknummer
03/700206-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - inhoudsindicatie; Verdachte wordt veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf voor het plegen van voorbereidingshandelingen voor productie van harddrugs en het voorhanden hebben van een vals paspoort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700206-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 augustus 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zuid Oost, Huis van Bewaring Roermond te Roermond.

Raadsvrouw is mr. A. Carli, advocaat te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 augustus 2011, waarbij de officier van justitie, de raadsvrouw en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd ten aanzien van het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren dan wel binnen het grondgebied van Nederland brengen van harddrugs;

Feit 2: een vals dan wel vervalst paspoort in bezit heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Zij heeft zich daarbij ten aanzien van feit 1 gebaseerd op het aantreffen van de materialen en stoffen in de woning waar verdachte verbleef en de door hem gebruikte auto, de bevindingen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de verklaring van verdachte.

Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de bevindingen naar aanleiding van het technisch onderzoek.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak van de feiten 1 en 2 bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het bewijs onrechtmatig is verkregen en dat het bewijs om die reden moet worden uitgesloten.

Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat weliswaar kan worden vastgesteld dat verdachte de in de tenlastegelegde genoemde middelen voorhanden heeft gehad, maar dat niet kan worden bewezen dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze middelen bestemd waren voor de productie van harddrugs.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw zich subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot het verweer van de verdediging omtrent de rechtmatigheid van de bewijsgaring

De raadsvrouw heeft betoogd dat het bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen en daarom moet worden uitgesloten. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat de verbalisanten ten onrechte in het door hen opgemaakte proces-verbaal hebben gerelateerd dat verdachte vrijwillig is meegegaan naar het politiebureau te Vaals en toestemming heeft gegeven om de auto te onderzoeken. Dit is volgens verdachte namelijk onjuist. Nu er verder geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit, werden de dwangmiddelen onrechtmatig toegepast, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank is van oordeel dat er geen reden bestaat om aan de juistheid van het door de verbalisanten op ambtseed opgemaakte proces-verbaal te twijfelen en de rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte vrijwillig naar het politiebureau is meegegaan en toestemming heeft verleend om de auto te onderzoeken. Om die reden kan het verweer van de verdediging niet slagen en moet de bewijsgaring als rechtmatig worden beschouwd.

Met betrekking tot de feiten

Op 18 april 2011 werd te Wijlre een stopteken gegeven aan een door verdachte bestuurde personenauto. Bij onderzoek in deze auto werd in de kofferruimte een hydraulische pers aangetroffen. De politie heeft gerelateerd dat een dergelijke pers wordt gebruikt om hoeveelheden verdovende middelen te comprimeren.

Verdachte heeft verklaard dat hij de pers vanuit het perceel aan de [V.weg] te Wijlre in de personenauto heeft geladen. De pers heeft hij gekregen van een persoon genaamd [A.].

Later die dag werd een onderzoek ingesteld in de woning aan de [V.weg] te Wijlre. Tijdens de doorzoeking trof de politie in een ruimte naast de woonkamer meerdere plastic tassen met wit poeder, een emmer met wit poeder en een doos met lichtbruin poeder aan. In een kast op de slaapkamer werd nog een doos met wit poeder aangetroffen. Monsters van deze stoffen zijn opgestuurd naar het NFI. Onderzoek door het NFI heeft uitgewezen dat de aangetroffen benzocaïne, boorzuur, fenacetine en mannitol versnijdingsmiddelen zijn voor cocaïne en coffeïne een versnijdingsmiddel is voor amfetamine, cocaïne, dan wel heroïne.

In de ruimte waar de CV-ketel is geplaatst, werd nog een doos aangetroffen met daarin onderdelen van een verdovende-middelenpers,welke gebruikt wordt voor het comprimeren van verdovende middelen.

Verdachte heeft verklaard dat hij in de woning aan de [V.weg] te Wijlre woonde. De goederen die in de woning werden aangetroffen waren van hem. Hij hield de goederen in bewaring voor een vriend genaamd [A.].

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte samen met een persoon genaamd [A.] een hydraulische pers, onderdelen van een verdovende-middelenpers en versnijdingsmiddelen voorhanden heeft gehad. Blijkens de onderzoeksresultaten van het NFI en de bevindingen van de politie worden deze versnijdingsmiddelen en materialen gebruikt bij de productie van harddrugs.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte wetenschap had van de bestemming van deze materialen en stoffen. Verdachte heeft immers bekend dat hij de materialen en stoffen voorhanden heeft gehad, maar hij ontkent enige wetenschap te hebben van de bestemming ervan. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij 172 gram cocaïne aanwezig heeft gehad. Hij kreeg deze cocaïne van [A.] ter bewaring en verstopte deze in de auto van zijn broer. Over de aangetroffen mannitol heeft verdachte ten overstaan van de politie verklaard dat deze bedoeld was om te mixen.

Uit voorgaande verklaringen blijkt dat verdachte bekend was met verdovende middelen. Ook heeft verdachte ter zitting beaamd dat hij wist dat [A.] zich met verdovende middelen bezig hield. Met deze kennis van verdachte en de omstandigheden waaronder een en ander is aangetroffen, kan het niet anders zijn dan dat verdachte wist of ernstig reden had om te vermoeden dat de aangetroffen materialen en stoffen bestemd waren voor de productie van harddrugs.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de voorbereidingshandelingen zoals tenlastegelegd onder feit 1 samen met een ander heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

• de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 2 augustus 2011 afgelegd;

• het proces-verbaal van forensisch technisch onderzoek vals document d.d. 25 april 2011, pagina 283a.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 18 april 2011 te Wijlre, in de gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van heroïne en/of cocaïne en/of amfetamine, zijnde heroïne en cocaïne en amfetamine middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen een hydraulische pers en onderdelen van een verdovende-middelenpers en versnijdingsmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededader wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

2.

op 18 april 2011 te Wijlre, in de gemeente Gulpen-Wittem, in het bezit was van een reisdocument, te weten een paspoort van de Republiek Slovenië, genummerd [XXX] ten name van [‘n naam], geboren te [geboortegegevens], waarvan hij wist dat het reisdocument vals, bestaande de valsheid hieruit dat het echtheidskenmerk optisch variabele inkt ontbrak en dat een watermerk ontbrak en dat in het papier verwerkte veiligheidsdraad ontbrak.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

medeplegen van voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstig reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn voor het plegen van dat feit;

Ten aanzien van feit 2:

in bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met het feit dat verdachte tot ongewenst vreemdeling is verklaard en dat hij na zijn detentie zal terugkeren naar zijn land van herkomst.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen. De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met het volgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet. Hij heeft diverse stoffen en materialen voorhanden gehad die bedoeld waren voor de productie van harddrugs. De rechtbank acht dit feit ernstig. Verdachte heeft zich ingelaten met deze criminele activiteiten zonder rekening te houden met de mogelijk negatieve effecten voor anderen. De opslag van chemicaliën en de uiteindelijke productie van drugs brengen namelijk gevaren met zich mee. Zo bestaat er gevaar voor brand en/of ontploffing en/of het vrijkomen van giftige stoffen. Daarnaast leveren harddrugs voor de gebruikers ernstige gezondheidsrisico’s op. Voorbereidingshandelingen dienen dan ook krachtig te worden bestreden. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat ook de voorbereidingshandelingen voor de handel in drugs gepaard gaan met andere vormen van criminaliteit.

Nu voor de strafoplegging van voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet geen oriëntatiepunten voorhanden zijn, heeft de rechtbank bij het bepalen van de op te leggen straf aansluiting gezocht bij de door de rechtbank in het recente verleden in soortgelijke zaken opgelegde straffen.

Daarnaast heeft verdachte een vals paspoort voorhanden gehad. Gelet op het belang van reisdocumenten in het maatschappelijk verkeer, moet van de echtheid ervan kunnen worden uitgegaan. Door gebruik te maken van valse documenten is afbreuk gedaan aan de waarde die deze reisdocumenten in de dagelijkse praktijk vertegenwoordigen.

Blijkens de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS is een gevangenisstraf van twee maanden op zijn plaats voor het in bezit hebben van een vals paspoort. De rechtbank ziet geen reden om hier van af te wijken. Blijkens een in het strafdossier gevoegde mededeling aan verdachte van veroordeling (pagina 241) werd hij op 18 september 2008 door de politierechter te Maastricht veroordeeld wegens het in bezit hebben van valse of vervalste geschriften. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden om opnieuw in de fout te gaan. De rechtbank zal hiermee rekening houden in de strafoplegging.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47, 57 en 231 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10 en 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. E.B.A. Ferwerda en

mr. R.P.J. Quaedackers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 augustus 2011.

Buiten staat

Mr. R.P.J. Quaedackers is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 18 april 2011 te Wijlre, in de gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne en/of cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of N-ethyl MDA (=MDEA), in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende heroïne en/of cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of N-ethyl MDA (=MDEA), zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDA en/of MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of N-ethyl MDA (=MDEA) (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen een hydraulische pers en/of (onderdelen van) een verdovende middelen pers en/of een hoeveelheid versnijdingsmiddellen en/of een fles inhoudende aceton en/of een fles

inhoudende ether, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

2.

hij op of omstreeks 18 april 2011 te Wijlre, in de gemeente Gulpen-Wittem, althans in het arrondissement Maastricht in het bezit was van een reisdocument, te weten een paspoort van de Republiek Slovenië, genummerd [XXX] ten name van [‘n naam], geboren te [geboortegegevens], waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was, bestaande de valsheid of vervalsing hieruit dat het gebruik

van het echtheidskenmerk optisch variabele inkt ontbrak en/of dat (een) watermerk(en) ontbrak(en) en/of dat in het papier verwerkte veiligheidsdraad ontbrak.