Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BT1701

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-08-2011
Datum publicatie
15-09-2011
Zaaknummer
163211/kg za 11-329
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

"(beëindiging) pleegzorgcontract"; "besluit?"; "Awb"; "bevoegdheid burgerlijke rechter"; "niet-ontvankelijk?"; "(artikel 22) Wet op de jeugdzorg".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 31 augustus 2011

Zaaknummer : 163211 / KG ZA 11-329

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen

inzake

1.[[EISERES1]]

2.[EISER2],

beiden wonende te [adres], Duitsland,

eisers,

advocaat mr. J.H.J. Köhlen (toevoeging aangevraagd);

tegen:

1.de stichting STICHTING XONAR,

gevestigd en kantoor houdende te Maastricht,

gedaagde sub 1,

advocaat mr. N.Th.G. Keulers;

2.de stichting STICHTING BUREAU JEUGDZORG PARKSTAD LIMBURG, LOCATIE HEERLEN,

kantoor houdende te Heerlen,

gedaagde sub 2,

advocaat mr. H.P.J. Engels.

1.Het verloop van de procedure

Eisers hebben gedaagden gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 17 augustus 2011, hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding. Eisers hebben (bij de dagvaarding) producties overgelegd.

Gedaagden hebben ieder aan de hand van een pleitnota verweer gevoerd, waarbij gedaagde sub 1 heeft verwezen naar op voorhand toegezonden producties.

Partijen hebben daarna op elkaars stellingen gereageerd, waarbij eisers hun vordering jegens BJZ nader hebben ingevuld. Gedaagden hebben zich tegen die nadere invulling niet verzet.

Ten slotte hebben eisers om vonnis verzocht. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2.De relevante feiten

2.1. Eiseres sub 1 (hierna: “de oma”) is de oma van het minderjarige kind [XX] [X] (hierna: “[XX]”). [XX] is geboren op [[datum]]. Mevrouw [X] (hierna: “de moeder”) is de moeder van [[XX]].

De moeder is geboren op [datum]; zij is de dochter van de oma. De moeder oefent het ouderlijk gezag over [[XX]] uit. Eiser sub 2 (hierna: “de stiefopa”) is sedert vijf jaar de levenspartner van de oma.

2.2. [[XX]] is onder toezicht gesteld van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, en er is een machtiging uithuisplaatsing voor verblijf bij pleegouder(s) verleend.

De ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing zijn laatstelijk met ingang van 10 maart 2011 verlengd voor de termijn van één jaar.

2.3. Met ingang van 1 maart 2010 is [[XX]] op deeltijdbasis in het gezin van eisers geplaatst in het kader van de ondertoezichtstelling. In dit verband heeft gedaagde sub 2 (hierna: “Xonar”) met eisers een pleegzorgcontract gesloten. In een aantal weken tijd werd het verblijf van [[XX]] opgebouwd van twee dagen per week tot de hele week. Met ingang van 25 maart 2011 is [[XX]] op voltijd basis bij eisers geplaatst in het kader van de ondertoezichtstelling, in welk verband eisers en Xonar op 20 april 2010 een (nieuw) pleegzorgcontract hebben getekend.

2.4. Op 3 mei 2011 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Xonar, eisers, de moeder en haar vriend [[QQ]]. De moeder is zwanger van [[QQ]], met wie zij sedert circa een jaar een relatie heeft. Tijdens voornoemd gesprek is eisers door Xonar te verstaan gegeven dat [[XX]] -volgens eisers “voorlopig”- naar een ander pleeggezin moest.

2.5. De dag na voormeld gesprek, derhalve op 4 mei 2011, hebben eisers [[XX]] naar [[W]] (de pleegmoeder waar [[XX]] in het verleden meerdere malen is verbleven) gebracht. Op enig moment is [[XX]] in Mariënwaard, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg voor kinderen, geplaatst.

2.6. Bij schrijven van 25 mei 2011 met als kenmerk “beëindiging pleegzorgplaatsing”, heeft de heer [[Y]], manager pleegzorg bij Xonar, aan eisers, voor zover van belang, bericht:

“In verband met de beëindiging plaatsing van [[XX]] [[X]], geboren d.d. [[DATUM]], per 04-05-2011 bevestigen wij hierbij de beëindiging van het pleegzorgcontract.

Mocht uw pleegkind niet langer op uw huisadres verblijven, dan dient uw pleegkind/ouder(s)/verzorger(s) zichzelf op zijn nieuwe adres in te schrijven bij de gemeentelijke administratie.

Per de datum 04-05-2011 wordt er geen pleegzorgvergoeding meer aan u uitbetaald. Voor vragen kunt u altijd contact opnemen met de cliëntadministratie van Xonar (…)”

2.7. De advocaat van eisers heeft op 10 juni 2011 namens eisers een e-mail aan Xonar en gedaagde sub 2 (hierna: “BJZ”) gestuurd om op korte termijn omgang te regelen. Op 10 juni 2011 heeft er telefonisch contact plaatsgevonden met de heer [[M]] (gedragswetenschapper) van Xonar. Hij vertelde onder meer dat hij op 9 juni 2011 overleg had gehad met BJZ en dat beiden het er over eens waren dat er contact moest komen tussen de oma en [[XX]]. Op 20 juni 2011 heeft de advocaat van eisers nogmaals een e-mail aan BJZ verzonden.

2.8. Op 29 juni 2011 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen eisers en BJZ. In dit gesprek hebben eisers aangegeven wat zij graag zouden willen, onder andere dat [[XX]] weer terugkeert bij eisers dan wel dat voorlopig in ieder geval omgang plaatsvindt tussen eisers en [[XX]].

Bij e-mail van 7 juli 2011 heeft de advocaat van eisers wederom BJZ benaderd met onder meer de vraag zorg te dragen voor een omgangscontact tussen eisers en [[XX]]. Ook is verzocht om een schriftelijke motivering van de beslissing om [[XX]] bij eisers weg te halen. Diezelfde dag heeft de heer [[Z]] van BJZ aan de advocaat van eisers bericht dat hij na intern overleg met zijn teamleider in de volgende week, op haar e-mail zou reageren.

2.9. Eisers hebben [[XX]] ruim drie maanden niet meer gezien, met dien verstande dat er in ieder geval op 5 augustus 2011 begeleide omgang tussen de oma en [[XX]] heeft plaatsgevonden ten kantore van BJZ. Op 31 augustus 2011 staat een volgend moment van begeleide omgang tussen de oma en [[XX]] gepland.

2.10. Inmiddels verblijft [[XX]] sedert circa acht weken bij de ouders van [[QQ]].

3.Het geschil

3.1. Eisers hebben onder meer het volgende gesteld. Het door Xonar opgemaakte Eindverslag begeleidingsplan pleegouders is niet door eisers ondertekend; het is ook nooit eerder aan hen voorgehouden. Hetzelfde geldt voor het Evaluatieverslag hulpverleningsplan. Met name hetgeen in het eindverslag is weergegeven, is op onderdelen onjuist en uit zijn verband gerukt. [[XX]] is zonder deugdelijke grond van de ene op de andere dag uit het gezin van eisers, waar zij zich veilig en geborgen voelde, weggehaald. Dit zou slechts tijdelijk zijn. Van Xonar moesten eisers [[XX]] op 4 mei 2011 naar de vorige pleegouder, [[W]], brengen. Vervolgens is [[XX]] in Mariënwaard geplaatst. Thans verblijft zij bij de ouders van [[QQ]]. Sedert 4 mei 2011 wordt [[XX]] vrijwel elk contact onthouden met de mensen die zij het beste kent. Dit is in strijd met de belangen van [[XX]]. Iedere dag dat deze situatie voortduurt, brengt dit meer schade voor [[XX]] met zich.

De maatregelen die zijn genomen, waren niet nodig en zijn niet passend; die maatregelen hebben meer kwaad dan goed aangericht.

Voor de overige stellingen van eisers zij verwezen naar de dagvaarding.

3.2. Op de in de dagvaarding vermelde gronden die ter zitting nader zijn toegelicht, en waarop - voor zover van belang - bij de beoordeling zal worden ingegaan, hebben eisers gevorderd dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I.primair: Xonar en BJZ veroordeelt om [[XX]] binnen twee dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis terug te plaatsen in het (netwerk c.q. pleeg)gezin van eisers;

subsidiair: indien en voor zover de voorzieningenrechter de mening is toegedaan dat het primair gevorderde in het kader van dit kort geding dient te worden ontzegd, verzoeken eisers de voorzieningenrechter subsidiair om Xonar en BJZ in ieder geval te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis medewerking te verlenen aan omgang tussen eisers en [[XX]], waarbij [[XX]] minimaal gedurende 1 weekend per 14 dagen bij eisers mag verblijven van zaterdagochtend 9.00 uur tot zondagavond 18.00 uur, alsmede gedurende 1 hele dag per week van ’s ochtends 9.00 uur tot ’s avonds 18.00 uur;

II. een en ander op verbeurte van een dwangsom ter hoogte van € 1.000 per dag / dagdeel dat Xonar en BJZ met de naleving van de door de voorzieningenrechter te wijzen beslissing in gebreke blijven, en voor iedere dag dat een overtreding voortduurt, althans een zodanige dwangsom welke de voorzieningenrechter in goede justitie moge vermenen te bepalen;

III. een en ander met veroordeling, eveneens uitvoerbaar bij voorraad, van gedaagde (de voorzieningenrechter begrijpt: “gedaagden”) in de kosten van dit kort geding.

3.3. De vordering wordt door Xonar en BJZ weersproken, waartoe wordt verwezen naar de door ieder van hen ter terechtzitting voorgedragen, en vervolgens aan de stukken toegevoegde, pleitnota’s. Op hun verweer wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

4.De beoordeling

4.1. Xonar en BJZ hebben allereerst aangevoerd dat de voorzieningenrechter zich onbevoegd dient te verklaren van de onderhavige primaire vordering kennis te nemen, althans dat eisers in hun vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Hieraan hebben zij -kort gezegd- ten grondslag gelegd dat de door Xonar genomen beslissing om het pleegzorgcontract te beëindigen, een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, waartegen op grond van de Awb bezwaar open staat. Dit is volgens gedaagden een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang. Hierbij hebben zij er op gewezen dat ook bij de bestuursrechter een voorlopige voorziening kan worden gevraagd.

De voorzieningenrechter oordeelt terzake als volgt.

4.2.1 De vraag of de burgerlijke rechter bevoegd is over een vordering te oordelen moet worden onderscheiden van de vraag of eisers ontvankelijk zijn in hun vordering.

Laatstbedoelde vraag is pas aan de orde als de bevoegdheid is komen vast te staan.

Ingevolge artikel 112 Grondwet neemt de burgerlijke rechter kennis van alle geschillen over burgerlijke rechten en schuldvorderingen. Dit brengt mee dat als een eiser bijvoorbeeld aan zijn vordering de stelling ten grondslag legt dat de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld dan wel zijn contractuele verplichtingen niet nakomt, de burgerlijke rechter bevoegd is over de vordering te oordelen. De voorzieningenrechter begrijpt dat eisers in casu wanprestatie en/of onrechtmatig handelen aan hun vordering jegens gedaagden ten grondslag hebben gelegd; dit maakt dat de voorzieningenrechter bevoegd is van het gevorderde kennis te nemen.

4.2.2 Xonar is een pleegzorgaanbieder in het kader van de Wet op de Jeugdzorg (Wjz). Uit dien hoofde is Xonar, onder meer ter uitvoering van artikel 22 Wjz, belast met een aantal publiekrechtelijke taken. Gelet op de aan Xonar opgedragen taak ten aanzien een met pleegouders te sluiten pleegcontract, is de voorzieningenrechter van oordeel dat Xonar is aan te merken als een bestuursorgaan dat met enig openbaar gezag is bekleed als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b Awb voor zover het beslissingen omtrent (de beëindiging van) een pleegcontract betreft.

Eisers ageren de facto tegen de door Xonar genomen beslissing tot beëindiging van het pleegzorgcontract. Xonar heeft onweersproken aangegeven dat de door haar overgelegde productie 3, bedoelde beslissing betreft. Met gedaagden is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door Xonar genomen beslissing tot beëindiging van het pleegzorgcontract, een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is. Tegen dit besluit staat bezwaar open bij Xonar. Ingevolge artikel 8:81 Awb kan een bestuursrechtelijke spoedvoorziening worden getroffen. In dit artikel is bepaald:

“Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.”

Hieruit volgt dat er een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de bestuursrechter openstaat of open heeft gestaan, zodat er geen plaats is voor een beoordeling van de zaak door de burgerlijke rechter.

Op basis van het voorgaande kunnen eisers in hun primaire vordering onder 1 niet worden ontvangen.

4.3. Eisers hebben een subsidiaire vordering ingediend “indien en voor zover de voorzieningenrechter de mening is toegedaan dat het primair gevorderde in het kader van dit kort geding dient te worden ontzegd”. Hoewel een niet-ontvankelijkverklaring strikt genomen niet gelijk kan worden gesteld aan ontzegging van de vordering, en daarmee de voorwaarde voor het instellen van de subsidiaire vordering naar de letter niet is vervuld, begrijpt de voorzieningenrechter dat de subsidiaire vordering ook is ingediend voor het geval eisers, zoals in casu, niet in hun primaire vordering onder 1 kunnen worden ontvangen.

Terzake de subsidiaire vordering oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.

Eisers hebben aangegeven dat de vordering jegens BJZ aldus moet worden begrepen dat BJZ wordt veroordeeld om al het mogelijke te doen om de gevraagde omgang tussen eisers en [[XX]] te bewerkstelligen, inclusief het geven van een aanwijzing. Gedaagden hebben zich tegen deze invulling van de vordering niet verzet.

In ieder geval voor wat betreft de oma, zijn er op zichzelf geen beletselen voor omgang tussen haar en [[XX]]. Gelet op de periode dat [[XX]] bij eisers is verbleven, ligt het naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in de rede dat er een omgangscontact tussen de oma en [[XX]] blijft bestaan.

Overigens kan ook ten aanzien van de stiefopa in het kader van dit kort geding niet worden geoordeeld dat er omstandigheden zijn die op zichzelf aan omgang tussen hem en [[XX]] in de weg staan. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat eisers gemotiveerd hebben aangegeven dat de verslagen van Xonar, die niet voor akkoord door eisers zijn ondertekend en waarvan eisers naar hun zeggen eerst tijdens de onderhavige procedure kennis hebben kunnen nemen, niet juist zijn en anders moeten worden begrepen. Ook betrekt de voorzieningenrechter hierbij dat gedaagden hebben aangegeven dat er geen vermoedens van seksueel misbruik zijn, en dat Xonar heeft aangegeven dat duidelijk was dat de door de stiefopa gedane uitlatingen jegens de moeder en de tante van [[XX]] als (ongepaste) grap waren gedaan. In dit verband heeft Xonar nog met zoveel woorden gewezen op het feit dat de stiefopa niet bereid of in ieder geval in staat was de ongepaste uitlatingen achterwege te laten, mede door gebrek aan inzicht omtrent de gepastheid van die uitlatingen. Volgens Xonar vormde dit, naast het verzet vanuit (de omgeving van) de moeder tegen het opgroeien van [[XX]] bij eisers, de reden om het pleegzorgcontract te beëindigen.

Wat hiervan ook zij, de voorzieningenrechter kan zonder nader onderzoek naar feiten en omstandigheden niet uitsluiten dat het belang van [[XX]] zich verzet tegen een ruimere omgang dan die welke thans plaatsvindt. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter met name de precaire familieverhouding tussen eisers en (de kring van personen rondom) de met het ouderlijk gezag belaste moeder, en het feit dat Xonar ter zitting heeft aangegeven dat er vanuit het netwerk van de moeder sprake is van agressie in de richting van eisers.

Reeds gelet hierop dient het subsidiair onder I gevorderde te stranden.

4.4. Het voorgaande brengt met zich dat ook de vorderingen onder II en III dienen te worden afgewezen.

4.5. Ofschoon de vorderingen van eisers niet zullen worden toegewezen, en gedaagden om veroordeling van eisers in de door hen gemaakte proceskosten hebben gevraagd zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren zoals hierna in het dictum is bepaald, mede nu de onduidelijkheid over de te volgen procedure mede aan gedaagden als bij de pleegzorgplaatsing betrokken hulpverleners is toe te rekenen, en ten aanzien van de vordering met betrekking tot de omgang niet kan worden gesteld dat deze nodeloos is ingesteld.

4.6. Aangezien er geen sprake is van een niet betwiste geldvordering (die uitvoerbaar is), is het door Xonar gedane verzoek tot waarmerking van dit vonnis als Europese executoriale titel niet toewijsbaar.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart eisers in hun primaire vordering onder I niet-ontvankelijk;

compenseert de kosten van deze procedure aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Bregonje, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

F.B.