Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BS1749

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
12-09-2011
Datum publicatie
12-09-2011
Zaaknummer
AWB 10 / 1979
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek opheffen voorlopige voorziening; restitutierisico.

Verzoek van de raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul om, onder toepassing van artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht over te gaan tot opheffing van de verplichting dat verzoeker overgaat tot het verstrekken van een (tweede) voorschot ad € 50.000,--. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het eindadvies van de deskundigencommissie, waarin is geconcludeerd dat de verandering van het planologische regime voor belanghebbende niet heeft geleid tot planschade, een gewijzigde omstandigheid, waaraan overwegende betekenis moet worden toegekend. Voorts is gebleken dat er door schuldeisers van belanghebbende derden-beslag is gelegd dat ook het (tweede) voorschot raakt. Gelet hierop is het restitutierisico voor verzoeker hoog te achten. Tevens heeft het derden-beslag tot gevolg dat de getroffen voorlopige voorziening belanghebbende financieel niet rechtstreeks zal baten. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om het verzoek tot het opheffen van de voorlopige voorziening toe te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10 / 1979

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 september 2011 op het verzoek om toepassing van artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht van

[verzoeker] verzoeker

(gemachtigde: mr. J.L. Stoop),

Procesverloop

Bij besluit van 11 mei 2009 heeft verzoeker het bezwaar van [dhr A] (belanghebbende), gericht tegen de afwijzing van het verzoek om vergoeding van geleden planschade ex artikel 49 van de Wet ruimtelijke ordening (WRO) gegrond verklaard, en beslist dat belanghebbende planschade heeft geleden ten gevolge van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan “Kern Valkenburg, herziening 1997” welke schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Tegen dit besluit heeft belanghebbende beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van 12 april 2010 (AWB 10/389) heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen, in dier voege dat verweerder overgaat tot het verstrekken aan belanghebbende van een voorschot op de uiteindelijk te vergoeden planschade ad € 50.000,--.

Op 13 oktober 2010 heeft belanghebbende wederom verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 8 december 2010 (AWB 10/1611) heeft de voorzieningenrechter onder meer bepaald dat verzoeker overgaat tot het verstrekken aan belanghebbende van een (tweede) voorschot op de uiteindelijk te vergoeden planschade ad € 50.000,--.

Bij brief van 21 december 2010 heeft verzoeker de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om, onder toepassing van artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), over te gaan tot opheffing van de verplichting dat verzoeker overgaat tot het verstrekken van een (tweede) voorschot ad € 50.000,--.

Met toepassing van artikel 8:26, eerste lid, van de Awb heeft de voorzieningenrechter belanghebbende in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Belanghebbende heeft daarvan gebruik gemaakt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 3 februari 2011. Ter zitting is belanghebbende in persoon verschenen, bijgestaan door A.J.J. Kreutzkamp, advocaat te Valkenburg aan de Geul en heeft verzoeker zich laten vertegenwoordigen door J.L. Stoop, advocaat te Roermond. Tevens waren aanwezig mr. E.F.G.J.M. Meijer, directeur van de Johan van Oldenbarnevelt Stichting, Centrum voor bestuurlijk schadevergoedingsrecht te Dordrecht en ing. Th.A. van Sambeek, directeur van Adviesbureau Grondzaken Limburg BV te Sittard. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting aangehouden om partijen de gelegenheid te geven op een minnelijke wijze tot een oplossing te komen.

Nadat partijen hebben laten weten niet tot een oplossing te zijn gekomen heeft op

30 augustus 2011 een nadere zitting plaatsgehad. Ter zitting is belanghebbende in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en heeft verzoeker zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd.

Overwegingen

Verzoeker heeft in zijn verzoek aangegeven dat de deskundigencommissie in meerderheid op 21 december 2010 haar definitieve eindadvies ten aanzien van de mogelijke planschade aan verzoeker heeft uitgebracht. Blijkens dit eindadvies, dat is vastgesteld in vergadering van

17 december 2010 in afwezigheid van deskundige Van Sambeek en in aanwezigheid van de deskundigen H.M.J. Leenen en Meijer voornoemd, heeft de verandering van het planologische regime voor belanghebbende niet geleid tot planschade. Onder deze omstandigheden acht verzoeker het verstrekken van een voorschot op voorhand uitgesloten.

Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter, ook ambtshalve, een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in deze procedure slechts moet worden beoordeeld of er een grond is om de bij uitspraak van 8 december 2010 getroffen voorlopige voorziening op te heffen dan wel te wijzigen. Daartoe bestaat slechts aanleiding indien sprake is van “nova” ten opzichte van de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening, dat wil zeggen feiten of omstandigheden die niet eerder bekend waren bij de voorzieningenrechter ofwel nadien gewijzigde feiten of omstandigheden.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het eindadvies een gewijzigde omstandigheid, waaraan overwegende betekenis moet worden toegekend in verhouding tot het met het voortduren van de verplichting tot het verstrekken van een voorschot te dienen belang. Tegenover dit rapport staat de op 29 augustus 2011 door belanghebbende ingebrachte rapportage van Van Sambeek van 9 mei 2011. Blijkens deze rapportage bedraagt de totale planschade afgerond € 211.500,--.

Voorts is ter zitting gebleken dat er door schuldeisers van belanghebbende derden-beslag is gelegd. Dit derden-beslag raakt ook het (tweede) voorschot ad € 50.000,-- dat verzoeker aan belanghebbende dient te verstrekken. Gelet hierop is het restitutierisico voor verzoeker naar het oordeel van de voorzieningenrechter hoog te achten. Tevens heeft het derden-beslag tot gevolg dat de getroffen voorlopige voorziening belanghebbende financieel niet rechtstreeks zal baten.

Na afweging van vorenstaande beschreven feiten en omstandigheden, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om in het licht van de betrokken belangen, gezien het eindadvies en derden-beslag, het verzoek tot het opheffen van de voorlopige voorziening toe te wijzen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om de bij uitspraak van 8 december 2010 getroffen voorziening dat verzoeker overgaat tot het verstrekken aan belanghebbende van een voorschot op de uiteindelijk te vergoeden planschade ex artikel 49 van de WRO ad € 50.000,-- op te heffen, toe.

Aldus gedaan door mr. E.V.L. Heuts, rechter, in tegenwoordigheid van mr. drs. P.M. van den Brekel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2011.

w.g. P. van den Brekel w.g. Heuts

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 12 september 2011

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.