Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR5515

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
17-08-2011
Datum publicatie
22-08-2011
Zaaknummer
411891 CV EXPL 11-445
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert betaling van de vervolgjaarkaart voor de periode 8 september 2009 tot en met 7 september 2010. Deze kaart is vóór het einde van het verlopen van de lopende jaarkaart naar gedaagde verzonden om te voorkomen dat gedaagde niet aansluitend gebruik zou kunnen van de diensten van eiseres.

Gedaagde ontkent de jaarkaart te hebben ontvangen en betwist dat hij een doorlopende overeenkomst met eiseres heeft gesloten.

De kantonrechter overweegt dat uit de door eiseres overgelegde overeenkomst niet op voorhand duidelijk is dat dit een doorlopende overeenkomst betreft. Een toelichting op en de voorwaarden waaronder de overeenkomst is aangegaan ontbreken.

De kantonrechter overweegt verder dat eiseres onvoldoende -niet op de situatie toegespitst- heeft gesteld om te worden toegelaten tot het bewijs. Dit geldt temeer omdat eiseres al extra in de gelegenheid is gesteld om haar vordering te onderbouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

Zaak/rolnr.: 411891 CV EXPL 11-445

Typ.: lja

Vonnis van de kantonrechter d.d. 17 augustus 2011

i n z a k e

de besloten vennootschap NS Reizigers B.V.,

voorheen genaamd NS Railbedrijven B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats]

eiseres,

gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders te Breda

t e g e n

[gedaagde]

wonende te [adres]

gedaagde,

aanvankelijk procederende in persoon, thans vertegenwoordigd door mr. J.P.H.J. Hermans.

Het verdere verloop van de procedure

Eiseres heeft naar aanleiding van het tussenvonnis van 27 april 2011 bij akte haar vordering van een nadere onderbouwing voorzien. Gedaagde, althans zijn gemachtigde, heeft een reactie op deze akte gegeven.

De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingevoegd. De uitspraak van het vonnis is vervolgens bepaald op heden.

De verdere beoordeling

Eiseres vordert betaling van de jaarkaart voor de periode 8 september 2009 tot en met

7 september 2010. Volgens eiseres is deze kaart op 26 augustus 2009 naar gedaagde gezonden en is de bijbehorende rekening al op 18 augustus 2009 naar gedaagde gezonden.

Eiseres legt uit dat de toezending van de nieuwe (vervolg)jaarkaart vóór het einde van het verlopen van de lopende jaarkaart wordt gedaan, ter voorkoming van de situatie dat klanten niet aansluitend gebruik kunnen maken van de diensten van eiseres.

Gedaagde ontkent een rekening en of jaarkaart te hebben ontvangen met betrekking tot de periode 8 september 2009 tot en met 7 september 2010. De rekening d.d. 18 augustus 2009 is niet in het geding gebracht.

Gedaagde betwist dat hij een overeenkomst met eiseres heeft gesloten welke zou doorlopen

na de periode van 8 september 2008 tot en met 7 september 2009.

De kantonrechter overweegt als volgt:

Eiseres heeft verzuimd om de onderhavige factuur in het geding te brengen, alsmede een deugdelijke toelichting op en de voorwaarden waaronder de overeenkomst is aangegaan. De kantonrechter is met gedaagde van oordeel dat uit de door eiseres overgelegde overeenkomst niet op voorhand duidelijk is dat dit een voortdurende overeenkomst betreft. Bewijs dat de jaarkaart op 26 augustus 2009 naar gedaagde is gezonden ontbreekt eveneens.

Dat het gebruikelijk is dat de nieuwe (vervolg)jaarkaart al vóór het einde van het verlopen van de lopende jaarkaart wordt toegezonden, ter voorkoming dat klanten niet aansluitend gebruik kunnen maken van de diensten van eiseres, van welke werkwijze eiseres bewijs heeft aangeboden, staat niet ter discussie. De vraag is of eiseres op 26 augustus 2009 een jaarkaart naar gedaagde heeft gezonden.

Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat eiseres onvoldoende heeft gesteld om te worden toegelaten tot bewijs, temeer nu eiseres al extra in de gelegenheid is gesteld om haar vordering nader te onderbouwen.

Op grond van het vorenstaande zal de vordering worden afgewezen.

Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, als hierna bepaald.

De uitspraak

De kantonrechter:

wijst de vordering van eiseres af;

veroordeelt eiseres in de proceskosten van gedaagde, welke tot op heden worden begroot op

€ 175,00 ter zake salaris gemachtigde van gedaagde.

Aldus gewezen door mr. J.J. Groen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.