Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR5053

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
09-08-2011
Datum publicatie
16-08-2011
Zaaknummer
163744 / BZ RK 11-483
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Bopz; machtiging op eigen verzoek; schadevergoeding ten laste van het psychiatrisch ziekenhuis. Artikel 69 WBRv, wisselbepaling. Verzoekster stelt dat de behandelend psychiater ten onrechte stelt dat zij zelf om een machtiging heeft verzocht. Verzoekster herhaalt niet achter het verzoek te staan. De handtekening is niet van haar.

Een verzoek als dat van verzoekster in deze zaak, dat is gericht aan het adres van de stichting die het psychiatrisch ziekenhuis in stand houdt, en waaraan in de kern genomen een aan de stichting toe te rekenen onrechtmatig handelen van de behandelend psychiater ten grondslag ligt, steunt niet op artikel 28, 35 of 41a Wet Bopz en kan, gelet op de exclusieve regeling van de actie tot schadevergoeding in de Wet Bopz, niet door middel van het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt. De zaak dient te worden aangebracht bij dagvaarding. De conclusie is dan ook dat de procedure door verzoekster met het verkeerde stuk is ingeleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum beschikking: 9 augustus 2011

Zaaknummer: 163744 / BZ RK 11-483

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven

in de zaak van:

[Naam 1],

verder te noemen: 'verzoekster',

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. W.G.M.M. van Montfort.

tegen:

de stichting 'STICHTING MONDRIAAN',

verder te noemen: 'de stichting',

gevestigd te Heerlen.

1. Het procesverloop

Verzoekster heeft zich op 1 augustus 2011 met een verzoekschrift met bijlagen tot de rechtbank, Unit Familie, gewend met het verzoek ten laste van de stichting een schadevergoeding vast te stellen.

2. Beoordeling

Bij beschikking van 3 mei 2011, gegeven in zaaknummer 160670 / BZ RK 11-251, heeft rechtbank het verzoek van de officier van justitie om verzoekster, op haar eigen verzoek,

op de voet van het bepaalde in artikel 32 en 33 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en verblijven afgewezen.

Het onderhavige verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding van € 3.549,57 ten laste van de stichting voor de materiële en immateriële schade, die verzoekster stelt te hebben geleden ten gevolge van de onrechtmatige wijze waarop zij gedurende de periode 14 april 2011 tot in ieder geval 3 mei 2011 door toedoen van de behandelend psychiater van haar vrijheid was beroofd. Daaraan heeft verzoekster ten grondslag gelegd dat zij tot 14 april 2011 ingevolge een aan haar verleende machtiging tot voortgezet verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis verbleef, dat de behandelend psychiater ten onrechte heeft verzuimd tijdig een verlenging van die maatregel te vragen en dat hij dit verzuim, om haar eigen woorden te gebruiken, "heeft willen doen verdoezelen door uw rechtbank in de waan te laten dat betrokkene zelf om een machtiging heeft verzocht." In dat verband heeft verzoekster naar voren gebracht dat tijdens de mondelinge behandeling door de rechtbank op 3 mei 2011 aan de orde is geweest dat het verzoek van de officier van justitie niet voldoet aan de wettelijke vereisten en dat het stuk dat zij zou hebben ondertekend - naar de rechtbank begrijpt: de aan de als productie 3 overgelegde geneeskundige verklaring gehechte bijlage - niet van haar maar van de behandelend psychiater Storms afkomstig is. Verzoekster herhaalt niet achter het stuk te staan: zij is en was niet bereid tot het ondergaan van een behandeling en opname in het psychiatrisch ziekenhuis, zij ziet de noodzaak van de voorgeschreven medicatie niet en zij zal die dan ook niet accepteren.

De Wet Bopz kent met de artikelen 28 en 35, voor onvrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis verblijvende patiënten, twee afzonderlijke grondslagen voor het indienen van een verzoek tot vergoeding van schade beweerdelijk geleden als gevolg van schending door de burgemeester, de officier van justitie of de rechter van bepalingen van de Wet Bopz. Hiernaast biedt artikel 41b Wet Bopz, in klachtprocedures op grond van deze wet, de mogelijkheid de rechtbank te verzoeken een schadevergoeding toe te kennen ten laste van de rechtspersoon die het betrokken psychiatrisch ziekenhuis in stand houdt, op de grond dat de beslissing waartegen de klacht is gericht, onrechtmatig is.

Een verzoek als dat van verzoekster in deze zaak, dat is gericht aan het adres van de stichting die het psychiatrisch ziekenhuis in stand houdt, en waaraan in de kern genomen een aan de stichting toe te rekenen onrechtmatig handelen van de behandelend psychiater ten grondslag ligt, steunt niet op artikel 28, 35 of 41a Wet Bopz en kan, gelet op de exclusieve regeling van de actie tot schadevergoeding in de Wet Bopz, niet door middel van het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt. De zaak dient te worden aangebracht bij dagvaarding. De conclusie is dan ook dat de procedure door verzoekster met het verkeerde stuk is ingeleid.

Gelet hierop zal de rechtbank bevelen, rekening houdend met het bepaalde in artikel 69 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.

De rechtbank bepaalt tevens, dat de zaak zal komen op de rol van [roldatum], gehouden wordende in het Kantongerecht te Heerlen, Akerstraat 108 en beveelt dat verzoekster de stichting tegen deze roldatum zal oproepen. Ten slotte zal de rechtbank verzoekster op grond artikel 69, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering in de gelegenheid stellen haar stellingen, voor zover nodig, aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen.

3. Beslissing

De rechtbank:

Beveelt, dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure.

Stelt verzoekster voor zover nodig in de gelegenheid haar stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;

Bepaalt, dat de zaak zal komen op de rol van [roldatum], welke rol gehouden wordt in het Kantongerecht te Heerlen, Akerstraat 108.

Beveelt, dat door verzoekster - onder medebetekening van genoemd verzoekschrift met bijlagen - bij deurwaardersexploot genoemde dag aan de stichting zal worden aangezegd, onder mededeling, dat de stichting op die dag op de vordering kan antwoorden, alsmede onder mededeling van al datgene, dat ook bij een inleidende dagvaarding aan een gedaagde dient te worden medegedeeld.

Aldus gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter, en uitgesproken op 9 augustus 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

FG