Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR3359

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
22-07-2011
Datum publicatie
28-07-2011
Zaaknummer
163172 / BZ RK 11-444
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorlopige of voorwaardelijke machtiging; voorwaardelijke machtiging, ondanks de aanwezigheid van gevaar, afgewezen op de grond dat niet kan worden staande gehouden dat die machtiging gericht was op het verblijf van betrokkene buiten een psychiatrisch ziekenhuis. Voorlopige machtiging treft hetzelfde lot. Betrokkene verblijft sinds jaar en dag in het psychiatrisch ziekenhuis, de laatste anderhalf jaar op vrijwillige basis en betrokkene maakt geen aanstalten het psychiatrisch ziekenhuis te verlaten. Niet kan worden gezegd dat betrokkene niet beschikt over de nodige bereidheid tot vrijwillig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum beschikking: 22 juli 2011

Zaaknummer: 163172 / BZ RK 11-444

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven

in de zaak van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum]

wonend te [adres]

verblijvend in [adres].

1. Het procesverloop

De officier van justitie heeft bij verzoekschrift, op 12 juli 2011 ter griffie ingekomen, aan de rechtbank verzocht een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) te verlenen om [betrokkene] (hierna: betrokkene) in een psychiatrisch ziekenhuis te doen verblijven.

Bij het verzoekschrift is een op 11 juli 2011 ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring overgelegd van [B], psychiater, waarnemend geneesheer-directeur van het ziekenhuis waar betrokkene verblijft.

De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld op 21 juli 2011, waar zijn gehoord betrokkene, bijgestaan door mr. A.M.H.E.G. Lemmens, advocaat te Maastricht, en [F], psycholoog.

2. Beoordeling

Het verzoek voor betrokkene een voorwaardelijke machtiging te verlenen als bedoeld in artikel 14a van de Wet Bopz, heeft de rechtbank bij beschikking van 23 mei 2011, gegeven in de zaak 161088 / BZ RK 11-280, ondanks de aanwezigheid van gevaar, afgewezen op de grond dat niet kan worden staande gehouden dat die machtiging gericht was op het verblijf van betrokkene buiten een psychiatrisch ziekenhuis.

Sindsdien is de situatie niet in betekenende mate veranderd. Betrokkene exhibitioneert zich nog steeds en beseft ook wel dat hij daar anderen schrik mee aanjaagt. Aanspreekbaar op dat gedrag is hij nog steeds niet en dat leidt ertoe dat gemiddeld een keer in de vier à zes weken moet worden gegrepen naar maatregelen met een bestraffend karakter ('kamerarrest'). Andere manieren om betrokkene en het door hem vertoonde ongewenste gedrag te beteugelen zijn er volgens de behandelaar niet.

Thans heeft de officier zich tot de rechtbank gewend met het verzoek voor betrokkene een voorlopige machtiging te verlenen. Anders dan de voorwaardelijke machtiging strekt de voorlopige machtiging tot een gedwongen verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

Artikel 2, eerste lid, van de Wet Bopz bepaalt - voor zover hier van belang - dat de rechter op verzoek van de officier van justitie een voorlopige machtiging kan verlenen om iemand die gestoord is in zijn geestvermogens, in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en verblijven, als er naar het oordeel van de rechter sprake is van:

a. een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens die betrokkene gevaar doet veroorzaken, en

b. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, en

c. de betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid tot vrijwillig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

Deze zaak loopt spaak op de bereidheid van betrokkene. Betrokkene verblijft sinds jaar en dag in het psychiatrisch ziekenhuis, aanvankelijk gedwongen op grond van elkaar opvolgende rechterlijke machtigingen maar de laatste anderhalf jaar op vrijwillige basis. Betrokkene maakt geen aanstalten het psychiatrisch ziekenhuis te verlaten en, zijn uitzonderlijke gedrag daargelaten, is betrokkene er niet ongezien. Dat betrokkene een keer in de vier à zes weken de grenzen van het betamelijke overschrijdt en daar vervolgens moeilijk in is te corrigeren neemt 'men' maar op de koop toe.

Om een lang verhaal kort te houden: van betrokkene kan niet worden gezegd dat hij niet beschikt over de nodige bereidheid tot vrijwillig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

Het verzoek ligt derhalve en op die grond voor afwijzing gereed.

3. Beslissing

De rechtbank:

Wijst het verzoek een voorlopige machtiging te verlenen om betrokkene te doen opnemen en te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis af.

Aldus gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter, en uitgesproken op 22 juli 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan door partijen met tussenkomst van een advocaat binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak, beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.