Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR3315

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
27-07-2011
Zaaknummer
03-702787-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens diverse inbraken in verzorgingscentra tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/702787-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 juli 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats en datum verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vrouwen, Huis van Bewaring Nieuwersluis te Nieuwersluis.

Raadsman is mr. J. Schepers, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 juli 2011, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met anderen een diefstal met geweld heeft gepleegd dan wel medeplichtig hieraan is geweest;

Feit 2: heeft geprobeerd bij Ouderencentrum Beek en Bos in te breken;

Feit 3: al dan niet samen met anderen in Zorgcentrum/bejaardencentrum Bocholtz heeft ingebroken;

Feit 4: al dan niet samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in Bejaardencentrum Heereveldje;

Feit 5: al dan niet samen met anderen heeft geprobeerd in te breken in een aardappelverwerkingsbedrijf.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 primair, 2, 3, 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie zich gebaseerd op de aangifte, alsmede op de verklaringen van verdachte, [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2]. De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte als mededader kan worden gezien, nu zij meermalen haar auto ter beschikking stelde, terwijl zij wist dat er ingebroken zou worden. Daarnaast heeft verdachte geprofiteerd van de opbrengst en hielp ze mee bij het dumpen van gestolen goederen. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde geweldsaspect.

Ten aanzien van de overige feiten heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 primair. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het zich enkel niet distantiëren niet voldoende is voor het aannemen van medeplegen. Er was geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte dient in ieder geval te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde geweldsaspect.

De raadsman heeft voorts betoogd dat verdachte bij gebrek aan bewijs dient te worden vrijgesproken van feit 2.

Feit 3 kan bewezen worden, met dien verstande dat er vrijspraak dient te volgen voor de diefstal van een offerblok.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu niet bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij de poging tot inbraak.

De raadsman heeft ten slotte ten aanzien van feit 5 vrijspraak betoogd, nu in de tenlastelegging een verkeerde pleegdatum is opgenomen.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Op 16 februari 2011 heeft er gedurende de nachtelijke uren een inbraak plaatsgevonden in het Bejaardencentrum Firenschat te Kerkrade. [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] liepen die nacht naar voornoemd bejaardencentrum. Zij hadden het plan opgevat om in te breken in zorghuizen.

Bij Firenschat aangekomen werden de schuifdeuren met breekijzers opengebroken teneinde toegang te krijgen tot het bejaardencentrum. Deze breekijzers werden eerder die dag door [naam medeverdachte 1] (zijnde verdachtes vriend) en [naam medeverdachte 3] gekocht bij de Praxis. Verdachte bracht hen op hun verzoek naar de Praxis en wachtte in de auto. Toen verdachte zag dat [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] breekijzers hadden gekocht, vermoedde zij dat deze gekocht waren om in te breken.

In het bejaardencentrum werd een kluis gestolen. Hierna werd contact opgenomen met verdachte met het verzoek hen te komen halen.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij werd gebeld met het verzoek om [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] op te halen. Ter plaatse zag verdachte dat zij een kluis bij zich hadden. Nadat iedereen in de auto zat en de kluis was ingeladen, is zij naar haar vriendin [naam vriendin verdachte]gereden. Daar werd de kluis opengebroken. De kluis werd later door verdachte en [naam medeverdachte 1] gedumpt.

De rechtbank stelt - gelet op het voorgaande - vast dat verdachte betrokken is geweest bij een inbraak in het Bejaardencentrum Firenschat. De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachtes betrokkenheid als medeplegen dan wel als medeplichtigheid moet worden aangemerkt. Om van medeplegen te kunnen spreken dient sprake te zijn van een nauwe en bewuste samenwerking bij het verrichten van het strafbaar feit en dient er sprake te zijn van een gezamenlijke uitvoering. De deelnemers aan een strafbaar feit zijn min of meer gelijkwaardig en hun aandeel in de uitvoering van het strafbaar feit is van gelijke betekenis. Voor de gezamenlijke uitvoering is echter niet vereist dat de medepleger zelf aan de uitvoering van het strafbaar feit deelneemt. De medeplichtige is een dader die het strafbaar feit slechts ondersteunt.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt, nu haar rol verder gaat dan het enkel ondersteunen van de inbraak. Uit de verklaring van verdachte blijkt namelijk dat zij al een vermoeden had van een nog te plegen inbraak op het moment dat de breekijzers werden gekocht. De daarop volgende nacht werd zij gebeld met het verzoek om [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] op te halen. De rechtbank maakt hieruit op dat verdachte “stand-by” stond. Ter plaatse ziet zij dat het drietal een kluis bij zich heeft. Onder die omstandigheden had verdachte er voor moeten kiezen om zich te distantiëren. In plaats daarvan heeft zij het drietal en de kluis meegenomen in haar auto en is zij naar een woning gereden alwaar de kluis werd opengebroken. Daarna heeft zij samen met [naam medeverdachte 1] de kluis gedumpt. Verdachte heeft aldus niet alleen in het voortraject, maar ook in het natraject een belangrijke, faciliterende rol gespeeld. Bovendien heeft zij, aldus medeverdachte [naam medeverdachte 2], altijd wel wat van de opbrengst gekregen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen een inbraak heeft gepleegd, zoals onder feit 1 primair ten laste is gelegd.

Blijkens de aangifte werd er ten tijde van de inbraak geweld gebruikt tegen een medewerker van Bejaardencentrum Firenschat. Aangever [naam slachtoffer 1] heeft namelijk verklaard dat hij de inbrekers heeft overlopen en op dat moment een klap kreeg van een van de inbrekers en daarnaast meermalen werd bedreigd. Dit geweldsaspect is ook aan verdachte ten laste gelegd. De rechtbank is echter van oordeel dat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld dat verdachte hier wetenschap van had en evenmin dat zij opzet had op het gebruik van geweld. Verdachte dient dan ook van dit geweldsaspect te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2:

Onder feit 2 is aan verdachte ten laste gelegd dat zij heeft geprobeerd in te breken bij Ouderencentrum Beek en Bos in de gemeente Leudal. Blijkens de aangifte heeft deze poging tot inbraak op 1 maart 2011 plaatsgevonden.

[naam medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een keer in Roermond is geweest, waarbij er werd ingebroken in een verzorgingstehuis. Bij deze inbraak werd echter niets gestolen. Hij heeft zichzelf op de camerabeelden herkend. Hij kon zich niet meer herinneren wie voor het vervoer zorgde.

Verdachte heeft verklaard dat zij naar Roermond is gereden. Ze kon zich echter niet herinneren waar ze die nacht is geweest. Ter zitting heeft zij hieraan toegevoegd dat zij zich niet kan herinneren dat ze naar Ouderencentrum Beek en Bos is gegaan.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen die zijn afgelegd door [naam medeverdachte 1] en verdachte onvoldoende duidelijk zijn. Hieruit kan immers niet worden afgeleid of verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de poging tot inbraak zoals ten laste is gelegd. De rechtbank acht feit 2 dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 3:

Op 3 maart 2011 werd er ingebroken bij Zorgcentrum Bocholtz aan de Schoolstraat 30 in de gemeente Simpelveld. De daders hebben zichzelf de toegang tot het zorgcentrum verschaft door een raam op de begane grond te forceren. Bij de inbraak werden uit de winkel van het zorgcentrum sloffen sigaretten gestolen en uit het café van het zorgcentrum een handtas met inhoud van een medewerkster genaamd [naam slachtoffer 2].

[naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] hebben beiden bekend bij deze inbraak betrokken te zijn geweest en hebben tevens bekend sloffen sigaretten en een handtas gestolen te hebben.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] heeft gebracht en buiten heeft gewacht totdat zij terug kwamen. Zij wist dat [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] gingen inbreken.

Gelet op de aangiften en de verklaringen van [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en verdachte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen een inbraak heeft gepleegd bij Zorgcentrum Bocholtz. Bij deze inbraak werden sloffen sigaretten en een handtas met inhoud weggenomen. De rechtbank acht - bij gebrek aan bewijs - niet bewezen dat bij deze inbraak een offerblok werd weggenomen.

Ten aanzien van feit 4:

Onder feit 4 is aan verdachte ten laste gelegd dat zij zou hebben geprobeerd in te breken in Bejaardencentrum Heereveldje te Landgraaf.

Blijkens de aangifte werd er op 10 maart 2011 een draairaam opengebroken. Er werd niets weggenomen.

[naam medeverdachte 2] heeft een verklaring afgelegd over een poging tot inbraak in Landgraaf. Hij liep samen met [naam medeverdachte 1] en verdachte langs een raam, toen het gordijn opzij werd geschoven. Ze zijn toen weggegaan.

De rechtbank is van oordeel dat de door [naam medeverdachte 2] afgelegde verklaring onvoldoende duidelijk is. Immers, niet is duidelijk of de verklaring van [naam medeverdachte 2] betrekking heeft op hetzelfde feit als vermeld in de aangifte. Uit het dossier blijkt overigens niet van enige betrokkenheid van verdachte bij het in de aangifte vermelde feit. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 4 heeft begaan en zij zal hiervan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 5:

Onder feit 5 is aan verdachte ten laste gelegd dat zij in de periode van 24 februari 2011 tot en met 25 februari 2011 een inbraak heeft gepleegd in een pand aan de [naam straat] in de gemeente Landgraaf. Nu de in het dossier aanwezige aangifte ziet op een poging inbraak gepleegd in een andere periode, te weten van 19 maart 2011 tot en met 20 maart 2011, kan niet bewezen worden dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van feit 5.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 16 februari 2011 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kluis met inhoud, toebehorende aan Firenschat;

3.

op 03 maart 2011 in de gemeente Simpelveld tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand gelegen aan de Schoolstraat heeft weggenomen sloffen sigaretten toebehorende aan Zorgcentrum/bejaardencentrum Bocholtz en een handtas met inhoud toebehorende aan [naam slachtoffer 2], waarbij verdachte en haar mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook indien dit inhoudt een meldingsgebod, gedragsinterventie en een behandelverplichting.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest of een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van maximaal vier maanden. De raadsman heeft voorts een voorwaardelijke straf bepleit.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen. De rechtbank heeft in het bijzonder acht geslagen op het volgende.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan twee inbraken in zorgcentra.

Dit getuigt van een gebrek aan respect voor de persoonlijke eigendommen van anderen. Verdachte heeft ter zitting spijt betuigd van haar daden en heeft blijk gegeven de laakbaarheid van haar gedrag in te zien.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting acht geslagen op de door het LOVS geformuleerde oriëntatiepunten voor straftoemeting ten aanzien van woninginbraken. De rechtbank is namelijk van oordeel dat de inbraken in de verzorgingstehuizen gelijk gesteld kunnen worden aan de inbraak in een woning. In de verzorgingstehuizen wonen hulpbehoevenden. Ook al hebben verdachte en haar mededaders niet de kamers van bewoners betreden, wel zijn zij in centrale ruimten geweest. Voor de bewoners van de verzorgingscentra maken deze centrale ruimten deel uit van de leefruimte waarvan zij dagelijks gebruik maken en waar zij zich veilig zouden moeten voelen.

Voor woninginbraak geldt een oriëntatiepunt van drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte heeft zich twee maal schuldig gemaakt aan een dergelijke inbraak. Dit betekent dat een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden als uitgangspunt zal worden genomen.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte weliswaar niet louter een faciliterende rol heeft gespeeld bij de inbraken, maar dat haar rol wel ondergeschikt was.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank er tevens rekening mee gehouden dat verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan strafbare feiten, terzake waarvan de officier van justitie heeft medegedeeld dat verdachte daarvoor niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd, te weten:

Ad informandum:

1. 702787-11 03 maart 2011, Zorgcentrum Langedael, Vaals, poging tot inbraak in vereniging;

2. 702787-11 3 maart 2011, medeplichtigheid bij/tot diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel (pinnen met een gestolen pinpas);

3. 702787-11 01 maart 2011, Orbis Susteren, medeplichtigheid bij/tot poging inbraak.

Door de reclassering is op 12 juli 2011 een rapport omtrent de persoon van verdachte uitgebracht. Hierin wordt geadviseerd aan verdachte op te leggen een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook indien dit inhoudt een meldingsgebod, deelname aan een gedragsinterventie en een behandelverplichting bij een forensische polikliniek. De rechtbank zal dit advies bij haar straftoemeting meenemen.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten een passende straf. Deze straf doet recht aan de ernst van de feiten.

Het voorwaardelijk deel geldt als een flinke stok achter de deur om verdachte er in de toekomst van te weerhouden om opnieuw tot het plegen van strafbare feiten over te gaan. Gelet op het advies van de reclassering zal de rechtbank tevens aan de proeftijd de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht koppelen, ook indien dit inhoudt een meldingsgebod en een behandeling of training bij een forensische polikliniek. Dit zal verdachte na haar detentie helpen om haar leven weer op te pakken en aan haar toekomst te werken.

6 De benadeelde partij

De volgende benadeelde partijen hebben zich met een vordering tot schadevergoeding in het strafproces tegen verdachte gevoegd:

- Ouderencentrum Beek en Bos ([naam directeur]) voor een bedrag van € 732,66

voor feit 2;

- [naam slachtoffer 2] voor een bedrag van € 1.043,40 voor feit 3.

De officier van justitie heeft gevorderd de vorderingen van [naam slachtoffer 2] en Ouderencentrum Beek en Bos toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hij heeft voorts gevorderd de vordering van [naam slachtoffer 2] te vermeerderen met de wettelijke rente.

De raadsman heeft betoogd dat de vordering van Ouderencentrum Beek en Bos, gelet op de door hem bepleitte vrijspraak, dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de kosten van het veiligstellen van camerabeelden en de kosten van braakschade niet in direct verband staan met het feit zoals aan verdachte ten laste is gelegd.

Ten aanzien van de vordering van [naam slachtoffer 2] heeft de raadsman betoogd dat de kosten voor aanschaf van nieuwe goederen gematigd dienen te worden op grond van het beginsel “nieuw voor oud”. Voor zover de vordering ziet op goederen waarvan geen nota is overgelegd, dient deze te worden afgewezen.

Met betrekking tot de hoeveelheid geld in de beurs zijn verschillende verklaringen door de verdachten afgelegd. Deze post dient om die reden niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het feit dat verdachte zal worden vrijgesproken van feit 2, zal de benadeelde partij ouderencentrum Beek en Bos niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

De vordering van[naam slachtoffer 2] komt voor vergoeding in aanmerking en zal dan ook worden toegewezen. Bij optelling van de afzonderlijk vermelde posten, komt de rechtbank tot een totaal van € 1.193,40. Gelet op het feit dat slechts een bedrag van € 1.043,40 is gevorderd, zal de rechtbank de vordering tot laatstgenoemd bedrag toewijzen.

De rechtbank acht de door de benadeelde partij gevorderde bedragen alleszins redelijk. Van matiging is dan ook geen sprake. Ook de posten waarvan geen nota is overgelegd komen de rechtbank redelijk voor, zodat ook deze voor vergoeding in aanmerking komen.

De rechtbank zal bij de toegewezen vordering eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De vordering dient bovendien vermeerderd te worden met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2011.

De rechtbank zal de toe te wijzen vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk opleggen, nu verdachte niet alleen de schadeveroorzakende gedraging heeft gepleegd.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 2, 4 en 5 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook indien dit inhoudt een meldingsgebod en een behandeling of training bij een forensische polikliniek;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis -waaronder op de voet van het bepaalde bij artikel 72, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering begrepen de tijd gedurende welke de verdachte in verzekering was gesteld- gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [naam en adres slachtoffer 2], van een bedrag van € 1.043,40 (zegge: duizenddrieënveertig euro en veertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente van 3 maart 2011 tot aan de dag van volledige voldoening;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer 2] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2011;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 2] vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- verklaart de benadeelde partij Ouderencentrum Beek en Bos, L'Unionlaan 1, 6093 GE Heythuysen, in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij Ouderencentrum Beek en Bos in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Dijkshoorn-Sleebe, voorzitter, mr. C.G.A. Wouters en

mr. I. Becker-Hartenhof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.K. Spronk, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 juli 2011.

Buiten staat

Mr. mr. I. Becker-Hartenhof is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 16 februari 2011 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kluis met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Firenschat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het vastpakken van die [naam slachtoffer 1] en/of het slaan met een zaklamp, althans met een hard voorwerp, van die [naam slachtoffer 1] en/of het op de rug

draaien van de arm van die [naam slachtoffer 1] en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het dreigend vragen aan die [naam slachtoffer 1] waar de kluis was en/of het meermalen dreigend zeggen tegen die [naam slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - dat hij de kluis moest openen en dat hij anders zou worden geslagen;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

[naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 3] en/of een onbekend gebleven persoon op of omstreeks 16 februari 2011 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een kluis met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Firenschat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 3] en/of mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het vastpakken van die [naam slachtoffer 1] en/of het slaan met een zaklamp, althans met een hard voorwerp, van die [naam slachtoffer 1] en/of het op de rug draaien van de arm van die [naam slachtoffer 1] en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het meermalen dreigend vragen aan die [naam slachtoffer 1] waar de kluis was en/of het meermalen dreigend zeggen tegen die

[naam slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - dat hij de kluis moest openen en dat hij anders zou worden geslagen

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 15 februari 2011 tot en met 16 februari 2011 in de gemeente Kerkrade en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door een of meer van de bovengenoemde personen te vervoeren naar de Praxis (alwaar inbrekerswerktuig gekocht werd) en/of bovengenoemde personen in

de auto op te halen en/of (vervolgens) bovengenoemde personen en/of het gestolen goed te vervoeren;

(zaak 1)

2.

zij op of omstreeks 1 maart 2011 in de gemeente Leudal ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit Ouderencentrum Beek en Bos heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ouderencentrum Beek en Bos, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak 2)

3.

zij op of omstreeks 03 maart 2011 in de gemeente Simpelveld tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een pand gelegen aan de Schoolstraat heeft weggenomen een hoeveelheid sloffen sigaretten en/of een offerblok en/of een handtas met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Zorgcentrum/bejaardencentrum Bocholtz en/of [naam slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(zaak 8)

4.

zij in of omstreeks de periode van 10 maart 2011 tot en met 11 maart 2011 in de gemeente Landgraaf ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gelegen aan de Kloosterstraat weg te nemen een hoeveelheid goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Bejaardencentrum Heereveldje, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen, een raam van voornoemd pand heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak 17)

5.

zij in of omstreeks de periode van 24 februari 2011 tot en met 25 februari 2011 in de gemeente Landgraaf ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand gelegen aan de [naam straat] weg te nemen een hoeveelheid goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder haar/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een

of meer van haar mededader(s), althans alleen een toegansdeur en/of een raam heeft/hebben getracht te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(zaak 18)