Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR1705

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
14-07-2011
Datum publicatie
15-07-2011
Zaaknummer
03/700350-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie: Mobiel Toezicht door KMar. Inverzekeringstelling verdachte vreemdeling onrechtmatig en afwijzing vordering inbewaringstelling door RC.

De toepassing van het (nieuwe) art. 4.17a Vreemdelingenbesluit 2000 komt neer op een (verboden) grenscontrole.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

inzake: [naam verdachte]

Rechtbank Maastricht

De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken

Overwegingen en beslissing omtrent inverzekeringstelling

Uit het voorliggende dossier blijkt niet dat aan alle voorwaarden voor de inverzekeringstelling is voldaan, zodat de inverzekeringstelling als onrechtmatig moet worden beoordeeld (inverzekeringstelling was onrechtmatig).

Daartoe wordt het volgende overwogen.

De rechter-commissaris stelt in de eerste plaats vast dat de vraag of de controle van de auto waarin de verdachte zat, heeft plaatsgevonden overeenkomstig de eisen die – het per 1 juni 2011 in werking getreden – artikel 4.17a van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) stelt, niet aan de hand van het voorliggende dossier kan worden beantwoord. Er is immers geen proces-verbaal voorhanden waarin wordt weergegeven in hoeverre ten tijde van de controle invulling is gegeven aan het bepaalde in lid 1, aanhef en onder c, lid 2 en lid 5 van artikel 4.17a Vb 2000. Het moet er daarom voor worden gehouden dat niet is gebleken dat voldaan is aan de vereisten van art. 4.17a Vb 2000.

Principiëler dan het voorgaande is daarnaast de vraag of controles onder de vigeur van het per 1 juni 2011 geldende artikel 4.17a Vb 2000 al dan niet hetzelfde effect hebben als grenscontroles.

Daarbij neemt de rechter-commissaris in aanmerking dat het Hof van Justitie van de EU te Luxemburg bij arrest van 22 juni 2010 (inzake Melki en Abdeli) in rechtsoverweging 75 het volgende over grenscontroles heeft gesteld:

“In die omstandigheden moet op de tweede vraag worden geantwoord dat artikel 67, lid 2, VWEU en de artikelen 20 en 21 van verordening nr. 562/2006 [de zgn. Schengengrenscode, RC] zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling waarbij aan de politieautoriteiten van de betrokken lidstaat de bevoegdheid wordt verleend om uitsluitend binnen een 20 kilometer diep gebied langs de landsgrens van die staat met de staten die partij zijn bij de OUSA, de identiteit van eenieder te controleren, ongeacht het gedrag van de betrokkene en los van specifieke omstandigheden waarvan een risico op aantasting van de openbare orde uitgaat, teneinde de naleving van de verplichtingen ter zake van het houden, het dragen en het tonen van de bij wet voorziene titels en documenten te verifiëren, zonder dat die regeling in het noodzakelijke kader voor die bevoegdheid voorziet om te waarborgen dat de feitelijke uitoefening ervan niet hetzelfde effect kan hebben als grenscontroles.”

Uit het bepaalde in artikel 4.17a Vb 2000 kan naar het oordeel van de rechter-commissaris niet worden afgeleid dat daarbij de inhoud van de geciteerde rechtsoverweging 75 leidend is geweest. In genoemd artikel is immers in het geheel geen rol toebedeeld aan criteria als het gedrag van betrokkene en specifieke omstandigheden waarvan een risico op aantasting van de openbare orde uitgaat. Integendeel worden er in dat artikel normen genoemd die niet tot personen herleidbaar zijn, maar zien op onpersoonlijke aspecten zoals het aantal kilometers, het maximum aantal vluchten, het aantal passagiers of coupés en de frequentie waarbinnen of waarbij controles kunnen plaatsvinden.

De rechter-commissaris deelt in dit verband het oordeel van de bestuursrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage, zittingsplaats Roermond van 04 juli 2011 (zaaknr. AWB 11/19820, LJN: BR0684) waarbij de in die zaak uitgevoerde controle is gekarakteriseerd als die van een (verboden) grenscontrole. Naar het oordeel van de rechter-commissaris is dezelfde conclusie van toepassing op de onderhavige zaak: het controleren van een voertuig omdat èn nadat dit de grens België-Nederland is gepasseerd.

De onderhavige controle en de daarop gevolgde staandehouding van de verdachte moeten gelet op het voorgaande dan ook als onrechtmatig worden gekenmerkt. Laatstgenoemd stempel drukt eveneens op de inverzekeringstelling, aangezien zonder die controle geen vals document zou zijn opgedoken en dus ook geen verdenking ex artikelen 231 en 416 Sr.

Overwegingen omtrent inbewaringstelling

Gezien het voorgaande is er naar het oordeel van de rechter-commissaris geen ruimte voor het toewijzen van de vordering tot inbewaringstelling, ook niet rauwelijks, aangezien sprake is van onrechtmatige bewijsgaring.

DE BESCHIKKING

Wijst af de vordering tot het bevel tot bewaring van de verdachte.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidsstelling van verdachte.

De rechter-commissaris

Deze beschikking is aldus door mij gegeven.

Maastricht, 14 juli 2011,

(mr. W.L.J. Voogt).