Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR1602

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
13-07-2011
Datum publicatie
14-07-2011
Zaaknummer
03/702690-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis – inhoudsindicatie: veroordeling tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, voor twee woninginbraken en acht inbraken gepleegd uit kelderboxen.

Niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde immateriële schade. Er bestaat, gelet op de van toepassing zijnde bepalingen uit het burgerlijk recht, eerst dan, en vooral dan, een verplichting tot schadevergoeding, indien de geschonden norm strekt tot bescherming van het slachtoffer tegen de schade zoals het slachtoffer die geleden heeft. In het onderhavige geval beoogt de geschonden norm, artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht, de bescherming van iemands vermogen. Bij die stand van zaken komt dus alleen de schade aan iemands vermogen, materiële schade dus, voor vergoeding in aanmerking. Voor een vergoeding van immateriële schade zou dan alleen nog ruimte zijn, indien er tevens een ongeschreven betamelijkheidsnorm is overtreden. Dat is echter niet het geval. Vanwege het niet-voldaan zijn aan dit wettelijke vereiste voor ontvankelijkheid, zal de benadeelde partij ook voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/702690-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 juli 2011

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. W.J.Th.B. Gerlag, advocaat te Kerkrade.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juni 2011, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 20 oktober 2008 tot en met 24 oktober 2008 in/uit een woning gelegen aan [D.T.] te Heerlen een laptop heeft gestolen door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 2: op 28 april 2008 in/uit een woning gelegen aan [D.T.]sieraden en/of tas(sen) en/of een agenda en/of een sleutel en/of een portemonnee en/of een bril en/of een fotocamera en/of geldkist en/of een hoeveelheid geld en/of sleutels heeft gestolen door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 3: in de periode van 14 mei 2009 tot en met 10 januari 2011 meermalen (19 keer) in/uit bergingen/kelderboxen van een flat gelegen aan [D.T.]te Heerlen goederen heeft gestolen door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 tenlastegelegde woninginbraken en alle onder 3 tenlastgelegde diefstallen in/uit de bergingen/kelderboxen. Daarbij heeft zij zich ten aanzien van de diefstallen uit de bergingen/kelderboxen die verdachte niet heeft bekend, gebaseerd op de aangiften en de met de modus operandi van verdachte overeenstemmende wijze waarop de bergingen/kelderboxen waren opgebroken.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich, evenals de officier van justitie, op het standpunt gesteld dat de onder feit 1 tenlastegelegde woninginbraak wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Voorts acht hij ten aanzien van feit 2 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van sieraden, sleutels en een hoeveelheid geld uit de woning gelegen aan [D.T.]te Heerlen. Ten aanzien van de overige goederen die verdachte bij dit feit zou hebben gestolen heeft hij partiële vrijspraak bepleit.

Met betrekking tot de onder feit 3 tenlastelegde inbraken in/uit de bergingen/kelderboxen heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit feit alleen voor zover dit ziet op de zaken 2, 3, 4, 5, 6, 19, 26 en 39 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van de in dat feit genoemde overige zaken heeft hij vrijspraak bepleit.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank feit 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 juni 2011;

- de aangifte van [slachtoffer 1].

Ten aanzien van feit 2:

Op 29 april 2008 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van een op 28 april 2008 gepleegde inbraak in/uit haar woning gelegen aan [D.T.]te Heerlen. Zij heeft ten overstaan van de politie verklaard dat zij bij thuiskomst zag dat iemand zich de toegang tot haar woning had verschaft door het bovenlichtje naast de voordeur te verbreken. Zij zag dat haar gouden armband, welke normaliter in haar nachtkastje lag, was ontvreemd. Later heeft zij verklaard dat ook nog waren weggenomen: sieraden, tassen, (auto)sleutels, een portemonnee, een geldkistje, een hoeveelheid oud Nederlands geld, een bril, een fotocamera en een agenda.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op het adres [D.T.] te Heerlen woont en dat hij heeft ingebroken in de woning van zijn buurvrouw. Hij heeft dit gedaan door de geleiders van het raam naast de voordeur met een schroevendraaier te verbreken en vervolgens door de gecreëerde opening naar binnen te gaan. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij toen uit de woning van [slachtoffer 2] sieraden, een hoeveelheid geld en sleutels heeft gestolen. De diefstal van de overige goederen heeft hij uitdrukkelijk ontkend.

Uit de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 28 april 2008 door middel van braak en inklimming sieraden, sleutels en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 2], heeft weggenomen uit de woning gelegen aan [D.T.]te Heerlen. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde goederen heeft gestolen. De rechtbank zal verdachte daarvan dan ook partieel vrijspreken. Weliswaar heeft aangeefster gezegd dat o.a. haar bril, fotocamera en agenda ook gestolen zouden zijn, maar tegen die aangifte staat de ontkenning van de verdachte. Nu deze ontkenning niet gelogenstraft wordt door ander bewijs, en nu niet valt in te zien waarom verdachte, die wel bekend heeft sieraden, sleutels en geld weggenomen te hebben, onwaarheid zou spreken als hij zegt de andere tenlastegelegde goederen niet weggenomen te hebben, zal de rechtbank meegaan in de verklaring van de verdachte.

Ten aanzien van feit 3:

Onder feit 3 zijn door de officier van justitie 19 afzonderlijke zaken inbraken in/uit bergingen/kelderboxen tenlastegelegd.

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank dit feit, voor zover dit ziet op de zaken 2, 3, 4, 5, 6, 19, 26 en 39 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 29 juni 2011;

- de aangifte van [slachtoffer 3] (zaak 2);

- de aangifte van [slachtoffer 4] (zaak 3);

- de aangiften van [slachtoffer 5] (zaak 4 en zaak 5);

- de aangiften van [slachtoffer 6] (zaak 6 en zaak 19);

- de aangifte van [slachtoffer 7] (zaak 26);

- de aangifte van [slachtoffer 8] (zaak 39).

Ten aanzien van de overige onder feit 3 tenlastegelegde zaken overweegt de rechtbank dat onvoldoende wettig bewijs in het dossier voorhanden is dat verdachte de tenlastegelegde inbraken heeft gepleegd. Zij zal verdachte daarom voor die zaken partieel vrijspreken. Verdachte heeft een aantal van deze inbraken expliciet ontkend en ten aanzien van de overige heeft hij verklaard zich deze inbraken niet meer te kunnen herinneren. Dit betekent dat ten aanzien van al deze zaken als bewijs slechts een aangifte aanwezig is. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er geen link tussen alle tenlastegelegde inbraken kan worden gelegd door middel van de modus operandi. De rechtbank acht de wijze waarop verdachte de inbraken beging die hij wel heeft bekend, namelijk niet zo kenmerkend dat daarvan een identificerende werking kan uitgaan. De wijze waarop verdachte de kelderboxen openbrak, is niet dusdanig uniek dat hierdoor gezegd kan worden dat alle inbraken die op vergelijkbare wijze gepleegd zijn enkel en alleen aan verdachte toegeschreven kunnen worden.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 20 oktober 2008 tot en met 24 oktober 2008 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [D.T.] heeft weggenomen een laptop, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming; (zaak 1)

2.

op 28 april 2008 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [D.T.]heeft weggenomen sieraden en een hoeveelheid geld en sleutels, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming; (zaak 8)

3.

in de periode van 14 mei 2009 tot en met 10 januari 2011 in de gemeente Heerlen meermalen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de hierna te noemen bergingen/kelderboxen van een flat gelegen aan de [D.T.]heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen aangevers/benadeelden, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak, te weten

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een computer toebehorende aan [slachtoffer 3] (zaak 2) en

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een snorfiets ([merknaam]) toebehorende aan [slachtoffer 4] (zaak 3) en

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] 3 vishengels toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak 4) en

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een vistas toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak 5) en

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een fiets ([merknaam]) toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak 6) en

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] onder meer een gereedschapskoffer en een flex met schijven en een accuboor toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak 19) en

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een (grote) hoeveelheid gereedschappen toebehorende aan [slachtoffer 7] (zaak 26) en

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een bromfiets toebehorende aan [slachtoffer 8] (zaak 39).

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

T.a.v. feit 2:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

T.a.v. feit 3:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

4.2. De strafbaarheid van verdachte

Over de verdachte is op 17 april 2011 gerapporteerd door de deskundige drs. C. Moerland, gezondheidszorgpsycholoog. Het rapport van drs. C. Moerland, houdt onder meer in:

(…)

11. BEANTWOORDING VAN DE VRAGEN

1. Is onderzochte lijdende aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en zo ja, hoe is dat in diagnostische zin te beschrijven?

Ja, er is sprake van een persoonlijkheidsstoornis Niet Anderszins Omschreven, met voornamelijk antisociale en narcistische kenmerken.

2. Hoe was dit ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde?

Hiervan was sprake ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde.

3. Beïnvloedde de eventuele stoornis ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens onderzochtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde (zodanig dat dit mede daaruit verklaard kan worden)?

Ja. Mits bewezen geacht, werd het door betrokkene vertoonde delictgedrag naar alle waarschijnlijkheid in belangrijke mate bepaald door de gevolgen van de bij hem aanwezige psychopathologie.

4. Zo ja, kan de deskundige dan gemotiveerd aangeven:

a. op welke manier dat gebeurde:

Het is aannemelijk dat de volgende kenmerken van betrokkene van invloed zijn geweest op het door hem vertoonde delictgedrag: zijn gebreken op het gebied van frustratietolerantie, impulsregulatie en gewetensfuncties.

b. in welke mate dat gebeurde:

Dat gebeurde waarschijnlijk in aanzienlijke mate.

c. welke conclusies aangaande de toerekeningsvatbaarheid op grond hiervan te adviseren is:

Als gevolg van de bij 4a genoemde beperkingen was betrokkene in zekere mate beperkt in zijn keuzevrijheid van handelen; anderzijds was hij zich bewust van het wederrechtelijke van zijn delictgedrag (ervan uitgaande dat dit bewezen wordt geacht). Zijn beperkingen in aanmerking genomen zou hij, ondanks dat hij zich volledig bewust was van de wederrechtelijkheid van zijn gedrag, enigszins verminderd toerekeningsvatbaar voor het hem tenlastegelegde kunnen worden beschouwd.

De rechtbank verenigt zich met de hierboven gegeven overwegingen en maakt de conclusie ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte tot de hare.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Voorts heeft zij gevorderd aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook indien dit inhoudt een gedragsinterventie en/of een behandeling binnen het Fact-team.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank primair verzocht om aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zulks onder oplegging van de in het voorlichtingsrapport geadviseerde bijzondere voorwaarden. Indien de rechtbank voornemens is aan verdachte een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dan verzoekt hij de rechtbank, subsidiair, het onvoorwaardelijke deel gelijk te stellen aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Meer subsidiair heeft hij aangevoerd dat verdachte bereid is een werkstraf te verrichten.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen. Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee woninginbraken. Een vond plaats in de woning van een (voormalige) vriend, de andere in de woning van zijn buurvrouw. Diefstallen als deze, waarbij iemand ongeoorloofd en heimelijk de plek waar mensen zich bij uitstek veilig willen voelen, binnen dringt, berokkenen de gedupeerden niet alleen financiële schade, maar leiden voor zowel de direct betrokkene, als voor de samenleving in haar geheel tot gevoelens van onveiligheid.

Voorts heeft verdachte gedurende een langere periode acht inbraken gepleegd uit kelderboxen. Het betrof hier kelderboxen in de flat waarin hij zelf ook woont en die derhalve toebehoren aan zijn medebewoners.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank ook acht geslagen op negen ad informandum gevoegde feiten, die verdachte ter terechtzitting heeft bekend. Het betreft hier de volgende feiten:

- 702690-11, 29 juli 2010, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking fiets [merknaam] (zaak 7);

- 702690-11, 14 oktober 2006, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking fiets [merknaam] (zaak 10);

- 702690-11, 18 oktober 2006, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking fiets [merknaam] (zaak 11);

- 702690-11, 20 december 2006, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking bromfiets [merknaam] (zaak 12);

- 702690-11, 29 februari 2008, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking fiets [merknaam](zaak 13);

- 702690-11, 06 maart 2010, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking fiets [merknaam] (zaak 25);

- 702690-11, 23 juni 2010, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking fiets [merknaam](zaak 40);

- 702690-11, 06 juli 2010, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking fiets [merknaam] (zaak 41);

- 702690-11, 21 december 2010, Heerlen, gemeente Heerlen, diefstal d.m.v. braak/verbreking bromscooter (zaak 47).

Al deze feiten overziend merkt de rechtbank op dat zij het gemak waarmee verdachte is overgegaan tot het plegen van voornoemde feiten, zeer zorgelijk acht. De verdachte heeft door zijn handelen geen respect voor andermans eigendommen getoond, maar enkel zijn eigen financiële belang voor ogen gehad om te kunnen voldoen aan zijn zucht naar cannabis. Dit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het feit dat verdachte blijkens zijn strafblad reeds eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, en tevens ook eerder is veroordeeld voor een vermogensdelict.

Bij de persoon van de verdachte heeft de rechtbank tevens gelet op het psychologisch advies d.d. 17 april 2011 van drs. C. Moerland, gezondheidszorgpsycholoog. Uit dit rapport blijkt dat verdachte op een benedengemiddeld intellectueel niveau functioneert en dat er sprake is van een kwetsbare en beperkt gerijpte persoonlijkheid, die voornamelijk wordt gekenmerkt door antisociale trekken, impulsiviteit en een geringe frustratietolerantie. Zijn beperkingen in aanmerking genomen zou hij, ondanks het feit dat hij zich volledig bewust is geweest van de wederrechtelijkheid van zijn gedrag, als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar kunnen worden beschouwd.

De rechtbank heeft voorts gekeken naar het voorlichtingsrapport dat de reclassering op 16 mei 2011 omtrent de persoon van verdachte heeft uitgebracht. Hieruit blijkt dat verdachte zijn levenswandel positief wil veranderen. Zo heeft hij inmiddels hulp en begeleiding gezocht bij het aanpakken van zijn problemen. De reclassering acht de kans op recidive laag gemiddeld en adviseert de rechtbank aan verdachte reclasseringstoezicht op te leggen, mede inhoudende een meldingsgebod, deelname aan een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) en een verplichte behandeling binnen het Fact-team.

Alles afwegende acht de rechtbank, ofschoon zij minder feiten bewezen heeft geacht dan de officier van justitie, het toch geboden aan verdachte een straf op te leggen die gelijk is aan de straf die de officier van justitie heeft geëist. Voor de rechtbank is hierbij met name doorslaggevend het gemak waarmee verdachte de feiten heeft begaan en het feit dat hij er in het geheel niet voor terugdeinsde bij zijn eigen buren en flatgenoten in te breken.

Gelet hierop zal de rechtbank verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank zal aan deze straf de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook indien dit inhoudt een meldingsgebod, een cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) en een verplichte behandeling binnen het Fact-team.

6 De benadeelde partijen

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 2], [slachtoffer 9], [slachtoffer 10], [slachtoffer 11], [slachtoffer 8] en [slachtoffer 12] integraal toewijsbaar. Zij vordert daarbij tevens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging:

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen [slachtoffer 10], [slachtoffer 9] en [slachtoffer 12] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, nu hij vrijspraak heeft bepleit voor de aan deze vorderingen ten grondslag liggende strafbare feiten.

De (hoogte van de) vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] acht hij alleszins redelijk is.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft hij verzocht tot matiging van de vordering tot een bedrag van € 550,00, omdat dit meer past bij de dagwaarde van een vier jaar oude bromfiets.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 2:

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft ter zake van feit 2 een schadevergoeding van

€ 694,50 gevorderd, bestaande uit materiële schade (ad € 444,50) ter zake van het vervangen van sloten en immateriële schade (ad € 250,00), te vermeerderen met de wettelijke rente van 28 april 2008 tot aan de dag van volledige voldoening.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet komen vast te staan dat aan deze benadeelde partij door het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks de door haar gevorderde materiële schade is toegebracht. De rechtbank zal de benadeelde partij wat betreft de gevorderde materiële schade daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De rechtbank merkt daarbij op dat bij de diefstal van een autosleutel, de materiële schade (bijzondere gevallen daargelaten) schuilt in het verlies van die ene sleutel. De waarde van die sleutel komt dan voor vergoeding in aanmerking en niet, zoals hier gevorderd, de kosten van het vervangen van alle sloten op de auto.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de gevorderde immateriële schade het volgende. Er bestaat, gelet op de van toepassing zijnde bepalingen uit het burgerlijk recht, eerst dan, en vooral dan, een verplichting tot schadevergoeding, indien de geschonden norm strekt tot bescherming van het slachtoffer tegen de schade zoals het slachtoffer die geleden heeft. In het onderhavige geval beoogt de geschonden norm, artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht, de bescherming van iemands vermogen. Bij die stand van zaken komt dus alleen de schade aan iemands vermogen, materiële schade dus, voor vergoeding in aanmerking. Voor een vergoeding van immateriële schade zou dan alleen nog ruimte zijn, indien er tevens een ongeschreven betamelijkheidsnorm is overtreden. Dat is echter niet het geval. Vanwege het niet-voldaan zijn aan dit wettelijke vereiste voor ontvankelijkheid, zal de benadeelde partij ook voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Ten aanzien van feit 3:

De benadeelde partijen [slachtoffer 9] (zaak 17), [slachtoffer 10] (zaak 29), [slachtoffer 11] (zaak 34) en [slachtoffer 12] (zaak 46) hebben ieder een schadevergoeding gevorderd ter zake van feit 3, bestaande uit materiële schade, en wel van respectievelijk € 300,00, € 40,00, € 78,00 en €624. Gelet op het feit dat verdachte van deze vier zaken zal worden vrijgesproken, kunnen deze benadeelde partijen niet in haar vorderingen worden ontvangen.

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft ter zake van feit 3 (zaak 39) een schadevergoeding van € 850,00 gevorderd, bestaande uit materiële schade. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij voornoemd door het hiervoor onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen en daarbij ook de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 Het beslag

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggeven voorwerpen, te weten twee stuken ijzer en twee buizen, dienen te worden verbeurdverklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is immers gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.

De overige in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen kunnen naar het oordeel van de rechtbank worden bewaard ten behoeve van de rechthebbenden.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 33, 33a, 36f, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.1 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook indien dit inhoudt een meldingsgebod, deelname aan een gedragsinterventie, te weten een Cognitieve vaardigheidstraining (CoVa), en een behandelverplichting binnen het Fact-team;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2], in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de kosten, door verdachte

ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 9],

in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 9] in de kosten, door verdachte

ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 10], in

haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 10] in de kosten, door verdachte ter

verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 11],

in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 11] in de kosten, door verdachte ter

verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8], van een bedrag van € 850,00;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij [SLACHTOFFER 8] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 17 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 12], in

haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 12] in de kosten, door verdachte ter

verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

Beslag

- verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggeven voorwerpen, te weten:

20300253799/003 3 2.00 STK IJzer

1894672, ijzeren staven

20300253799/004 6 2.00 STK Buis

1895221

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2011018022 8 1.00 STK Computer Kl:wit

1895228

20300253799/001 1 4.00 STK Slot

[MERKNAAM]

1894663, 3xfietssloten en 1 kettingslot

20300253799/002 2 2.00 STK diverse goederen

[MERKNAAM]

1894670, 1x voorvork en 1x zadel

20300253799/005 10 1.00 STK Assimilatielamp

1895242

20300253800/001 4 1.00 STK Computer Kl:grijs

[merknaam]

1894722

20300253800/003 7 1.00 STK Gasstel

1895226, camping gasst.opschr. portable gas stove

20300253800/004 5 1.00 STK Computer Kl:zwart

[MERKNAAM]

1894764

20300253800/005 9 1.00 STK Autoradiocompactdisc Kl:zwart

[MERKNAAM]

20300253800/006 11 1.00 STK Afzuigkap

1895245.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. M.B. Bax, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.T. Latour, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 juli 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2008 tot en met 24 oktober 2008 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [D.T.] heeft weggenomen een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;(zaak 1)

2.

hij op of omstreeks 28 april 2008 in de gemeente Heerlen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [D.T.]heeft weggenomen onder meer sieraden en/of (een) tas(sen) en/of een agenda en/of een sleutel en/of een portemonnee en/of een bril en/of een fotocamera en/of een geldkist en/of een hoeveelheid geld en/of sleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;(zaak 8)

3.

hij in of omstreeks de periode van 14 mei 2009 tot en met 10 januari 2011 in de gemeente Heerlen meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de hierna te noemen bergingen/kelderboxen van een flat gelegen aan de [D.T.]heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen aangevers/benadeelden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats

des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) (telkens) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming te weten onder meer,

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een computer toebehorende aan [slachtoffer 3] (zaak 2) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een snorfiets ([merknaam]) toebehorende aan [slachtoffer 4] (zaak 3) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] 3 vishengels toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak 4) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een vistas toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak 5) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een fiets ([merknaam]) toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak 6) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een computer en/of monitor toebehorende aan [slachtoffer 9] (zaak 17) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] onder meer een gereedschapskoffer en/of een flex met schijven en/of een accuboor toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak 19) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een (grote) hoeveelheid gereedschappen toebehorende aan [slachtoffer 7] (zaak 26) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een aantal (lege) kratten bier toebehorende aan [slachtoffer 10] (zaak 29) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een fiets toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] (zaak 30) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan de [D.T.] een fiets toebehorende aan [slachtoffer 11] (zaak 34) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] onder meer een decoupeerzaag en/of schroevedraaier-gereedschap toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak 36) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een aantal flessen wijn toebehorende aan [slachtoffer 15](zaak 37) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] ski-schoenen en/of ski's toebehorende aan [slachtoffer 16](zaak 38) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een bromfiets toebehorende aan [slachtoffer 8] (zaak 39) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] twee fietsen en/of en koffer en/of een radio-cd-speler en/of een hogedrukreiniger toebehorende aan [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18](zaak 42) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] een airconditioner toebehorende aan [slachtoffer 16](zaak 43) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.]onder meer een gereeschapkist en/of televisie en/of een dvd-speler toebehorende aan [slachtoffer 12] (zaak 46) en/of

- uit een kelderbox gelegen aan [D.T.] onder meer een boormachine en/of een aantal flessen drank toebehorende aan [slachtoffer 19] (zaak 50).