Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR1173

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-07-2011
Datum publicatie
11-07-2011
Zaaknummer
161970/KG ZA 11-243
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer tracht in kort geding het wettelijk recht van de werkgever om - in beginsel te allen tijde en onder alle omstandigheden - het UWV om een ontslagvergunning te vragen, te doorkruisen met een beroep op tekortkoming in de nakoming van een garantiebeding (terugkeer in een gelijkwaardige positie) in de arbeidsovereenkomst.

artikel 6 BBA 1945, artikel 7:861 en 7:862 BW, arbeidsrecht, ontslag, UWV, toestemming, ontslagvergunning, opzegging, arbeidsovereenkomst, terugkeergarantie, gelijkwaardige functie, garantiebeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2011/143
AR-Updates.nl 2011-0571
XpertHR.nl 2011-366237
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector civiel recht

Zaaknummer: 161970 / KG ZA 11-243

Vonnis in kort geding van 4 juli 2011

in de zaak van

[EISER]

wonende te Eindhoven,

eiser,

advocaat mr. S.A. Tan te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CPS COLOR BV,

gevestigd te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

gedaagde,

advocaat mr. M. Maarschalkerweerd te Roermond.

Partijen zullen hierna [eiser] en CPS Color BV genoemd worden.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

-de dagvaarding van 10 juni 2011 met producties 1 en 2;

- de conclusie van antwoord, tevens pleitaantekeningen met producties 1 t/m 3;

- de brief van 27 juni 2011 van [eiser], met aanvullende productie;

-de mondelinge behandeling op 28 juni 2011;

-de pleitnota van [eiser].

1.2.Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.Met ingang van 1 februari 1999 is [eiser] in dienst getreden bij Winter Bouts BV, rechtsvoorganger van CPS Color BV. CPS Color BV ontwikkelt, produceert en verhandelt kleurstoffen en kleursystemen. Zij maakt deel uit van CPS Group Oy gevestigd in Finland met zustervennootschappen over de gehele wereld (verder: “het concern”).

Tussen 1 februari 1999 en 31 januari 2011 vervulde [eiser] verschillende, in gewicht toenemende functies en is hij uitgezonden geweest naar Azië en Australië.

2.2. In de voorlaatste, met CPS Color (Shanghai) Co. Ltd. (hierna: “CPS Shanghai”) gesloten arbeidsovereenkomst, welke overeenkomst mede is ondertekend door CPS Color BV, staat het volgende (verder: “het beding”):

“10. Term and Termination

10.1 (…)

After duration of this agreement and if the option to continue will not be agreed between the parties, the Sales & Marketing Manager, APAC is guaranteed an employment agreement with immediate effect with CPS Color BV in a similar position in Sittard under an uninterrupted seniority starting from 1st of February 1999. Salary (minimum annual gross Euro 100,000) and a car benefit will be according tot local policies. In case Sales an Marketing Manager, APAC wants to return to CPS Color BV he is obliged to inform CPS Color BV three months before the contractual end date. CPS Color BV has to provide two months before the contractual end date a final and binding employment agreement offer according to the laws of The Netherlands. This offer is valid for 30 days. In case the employment agreement with the Company is terminated by the Company for urgent reasons, the Sales & marketing Manager, APAC has no guarantee to return to CPS Color B.V.”

2.3. In de tweede helft van 2010 nam CPS Shanghai het besluit de tot 31 januari 2011 durende arbeidsovereenkomst met [eiser] niet voort te zetten.

[eiser] wilde graag in dienst blijven bij het CPS-concern, informeerde naar de mogelijke alternatieven en beriep zich tijdig op het hiervoor weergegeven beding.

2.4. Op 14 januari 2011 deed CPS Color BV [eiser] een aanbod tot wederindiensttreding bij CPS Color BV per 1 februari 2011. Zij gaf daarbij aan dat een “similar position” als bedoeld in het beding op dat moment niet voorhanden was, maar dat onderzoek zou worden gedaan naar de mogelijkheden om [eiser] die “similar position” te bieden. [eiser] heeft dit aanbod geaccepteerd en is per 1 februari 2011 in dienst getreden bij CPS Color BV en vanuit Shanghai teruggekeerd naar Nederland.

2.5. Op 10 mei 2011 heeft CPS Color BV UWV Werkbedrijf (hierna: “UWV”) verzocht om een ontslagvergunning om bedrijfseconomische/bedrijfsorganisatorische redenen, meer specifiek omdat noch CPS Color BV, noch de andere ondernemingen van het concern in staat zijn om [eiser] een “similar position” aan te bieden.

3.Het geschil

3.1.[eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad samengevat – CPS Color BV (i) te gebieden haar verzoek aan het UWV in te trekken, (ii) te verbieden om van een eventueel door het UWV verleende toestemming om de arbeidsovereenkomst op te mogen zeggen gebruik te maken en (iii) voorzover reeds mocht zijn opgezegd, CPS Color BV te gebieden die opzegging in te trekken en de arbeidsovereenkomst voort te zetten, een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,--, met veroordeling van CPS Color BV in de kosten van de procedure.

3.2.[eiser] legt aan deze vorderingen ten grondslag dat CPS Color BV verplicht is zich aan het beding, door [eiser] “de terugkeergarantie” genoemd, te houden en dat zij dus met haar verzoek aan het UWV toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van die verplichting. [eiser] heeft CPS Color BV verzocht haar verzoek aan het UWV in te trekken, maar deze is daartoe niet bereid. Om te voorkomen dat een beroep op de terugkeergarantie illusoir wordt als gevolg van een mogelijke toestemming van het UWV en, aansluitend, een opzegging, heeft [eiser] recht op en spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen.

3.3.CPS Color BV voert verweer. Dit komt erop neer dat geen sprake is van een “harde” garantie die onder alle omstandigheden moet worden nagekomen, dat enige verlichting uit het beding rust op CPS Color Shanghai en niet op haar, en dat – zelfs indien sprake zou zijn van een op haar rustende garantieverplichting – het wettelijk recht om een ontslagvergunning te vragen haar niet kan worden ontnomen.

3.4.Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.Het spoedeisend belang volgt uit de stelling van [eiser] dat, als de ontslagvergunning wordt verleend en de arbeidsovereenkomst met gebruikmaking daarvan wordt opgezegd, zijn beroep op het beding illusoir wordt.

4.2. De voorzieningenrechter zal hierna, veronderstellenderwijs, uitgaan van de voor [eiser] gunstigste interpretatie van de feiten en het recht, aldus dat het beding een “harde” garantie bevat, die CPS Color BV bindt en haar verplicht ongeacht de bedrijfseconomische en -organisatorische omstandigheden met [eiser] een arbeidsovereenkomst aan te gaan en voort te zetten, in een gelijkwaardige positie als hij bekleedde in Sjanghai. In deze interpretatie komt CPS Color BV toerekenbaar tekort in de nakoming van een verplichting jegens [eiser]. Een arbeidsovereenkomst als bedoeld is immers niet aangegaan. In het midden kan in dit verband blijven of CPS Color BV zich daartoe - zoals zij stelt en [eiser] betwist - voldoende heeft ingespannen, want ter nakoming van een garantie volstaat een inspanning niet. Deze tekortkoming is ook de rechtsgrond waarop [eiser], zoals hij ter gelegenheid van de mondelinge behandeling desgevraagd nader heeft verklaard, zijn vorderingen in dit kort geding baseert. De vorderingen dienen ertoe “de tekortkoming te bestrijden”, aldus [eiser]. Deze rechtsgrond kan echter deze vordering niet dragen. Bij een (dreigende) tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen uit een overeenkomst als deze door de ene partij, kan de andere - desnoods bij wege van voorlopige voorziening - de veroordeling tot nakoming en/of tot betaling van (een voorschot op) schadevergoeding vorderen. Dat vordert [eiser] echter niet. Reeds hierom dient de voorziening te worden geweigerd.

4.3.Krachtens art. 6 BBA 1945 behoeft de werkgever voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst met een werknemer - hier niet van toepassing zijnde uitzonderingen daargelaten - de voorafgaande toestemming van het UWV. De wettelijke verplichting voor de werkgever zich van deze toestemming (“ontslagvergunning”) te voorzien alvorens de arbeidsovereenkomst op te zeggen aan de ene kant, schept aan de andere kant voor de werkgever het recht zo’n vergunning - in beginsel te allen tijde en onder alle omstandigheden - te vragen. De uitoefening van een (wettelijke) bevoegdheid als deze - ook hier wordt, veronderstellenderwijs, uitgegaan van de voor [eiser] gunstigste interpretatie van de feiten en het recht, aldus dat uit de aard van de bevoegdheid niet voortvloeit dat zij niet kan worden misbruikt - kent een grens, die echter slechts wordt overschreden wanneer degene aan wie de bevoegdheid toekomt haar misbruikt. Daarop moet degene jegens wie van de bevoegdheid gebruik wordt gemaakt zich gemotiveerd beroepen. [eiser] heeft echter niet met zoveel woorden gesteld dat CPS Color BV misbruik van bevoegdheid maakt door de ontslagvergunning te vragen. Voor zover hij heeft bedoeld dit te stellen, oordeelt de voorzieningenrechter dat [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd en aannemelijk gemaakt die het oordeel rechtvaardigen dat CPS Color BV het recht moet worden ontzegd om een ontslagvergunning te vragen en - als deze wordt verleend - de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Ook hierom dient de voorziening te worden geweigerd.

4.3Onjuist is tot slot het standpunt van [eiser] dat het UWV het verzoek van CPS Color BV niet zal beoordelen in het licht van het beding. Art. 3:1 Ontslagbesluit verplicht het UWV immers, te beoordelen of het voorgenomen ontslag redelijk is. Bij dit oordeel zal, gelet alleen al op het feit dat CPS Color BV het bestaan van het beding in haar verzoek van 9 mei 2011 nadrukkelijk noemt, ongetwijfeld in de overwegingen worden betrokken de vraag in hoeverre CPS Color BV (thans nog) aan het beding gebonden is en wat van zodanige binding het gevolg dient te zijn. Tegen het besluit van het UWV staat weliswaar in formele zin geen beroep open, maar [eiser] kan op de voet van art. 7:681 en 682 BW niettemin ongedaanmaking van dat besluit en de gevolgen ervan (herstel van de arbeidsovereenkomst) bewerkstelligen. De door CBS Color BV gekozen procedure is, kortom, met voldoende waarborgen omgeven en het past de voorzieningenrechter niet om het volvoeren van deze procedure en het eventuele gebruik van het resultaat ervan op voorhand te verbieden. Ook hierom dient de voorziening te worden geweigerd.

4.4. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van CPS Color BV worden begroot op:

- griffierecht € 568,00

- salaris advocaat816,00

Totaal € 1.384,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.wijst de vorderingen af,

5.2.veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van CPS Color BV tot op heden begroot op € 1.384,00,

5.3.verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2011.

EvdP