Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR0200

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
25-05-2011
Datum publicatie
04-07-2011
Zaaknummer
139042 / HA ZA 09-405
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Fraude met of manipulatie van Kwh-meter? Eigenaar woning op grond van wanprestatie of onrechtmatig handelen aansprakelijk voor schade? Geen uitdrukkelijk en voldoende gespecificeerd bewijsaanbod door Enexis. Enexis wordt veroordeeld tot terugplaatsing van kwh-meter; zij mag haar monopoliepositie niet gebruiken om "vrijwillige" zekerhiedstelling te krijgen van de eigenaar van de woning waarop zij een vordering pretendeert. Immers gevolgen voor die eigenaar zijn ingrijpend: woning blijft verstoken van elektriciteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 25 mei 2011

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 139042 / HA ZA 09-405 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENEXIS B.V. (VOORHEEN ESSENT NETWERK BV),

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. P.M.J. Graus te Heerlen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 143933 / HA ZA 09-1131 van

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. P.M.J. Graus te Heerlen,

tegen

1. [gedaagde 2],

wonende te Kerkrade,

2. [gedaagde 2],

wonende te Kerkrade,

gedaagden,

advocaat mr. M.C.L.G.J. Ruyters-Stevens te Kerkrade.

Partijen zullen hierna Enexis, [gedaagde] en [gedaagde 2]. genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in het vrijwaringsincident van 29 juli 2009

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie

- de conclusie van antwoord in reconventie

- de conclusie van repliek in conventie

- de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. Het geschil en de beoordeling

in de hoofdzaak

in conventie

3.1. In dit geschil is sprake van een drietal woningen ten aanzien waarvan eind januari 2009 volgens Enexis zou zijn gebleken dat telkens haar Kwh-meter was gemanipuleerd. Daardoor is er een bepaalde hoeveelheid stroom afgenomen zonder dat deze werd geregistreerd en door de stroomleverancier in rekening is of kon worden gebracht. Die niet geregistreerde stroom is door de stroomleveranciers wel in rekening gebracht aan de netbeheerder Enexis (voorheen: Essent Netwerk BV). Dit levert voor Enexis een schadepost op die zij in deze procedure op verschillende grondslagen, te weten schending van de gesloten (kort gezegd)aansluit- en transportovereenkomst en/of onrechtmatige daad, op [gedaagde] wil verhalen.

3.1.1. Nu de feitelijke en juridische grondslag(en) ten aanzien van de onderscheiden woningen uiteen lopen, zal de rechtbank ter wille van de duidelijkheid en overzichtelijkheid de vordering van Enexis per woning beoordelen en daarmee zal dan ook het verweer van [gedaagde] per woning worden gewogen.

De woning aan de [adres] te [woonplaats]

3.2. Allereerst dringt zich de vraag of de contractuele grondslag, waarop Enexis haar vordering primair baseert, aanwezig is.

3.2.1. Uit het debat tussen partijen volgt dat zij geen schriftelijke overeenkomst hebben gesloten. Enexis heeft evenmin concrete feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat partijen mondeling een overeenkomst zijn aangegaan.

Desalniettemin heeft Enexis bij dagvaarding redenen – de Elektriciteitswet 1998, de wettelijke scheiding tussen levering en transport, overeenkomst netwerkbedrijven en leveringsbedrijven, het leveranciers of één-loket-model, de algemene voorwaarden van de leverancier, zonder overeenkomst geen aansluiting op het net, het betalen van een vergoeding voor de kwh-meter van Enexis - aangevoerd om het bestaan van de door haar gestelde overeenkomst aan te nemen. [gedaagde] heeft het bestaan daarvan heeft betwist.

3.2.2. Geen van de redenen, ook niet in onderling verband en samenhang gezien, leidt tot de conclusie dat er tussen partijen een overeenkomst zou bestaan. De Elektriciteitswet gaat uit van het afsluiten door zowel leverancier als netbeheerder van een overeenkomst met de afnemer. Over de inhoud en wijze van totstandkoming (schriftelijk) zegt de Regeling afnemers en monitoring behartenswaardige zaken, maar niet is gebleken dat partijen over een dergelijke overeenkomst overleg hebben gehad, laat staan wilsovereenstemming hebben bereikt. Het beroep op voornoemde algemene voorwaarden houdt niet in dat [gedaagde] zijn leverancier zou hebben gemachtigd om namens hem een overeenkomst met Enexis te sluiten, zodat ook dat beroep Enexis niet kan baten. De vergoeding voor de kwh-meter wordt via het een-loket-model betaald aan de leverancier ten behoeve van Enexis, maar dat dwingt niet tot het aannemen van een overeenkomst tussen partijen; een impliciete wilsovereenstemming is daar immers niet uit af te leiden.

3.2.3. In het verband van haar primaire grondslag heeft Enexis bij repliek daartoe nog de nodige nieuwe feiten gesteld (onder 2.8.6. laatste alinea op pagina 6). Gelezen in samenhang met haar dagvaarding – waar het betreft de inhoud van die gestelde overeenkomst – komen haar stellingen op het volgende neer.

Ten tijde van het aanvragen door [gedaagde] van de elektriciteitsaansluiting was er nog geen sprake van een onderscheid tussen een elektriciteitsleverancier en een netbeheerder. Door de implementatie van de Europese richtlijnen is nadien de door [gedaagde] destijds gesloten overeenkomst met (destijds) de PLEM opgesplitst in één overeenkomst met de leverancier (Essent Retail Energy BV) en één met de netbeheerder (Enexis). Met Enexis is daardoor voor dit adres met [gedaagde] een aansluit- en transportovereenkomst gesloten. Daarover zijn de betrokken contractanten destijds uitvoerig geïnformeerd.

3.2.4. Hoewel [gedaagde] deze nieuwe feiten bij dupliek niet heeft betwist, kunnen zij niet tot de conclusie leiden dat destijds tussen partijen de door Enexis gestelde overeenkomst is ontstaan. Immers voor de totstandkoming van een overeenkomst is wilsovereenstemming nodig en uit de stellingen van Enexis blijkt niet dat [gedaagde] destijds op de een of andere wijze, bijvoorbeeld impliciet bijvoorbeeld stilzwijgend, heeft ingestemd met de aansluit- en transportovereenkomst, waarover hij kennelijk is geïnformeerd. Dat volgt in ieder geval niet zonder meer uit het enkele feit dat hij over de opsplitsing van het contract in twee contracten is geïnformeerd. Nu Enexis op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan, moet de conclusie zijn dat die opsplitsing niet tot de gestelde overeenkomst tussen partijen heeft geleid. Aan het door Enexis gedane bewijsaanbod komt de rechtbank dan ook niet toe.

3.3. Vervolgens dient de subsidiaire grondslag van de vordering van Enexis te worden beoordeeld. Volgens Enexis heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens haar gehandeld. De betreffende woning is voorzien van de elektriciteitsaansluiting en kwh-meter van Enexis en die zijn aan [gedaagde] ter beschikking gesteld. Die meter is in verband met hennepteelt in de woning gemanipuleerd waardoor de daadwerkelijk afgenomen stroom niet is af te lezen. Na het gemotiveerde verweer van [gedaagde] bij antwoord neemt Enexis bij repliek het standpunt in dat [gedaagde] de in januari 2009 ontdekte hennepplantage heeft geëxploiteerd en verantwoordelijk moet worden gehouden voor de jarenlange teelt van hennep op dit adres. In verband daarmee heeft volgens Enexis [gedaagde] de meter gemanipuleerd. Voor de door die onrechtmatige daad veroorzaakte schade is [gedaagde] dan ook aansprakelijk.

3.3.1. De stelling dat hij de ontdekte hennepplantage zou hebben geëxploiteerd en de kwh-meter heeft gemanipuleerd, heeft [gedaagde] gemotiveerd bestreden.

3.3.2. Enexis heeft ten aanzien van deze cruciale en concrete feiten geen uitdrukkelijk en voldoende gespecificeerd bewijsaanbod gedaan. Integendeel voert Enexis aan dat het aan [gedaagde] is om te bewijzen dat de huurders van zijn woning die plantage hebben geëxploiteerd en de meter hebben gemanipuleerd en dat, behoudens dat bewijs, het ervoor moet worden gehouden dat [gedaagde] zelf de plantage jarenlang heeft geëxploiteerd. Daarmee zet Enexis de bewijsrechtelijke regels van ondermeer artikel 150 BRv op hun kop. De rechtbank ziet geen aanleiding om Enexis ambtshalve met het bewijs van de door haar gestelde feiten te belasten, zodat haar vordering inzoverre voor afwijzing gereed ligt.

3.4. Overigens kan niet als juist worden aanvaard het door Enexis bepleite standpunt dat als een derde (huurder van de woning) met de kwh-meter fraudeert, dat [gedaagde] (als verhuurder) daarvoor als (een soort risico-aansprakelijkheid) en als degene aan wie die meter ter beschikking is gesteld, op grond van onrechtmatige daad (schending zorgplicht) aansprakelijk zou zijn. Er dienen daartoe door Enexis concrete feiten en omstandigheden te worden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] zelf daarvan een verwijt kan worden gemaakt in de zin dat hij een maatschappelijke zorgplicht jegens Enexis heeft geschonden. Er zijn door Enexis evenwel geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan [gedaagde] een zorgplicht heeft gehad om fraude met de meter te voorkomen, behalve voor wat betreft de periode vanaf het moment (zomer 2008) dat [gedaagde] zelf heeft erkend de aanwezigheid van een hennepplantage in de door hem verhuurde woning te hebben aangetroffen.

3.5. Vaststaat dat [gedaagde] in verband met een hertaxatie van de woning in de zomer van 2008 een hennepplantage heeft aangetroffen. Veronderstellenderwijs aannemende dat [gedaagde] zijn zorgplicht jegens Enexis heeft geschonden door niet direct Enexis en/of de politie te informeren over de hennepplantage kan echter uit de stellingen van Enexis niet volgen dat zij daardoor schade heeft geleden.

Immers Enexis betoogt (repliek 4.21.9) dat de politie-inval op 27 januari 2009 heeft voorkomen dat degene die de meter manipuleerde, door deze van jaar tot jaar terug te draaien, deze tijdig heeft kunnen terugdraaien. Dat wil zeggen hetzij kort vóórdat de tellerstanden in verband met het opmaken van de eerstvolgende reguliere jaarafrekening moeten worden doorgegeven (februari 2009), hetzij nádat een teelt was voltooid (dan weet men immers tot welke stand de teller moet worden teruggedraaid). Er was wel net voor de inval geoogst maar Enexis gaat ervan uit dat de meter nog niet was teruggedraaid.

Het kwh-verbruik in de periode 21 februari 2008 tot en met 27 januari 2009 becijfert Enexis op 28.496 kwh waarvan volgens haar – in verband met huishoudelijk verbruik – 24.608 kwh als geregistreerd verbruik in verband met de hennepteelt moet worden toegerekend. Dit is een hoeveelheid die volgens Enexis benodigd moet zijn geweest voor méér dan één teelt (zij becijfert dat voor één teelt 19.795 kwh nodig moet zijn geweest). De door Enexis gevorderde en begrote schade heeft volgens haar stellingen betrekking op de periode juni 2006 tot en met januari 2009. Toegerekend aan en verdeeld over die periode ligt in die stellingen van Enexis kennelijk besloten dat tenminste elk half jaar één hennepteelt en bijbehorende oogst heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat Enexis stelt dat sinds de zomer (juli/augustus) van 2008 nog één teelt en oogst heeft plaatsgevonden. In haar stellingen ligt dus besloten dat de voor die teelt/oogst benodigde stroom op de kwh-meter is geregistreerd. Kortom, zo [gedaagde] in dat laatste half jaar al een zorgplicht jegens Enexis heeft geschonden, volgt uit de gestelde feiten niet dat Enexis daardoor schade heeft geleden. Ook inzoverre ligt haar vordering voor afwijzing gereed.

De woning aan de [adres] te [woonplaats]

3.6. Voorzover de vordering op schending van de door Enexis gestelde aansluit- en transportovereenkomst wordt gebaseerd, verwijst de rechtbank naar haar overwegingen onder 3.2.1 en 3.2.2. en dient de vordering in zoverre te worden afgewezen.

3.7. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] sedert november 2005 op dit adres woonachtig is, ook ten tijde van de inval van de politie op 29 januari 2009. Bij die gelegenheid is geen hennepplantage ontdekt en evenmin zijn sporen van een eerder aanwezige hennepplantage gevonden. De elektriciteitsaansluiting naar die woning tot en met de kwh-meter en de kwh-meter zelf behoren in eigendom toe aan Enexis. De aansluiting stond sedert november 2005 op naam van [gedaagde].

3.8. Voorzover van belang stelt Enexis dat naar aanleiding van de politie-inval door haar gecertificeerde afdeling, belast met het onderzoek naar de in die woning afgekoppelde kwh-meter, is vastgesteld – en in een schriftelijk rapport is vastgelegd – dat de meter werd aangeboden met een vreemde ALL-verzegeling, waardoor men de mogelijkheid heeft gehad de meter in zijn registratie te belemmeren. Op de achterzijde van de telwerkplaat bevinden zich vingerafdrukken en andere beschadigingen door het ondeskundig verwijderen ervan. Uit onderzoek blijkt dat de meter beschadigingen aan het telwerk vertoont. Op grond daarvan concludeert de onderzoekster van Enexis dat de meter open is geweest, dat er aantoonbaar is gefraudeerd met de meter en dat er kan worden getwijfeld over de juistheid van de hoeveelheid afgenomen energie.

Een nieuw geplaatst kwh-meter laat in het tijdvak 29 januari 2009 tot 17 februari 2009 een verbruik van circa 55 kwh per dag zien. Omgerekend naar de periode dat de oude meter ten behoeve van [gedaagde] in gebruik is geweest (4 november 2005 – 29 januari 2009) becijfert Enexis het normale huishoudelijke verbruik op 65.321 kwh. Daarvan is in dit tijdvak 37.054 niet geregistreerd en het daarmee overeenkomende bedrag van € 4.676,21 is door de leverancier aan Enexis in rekening gebracht. Enexis claimt dit bedrag met enkele aanvullende kosten van [gedaagde].

3.9. Voorzover Enexis haar vordering baseert op de stelling dat [gedaagde] haar kwh-meter heeft gemanipuleerd en aldus heeft bewerkstelligd dat niet alle afgenomen stroom werd geregistreerd, hetgeen [gedaagde] heeft betwist, moet worden gekeken of Enexis van deze stelling (fraude door het van jaar-tot-jaar terugdraaien van de meter door [gedaagde] zelf) een uitdrukkelijk en voldoende gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan. Enexis heeft dit niet gedaan maar in plaats daarvan de bal bij [gedaagde] proberen te leggen; ten onrechte, zoals eerder is overwogen. De rechtbank ziet geen aanleiding om Enexis ambtshalve met het bewijs van haar stelling te belasten. Inzoverre ligt de vordering gebaseerd op onrechtmatige daad voor afwijzing gereed.

De woning aan de [adres] te Kerkrade

3.10. Het betreft de woning waar de moeder van [gedaagde] woont en waarbij ook de kwh-meter met elektriciteitsaansluiting tot de meter van Enexis is.

3.11. Volgens Enexis zijn op 29 januari 2009 bij een politie-inval resten van een aldaar geëxploiteerde hennepkwekerij aangetroffen waarmee eenmaal moet zijn geoogst. De kwh-meter is volgens Enexis gemanipuleerd waardoor de voor de hennepteelt benodigde stroom niet is geregistreerd. Enexis vordert het daarmee overeenkomende bedrag met enkele kleinere samenhangende posten als schade van [gedaagde]. Zij stelt dat [gedaagde] degene is geweest die de hennepkwekerij op dit adres heeft geëxploiteerd.

De stellingen zijn door [gedaagde] betwist.

3.12. Ook hier valt de rechtbank op dat Enexis geen uitdrukkelijk en voldoende gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan van haar stelling dat [gedaagde] de bedoelde hennepkwekerij heeft geëxploiteerd. Dit valt te meer op nu zij in dezelfde alinea (repliek onder 3.3.3.) aangeeft dat zij zonder copie van het proces-verbaal van politie niet gemakkelijk in staat zal zijn om deze cruciale stelling te bewijzen, terwijl zij in dezelfde alinea wel uitdrukkelijk bewijs aanbiedt van haar stelling dat er een hennepkwekerij aanwezig is geweest en dat er met de meter was gefraudeerd. De rechtbank ziet ook hier geen aanleiding om Enexis ambtshalve met het bewijs te belasten. Ook dit onderdeel van de vordering van Enexis ligt dan ook voor afwijzing gereed.

3.13. De slotconclusie dient te zijn dat Enexis als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van [gedaagde] dient te betalen. Tevens dient die proceskostenveroordeling te omvatten de proceskosten(veroordeling)van [gedaagde] in de vrijwaringszaak. Immers [gedaagde] heeft voldoende belang gehad bij de in de vrijwaring ingestelde vordering, de vordering in de hoofdzaak blijkt ten onrechte te zijn ingesteld en er is niet gebleken van een kansloze vordering van [gedaagde] in de vrijwaringszaak.

In reconventie

3.14. Nu de vordering van Enexis wordt afgewezen, blijkt zij niet terecht (niet op goede gronden vanaf de verwijdering van de oude meter op 27 januari 2009 uit de woning aan de [adres]) te hebben geweigerd om een nieuwe kwh-meter terug te plaatsen nadat zij de oude had verwijderd. Zij zal dan ook worden veroordeeld om binnen 3 werkdagen na betekening van dit vonnis een nieuwe kwh-meter op het adres [adres] te [woonplaats] terug te plaatsen. Enexis wijst er nog wel op dat [gedaagde] gewoon zekerheid kan kunnen stellen voor de door Enexis op hem gepretendeerde vordering terzake deze woning (tot € 13.000,--) maar de rechtbank verwerpt dit standpunt. Enexis had beslag kunnen leggen op vermogensbestanddelen van [gedaagde] tot zekerheid van haar vordering maar mag, behoudens bijzondere feiten en omstandigheden die niet zijn gesteld, niet haar monopoliepositie gebruiken om “vrijwillige” zekerheidsstelling van de eigenaar van een woning waarop zij een vordering pretendeert te hebben, te krijgen. De gevolgen van die handelwijze kunnen immers ingrijpend zijn omdat aldus een woning verstoken blijft van elektriciteit.

3.15. In verband daarmee heeft Enexis betoogd dat zij eerst aan het heraansluiten van dit adres kan en mag meewerken, omdat haar handelen anders “strijd met de wet” zou opleveren, als [gedaagde] een energieleveringsovereenkomst met een in Nederland opererende elektriciteitsleverancier aan Enexis kan overleggen.

Heraansluiten van de woning op het elektriciteitsnet is “twee”, maar de rechtbank ziet met [gedaagde] niet in dat het herplaatsen van de kwh-meter (dit is “één”) daar niet aan vooraf zou kunnen gaan. Enexis heeft die redenering bij dupliek ook niet meer betwist en evenmin dat [gedaagde] daarbij belang heeft om te voorkomen dat hij zonder kwh-meter van het kastje-naar-de-muur wordt gestuurd.

3.16. Dat leidt ertoe dat de gevorderde veroordeling van Enexis geclausuleerd moet worden toegewezen en wel op de wijze zoals in het dictum wordt geformuleerd. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd omdat in de reactie van Enexis besloten ligt dat verwacht mag worden dat zij geringe aansporing nodig heeft om mee te werken aan deze veroordeling door de rechtbank.

3.17. In verband met het ten onrechte weigeren van Enexis om de meter terug te plaatsen en zijn woning weer aan te sluiten op het elektriciteitsnet vordert [gedaagde] ook schadevergoeding op te maken bij staat.

3.17.1. Daartoe dient [gedaagde] ten minste aannemelijk te maken in het bestek van deze procedure dat zij door het onrechtmatige handelen van Enexis enige schade heeft geleden.

[gedaagde] heeft gesteld dat hij door de weigering van Enexis sedert eind januari 2009 geen stroom heeft in zijn woning en daardoor zijn woning niet kan herstellen en onderhouden, niet kan verkopen en evenmin ter overbrugging aan derden kan verhuren. Daardoor vervalt de woning, ontstaat waardevermindering en kost een later herstel meer geld.

3.17.2. Terecht heeft Enexis erop gewezen dat [gedaagde] het tijdelijk ontbreken van elektriciteit had kunnen ondervangen door de inzet van een aggregaat, waardoor aannemelijk is dat hij de door hem gestelde schadeposten had kunnen voorkomen. Ook een zekerheidstelling tot € 13.000,-- ten gunste van Enexis (voor haar gepretendeerde vordering) is een mogelijkheid voor [gedaagde] geweest om zijn gestelde en eventuele schade te voorkomen.

3.17.3. Ook heeft Enexis onbetwist gesteld dat een eventuele nieuwe huurder of koper op eigen naam een heraansluiting van de woning op het elektriciteitsnet eenvoudig had kunnen verkrijgen, zodat niet valt in te zien dat de woning door de weigering van Enexis onverhuurbaar of onverkoopbaar is geworden. Al met al heeft [gedaagde] niet aannemelijk gemaakt dat hij de door hem gestelde schade heeft geleden, zodat de schadestaat en ook het gevorderde voorschot op de schade moet worden afgewezen.

3.18. Nu niet valt in te zien dat [gedaagde] daarbij een zelfstandig belang heeft, zullen de verklaringen voor recht worden afgewezen.

3.19. De gevorderde rectificatie door Enexis richting [gedaagde], zodat hij deze kan gebruiken richting derden (zoals leveranciers van elektriciteit) heeft [gedaagde] op geen enkele wijze onderbouwd. In dit verband springt met name in het oog dat dit vonnis voor [gedaagde] voldoende “rectificatie” moet zijn. Bij gebreke van enige onderbouwing, waaronder welk belang hij heeft bij dit onderdeel, valt dan ook niet in te zien dat [gedaagde] enig belang heeft bij dit gedeelte van zijn vordering. Het zal worden afgewezen.

3.20. De vordering sub 7 heeft blijkens haar formulering in feite betrekking op de vorderingen van Enexis in conventie en zien met name op de situatie dat een gehele of gedeeltelijke toewijzing zich zou gaan voordoen. [gedaagde] wil voor dat geval dat de rechtbank een deskundige benoemt om de becijferingen en benaderingen van Enexis te laten toetsen. Een dergelijke vordering kan – wat daar overigens van zij – niet in reconventie worden gedaan, zodat [gedaagde] inzoverre niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.21. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

in de vrijwaringszaak

3.22. Nu de uitkomst van de hoofdzaak, voorzover van belang, inzake de vordering betrekking hebbende op zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] is dat de vordering jegens [gedaagde] is afgewezen, ligt de vrijwaringsvordering jegens de huurders van die woning ([gedaagde 2].) – zonder verdere beoordeling – direct voor afwijzing gereed.

3.23. Als de in het ongelijk gestelde partij dient [gedaagde] de proceskosten van [gedaagde 2]. te betalen op de wijze als in het dictum is bepaald.

4. De beslissing

De rechtbank

In de hoofdzaak

In conventie

Wijst de vorderingen van Enexis af

Veroordeelt Enexis in de proceskosten in de hoofdzaak, het vrijwaringsincident en de proceskostenveroordeling in vrijwaring daaronder begrepen, aan de zijde van [gedaagde] en begroot deze tot aan dit vonnis op € 1.751,-- (te weten griffierecht € 395 en salaris advocaat € 1.356 (3 punten à tarief II) en € 1.299,-- (zie specificatie in de vrijwaringszaak)

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad

In reconventie

Veroordeelt Enexis tot plaatsing van een kwh-meter in of ten behoeve van de woning aan de [adres] te [woonplaats] binnen 3 werkdagen na betekening van dit vonnis op verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- indien Enexis hieraan niet tijdig voldoet, alsmede op verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag dat Enexis ná het verstrijken van die termijn in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen en maximeert de aldus te verbeuren dwangsommen op € 5.000,--

Veroordeelt Enexis tot heraansluiting ten behoeve van de levering van elektriciteit van de woning aan de [adres] te [woonplaats] ná betekening van dit vonnis en wel binnen 3 werkdagen, te rekenen vanaf de eerstvolgende nieuwe werkdag nádat [gedaagde] aan de advocaat van Enexis een energieleveringscontract met een Nederland opererende energieleverancier heeft overgelegd, op verbeurte van een dwangsom van € 2.500,-- indien Enexis hieraan niet tijdig voldoet, alsmede op verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag dat Enexis ná het verstrijken van die termijn in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen en maximeert de aldus te verbeuren dwangsommen op € 5.000,--

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad

wijst af hetgeen meer of anders door [gedaagde] is gevorderd

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt

In de vrijwaringszaak

Wijst de vorderingen van [gedaagde] af

Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2]. en begroot deze

tot aan dit vonnis op € 1.299,-- (te weten griffierecht € 395 en salaris advocaat € 904 (2 punten à tarief II) te voldoen aan de griffier van deze rechtbank.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.J. Frénay en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2011.?