Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BR0195

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
04-07-2011
Zaaknummer
144359 / HA ZA 09-1217
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ5111, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Statutair directeur komt een side letter overeen met een aannemer die een opdracht heeft van de werkgever, en maakt daarvan geen melding. De werkgever ontdekt dit naadat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten over de beëindiging van de arbeidsrelatie. In de vaststellingsovereenkomst staat dat de werknemer als bestuurder terugtreedt terwijl de arbeidsovereenkomst en de verplichting tot betaling van loon c.a. nog enige tijd blijven voortbestaan, dat de werknemer op de einddatum een vergoeding van €656.178,- ontvangt, en dat partijen afzien van het recht van ontbinding of vernietiging. De ava van de werkgever ontslaat de werknemer als zodanig op staande voet. De werknemer vordert betaling van de vergoeding en loon c.a. tot de overeengekomen einddatum. Tussenvonnis: overeenkomen en verzwijgen side letter vormt zonder de vaststelling dat de werknemer zichzelf heeft willen bevoordelen een dringende reden voor het (voldoende voortvarend gegeven) ontslag op staande voet, maar vormt slechts met die vaststelling grond om te oordelen dat de werknemer de werkgever naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan houden aan zijn verplichting tot betaling van de vergoeding. Het beding van niet-ontbinding of -vernietiging staat aan dit oordeel niet a priori in de weg. Het oogmerk van de werknemer om zichzelf te bevoordelen, wordt voorshands als vastaand aangenomen en hij krijgt de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs. De werknemer wordt zelf als getuige gehoord, naast de betrokken aannemer. Eindvonnis: tegenbewijs niet geleverd. Art. 164 lid 2 Rv (beperkte bewijskracht van verklaring partij als getuige) mist toepassing als sprake is van tegenbewijs, maar behoudt zijn werking in zoverre dat op grond van enkel die verklaring - die niet wordt ondersteund door enig aanvullend tegenbewijs- de vordering niet kan worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 144359 / HA ZA 09-1217

Vonnis van 22 juni 2011

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. B.W.A. Muurmans te Maastricht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDTRONIC B.V.,

gevestigd te Heerlen,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat prof. mr. R.F.H. Mertens te Maastricht.

Partijen zullen hierna [eiser] en Medtronic genoemd worden.

1. De verdere procedure

1.1 Het verloop van de procedure tot 20 oktober 2010 blijkt uit het tussenvonnis van die datum (verder: het tussenvonnis). Daarna zijn de volgende proceshandelingen verricht:

- de akte na tussenvonnis van Medtronic van 17 november 2010

- de akte houdende opgave getuigen van [eiser] van 15 december 2010

- het verhoor van de getuigen [eiser] en [getuige] op 1 februari 2011

- de conclusies na enquête van beide partijen van 30 maart 2011

- de antwoordconclusies na enquête van beide partijen van 27 april 2011.

1.2 Partijen hebben vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

In conventie

2.1 In het tussenvonnis heeft de rechtbank Medtronic bevolen zich erover uit te laten in hoeverre zij nog iets aan [eiser] verschuldigd is uit hoofde van haar verplichtingen tot betaling van vakantiegeld en pensioenpremie, waarop [eiser] de vorderingen in het tussenvonnis (3.1 en 4.3) aangeduid als (3) en (4) baseert. In haar akte van 17 november 2010 heeft Medtronic gemotiveerd uiteengezet dat zij heeft voldaan aan al haar verplichtingen uit hoofde als voormeld tot de datum van het einde van het dienstverband. Hoewel hij daartoe de gelegenheid heeft gehad, heeft [eiser] op deze uiteenzetting niet gereageerd, zodat zij voor juist moet worden gehouden. De voormelde vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

2.2 In het tussenvonnis heeft de rechtbank voorshands als vaststaand aangenomen dat [eiser] door het overeenkomen van de side letter met Pro Group (de onderneming van [getuige]) zichzelf heeft willen bevoordelen, en [eiser] in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren. De rechtbank blijft bij dit oordeel, ook na (zoals door diens advocaat geadviseerd: aandachtige) lezing van de conclusie na enquête van [eiser]. Het was, dat wil de rechtbank wel aan [eiser] toegeven, wellicht voorbarig om in het tussenvonnis (onder 4.4.2) te overwegen dat [eiser] de overeenkomst met Pro Group heeft gesloten “in het zicht van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst”, maar die overweging maakt geen deel uit van de gronden waarop de rechtbank (onder 4.5) tot haar aanname is gekomen. Die overweging was bovendien gebaseerd op [eiser]s woorden tegenover [getuige] “Ik wist dat het mis zou gaan”, als geciteerd in het tussenvonnis onder 2.7.

2.3 [eiser] heeft zichzelf en [getuige] doen horen. Bij de waardering van het aldus geleverde bewijs staat voorop dat, krachtens art. 164 lid 2 Rv, de verklaring van een partijgetuige omtrent door hem te bewijzen feiten geen bewijs in zijn voordeel kan opleveren, tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. De rechtbank realiseert zich dat deze regel volgens de Hoge Raad en de A-G (NJ 2008, 201) toepassing mist wanneer het gaat om tegenbewijs tegen een door de rechter opgesteld vermoeden, en dat een in dit kader door een partij als getuige afgelegde verklaring vrije bewijskracht heeft. De regel behoudt niettemin in deze situatie, al is het slechts uit een oogpunt van fair trial, enige werking, in zoverre dat op grond van enkel de verklaring van een partij als getuige die door geen enkel ander bewijs wordt ondersteund geen vordering wordt toegewezen die zonder die verklaring zou zijn afgewezen. En enig ondersteunend bewijs van de juistheid van de getuigeverklaring van [eiser] ontbreekt.

2.4 Anders dan [eiser] meent, dient thans niet aan de hand van het zogenoemde Haviltex-criterium te worden beoordeeld wat de bedoeling van beide partijen (enerzijds [getuige] namens Pro Group en anderzijds [eiser], al dan niet namens Medtronic) bij het overeenkomen van de side letter is geweest. Beoordeeld dient te worden of [eiser] het in het tussenvonnis ontwikkelde vermoeden dat hij met de side letter beoogd heeft zichzelf te bevoordelen, heeft ontzenuwd. Naar het oordeel van de rechtbank is hij hierin niet geslaagd. Met de beste wil van de wereld valt niet in te zien wat - anders dan dat het de waarheid was - [eiser] ertoe bewogen kan hebben om in het gesprek met [getuige] op 13 juli 2009 te zeggen dat hij de side letter van de aanvang af voor zichzelf had bedoeld omdat hij wist dat het mis zou gaan (met de arbeidsovereenkomst), en dat [getuige] maar goed op de woorden moest letten, die [eiser] (met dat doel) precies had gekozen. Volgens [eiser] stelde hij zich aldus kwetsbaar op en poogde hij cynisch te zijn. De rechtbank kan, noch met logisch redeneren noch met inleving in de gevoels- en gedachtenwereld van [eiser] op dat moment, niet begrijpen resp. navoelen waarom [eiser], door [getuige] herinnerd aan het bestaan van de side letter dat hij zelf zegt te zijn vergeten - hetgeen overigens op zichzelf ongeloofwaardig voorkomt - het nodig vond om met die woorden de bedoeling van de opmerking van [getuige] - dat men bij Medtronic niet van de side letter wist - te achterhalen. Het heeft er eerder de schijn van (meer is het niet, en voor de reeds uitgesproken waardering van het bewijs is het niet doorslaggevend) dat [eiser] in het gesprek van 13 juli 2009 heeft gepoogd de medewerking van [getuige] te verkrijgen om het bestaan van de side letter langer voor Medtronic verborgen te houden, en heeft willen nagaan waar [getuige]’ loyaliteit in dezen lag.

2.4 De rechtbank oordeelt dat [eiser] het tegenbewijs niet heeft geleverd. De vordering in het tussenvonnis onder 3.1 aangeduid als (6) wordt afgewezen. Over de overige vorderingen had de rechtbank in het tussenvonnis (4.3) resp. heeft zij hierboven (2.1) reeds geoordeeld: deze worden afgewezen. [eiser] is hiermee de in het ongelijk gestelde partij, reden waarom hij wordt veroordeeld in de proceskosten van Medtronic.

In reconventie

2.5 Nu de voorwaarde waaronder zij zijn ingesteld niet is vervuld, behoeven de voorwaardelijke vorderingen in reconventie geen beoordeling.

2.6 In reconventie is geen van partijen te beschouwen als in het ongelijk gesteld, zodat de proceskosten worden gecompenseerd aldus dat elk de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De rechtbank:

in conventie:

3.1 wijst de vorderingen af;

3.2 veroordeelt [eiser] in de proceskosten van Medtronic, tot de datum van de uitspraak van dit vonnis begroot op € 4.938,- aan vast recht en € 9.030,- aan salaris advocaat;

3.3 verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

3.4 weigert de onvoorwaardelijk gevorderde verklaring voor recht;

3.5 verstaat dat op de voorwaardelijk ingestelde vorderingen niet wordt beslist;

3.6 compenseert de proceskosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.?