Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ7599

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
08-06-2011
Datum publicatie
09-06-2011
Zaaknummer
425589 AZ VERZ 11-88
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden zonder toekenning van een vergoeding. Er is sprake van een onhoudbare situatie nu verweerder enerzijds herhaaldelijk is aangesproken op verzuim, gedrag en motivatie en anderzijds strafrechtelijk is veroordeeld voor het plegen van drie gewapende overvallen.

Nu de omstandigheden die hebben geleid tot ontbinding van arbeidsovereenkomst aan verweerder te wijten zijn, is er geen ruimte voor toekenning van een vergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0479
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 425589 AZ VERZ 11-88

typ: LE

Beschikking van 8 juni 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap TATA STEEL NEDERLAND TUBES B.V.,

kantoorhoudend te Maastricht,

verzoekende partij,

verder te noemen: Tata Steel,

gemachtigde: mr. H. Frijlink, advocaat te Arnhem

tegen

[verweerder],

wonend te [woonplaats],

verwerende partij,

verder te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. J.J.H.S. Thomassen, advocaat te Maastricht.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Tussen partijen zijn achtereenvolgens de navolgende processtukken ingediend/overgelegd:

- het verzoekschrift, ingekomen ter griffie per fax op 21 april 2011 en, aangevuld met bijlagen, per post op 27 april 2011;

- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 13 mei 2011;

- pleitaantekeningen van de zijde van de gemachtigde van Tata Steel, overgelegd ter zitting.

Partijen zijn gehoord ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 30 mei 2011.

[verweerder] heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde in verband met zijn detentie. Desgevraagd heeft hij afgezien van de mogelijkheid om zelf bij de zitting aanwezig te zijn.

De griffier heeft van het verhandelde ter zitting schriftelijk aantekening gehouden.

Daarna is uitspraak bepaald op heden.

MOTIVERING

De vaststaande feiten

[verweerder], geboren op [1974], is op 1 februari 1999 bij (de rechtsvoorgangster) van Tata Steel in dienst getreden. Hij is laatstelijk werkzaam geweest in de functie van Operator C tegen betaling van een loon van € 2.713,34 bruto per maand, inclusief vuilwerktoeslag, dienstjarentoeslag, ploegentoeslag en exclusief 8% vakantiebijslag.

[verweerder] heeft sinds 22 juli 2010 geen werkzaamheden meer verricht voor Tata Steel. Hij is die dag in voorarrest genomen. Op 17 november 2010 heeft de Rechtbank Maastricht [verweerder] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden in verband met het plegen van drie gewapende overvallen. Het vonnis is inmiddels onherroepelijk geworden.

Het geschil

Tata Steel heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande in zodanige veranderingen in de omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve zo spoedig mogelijk behoort te eindigen.

Tata Steel heeft zich op het standpunt gesteld dat zij er geen enkel vertrouwen in heeft dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerder] in de toekomst nog op een vruchtbare wijze kan voortzetten.

[verweerder] heeft er in de laatste periode van zijn dienstverband blijk van gegeven volkomen zijn eigen gang te gaan en het niet zo nauw te nemen met zijn verplichtingen op de werkvloer. Hij verzuimde veelvuldig, kwam veelvuldig te laat op het werk en leek nauwelijks nog interesse te hebben in de uitoefening van zijn werkzaamheden. In plaats daarvan hield hij zich op zijn werplek bezig met zijn eigen handel, met gebruikmaking van zijn mobiele telefoon.

De verdenking van het plegen van gewapende overvallen, gevolgd door de daadwerkelijke strafrechtelijke veroordeling, heeft een schok-effect bij Tata Steel en haar werknemers teweeg gebracht. Tata Steel meent haar werknemers te moeten beschermen tegen de situatie dat zij, op het moment dat [verweerder] zou terugkeren in de organisatie, zouden moeten samenwerken met iemand die zij niet meer vertrouwen en waar zij zich niet meer bij op het gemak voelen. Dit speelt in het bijzonder met betrekking tot een collega van [verweerder] die als getuige in de strafzaak is opgetreden en wiens echtgenote door [verweerder] in het kader van één van de overvallen met een pistool is bedreigd.

[verweerder] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij na de detentie zijn oude werk weer wil hervatten. Gelet op de problemen die hij in verband met zijn strafblad mogelijk bij het zoeken van een andere baan zal vinden, dient het belang van [verweerder] bij voortzetting van het dienstverband zwaarder te wegen dan het belang van Tata Steel bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verweerder] wordt over een half jaar in een halfopen inrichting geplaatst, waardoor hij weer gedeeltelijk zijn werkzaamheden kan hervatten. Over een jaar is hij weer volledig beschikbaar.

Uit jurisprudentie is bekend dat enkel een veroordeling niet voldoende is om tot beëindiging van een dienstverband te komen. Het feit dat [verweerder] in april 2010 is geschorst wegens het te laat op het werk verschijnen, kan [verweerder] niet meer worden verweten. Hem is immers een laatste kans geboden, waarna dat verzuim niet meer heeft plaatsgevonden.

[verweerder] meent tot slot dat het toevallige feit dat een echtgenote van een collega is betrokken bij een overval hem niet kan worden aangerekend.

De beoordeling

Het onderhavige verzoek houdt geen verband met enig opzegverbod.

Uit de door Tata Steel overgelegde brief van 2 april 2010 (bijlage 3 bij het verzoekschrift) blijkt dat [verweerder] die dag is geschorst na een langdurige periode van ongewenst gedrag. In voornoemde brief - waarvan de inhoud van de zijde van [verweerder] niet is betwist - staat vermeld dat [verweerder] in de afgelopen jaren al diverse malen is aangesproken op zijn verzuim, gedrag en motivatie. Gewezen wordt op het feit dat op 9 maart 2010 naar aanleiding van deze omstandigheden een verzuimgesprek heeft plaatsgevonden tussen [verweerder], [HR Manager] (HR Manager) en [Site Manager] (Site Manager). Ondanks de in dat gesprek gemaakte afspraken is [verweerder] voorafgaand aan de schorsing drie keer te laat op het werk verschenen. Hierop aangesproken door zijn teamleider, heeft [verweerder] onvoldoende motivatie getoond voor het verrichten van zijn werkzaamheden.

Hier komt bij dat de bedrijfsleiding [verweerder] diverse keren heeft aangesproken op buitensporig gebruik van zijn eigen mobiele telefoon tijdens werktijd. [verweerder] heeft zijn mobiele telefoon gebruikt voor het in- en verkopen van spullen tijdens zijn werk. Hierdoor zijn behoorlijke spanningen ontstaan met andere medewerkers vanwege nalatigheid en het niet nakomen van afspraken met betrekking tot deze praktijken.

Deze omstandigheden tezamen hebben geleid tot een schorsing van [verweerder]. Voorts is hem voorgehouden dat Tata Steel niets anders rest dan ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], met dien verstande dat [verweerder] een allerlaatste kans is gegeven om te komen tot een andere houding en motivatie.

[verweerder] heeft de door Tata Steel geboden mogelijkheid gekozen om zijn gedrag te verbeteren, maar is op korte termijn weer ongeoorloofd afwezig gebleven in verband met het feit dat hij is aangehouden door de politie wegens het plegen van een aantal gewapende overvallen.

[verweerder] ziet dit niet als een “nieuw voorval”. [verweerder] heeft het weliswaar niet in de hand gehad dat hij op dat moment door de politie is aangehouden, maar het feit dàt hij is aangehouden, is volledig te wijten aan zijn eigen gedrag. [verweerder] is uiteindelijk ook veroordeeld vanwege het plegen van gewapende overvallen. Deze omstandigheid, in combinatie met het feit dat er reeds sprake was van een “laatste kans situatie” wegens ongewenst gedrag op het werk, heeft ertoe geleid dat een onhoudbare situatie op de werkvloer is ontstaan, temeer daar de echtgenote van een collega slachtoffer is geweest van een door [verweerder] gepleegde gewapende overval.

Voor zover [verweerder] zich op het standpunt heeft gesteld dat zijn belang bij tewerkstelling zwaarder zou moeten wegen dan het belang van Tata Steel bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst, overweegt de kantonrechter als volgt. [verweerder] is er zelf verantwoordelijk voor dat hij waarschijnlijk moeilijker een baan zal vinden vanwege zijn strafblad. [verweerder] heeft niet alleen op zijn werkplek laakbaar gedrag vertoond, hij heeft daarenboven strafbare feiten gepleegd, waarvan de impact - ook zonder dat collega’s daar direct betrokken bij zouden zijn geweest - van een zodanige orde is dat het vertrouwen in [verweerder] volledig is weggevallen. Onder die omstandigheden mag [verweerder] niet van Tata Steel verlangen hem in een andere vestiging (op 1,5 uur reisafstand) te werk te stellen.

Gelet op het vorenstaande is er sprake van veranderingen in de omstandigheden die gewichtige redenen vormen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook met ingang van 15 juni 2011 ontbinden.

Voor toekenning van een vergoeding aan [verweerder] bestaat geen aanleiding, aangezien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan hemzelf te wijten is.

[verweerder] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Tata Steel tot op heden begroot op € 400,- voor het salaris van de gemachtigde.

BESLISSING

Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 15 juni 2011.

Veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Tata Steel tot op heden begroot op € 400,- voor het salaris van de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.M. Etman, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.