Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ7132

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
30-05-2011
Datum publicatie
06-06-2011
Zaaknummer
421287 EJ VERZ 11-72
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst (voorwaardelijk). Werknemer tweemaal opgeroepen (zowel aangetekend als onaangetekend). Na tweede oproep verschijnt werknemer zonder gemachtigde. De kantonrechter wijst werknemer expliciet op de gevolgen van een en ander. Werknemer erkent de aan zijn adres gemaakte verwijten en geeft uitdrukkelijk aan zich bewust te zijn van de gevolgen van een eventuele toewijzing van het verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0466
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 421287 EJ VERZ 11/72

typ: JS

coll: JS

beschikking van 30 mei 2011

in de zaak van

Corus Centre Maastricht B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te 6222 NZ Maastricht, Fregatweg 42,

verzoekende partij, verder ook te noemen Corus,

gemachtigde: mr. M. Maarschalkerweerd te Roermond;

tegen:

[verweerder],

wonend te [adres],

verwerende partij, verder ook te noemen [verweerder],

verschenen in persoon.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

De kantonrechter heeft kennis genomen van het op 30 maart 2011 ingekomen verzoekschrift met bijlagen.

Vervolgens is door de kantonrechter de mondelinge behandeling bepaald op maandag

18 april 2011 te 09.30 uur.

Omdat [verweerder] niet was verschenen, is een nieuwe mondelinge behandeling bepaald.

Corus, ten deze vertegenwoordigd door [manager P&O], manager P&O en [personeelsfunctionaris], personeelsfunctionaris, bijgestaan door haar gemachtigde alsmede [verweerder] in persoon zijn gehoord ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van donderdag 16 mei 2011.

Door de griffier is daarvan schriftelijk aantekening gehouden.

Vervolgens is de beslissing bepaald op heden.

MOTIVERING VAN DE BESLISSING:

Vaststaat:

- dat [verweerder] (geboren op [1980]) sedert 25 juni 2007 bij Corus in dienst is, laatstelijk in de functie van productiemedewerker;

- dat [verweerder] een bruto maandloon geniet van € 2.187,85, inclusief 14% ploegentoeslag en exclusief vakantiebijslag;

- dat [verweerder] op 1 maart 2011 op staande voet is ontslagen wegens het hardnekkig weigeren om redelijke instructies van Corus op te volgen alsook het vernielen van eigendommen van Corus;

- dat het verzoek geen verband houdt met enig opzegverbod.

Corus verzoekt ontbinding – voor zover vereist – van de tussen haar en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst. Het gedrag/ de handelwijze van [verweerder] levert een dringende reden op.

Mocht niet ontbonden worden wegens een dringende reden, dan in elk geval wegens een verandering in de omstandigheden. Corus heeft in het geheel geen vertrouwen meer in [verweerder]. Nu [verweerder] de redenen voor de ontbinding geheel aan zichzelf te wijten heeft, is voor toekenning van een vergoeding geen plaats.

[verweerder] heeft ter mondelinge behandeling de aan zijn adres gemaakte verwijten erkend. Voorts heeft hij, daarnaar expliciet door de kantonrechter gevraagd, medegedeeld te weten wat de consequenties zijn en dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek.

Door de erkenning van [verweerder] staat vast dat hij inderdaad zo gehandeld heeft als hem wordt verweten. Dit brengt met zich dat het verzoek voor toewijzing gereed ligt.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst - voor zover vereist - ontbinden met ingang van heden.

Nu ontbonden wordt wegens een dringende reden, is voor toekenning van een vergoeding geen plaats.

De kantonrechter acht termen aanwezig de kosten van deze procedure te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

B E S L I S S I N G:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen Corus en [verweerder] - voor zover

vereist - met ingang van heden;

- wijst af het meer of anders verzochte;

- compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M.A.F. Coenegracht, kantonrechter, in tegenwoordigheid van J.M.H.M. Slangen-van der Heijden, griffier,