Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ7119

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
18-05-2011
Datum publicatie
06-06-2011
Zaaknummer
376345 CV EXPL 10-1839
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- verbintenissenrecht

- ontstaan contractuele relatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 376345 CV EXPL 10-1839

Vonnis van 18 mei 2011

in de zaak

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENEXIS B.V.,

statutair gevestigd te 's-Hertogenbosch en kantoorhoudend te Rosmalen,,

eisende partij,

verder te noemen: Enexis,

gemachtigde: mr. J.P. van der Kooij, advocaat te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde],

aanvankelijk procederend in persoon en met ingang van de dupliek van 28 juli 2010 bij gemachtigde mr. R.J. Ruiter, advocaat te Gulpen.

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Voor het aanvankelijke procesverloop verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van

3 november 2010 in deze zaak.

Ter voldoening aan gemeld tussenvonnis heeft Enexis een akte genomen, waarbij zij nog twaalf (deels meervoudige) producties overgelegd heeft.

[gedaagde] heeft hierop vervolgens geantwoord.

Hierna is wederom vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader op heden gesteld is.

MOTIVERING

Enexis vordert de veroordeling van [gedaagde] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 179,66 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 135,63 vanaf de vervaldata van de respectieve facturen.

Enexis heeft daartoe gesteld dat zij op grond van één of meer met [gedaagde] gesloten overeenkomst(en) onder toepasselijkheid van de door haar gehanteerde Algemene Voorwaarden en de daarvoor geldende tarieven, aan [gedaagde] gas en/of elektriciteit en/of warmte alsmede overige zaken en/of diensten verkocht, geleverd en/of getransporteerd heeft ten behoeve van het perceel [adres]. Tevens zegt zij zorg te dragen voor de inning van provinciale en gemeentelijke belastingen, indien en voor zover dit vermeld is op haar (jaar)afrekening(en) en de eindafrekening.

Op grond van genoemde overeenkomst dient [gedaagde] maandelijks een vooraf vastgesteld voorschotbedrag te voldoen. Enexis heeft echter geen (tijdige) betaling ontvangen van de voorschotten en/of nota’s, ondanks de door haar aan [gedaagde] gezonden herinneringen en aanmaningen. Op grond van genoemde overeenkomst stelt zij een bedrag van € 135,63 van [gedaagde] te vorderen te hebben.

Door de niet-betaling heeft zij kosten moeten maken die zij ook door [gedaagde] vergoed wenst te zien en wel tot een bedrag van € 44,03.

Verder is [gedaagde] op grond van de toepasselijke voorwaarden de wettelijke rente verschuldigd vanaf veertien dagen na de factuurdatum.

Ten slotte dient [gedaagde] de kosten van dit geding te dragen.

Bij dupliek heeft [gedaagde] gesteld dat hij nimmer een overeenkomst met Enexis gesloten heeft. Verder betwist [gedaagde] de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden.

Na door de kantonrechter in de gelegenheid te zijn gesteld te reageren op het “nieuwe” verweer van [gedaagde], heeft Enexis bij akte aangevoerd dat zij wel degelijk met [gedaagde] gecontracteerd heeft. Enexis stelt dat [gedaagde] door ondertekening van het contract met de energieleverancier een contract tot stand heeft doen komen met de netwerkbeheerder in casu Enexis.

De energieleverancier heeft [gedaagde] op basis van de met haar gesloten overeenkomst aangemeld bij Enexis.

[gedaagde] heeft hiervan een mededeling ontvangen tegelijk met de algemene voorwaarden.

[gedaagde] blijft bij zijn betwisting dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Enexis heeft haar stelling dat [gedaagde] door ondertekening van het contract met diens energieleverancier tegelijkertijd een “contract” tot stand heeft doen komen met haar, Enexis, niet – ook niet door middel van bescheiden – onderbouwd.

Omdat het allerminst voor de hand ligt dat zonder enig direct handelen van Enexis en [gedaagde] ten opzichte van elkaar een contractuele relatie ontstaan is of ontstaan kon, had van Enexis mogen worden verlangd dat zij de ontstaansgeschiedenis geconcretiseerd èn gedocumenteerd had.

Voor zover zij daarbij ook een rol wenste toe te bedelen aan of weggelegd zag voor de energieleverancier van [gedaagde], Essent, had zij deze concreet moeten duiden. Indien Essent in dit opzicht geacht werd Enexis te vertegenwoordigen of te haren behoeve een derdenbeding aan te gaan, had dit met zoveel woorden gesteld moeten worden. Zelfs dat laat Enexis in haar grotendeels abstracte (maar zeer wijdlopige) betoog bij akte van 29 december 2010 achterwege.

Bij gebrek aan onderbouwing moet de door [gedaagde] gemotiveerd betwiste stelling van Enexis omtrent een “eigen” contractuele aanspraak jegens de energieafnemer dan ook gepasseerd worden: de vordering wordt integraal afgewezen en Enexis wordt verwezen in de proceskosten.

BESLISSING

Wijst de vordering af.

Veroordeelt Enexis tot betaling van de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagde] tot heden in totaal begroot op € 60,-- voor salaris van de gemachtigde van [gedaagde].

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.M.A. STAAL, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

HP