Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ6304

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
10-05-2011
Datum publicatie
27-05-2011
Zaaknummer
03/530479-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis - inhoudsindicatie: hennepplantage in loods bij afgelegen woonwagenterrein. Waarnemingen politierechter ter plaatse in het kader van een schouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/530479-09

vonnis van de politierechter d.d. 10 mei 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsvrouw is mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 12 januari 2011, 21 maart 2011 en 26 april 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun respectieve standpunten kenbaar hebben gemaakt. Op 21 maart 2011 is de terechtzitting verplaatst naar het woonwagenterrein, gelegen aan de [O.weg] te Born, voor het houden van een schouw.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met anderen hennep heeft geteeld, dan wel daaraan medeplichtig is geweest;

Feit 2: samen met anderen hennep in bezit heeft gehad;

Feit 3: samen met anderen stroom heeft gestolen, dan wel door middel van oplichting stroom heeft verkregen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een hennepkwekerij heeft gehad in een loods achter de bergingen van zijn woning en dat hij stroom heeft gestolen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte van alle feiten moet worden vrijgesproken. Er is weliswaar in een loods achter het perceel van de woning van verdachte een hennepkwekerij aangetroffen, maar er is geen bewijs dat deze van verdachte was.

3.3 Het oordeel van de politierechter

Inleiding

Op 14 mei 2009 heeft de politie een hennepplantage aangetroffen in een loods bij een woonwagenkamp aan de [O.weg] te Sittard-Geleen. De loods bevond zich achter de bergingen, behorende bij de woningen met nummer [xx] en [yy]. Verdachte bewoonde en bewoont de woning op nummer [xx]. Tezamen met de kweekapparatuur werden er in twee ruimten in de loods in totaal 447 hennepplanten aangetroffen en in beslag genomen. Met behulp van een kleur-reactietest werd bevestigd dat het om hennep ging.

In de plantage werd verse lucht aangevoerd via een laag gelegen opening die uitkwam in de berging bij de woning van verdachte. De luchtafvoer vond plaats via een hoog gelegen afvoergat, dat uitkwam boven de bergingen van verdachte. De loods was afgesloten door middel van een deur met verdiept aangebrachte schroeven. Verdachte was in bezit van een schroefboormachine, waarop een verlengd schroefbitje was aangebracht. Met behulp van dit schroefbitje, dat daartoe precies de goede lengte had van ongeveer 10 cm, konden de schroeven van de deur van de loods worden verwijderd.

De plantage werd van stroom voorzien via een illegale aftakking van een stroomkast, die gelegen was in de nabijheid van de loods. De energieleverancier Enexis B.V. heeft aangifte gedaan van diefstal van stroom. Volgen Enexis was er sprake van verbreking van zegels en van het afnemen van stroom buiten de meter om via een illegale aansluiting.

Verklaring verdachte

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij de hennepplantage ontkend. Verdachte wist wel van het bestaan van de loods, maar hij heeft nimmer gezien of gemerkt dat er een plantage in de loods was. Volgens verdachte kon hij niet vanaf zijn perceel de loods bereiken. Een hennepgeur heeft hij niet geroken. Verdachte bezit inderdaad de hiervoor genoemde schroefboormachine met verlengd bitje, maar dat bewijst niets volgens verdachte, omdat dit gereedschap algemeen verkrijgbaar is.

De omstandigheden ter plaatse

De politierechter heeft op 21 maart 2011 het perceel van verdachte bezocht en het terrein achter dit perceel, waarop de loods is gelegen waarin de hennepplantage werd gevonden.

Daarbij heeft zij een aantal waarnemingen gedaan, die voor het bewijs in deze zaak van belang zijn:

- het woonwagenterrein waarop de woning van verdachte is gelegen, ligt aan de openbare weg langs een kanaal;

- het woonwagenterrein is omringd door een weids open veld en ligt geïsoleerd van enige andere bebouwing of woonwijk;

- dit open veld is te bereiken door om/langs het woonwagenterrein te lopen; het veld is vanaf de woonwagen van verdachte snel te bereiken en vrij toegankelijk vanaf de openbare weg; het perceel van verdachte grenst aan de achterzijde aan dit open veld;

- ook de tuin van verdachte grenst aan het open veld; tussen de tuin en het open veld zijn een schutting en dennenboompjes geplaatst; een van deze bomen is beduidend dunner dan de andere;

- achter de woning van verdachte bevinden zich twee bergingen. Achter de bergingen, die grenzen aan het open veld, bevindt zich de loods; de buitenmuren van de bergingen vormen de binnenmuur van de loods;

- in een van de bergingen is een luchtafvoergat te zien, dat uitkomt in de loods; dit gat is gebruikt ten behoeve van de aanvoer van lucht in de plantage;

- boven in de loods is een groot afvoergat aangebracht, dat uitkomt boven deze berging; dit gat is gebruikt ten behoeve van de afvoer van lucht uit de plantage.

Overwegingen

Vast staat voor de politierechter dat er op 14 mei 2009 in voornoemde loods een hennepkwekerij is aangetroffen met 447 planten. Deze planten hadden een hoogte van respectievelijk 40 en 65 cm, wat erop duidt dat de plantage in elk geval al enige weken in werking was. Ook in het onderzoek van de politie voorafgaand aan 14 mei 2009 zijn er netmetingen verricht, die erop wezen dat er hennep werd gekweekt. Deze metingen vonden plaats vanaf 20 april 2009, derhalve ruim 3 weken voor het aantreffen van de plantage.

De officier van justitie heeft betoogd dat er aanwijzingen zijn dat er gedurende een langere periode dan die 3 weken is gekweekt en dat er zelfs sprake is geweest van een eerdere oogst.

De politierechter is echter van oordeel dat het bewijs hiervoor te mager is. Uit de foto’s van de planten valt namelijk op te maken dat deze nog niet volledig in bloei waren, wat betekent dat er in elk geval geen sprake was van een kweek die reeds 8 tot 10 weken gaande was, zijnde de kweekperiode die nodig is om te kunnen oogsten. Weliswaar werd er een stoflaag aangetroffen op de kappen van de assimilatielampen, maar dat is de enige bevinding van verbalisanten in het dossier die duidt op een langere kweekperiode. De in het frauderapport van Enexis vermelde indicatoren voor een eerdere oogst worden in dit rapport, noch in het dossier aan de hand van foto’s of ander bewijs aannemelijk gemaakt en moeten buiten beschouwing blijven. De politierechter acht de enkele bevinding van de verbalisanten dat er stof op de assimilatielampen zat, ontoereikend om voor zeker aan te nemen dat er vóór 20 april 2009 in de loods gekweekt werd. Voor een bewezenverklaring van de feiten 1 en 3 moet derhalve worden uitgegaan van 20 april 2009 als startdatum.

De centrale vraag is of er voldoende bewijs is dat verdachte als bezitter van de plantage kan worden aangewezen. De raadsvrouw heeft betoogd dat de feiten en omstandigheden die in zijn richting wijzen, deze conclusie niet rechtvaardigen. De politierechter komt echter tot het tegenovergestelde oordeel.

De politierechter acht het op de eerste plaats zeer onaannemelijk dat willekeurige derden een plantage zouden hebben gevestigd in een loods op een dergelijk afgelegen, maar vrij toegankelijk terrein. Algemeen bekend is dat er veel geld verdiend wordt met het telen van hennep en de politierechter acht het zeer onwaarschijnlijk dat derden deze waardevolle plantage zomaar onbeheerd zouden achterlaten en daarmee het risico zouden willen lopen dat de oogst door anderen gestolen zou worden. Daarbij zouden deze derden ook nog een groot risico op ontdekking door verdachte of andere bewoners van het woonwagenterrein hebben gelopen, gelet op de aangebrachte aan- en afvoer van lucht van de plantage in de richting van de berging en woning van verdachte. Uit de constatering van de verbalisanten op 14 mei 2009 dat er een penetrante hennepgeur waarneembaar was in de berging van verdachte, leidt de politierechter ook af dat dit risico op ontdekking daadwerkelijk bestond.

Ook acht de politierechter het onaannemelijk dat andere bewoners van het woonwagenterrein de bezitters van de plantage waren, zoals door de raadsvrouw als mogelijkheid is geopperd. Op de dag van het aantreffen van de plantage in de loods zijn er meer plantages bij het woonwagenterrein ontmanteld, maar van betrokkenheid van andere bewoners bij de loods in deze zaak is verder niets gebleken. Ook hier speelt weer een rol dat het onwaarschijnlijk is dat deze bewoners uitgerekend in en bij de berging van verdachte de aan- en afvoer van lucht zouden hebben aangebracht, gelet op het risico van ontdekking door verdachte via de verspreide henneplucht, als verdachte, zoals hij zelf zegt, niets met hennepteelt van doen heeft gehad. Dit betekent dat de politierechter veel bewijswaarde toekent aan de manier waarop de aan- en afvoer van lucht bij de hennepkwekerij was aangebracht, omdat die rechtstreeks naar verdachte wijst en er geen reden is een ander dan verdachte als bezitter van deze kwekerij te beschouwen.

Daar komt nog het volgende bij. Verdachte was in het bezit van gereedschap waarmee, precies op maat, de verdiept aangebrachte schroeven in de deur van de loods konden worden aangebracht en verwijderd. Daarbij doet niet ter zake dat dit algemeen verkrijgbaar gereedschap is, zoals door verdachte en zijn raadsvrouw naar voren is gebracht. Verdachte had op 14 mei 2009 de machine met het desbetreffende bitje erop letterlijk in zijn berging bij de hand liggen, wat de conclusie rechtvaardigt dat hij het recent gebruikt had of zou gaan gebruiken. Bovendien was de loods voor hem gemakkelijk te bereiken. Niet alleen was de loods snel en gemakkelijk te bereiken door er via de openbare weg -om het woonwagenterrein heen- naartoe te lopen. De politierechter stelt ook vast dat het goed mogelijk is geweest dat verdachte op nog eenvoudiger wijze via zijn tuin de loods kon bereiken, gelet op de huidige begroeiing op de scheiding tussen de tuin van verdachte en het open veld. Dit wordt ook bevestigd door de verbalisanten die de plantage hebben aangetroffen. Zij hebben gerelateerd dat zij bij de ontruiming van de plantage via de tuin van verdachte toegang hadden tot het veld waarop de loods was gelegen.

Dit alles leidt de politierechter tot de slotsom dat er genoeg harde aanwijzingen zijn dat verdachte de -enige- bezitter van de hennepplantage was. Zij zal dit dan ook bewezen verklaren. Ook acht de politierechter daarmee de diefstal van stroom bewezen.

3.4 De bewezenverklaring

De politierechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1

in de periode van 20 april 2009 tot en met 13 mei 2009 in de gemeente Sittard-Geleen opzettelijk heeft geteeld een groot aantal hennepplanten, bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 2

op 14 mei 2009 in de gemeente Sittard-Geleen opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [O.weg] te Born), een hoeveelheid van 447 hennepplanten, zijnde hennep een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 3

in de periode van 20 april 2009 tot en met 14 mei 2009 in de gemeente Sittard-Geleen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Enexis b.v., waarbij verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De politierechter acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod

Feit 2

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod

Feit 3

diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf van 9 maanden op te leggen, waarvan 3 maanden voorwaardelijk.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de politierechter verzocht te volstaan met het opleggen van een werkstraf, mocht de politierechter tot een bewezenverklaring oordelen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft hennep geteeld en in bezit gehad. Ten aanzien van deze feiten hanteert de rechtspraak Oriëntatiepunten van het LOVS. Voor het bezitten van het aantal planten dat bij verdachte is aangetroffen, geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken.

Daarbij is een verhoging op zijn plaats, omdat er sprake is van telen en verdachte al eerder veroordeeld is voor het telen van hennep. Daarnaast dient er een straf te worden opgelegd voor de diefstal van stroom. Voor alle feiten tezamen acht de politierechter 10 weken gevangenisstraf een passend uitgangspunt. De politierechter zal deze straf omrekenen naar een werkstraf van 140 uren, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Daarbij acht zij het geboden verdachte bij wijze van stok achter de deur een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand op te leggen, om verdachte ervan te doordringen dat bij een volgend strafbaar feit binnen 2 jaren na onherroepelijk worden van dit vonnis daadwerkelijke vrijheidsbeneming het gevolg zal zijn.

6 Het beslag

De in beslag genomen hennepplanten en voorwerpen waaruit de hennepkwekerij bestond zullen worden onttrokken aan het verkeer.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

8 De beslissing

De politierechter:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 maand;

- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot werkstraf voor de duur van 140 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 70 dagen;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

2009060600 2 447.00 STK Hennepplant

1646985

20300211818 1 1.00 STK Hennepkwekerij

1646992

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 mei 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 13 mei 2009, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (een) hoeveelheid/hoeveelheden hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een materiaal, bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling m ocht of zou kunnen leiden, dat:

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 13 mei 2009, in de gemeente Sittard-Geleen, met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (een) hoeveelheid/hoeveelheden hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in voornoemde periode in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand, in elk geval een gedeelte van dat pand, voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2.

hij op of omstreeks 14 mei 2009, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [O.weg] te Born), een hoeveelheid van ongeveer 447 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachten artikel 4a, vijfde lid van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 14 mei 2009, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis bv, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s), die weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 14 mei 2009, in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen Enexis bv. te bewegen tot het tenietdoen van een inschuld ter zake van geleverde elektriciteit en/of gas in/bij een pand aan de [O.weg] te Born, met voornoemd oogmerk listig en/of bedrieglijk het telwerk van de elektriciteitsmeter in dat pand heeft belemmerd in zijn registratie door de

fabrieksverzegeling te verbreken en/of door de zekeringen te verzwaren, zijnde

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.