Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ6081

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
26-05-2011
Datum publicatie
27-05-2011
Zaaknummer
161351 / FA RK 11-569
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikelen 1:94, lid 4 en 1:121 BW. Definitie van huwelijkse voorwaarden. Bij huwelijkse voorwaarden kunnen partijen afwijken van de regels der wettelijke gemeenschap, mits die voorwaarden niet met dwingende wetsbepalingen, de goede zeden, of de openbare orde in strijd zijn. Daarvan uitgaande is het begrip 'huwelijkse voorwaarden' niets anders dan een overeenkomst tussen (aanstaande) echtgenoten waarbij wordt afgeweken van de vermogensrechtelijke regels die krachtens de wet voor hen (zouden) gelden of waarbij een overeengekomen afwijking ongedaan wordt gemaakt, voor welke overeenkomst de wetgever, op straffe van nietigheid, de notariële vorm constitutief heeft geacht. Pensioenrechten vallen buiten het bereik van het huwelijksvermogensrecht, zodat moet worden aangenomen dat de wens van verzoekers om, bij echtscheiding, de opgebouwde pensioenaanspraken te doen verevenen overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten geen afwijking behelst van de vermogensrechtelijke regels die krachtens de wet voor hen (zouden) gelden of waarbij een overeengekomen afwijking ongedaan wordt gemaakt. Daaruit volgt dat voor de voorgestelde wijziging niet alleen geen rechterlijke goedkeuring is voorgeschreven maar zelfs niet de notariële vorm.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 94
Burgerlijk Wetboek Boek 1 115
Burgerlijk Wetboek Boek 1 119
Burgerlijk Wetboek Boek 1 121
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RN 2011/88
JPF 2011/110 met annotatie van B.E. Reinhartz
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Beschikking: 26 mei 2011

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven:

Zaaknummer: 161351 / FA RK 11-569

In de zaak van:

[verzoeker 1],

en:

[verzoeker 2],

beiden wonende te [adres],

verzoekers,

notaris mr. M.H.M. Bemelmans.

1. Verloop van de procedure

Verzoekers hebben op 11 mei 2011 ter griffie ingediend een verzoekschrift tot goedkeuring voor het wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk overeenkomstig het ontwerp van de notariële akte, dat bij het verzoekschrift is overgelegd.

2. Beoordeling

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank goedkeuring geeft tot het wijzigen van de tussen verzoekers op 10 oktober 1984 overeengekomen huwelijkse voorwaarden, op die datum verleden voor J.N. Sluypers, destijds notaris met als plaats van vestiging Beek (Limburg). Voor zover hier van belang, houden die huwelijkse voorwaarden in - in artikel 5 - dat na echtscheiding tussen partijen geen verrekening zal plaatsvinden van de waarde van vóór of tijdens het huwelijk door een van hen of beiden opgebouwde pensioenaanspraken.

Verzoekers wensen artikel 5 thans te wijzigen in die zin dat tussen hen, na echtscheiding, de waarde van de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken zullen worden verevend overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding.

Het is de vraag of die wijziging rechterlijke goedkeuring behoeft. Bij huwelijkse voorwaarden kunnen partijen afwijken van de regels der wettelijke gemeenschap, mits die voorwaarden niet met dwingende wetsbepalingen, de goede zeden, of de openbare orde in strijd zijn. Daarvan uitgaande is het begrip 'huwelijkse voorwaarden' - dat in de wet niet is gedefinieerd - niets anders dan een overeenkomst tussen (aanstaande) echtgenoten waarbij wordt afgeweken van de vermogensrechtelijke regels die krachtens de wet voor hen (zouden) gelden of waarbij een overeengekomen afwijking ongedaan wordt gemaakt, voor welke overeenkomst de wetgever, op straffe van nietigheid, de notariële vorm constitutief heeft geacht.

Pensioenrechten waarop de op 1 mei 1995 in werking getreden Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding van toepassing is, alsmede met die pensioenrechten verband houdende rechten op nabestaandenpensioen, vallen sindsdien buiten het bereik van het huwelijksvermogensrecht. In artikel 1: 94, vierde lid BW heeft de wetgever zulks ook uitdrukkelijk bepaald.

Gelet hierop moet worden aangenomen dat de wens van verzoekers om, bij echtscheiding, de opgebouwde pensioenaanspraken te doen verevenen overeenkomstig de Wet verevening pensioenrechten bij echtscheiding in wezen geen afwijking behelst van de vermogensrechtelijke regels die krachtens de wet voor hen (zouden) gelden of waarbij een overeengekomen afwijking ongedaan wordt gemaakt. Daaruit volgt dat voor de voorgestelde wijziging niet alleen geen rechterlijke goedkeuring is voorgeschreven maar zelfs niet de notariële vorm.

Dat betekent dat de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk zal verklaren.

3. Beslissing

Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek goedkeuring te verlenen voor het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

LF

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.