Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ1142

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
13-04-2011
Datum publicatie
13-04-2011
Zaaknummer
416306 CV EXPL 11-873
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Dagbladjournalist is door Media Groep Limburg (MGL) op staande voet ontslagen omdat hij zonder schriftelijke toestemming van directie en hoofdredactie een boek gaat publiceren over een zaak waarover is gepubliceerd door Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad, beide uitgaven van MGL. Bij het boekenfonds van MGL bestaat het voornemen om ook een boek over deze zaak uit te geven. Op grond van de cao is schriftelijke toestemming vereist indien de belangen van het eigen blad zouden kunnen worden geschaad. Dit is door MGL niet genoegzaam aangetoond. Zo is niet aangegeven op welke termijn dit boek gepubliceerd zou kunnen worden, wie het zouden –gaan- schrijven of zelfs wat de inhoud daarvan bij benadering zou kunnen worden. De inhoud van het litigieuze boek staat evenmin vast. Het is de kantonrechter evenmin gebleken dat MGL zal worden verstoken van nieuwsfeiten en /of in het diskrediet zal worden gebracht.

Het (doen) lekken van correspondentie tussen de journalist en MGL naar Villamedia is in de geschetste omstandigheden evenmin aan te merken als een reden voor ontslag op staande voet.

De gevraagde voorziening zal worden toegewezen, behoudens de vordering MGL een persbericht te laten publiceren. MGL kan niet voor de negatieve publiciteit verantwoordelijk worden gehouden.

Zie ook LJN: BQ1142

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2011/106
AR-Updates.nl 2011-0314
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

Zaak/rolnr.: 416306 CV EXPL 11-873

typ: lja

coll:

Vonnis van de voorzieningenrechter ex artikel 254 Rv d.d. 13 april 2011

inzake

[eiser]

wonende te [adres]

eiser, hierna (ook) aan te duiden als “ [eiser]”

gemachtigde: mr. R.J. Veenhuysen, advocaat te Maastricht

tegen

Media Groep Limburg B.V.

gevestigd te Heerlen en kantoorhoudende te 6135 KW Sittard, gemeente Sittard-Geleen

gedaagde, hierna (ook) aan te duiden als “MGL”

gemachtigde: mr. J.L.J.E. Koster, advocaat te Maastricht.

1. Het verloop van de procedure

Op 21 februari 2011 heeft eiser de kantonrechter verzocht om gedaagde te mogen dagvaarden in kort geding ex. artikel 254 Rv. in de nevenvestigingsplaats van de rechtbank Maastricht te Sittard-Geleen aan de Parklaan 17.

De datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling zijn door de kantonrechter vervolgens bepaald op maandag 4 april 2011 om 11.00 uur.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met het door MGL voorwaardelijk ingediend verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder nummer 416841 EJ VERZ 11-29.

Op de op 4 april 2011 gehouden mondelinge behandeling waren aanwezig:

- Eiser is persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. R.J. Veenhuysen;

- Gedaagde, vertegenwoordigd door [hoofdredacteur], hoofdredacteur,

en [senior P&O functionaris], senior P&O functionaris, bijgestaan door gemachtigde

mr. J.L.J.E. Koster.

Door MGL is in de onderhavige procedure een beroep gedaan op een aantal producties, die aan voormeld verzoekschrift zijn gehecht. MGL heeft voorts een tweetal nieuwe producties overgelegd. MGL heeft vervolgens haar verweer aan de hand van een pleitnota toegelicht. [eiser] heeft hierop mogen reageren.

De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingevoegd.

De uitspraak van het vonnis is hierna bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1 Tussen partijen staat vast dat [eiser] op 3 februari 1997 in vaste dienst is getreden bij MGL, althans haar rechtsvoorgangster, en dat [eiser] laatstelijk werkzaam is geweest als zowel eindredacteur op de locatie in Sittard en als stadsverslaggever op de locatie in Maastricht.

2.2 [eiser] is op 20 januari 2011 op staande voet ontslagen, welke ontslag bij brief van 21 januari 2011 is bevestigd met bevestiging van de redenen die tot dit ontslag hebben geleid. MGL verwijt [eiser] dat hij door eigen toedoen de goede naam van MGL in diskrediet heeft gebracht, dat hij in strijd heeft gehandeld met de richtlijnen in de arbeidsovereenkomst, cao en datgene wat hij als goed werknemer behoort te doen en na te laten. MGL verwijt [eiser] meer in het bijzonder in strijd te hebben gehandeld met artikel 4.9 juncto 8.4 van de cao en het (doen) lekken van correspondentie tussen MGL en [eiser] naar Villamedia, het persorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

3. De vordering

3.1 [eiser] betwist dat er sprake is van een dringende reden en meent voorts dat er niet is voldaan aan de aan een ontslag op staande voet gestelde eisen van onverwijldheid.

3.2 [eiser] legt uit dat het ontslag is ingegeven door het boek dat [eiser] met oud-collega [oud-collega] schrijft over de gedragingen van de Deken van Gulpen Joep Haffmans, wat in Limburg bekend staat als de “affaire Haffmans”. Over deze affaire is gepubliceerd door Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad, beide uitgaven van MGL.

3.3 [eiser] heeft op 26 oktober 2010 [hoofdredacteur], hoofdredacteur, medegedeeld dat hij zijn medewerking had verleend aan de totstandkoming van voormeld boek, waarbij het niet gaat om het (her)publiceren c.q. bundelen van bestaande artikelen, maar puur om de creatie van een ‘oorspronkelijk’ werk met een ‘eigen, oorspronkelijk karakter’, door [eiser] een feitenroman genoemd. [eiser] heeft [hoofdredacteur] toen ook duidelijk gemaakt dat wanneer de auteurs bij het schrijven van het boek op ‘hard’ nieuws zouden stuiten, de krant daarover als eerste zou worden geïnformeerd. [eiser] heeft MGL tevens meerdere voorstellen gedaan om MGL te laten meeprofiteren van het mogelijke succes de publicatie van het nog te schrijven boek.

Bij brief van 29 oktober 2010 maakte [hoofdredacteur], namens MGL, onder verwijzing naar de artikelen 8.4 en 8.5 lid 2 van de cao, aan [eiser] kenbaar toestemming te weigeren om medewerking te verlenen aan de totstandkoming van dit boek en is [eiser] expliciet verboden zijn medewerking te verlenen aan het beoogde boek. MGL zou bovendien zelf plannen hebben om over hetzelfde onderwerp een boek te gaan schrijven.

Bij brief van 4 november 2010 heeft zijn toenmalige raadsman op voormeld schrijven gereageerd en betwist dat [eiser] in strijd met de cao handelt.

Dat [eiser] toen niet op staande voet is ontslagen, duidt er volgens [eiser] op dat ook MGL hierin geen dringende reden heeft gezien.

3.4 Blijft als ontslagredenen over de beweerdelijke misleiding en het beweerdelijke ‘lekken’ van correspondentie aan de pers met betrekking tot de publicatie in Villamedia.

Zowel de aanname van MGL dat het boek in maart 2011 klaar zou zijn, als de veronderstelling dat [eiser] zijn werkgever dus had misleid, omdat hij had aangegeven dat het pas later zou verschijnen, is volstrekt onjuist. De (voor)publicatie op het internet is niet meer dan een uitgeverstactiek om te bezien hoe groot de belangstelling voor het boek is, zodat de oplage daarop zou kunnen worden afgestemd. Voor wat betreft de aangekondigde ‘onthullingen’ heeft [eiser] duidelijk gemaakt dat ook die woorden in dezelfde context als voornoemd moeten worden gelezen; de uitgever moest het boek ‘aantrekkelijk’ maken om het te kunnen verkopen, om welke reden was gekozen voor de aankondiging.

[eiser] betwist dat hij correspondentie naar de pers heeft gelekt en dat hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor het verstrekken van die correspondentie aan de betrokken journalist en/of voor de publicatie daarvan.

3.5 [eiser] heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, nu hij:

• Vanaf 1 februari 2011 geen inkomsten meer heeft;

• Er recht op heeft zijn werkzaamheden zo spoedig mogelijk te kunnen hervatten;

• Er belang bij heeft dat op een zo kort mogelijke termijn zowel richting collega’s als naar het publiek wordt duidelijk gemaakt dat het ontslag op staande voet ten onrechte werd verleend en [eiser] zijn werkzaamheden bij MGL gewoon kan voortzetten. De in diverse landelijke media verschenen publicaties over het verleende ontslag op staande voet hebben zijn goede naam als journalist ernstige schade toegebracht.

3.6 [eiser] vordert in het licht van het vorenstaande, bij wege van voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:

1. MGL te gelasten [eiser] met onmiddellijke ingang toe te laten tot al zijn overeengekomen werkzaamheden als eindredacteur en verslaggever stadsredactie en hem voorts in staat te stellen deze werkzaamheden te verrichten, een en ander op straffe van verbeurte door MGL ten gunste van [eiser] van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat MGL na betekening van het in deze te wijzen vonnis in gebreke blijft aan enig onderdeel van deze veroordeling te voldoen’

2. MGL te veroordelen tot betaling aan [eiser] van het hem toekomende loon en de overeengekomen emolumenten vanaf 20 januari 2011, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% over het loon, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente over zowel het verschuldigde loon c.a. als de wettelijke verhoging gerekend van de respectieve vervaldata van de desbetreffende termijnen, een en ander zolang de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortduurt;

3. MGL te gelasten een persbericht op te stellen en te publiceren in al haar dagbladen, op de eerste pagina, met de navolgende inhoud, zonder enige andere tekstuele toevoeging en zonder daarop of bij andere gelegenheid enig commentaar te leveren:

“Omstreeks 21 januari 2011 is in diverse Nederlandse media gepubliceerd dat [eiser] door Media Groep Limburg op staande voet is ontslagen. De kantonrechter te Sittard-Geleen heeft bij vonnis d.d. (datum vonnis) in het kort geding MGL veroordeeld om op dit ontslag terug te komen door [eiser] weer met onmiddellijke ingang tot zijn werk toe te laten en in staat te stellen zijn werk als eindredacteur/redacteur stadsredactie Maastricht bij MGL te verrichten.

De hoofdredactie en de directie van MGL bieden [eiser] hun verontschuldigingen aan voor de negatieve publiciteit als gevolg van bedoeld ontslag”.,

althans een persbericht met een inhoud als de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren,

zulks op straffe van verbeurte door MGL ten gunste van [eiser] van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde na betekening van het in deze te wijzen vonnis in gebreke blijft aan enig onderdeel van deze veroordeling te voldoen;

4. MGL te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure.

3.7 MGL heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal hierna, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 De kantonrechter stelt voorop dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde loonvordering, nu hij geen werkzaamheden verricht en vanaf

20 januari c.q. 1 februari 20110 geen salaris meer ontvangt. MGL heeft het spoedeisend belang ook niet weersproken.

4.2 De vraag of een voorziening als bedoeld in artikel 254 Rv toewijsbaar is, dient beoordeeld te worden aan de hand van het criterium of het naar grote, althans voldoende mate van waarschijnlijkheid te verwachten is dat de betreffende vordering in een eventuele bodemprocedure door de kantonrechter zal worden gehonoreerd. In het kader van deze toetsing overweegt de kantonrechter als volgt.

4.3 MGL heeft in haar brief van 21 januari 2011 het [eiser] op 20 januari 2011 gegeven ontslag op staande voet bevestigd onder vermelding van de redenen die tot dat ontslag hebben geleid. MGL verwijt [eiser] blijkens deze brief in het bijzonder in strijd te hebben gehandeld met artikel 4.9 juncto 8.4 van de cao en het (doen) lekken van correspondentie tussen MGL en [eiser] naar de pers. Deze twee specifieke punten vormen het toetsingskader van het ontslag op staande voet.

4.4 De laatstgenoemde cao bepaling bevat regels omtrent kort gezegd het door de werknemer –structureel en/of incidenteel- medewerking verlenen aan andere publiciteitsorganen. Hiervoor is schriftelijke toestemming van directie en hoofdredactie vereist indien deze medewerking de belangen van het eigen blad zouden kunnen schaden op in de bepaling genoemde gronden.

Dat (uitgeven van) het voorgenomen boek de belangen van MGL althans de dagbladen zou schaden is betwist door [eiser] en ook overigens in de procedure niet genoegzaam aangetoond. MGL heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat bij haar boekenfonds het voornemen bestaat eveneens een boek over de affaire te publiceren. Dit voornemen is echter geenszins gesubstantieerd. Zo heeft MGL niet aangegeven op welke termijn dit boek gepubliceerd zou kunnen worden, wie het zouden –gaan- schrijven of zelfs wat de inhoud ervan bij benadering zou kunnen worden. Nu ook de inhoud van het door [eiser] te publiceren boek nog niet is komen vast te staan kan niet vastgesteld worden dat publicatie van het litigieuze boek de belangen van MGL zal (kunnen) schaden. Er zijn voor de kantonrechter voorts geen aanknopingspunten dat [eiser] MGL zal verstoken van nieuwsfeiten en/of MGL in het diskrediet zal worden gebracht.

Mede gelet op de strekking van de cao-bepaling, waar in de bedrijfsbelangen van de werkgever aanleiding gevonden wordt de overigens geldende vrijheid van meningsuiting van de werknemer te beperken, had van MGL –zeker in het kader van een daarop gegrond ontslag op staande voet- een adequate onderbouwing van haar gesteld geschonden belangen verwacht mogen worden. Nu zij dit –zowel in de ontslagbrief als gedurende deze procedure- heeft nagelaten kan niet worden vastgesteld dat [eiser] zonder toestemming heeft gehandeld waar deze toestemming vereist was. De kantonrechter is onder de in deze procedure vastgestelde omstandigheden van oordeel dat het ontslag in een bodemprocedure op deze grond geen stand zal houden.

De bepalingen in het handboek van MGL maken dit niet anders.

4.5 Over het (doen) lekken van correspondentie tussen MGL en [eiser] naar Villamedia, wat door andere media zoals het ANP en L1 Radio is overgenomen, is enkel vast komen te staan dat [eiser] de brief van 29 oktober 2010 van MGL aan [eiser] over het schrijfverbod aan [oud-collega] heeft gegeven (omdat dit [oud-collega] als coauteur ook aan gaat) en dat [oud-collega] naar aanleiding van deze brief vervolgens contact heeft gezocht met Villamedia. [eiser] heeft aangegeven dat hij over dit contact tussen [oud-collega] en Villamedia niet verrast was. Over de overige gelekte correspondentie is niet aangetoond dat dit van [eiser] afkomstig is en/of hij hiervoor verantwoordelijk kan worden gehouden.

De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] er rekening mee had moeten houden dat dit onderwerp breed zou worden uitgemeten in de pers, in welk kader hij meer zorgvuldigheid had moeten betrachten. Het had op zijn weg gelegen de betreffende brief niet aan [oud-collega] te geven danwel daarbij uitdrukkelijk aan te geven dat [oud-collega] deze brief niet aan anderen zou mogen verstrekken. Dit klemt te meer nu het doorgeven van de brief door [oud-collega] [eiser] niet heeft verrast, nu hij [oud-collega] kende. Een en ander zou aanleiding hebben kunnen geven voor een waarschuwing of een andere disciplinaire maatregel. Een reden voor ontslag op staande voet is het naar het oordeel van de kantonrechter niet.

4.6 Naar het oordeel van de kantonrechter houdt het ontslag op staande voet thans geen stand en is het zeer aannemelijk dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure vernietigd zal worden.

4.7 Op grond van het vorenstaande zal de vordering van [eiser] om met onmiddellijke toegang tot het werk toegelaten te worden en hem in staat te stellen zijn werkzaamheden te verrichten zal worden toegewezen, met dien verstande de dwangsom zal worden gematigd tot € 150,00 per dag met een maximum € 1.500,00.

4.8 De vordering tot betaling van loon zal eveneens worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente en de wettelijke verhoging. Dit laatste zal de kantonrechter dit matigen tot 10%.

Het loon zal vanaf 21 januari 2011 worden toegewezen. Echter, als MGL het loon tot

1 februari 2011 heeft betaald, zoals in de gronden van de dagvaarding is gesteld, is MGL eerst vanaf 1 februari 2011 loon, wettelijke rente en wettelijke verhoging verschuldigd.

4.9 De vordering MGL een persbericht te laten publiceren zal worden afgewezen. Het is de kantonrechter niet gebleken dat MGL de door [eiser] overgelegde berichten (waaronder NRC Handelsblad en L1 radio-TV) heeft gepubliceerd dan wel voor de negatieve publiciteit verantwoordelijk kan worden gehouden. De kantonrechter acht het zeer aannemelijk dat deze media haar informatie via Villamedia hebben ingewonnen. Uit deze stukken blijkt bovendien dat [hoofdredacteur], de hoofdredacteur, zich van commentaar heeft onthouden (omdat het een interne, arbeidsrechtelijke kwestie betreft) en niet is gesteld dat MGL zich in de media negatief over [eiser] heeft uitgelaten.

4.10 MGL zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eiser], als hierna bepaald.

5. De uitspraak

De kantonrechter:

veroordeelt MGL bij wege van voorlopige voorziening om:

- [eiser] met onmiddellijke ingang toe te laten tot al zijn overeengekomen werkzaamheden als eindredacteur en verslaggever stadsredactie en hem voorts in staat te stellen deze werkzaamheden te verrichten, een en ander op straffe van verbeurte door MGL ten gunste van [eiser] van een dwangsom van € 150,-- per dag of gedeelte van een dag dat MGL na betekening van het in deze te wijzen vonnis in gebreke blijft aan enig onderdeel van deze veroordeling te voldoen, met bepaling dat boven het bedrag € 1.500,-- geen dwangsom meer verschuldigd is;

- [eiser] van het hem toekomende loon en de overeengekomen emolumenten vanaf 20 januari 2011 te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging van 10% over het loon, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente over zowel het verschuldigde loon c.a. als de wettelijke verhoging gerekend van de respectieve vervaldata van de desbetreffende termijnen, een en ander zolang de arbeidsovereenkomst tussen partijen voortduurt;

veroordeelt MGL in de proceskosten aan de zijde van [eiser] gevallen, tot op heden begroot op € 561,81, waarin begrepen € 71,00 vast recht, € 90,81 explootkosten en € 400,00 voor salaris gemachtigde van eiseres;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.