Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ0940

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
25-03-2011
Datum publicatie
12-04-2011
Zaaknummer
404661 EJ VERZ 10-1445
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek van ex-werknemer om met toepassing van art. 72a WW zijn ex-werkgever te verplichten tot organisatie van een re-integratietraject of om financiële middelen hiertoe beschikbaar te stellen. De ex-werkgever heeft het werkgebied voor de ex-werknemer -om haar moverende redenen- sterk beperkt. De kantonrechter acht in de gegeven omstandigheden een noodzaak aanwezig om de ex-werknemer te re-integreren en verplicht de ex-werkgever hierin te voorzien. Verzoek toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0318
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

zaaknr: 404661 EJ VERZ 10-1445

Typ: MW

Beschikking van 25 maart 2011

inzake

[verzoeker],

wonende te [adres],

verzoeker, hierna aan te duiden als “[verzoeker]”.

tegen:

Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs,

gevestigd en kantoorhoudende te 6135 KV Sittard, aan de Mercator 1,

verweerster, hierna aan te duiden als “LVO”.

gemachtigde: mr. drs. C.A.H. Lemmens, advocaat te Heerlen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Door partijen zijn de navolgende stukken ingediend:

- Verzoekschrift (in de vorm van beroepschrift weigering re-integratietraject) met producties ingekomen 12 november 2010;

- Verweerschrift met productie ingekomen 18 december 2010.

Partijen en de gemachtigde zijn gehoord ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 24 januari 2011. [verzoeker] heeft een pleitnota overgelegd, welke hier als herhaald ingelast dient te worden beschouwd. Van hetgeen ter zitting is verklaard is door de griffier aantekening gehouden.

- Nadere stukken d.d. 10 februari 2011, toegezonden door [verzoeker];

- Reactie d.d. 21 februari 2011 van LVO op nadere stukken;

MOTIVERING VAN DE BESLISSING:

Tussen partijen staat als niet, althans onvoldoende weersproken, vast:

- Dat bij beschikking van 27 mei 2010 door de kantonrechter te Heerlen d.d. 27 mei 2010 de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2010 is ontbonden met toekenning van een vergoeding van € 31.212,00 bruto aan [verzoeker] ten laste van LVO;

- Dat [verzoeker] vanaf 1 augustus 1998 tot 1 augustus 2010 werkzaam was als docent geschiedenis en docent speciale taken bij LVO (of rechtsvoorganger), locatie Carbooncollege Rombouts te Brunssum;

- Dat [verzoeker] op aanwijzing van het UWV telefonisch en schriftelijk herhaaldelijk het verzoek heeft ingediend bij LVO om hem bij zijn re-integratie te ondersteunen;

- Dat LVO bij schrijven van 6 oktober 2010 en 10 november 2010 afwijzend heeft beslist op de verzoeken van [verzoeker] daarbij aangevend dat zij van oordeel is te hebben voldaan aan haar re-integratieverplichtingen;

- Dat [verzoeker] thans de kantonrechter verzoekt op grond van artikel 72a WW LVO te verplichten tot de organisatie van een re-integratietraject ten behoeve van [verzoeker] of om financiële middelen ter beschikking te stellen aan [verzoeker] om een dergelijk traject te organiseren en om LVO te veroordelen in de proceskosten, inclusief de vergoeding van de materiële en immateriële schade van [verzoeker] (inkomstenderving door de verlenging van de duur van de WW);

- Dat LVO van oordeel is dat onderhavig verzoek dient te worden afgewezen nu LVO voldoende inspanningen in het kader van re-integratie in een passende functie heeft betracht. LVO stelt dat [verzoeker] zowel ten tijde van het dienstverband als bij de beëindiging daarvan alle voorstellen in dit kader heeft afgewezen. Dit komt voor rekening en risico van [verzoeker]. Bovendien kan [verzoeker] met de toegekende ontbindingsvergoeding zelf maatregelen nemen om een terugkeer naar een andere baan te bevorderen. LVO is bovendien van mening dat er geen noodzaak bestaat om bepaalde re-integratietrajecten in te zetten.

Ter terechtzitting wordt allereerst de bevoegdheid van de kantonrechter aan de orde gesteld. Geconcludeerd wordt dat nu LVO een werkgever in het bijzonder onderwijs is er sprake is van een privaatrechtelijke rechtspersoon en geen bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overheidswerknemers uit het bijzonder onderwijs –zoals [verzoeker]- dienen zich bij een geschil als het onderhavige te wenden tot de kantonrechter.

De kantonrechter acht zich bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen.

Sinds 1 juli 2005 zijn overheidswerkgevers, als gevolg van een wijziging van artikel 72a WW wettelijk verantwoordelijk voor de re-integratie van werkloze ex-werknemers. De overheidswerkgever heeft de wettelijke taak om de re-integratie te verzorgen van de ex-werknemer. De werknemer is op zijn beurt verplicht om mee te werken aan de re-integratieondersteuning van zijn ex-werkgever.

De overheidswerknemer die na 1 juli 2005 werkloos is geworden, heeft recht op re-integratie van de ex-werkgever. De ex-werkgever heeft een verplichte re-integratieverantwoordelijk- heid. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit onderstaande artikelen uit de WW en het Besluit SUWI.

Artikel 72a WW bepaalt:

1 De overheidswerkgever heeft tot taak de inschakeling in de arbeid te bevorderen van:

a. een persoon die uit hoofde van een dienstbetrekking als overheidswerknemer met die overheidswerkgever recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk II;

b. een overheidswerknemer die kan aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van de CWI redelijkerwijs valt aan te nemen dat hij recht zal hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II.

2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het ten behoeve van een persoon als bedoeld in het eerste lid sluiten van een individuele re-integratieovereenkomst met een re-integratiebedrijf.

Het Besluit SUWI bepaalt in:

Artikel 4.2a Mogelijkheid individuele re-integratieovereenkomst te sluiten door overheidswerkgever

-1. De overheidswerkgever kan ten behoeve van de werknemer, bedoeld in artikel 72a van de WW, op diens aanvraag een individuele re-integratieovereenkomst sluiten met een re-integratiebedrijf, overeenkomstig de voorkeur van de aanvrager, ter uitvoering van werkzaamheden die zijn gericht op de inschakeling in het arbeidsproces.

-2. De overheidswerkgever bepaalt het ten hoogste aan het re-integratiebedrijf verschuldigde bedrag voor de uitvoering van de individuele re-integratieovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, en het tijdvak waarvoor de individuele re-integratieovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt gesloten.

-3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder door de overheidswerkgever een individuele re-integratieovereenkomst als bedoeld in het eerste lid kan worden gesloten en omtrent de inhoud van de individuele re-integratieovereenkomst, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4.4. Weigering van sluiting van een individuele re-integratieovereenkomst

De aanvraag om een individuele re-integratieovereenkomst kan in ieder geval worden geweigerd in de gevallen waarin op grond van artikel 4:35, eerste lid, onderdeel a en b, en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht een subsidieverlening kan worden geweigerd en indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 4.2, derde lid, of artikel 4.2a, derde lid, door het UWV of de overheidswerkgever gestelde voorwaarden.

Artikel 5.17. Gegevensverstrekking in verband met re-integratietaak overheidswerkgevers

-1. Het UWV verstrekt uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan overheidswerkgevers als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de WW, kosteloos de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 72a van de WW.

-2. Het UWV verstrekt uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan het participatiefonds, bedoeld in artikel 1 van het Besluit participatiefonds, kosteloos de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van het participatiefonds waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen, voor zover die taak samenhangt met de uitvoering van artikel 72a van de WW.

-3. Een overheidswerkgever of het participatiefonds, bedoeld in het tweede lid, kan het UWV op verzoek of uit eigen beweging kennisgeven van het gegronde vermoeden dat een persoon van wie de inschakeling in de arbeid wordt bevorderd onvoldoende medewerking verleent aan deze werkzaamheden, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de WW door het UWV.

De wijze waarop de re-integratie activiteiten dienen te worden ingevuld is niet wettelijk vastgelegd. De overheidswerkgever kan daar dus zijn eigen invulling aan geven. Of de ondersteuning bij re-integratie noodzakelijk is, bepaalt in eerste instantie de (ex) werkgever.

Het uitgangspunt van [verzoeker] in deze is dat LVO onvoldoende re-integratie inspanningen heeft verricht welke in zijn ogen wel noodzakelijk zijn om hem opnieuw naar arbeid toe te geleiden. De noodzakelijke inspanningen van LVO zouden naar zijn mening dienen te bestaan uit het door [verzoeker] kunnen volgen van een cursus Oriëntatie op de Arbeidsmarkt en een cursus docent Maatschappijleer op kosten van LVO.

Ter zitting heeft [verzoeker] gesteld dat hij zich bij allerlei landelijke organisaties heeft ingeschreven om te bemiddelen. Dat hij wekelijks voldoet aan de sollicitatieverplichting, maar dat hij tot nu toe overal afwijzingen op heeft ontvangen.

Het uitgangspunt van LVO is dat in casu voor [verzoeker] als ex-werknemer geen noodzaak aanwezig is voor re-integratie inspanningen van LVO. LVO stelt hiertoe dat [verzoeker] 40 jaar is, hij een goede arbeidsmarktpositie heeft en de basisbegeleiding van het UWV in dit kader voldoende wordt geacht. De door [verzoeker] als noodzakelijke scholing gesteld, acht LVO niet noodzakelijk om een passend beroep uit te kunnen oefenen op de arbeidsmarkt. Daarenboven stelt LVO dat zij tijdens het dienstverband en daarna tijdens het aanhangig zijn van de ontbindingsprocedure tal van voorstellen heeft gedaan om [verzoeker] bij zijn functioneren middels een coachingstraject te begeleiden en daarna naar een andere baan te geleiden –waaronder mediation, outplacement, workshop Jobmarketing, begeleidingstraject bij geschikt bureau- , maar dat [verzoeker] deze voorstellen allemaal heeft afgewezen. LVO stelt dat dit voor rekening en risico van [verzoeker] dient te komen. LVO voegt hier nog aan toe dat er voor [verzoeker] in ieder geval geen plaats meer is binnen de Stichting LVO. [verzoeker] kan de vergoeding die hij bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft toegekend gekregen (deels) aanwenden om zelf maatregelen te nemen naar een nieuwe werkplek toe, aldus LVO.

LVO is van mening dat het verzoek dient te worden afgewezen. Ook het verzoek met betrekking tot toekenning materiële en immateriële schadevergoeding dient te worden afgewezen nu deze niet voldoende onderbouwd is, er geen bewijsstukken zijn overgelegd en de grondslag van deze eis ontbreekt.

Ter zitting wordt desgevraagd door LVO toegestemd in het verstrekken van een neutraal getuigschrift aan [verzoeker].

[verzoeker] heeft op 11 februari 2011 nadere stukken toegezonden, waarop LVO desgevraagd heeft gereageerd bij schrijven van 21 februari 2011.

De kantonrechter dient te beoordelen of LVO voldoende heeft gedaan in het kader van de verplichting voortvloeiende uit artikel 72a WW om [verzoeker] te re-integreren.

Uit de nadere stukken is de kantonrechter gebleken dat een groot aantal scholen in Limburg onder het bestuur van LVO vallen. Om welk percentage het gaat van het totaal aantal scholen in de directe omgeving kan de kantonrechter niet beoordelen maar het betekent voor [verzoeker] in ieder geval een behoorlijke beperking qua arbeidsplaatsen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt in Limburg.

De kantonrechter stelt vast dat het LVO was die verzocht heeft om ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Uit de betreffende beschikking van de kantonrechter wordt duidelijk dat toen al kenbaar is gemaakt dat een terugkeer naar een school die ressorteert onder het LVO geen optie is. Dat [verzoeker] destijds niet meegewerkt heeft aan allerlei trajecten die LVO -in het kader van of aan de ontbinding voorafgaande- heeft aangeboden is naar het oordeel van de kantonrechter niet onbegrijpelijk en hem mogelijk ook niet kwalijk te nemen. De kantonrechter overweegt dat dit niet zonder meer voor rekening en risico van [verzoeker] komt zoals LVO stelt. [verzoeker] wilde boven alles zijn baan behouden en in dat kader niet meewerken aan iets waarmee hij zijn baan prijs zou geven.

Voorts ziet de re-integratieverplichting uit artikel 72a WW op de periode gelegen nadat de werknemer zijn baan is kwijtgeraakt, het betreft namelijk de ex-werknemer c.q. ex-werkgever. De voorstellen die LVO aanvoert als door haar gedaan om [verzoeker] te begeleiden naar een andere baan kunnen niet geplaatst worden in het kader van artikel 72aWW nu deze zijn gelegen in de periode dat [verzoeker] nog bij LVO in dienst was.

Nadien heeft LVO geen initiatieven of voorstellen meer gedaan, sterker nog zij heeft waar kon duidelijk gemaakt niets meer met [verzoeker] te maken te willen hebben.

De kantonrechter is van oordeel dat LVO op grond van artikel 72a WW verplicht is tot bevordering van het opnieuw inschakelen in de arbeid van [verzoeker]. Dit klemt te meer nu LVO het werkgebied van [verzoeker] -om haar moverende redenen- ernstig heeft beperkt en er vele scholen in de directe omgeving niet in aanmerking komen om zijn werkzaamheden aan te bieden c.q. uit te voeren. De kantonrechter overweegt dat hij in de gegeven omstandigheden wel een noodzaak aanwezig acht om [verzoeker] te re-integreren en LVO de verplichting heeft hierin te voorzien. De cursus Oriëntatie op de Arbeidsmarkt en een cursus docent Maatschappijleer zoals door [verzoeker] aangevoerd acht de kantonrechter in het kader van de verplichting die voortvloeit uit artikel 72a WW in zijn geval noodzakelijk om te kunnen re-integreren.

Het overige door [verzoeker] verzochte valt buiten het kader van artikel 72a WW en de kantonrechter wijst het overige verzochte derhalve af.

Gezien de uitkomst van het geding, acht de kantonrechter termen aanwezig om LVO in de kosten van deze procedure te veroordelen.

BESLISSING:

Wijst het verzoek van [verzoeker] toe.

Verplicht LVO om haar verplichting uit artikel 72a WW uit te voeren in de zin dat LVO het aan [verzoeker] mogelijk maakt een cursus Oriëntatie op de Arbeidsmarkt en een cursus docent Maatschappijleer te kunnen volgen.

Wijst voor het overige het verzoek af.

Veroordeelt LVO tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verzoeker] tot de datum van deze beschikking begroot op € 70,-- zijnde het vastrecht.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Groen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.