Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ0045

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-03-2011
Datum publicatie
05-04-2011
Zaaknummer
419587 CV EXPL 11-1170
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Loonvordering. Vier maanden na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, waarbij werd overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst eindigde op 1 januari 2011, stelt werkneemster dat zij die vaststellingsovereenkomst heeft gesloten onder invloed van een geestelijke stoornis en deswege vernietigbaar is. Vóór noch tijdens de mondelinge behandeling verzuimt eiseres een afschrift van het betekende exploot van dagvaarding over te leggen. Evenmin worden producties overgelegd, waarop eiseres zich beroept. Het gevolg is dat de vordering als volstrekt onvoldoende onderbouwd wordt afgewezen. Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat in het geval de stukken wel overgelegd zouden zijn, de vordering afgewezen zou zijn omdat deze nogal complex van aard is - vastgesteld moet worden of werkneemster ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst lijdende was aan een geestelijke stoornis - en zich niet leent voor behandeling in kort geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0297
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

Vonnis d.d. 31 maart 2011

Rolno/zaakno: 419587 CV EXPL 11-1170

De kantonrechter van de locatie Sittard-Geleen wijst het navolgende vonnis in het kort geding

inzake:

[eiseres],

wonende te [adres],

eiseres, hierna verder ook te noemen: [eiseres],

procederend met toevoeging nummer [nummer],

gemachtigde: mw. mr. B. Queis, advocaat te Maastricht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intratuin Geleen B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te 6463 RB Geleen, gemeente Sittard-Geleen, aan de Eglantier 19,

gedaagde, hierna verder ook te noemen: Intratuin,

gemachtigde: mw. Mr. S.M.L.L. Bijloos, advocaat te Maastricht.

1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE:

Op 16 maart 2011 heeft [eiseres] de kantonrechter verzocht om Intratuin te mogen dagvaarden in kort geding ex artikel 254 Rv in de nevenvestigingsplaats van de rechtbank Maastricht te Sittard-Geleen aan de Parklaan 17.

De datum en het tijdstip van de mondelinge behandeling zijn door de kantonrechter vervolgens bepaald op maandag 28 maart 2011 om 11.30 uur.

Op respectievelijk 23 en 25 maart 2011 heeft Intratuin per fax producties ingezonden.

Op de mondelinge behandeling zijn verschenen: [eiseres] en haar gemachtigde

mw. mr. B. Queis en namens Intratuin, de heer [heer] en mw. [mevrouw], bijgestaan door mw. Mr. S.M.L.L. Bijloos.

Op verzoek van Intratuin is mede verschenen de heer [arbeidsdeskundige], arbeidsdeskundige.

[eiseres] heeft volhard bij haar vorderingen en heeft haar standpunten door haar gemachtigde nader laten toelichten, dit mede aan de hand van een overgelegde pleitnota.

Intratuin heeft mondeling verweer gevoerd overeenkomstig de overgelegde pleitnotitie tevens conclusie van antwoord.

Partijen zijn hierna nog in de gelegenheid gesteld hun geschillen in der minne op te lossen, maar beide partijen hebben vonnis gevraagd.

De uitspraak van het vonnis is hierna bepaald op heden.

2. DE VORDERING EN DE GRONDEN VAN DE VORDERING:

[eiseres] vordert bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad, Intratuin te veroordelen:

1. om aan haar vanaf 1 januari 2011 maandelijks te voldoen het laatstgenoten basissalaris van € 1.528,98 bruto per maand, totdat het dienstverband rechtsgeldig zal zijn geëindigd;

2. om aan haar te voldoen tegen behoorlijk bewijs van kwijting het achterstallige salaris over de periode 1 januari 2011, zulks vermeerderd met de maximale wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over de periode 1 januari 2011 tot aan de dag van de uitspraak van dit vonnis alsmede de wettelijke rente vanaf de respectievelijke vervaldata, althans de dag der dagvaarding, tot aan de dag van de voldoening en

3. tot betaling van de proceskosten.

[eiseres] stelt daartoe – zakelijk weergegeven – het volgende. Zij is sinds 15 maart 2007 in dienst van Intratuin in de functie van verkoopster. Zij is bij Intratuin terecht gekomen via een reïntegratieproject van Agens. Haar laatstgenoten loon bedraagt € 1.528,98. Zij lijdt aan bipolaire stoornissen en manische depressiviteit. Als gevolg van die stoornissen heeft zij stemmingswisselingen en ongecontroleerde gedachtengangen. Die klachten uiten zich met name in manische perioden. Bij aanvang van het dienstverband is Intratuin ervan in kennis gesteld dat zij lijdende is aan bipolaire stoornissen. In september 2010 diende zich een manische periode aan. Begin oktober 2010 heeft zij het spreekuur van haar behandelend psychiater en haar psychiatrisch verpleegkundige bezocht. Vanaf eind oktober 2010 werd haar het medicijn zyprexa voorgeschreven. Op verzoek van Intratuin heeft zij zich op 7 oktober 2010 ziek gemeld. Begin november 2010 heeft de arbo-deskundige van Intratuin aan haar een vaststellingsovereenkomst aangeboden, inhoudende een beëindiging van het dienstverband per 1 januari 2011 en een vergoeding van € 4.000,00. Zij heeft weliswaar enkele dagen bedenktijd gekregen, maar als gevolg van haar ziekte kon zij de consequenties van haar handelingen niet overzien. Omdat Intratuin bekend was met haar ziekte, heeft Intratuin misbruik van omstandigheden gemaakt. [eiseres] is daarom van mening dat de vaststellingsovereenkomst dient te worden vernietigd en het dienstverband is blijven doorlopen. Omdat zij sinds 1 januari 2011 geen inkomsten meer heeft, heeft zij een spoedeisend belang bij de onderhavige procedure.

3. HET VERWEER

Intratuin is van mening dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen. Volgens Intratuin heeft [eiseres] nooit meegedeeld dat zij last heeft van bipolaire stoornissen. [eiseres] is met ingang van 15 februari 2006 door Vixia Kans BV gedetacheerd naar Intratuin. [eiseres] genoot sinds jaren een bijstanduitkering en zij diende werkervaring op te doen. [eiseres] had geen WSW-indicatie. Door Vixia noch door [eiseres] is destijds meegedeeld dat sprake was van bipolaire stoornissen. Met ingang van 15 maart 2007 is [eiseres] bij Intratuin in dienst getreden, welk dienstverband met ingang van 15 februari 2009 is ongezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 7 oktober 2010 heeft [eiseres] zich ziek gemeld. De personeelsdienst van Intratuin heeft vervolgens 4 weken geprobeerd om met [eiseres] in contact te komen. Uiteindelijk lukte dat en op 12 november 2010 heeft een eerste gesprek plaatsgevonden met de heer [arbeidsdeskundige], arbo-deskundige. [eiseres] heeft tijdens dat eerste gesprek aangegeven dat zij niet ziek was en dat zij niet meer bij Intratuin wilde werken. Volgens [eiseres] had zij lang genoeg gewerkt en wilde zij stoppen met werken en weer een uitkering hebben. De heer [arbeidsdeskundige] heeft haar op de mogelijke consequenties van een ontslag gewezen en heeft haar enkele dagen bedenktijd gegeven. Tijdens het vervolggesprek bleef [eiseres] bij haar standpunt. De heer [arbeidsdeskundige] heeft [eiseres] nogmaals gewezen op de voor haar eventuele nadelige gevolgen en haar geadviseerd de vaststellingsovereenkomst te laten toetsen door het UWV en/of een jurist. Omdat [eiseres] uitdrukkelijk aangaf niet ziek te zijn, heeft de heer [arbeidsdeskundige] haar beter gemeld. Enkele dagen later heeft [eiseres] de vaststellingsovereenkomst ondertekend. Intratuin betwist met klem dat zij misbruik van omstandigheden heeft gemaakt. Zij heeft de mogelijk nadelige gevolgen van een ontslag met [eiseres] besproken. Intratuin stelt dat zij zorgvuldig heeft gehandeld. Intratuin is daarom van mening dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig is gesloten. De vorderingen van [eiseres] dienen derhalve afgewezen te worden.

4. DE BEOORDELING

Vast is komen te staan dat [eiseres] sinds 1 januari 2011geen inkomsten meer heeft genoten. Nu [eiseres] onweersproken heeft gesteld dat zij als gevolg daarvan in ernstige financiële problemen dreigt te geraken, is daarmee het spoedeisende belang van de onderhavige loonvordering gegeven. Van [eiseres] kan in elk geval niet gevergd worden de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.

In het kader van de gevraagde voorlopige voorzieningen als de onderhavige past het terughoudendheid te betrach¬ten, in die zin dat de partij die een voorlopige voorziening vraagt, deze eerst toegewezen zal krijgen als er sterke aanwijzingen bestaan, dat zij in een bodem¬procedure hoogstwaarschijnlijk in het gelijk zal worden gesteld.

In de onderhavige zaak echter bestaat geen enkele aanwijzing op grond waarvan geoordeeld zou kunnen worden dat [eiseres] in een bodemprocedure het gelijk aan haar zijde heeft.

Ondanks dat [eiseres] daartoe voldoende de gelegenheid heeft gehad, heeft zij verzuimd om een afschrift van het betekende exploot van dagvaarding over te leggen. Dat brengt met zich dat de kantonrechter niet in de gelegenheid is om vast te stellen of de inhoud van het uitgebrachte exploot van dagvaarding gelijkluidend is aan het concept van het exploot van dagvaarding, op basis waarvan aan [eiseres] verlof is verleend om tot dagvaarden over te gaan.

De kantonrechter is voorts verstoken gebleven van producties en andere bewijsstukken waarnaar in het concept van het exploot van dagvaarding wordt verwezen en waarop [eiseres] zich beroept.

Het komt er op neer dat [eiseres] niet heeft voldaan aan hetgeen in artikel 111 juncto artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is voorgeschreven. Die verplichtingen gelden eens te meer in een spoedeisende, summiere procedure als de onderhavige. Dat betekent dat de vorderingen van [eiseres] als volstrekt onvoldoende onderbouwd afgewezen zullen worden.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende. Gelet op de aard en de complexiteit daarvan is de kantonrechter van oordeel dat de onderhavige procedure zich niet leent voor een beoordeling van de kernvraag of [eiseres] vóór en tijdens het sluiten van de vaststellingsovereenkomst niet in staat was haar wil te verklaren, dan wel dat haar verklaring niet overeenstemde met haar wil omdat die verklaring onder invloed van een stoornis is gedaan.

Als de in het ongelijk gestelde partij dient [eiseres] te worden veroordeeld in de proceskosten zoals hierna bepaald.

5. DE BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering van [eiseres] tot het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad af.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten aan de zijde van Intratuin gerezen en tot aan dit vonnis in totaal begroot op € 450,00 ter zake van salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van Intratuin..

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. Groen, kantonrechter in tegenwoordigheid van F.C.H. Lassauw als griffier.

Type: FL

Coll: