Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP9292

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
25-03-2011
Datum publicatie
28-03-2011
Zaaknummer
03/700540-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling van openlijk geweld tegen een homoseksuele man met wie via internet een afspraak is gemaakt. Verdachte, 16 jaar, was samen met 6 anderen aanwezig bij de mishandeling en heeft samen met twee anderen het slachtoffer daadwerkelijk mishandeld. De rol van verdachte was beperkter dan die van de twee anderen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700540-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 maart 2011

in de strafzaak tegen de minderjarige

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsvrouw is mr. S.M. Kurvers, advocaat te Maastricht.

Zij vervangt mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk achter gesloten deuren behandeld op de zitting van 10 maart 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Primair: samen met anderen op een openbare plaats geweld heeft gepleegd tegen

[naam slachtoffer].

Subsidiair: samen met anderen met voorbedachten rade [naam slachtoffer] heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen is. Hij heeft daartoe verwezen naar het dossier.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte wordt hierna aangeduid als [naam verdachte] en als [naam verdachte].

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde, de openlijke geweldpleging, wettig en overtuigend bewezen gelet op

- de bekennende verklaring van [naam verdachte] afgelegd tijdens de zitting;

- de aangifte van [naam slachtoffer];

- de verklaring van de getuige [naam moeder slachtoffer].

Aangezien de door [naam verdachte] gepleegde openlijke geweldpleging een schokkend feit betreft, zal de rechtbank niet volstaan met deze opsomming van de bewijsmiddelen, maar zal zij een beschrijving geven van hetgeen er in de onderhavige zaak is gebeurd.

In de nacht van 12 op 13 augustus 2010 heeft er een zware mishandeling plaatsgevonden in het Stadspark te Sittard. Hiervan is [naam slachtoffer] het slachtoffer geworden. Naar aanleiding hiervan heeft de moeder van het slachtoffer, mevrouw [naam moeder slachtoffer], bij de politie verklaard dat haar zoon reeds eerder is mishandeld.

Op 11 oktober 2010 heeft [naam slachtoffer] alsnog aangifte gedaan van de eerdere mishandeling waarvan hij slachtoffer is geworden. In zijn aangifte verklaart hij niet meer te weten wanneer, waar en wat er is gebeurd, hij is een heel stuk van zijn geheugen kwijt. Volgens hem, bevestigd door zijn moeder mevrouw [naam moeder slachtoffer], heeft hij bij die mishandeling een dik rechteroog en een flinke buil op het achterhoofd opgelopen. Zijn moeder heeft in haar verklaring aangegeven dat deze mishandeling is gebeurd in de nacht van 19 op 20 juli 2010 in de buurt van het zwembad te Sittard.

In het dan reeds gestarte onderzoek is een aantal verdachten van dit feit in beeld gekomen. Uiteindelijk hebben alle verdachten bekend bij het voorval aanwezig te zijn geweest. Het gaat dan om de volgende verdachten: [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2], [naam verdachte], [naam medeverdachte 3], [naam medeverdachte 4], [naam medeverdachte 5], [naam medeverdachte 6] en [naam medeverdachte 7]. Van hen heeft [naam medeverdachte 7] geen dagvaarding ontvangen zodat zijn verklaring in de verdere weergave ook geen bespreking krijgt te meer nu deze in grote lijnen de verklaringen van [naam medeverdachte 3], [naam medeverdachte 4], [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 6] bevestigt.

[naam medeverdachte 1] verklaart verspreid over diverse verhoren - verkort en zakelijk weergegeven - dat dit de eerste keer was dat ze met iemand hadden afgesproken en daarna in elkaar hadden geslagen. Op die avond was hij bij [naam medeverdachte 3] thuis. Daar waren ook aanwezig [naam medeverdachte 2], [naam verdachte], [naam medeverdachte 4], [naam medeverdachte 6] en een neefje van [naam verdachte] ([voornaam verdachte]). Hij heeft samen met [naam medeverdachte 2] de afspraak gemaakt met het latere slachtoffer [naam slachtoffer] via bullchat.nl. [naam medeverdachte 1] ging samen met [naam medeverdachte 2] op de scooter naar de afgesproken plek en de anderen op de fiets. De jongens gingen achter een steen zitten. [naam medeverdachte 1] stond op het pad. [naam slachtoffer] kwam en zette zijn fiets neer. [naam medeverdachte 1] kwam naar hem toegelopen en gaf hem een hand. Samen liepen ze het paadje in. Op dat moment zei iedereen dat hij hem moest slaan, aldus [naam medeverdachte 1]. [naam medeverdachte 1] heeft het slachtoffer in zijn gezicht geslagen waarna deze is gevallen. Toen kwam iedereen aanrennen. [naam medeverdachte 2] heeft het slachtoffer geschopt. [naam verdachte] vertelde hem ook iets gedaan te hebben. [naam medeverdachte 2] heeft zijn horloge afgepakt. Hijzelf heeft het slachtoffer twee of drie keer geslagen in zijn gezicht. Ook [naam medeverdachte 2] heeft hem twee of drie keer geslagen en tegen het hoofd getrapt. Later heeft hij die man nog met de platte hand in de zij of rug geslagen. Toen zijn ze allemaal weggerend. Iedereen rende daarbij langs de man.

[naam medeverdachte 2] verklaart dat [naam medeverdachte 1] op het idee kwam om homo’s te mishandelen. Omtrent deze zaak verklaart hij dat [naam medeverdachte 1] het slachtoffer aan het opwachten was. De man kwam uit de richting van het zwembad te Sittard. [naam medeverdachte 1] en de man gingen een plaats uitzoeken. Ze liepen het donker in. Hij zag dat [naam medeverdachte 1] zich omdraaide en de man direct een klap gaf. Door de klap lag het slachtoffer op de grond. Hij rende er naar toe en schopte het slachtoffer tegen de rug en rende weg. Het horloge van de man is meegenomen.

[naam verdachte] verklaart dat hij met [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2], [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 4] bij [naam medeverdachte 3] thuis was. [naam medeverdachte 1] zat op zijn laptop en kwam op het idee om een homo in elkaar te slaan. Op de fiets zijn ze allemaal naar de afgesproken plek gegaan. Achter in het pad hebben ze zich verstopt. Afgesproken was dat [naam medeverdachte 1] de eerste klap zou uitdelen. Dan zou iedereen naar voren rennen en was aan jezelf de keuze of je nog iets zou doen. [naam medeverdachte 1] gaf de jongen een klap en de jongen ging naar de grond. [naam medeverdachte 2] stampte hem in zijn gezicht en maag. Zelf heeft hij de jongen, die nog steeds op de grond lag, in zijn buik geschopt. Ter terechtzitting heeft hij verklaard het slachtoffer te hebben getrapt.

[naam medeverdachte 3], [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 6] verklaren ieder voor zich dat ze bij [naam medeverdachte 3] thuis waren en dat [naam medeverdachte 1] met het idee kwam een homo in elkaar te slaan. [naam medeverdachte 2] vond dat wel een goed idee. [naam medeverdachte 4] ontkent te hebben geweten wat er ging gebeuren nabij zwembad de Hatenboer te Sittard. Hij is wel meegegaan naar de Schwienswei. Allen verklaren voorts dat ze dachten dat niet zou gaan gebeuren wat [naam medeverdachte 1] had aangekondigd. Ze hebben achter in het pad gewacht, al dan niet verstopt. Op het moment dat de jongen eraan kwam gaf [naam medeverdachte 1] een seintje, volgens [naam medeverdachte 6]. Allen zagen dat [naam medeverdachte 1] hem een klap gaf en dat de jongen naar de grond ging. [naam medeverdachte 4] heeft gezien dat [naam medeverdachte 1] over de man heen boog en nog eens sloeg. [naam medeverdachte 5] heeft gezien dat ook [naam medeverdachte 2] de man heeft geslagen. Op dat moment zijn ze allemaal weggerend waarbij ze noodzakelijkerwijs de op de grond liggende man moesten passeren, dat was nu eenmaal de route naar de fietsen. Volgens [naam medeverdachte 4] klopte het een beetje dat onderling was afgesproken dat iedereen zelf maar moest zien of hij meedeed of niet.

Op basis van het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat [naam medeverdachte 1] deze avond het plan heeft geopperd om een homo in elkaar te gaan slaan. [naam medeverdachte 1] heeft [naam slachtoffer] neergeslagen. Toen [naam slachtoffer] op de grond lag zijn de anderen in de richting van [naam medeverdachte 1] en het slachtoffer gerend. Daarbij hebben [naam medeverdachte 1], [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] geweldshandelingen gepleegd tegen het slachtoffer.

Dat betekent dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard wat [naam verdachte] primair ten laste is gelegd. [naam verdachte] heeft openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer [naam slachtoffer] door deze, samen met anderen, in de buik te schoppen/trappen.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [naam verdachte]

in de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 te Sittard, met anderen, op of aan de openbare weg, de Sportcentrumlaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer], welk geweld bestond uit het slaan en schoppen/trappen van die [naam slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. [naam verdachte] zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

[naam verdachte] is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan [naam verdachte] op te leggen een jeugddetentie van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde jeugdreclasseringstoezicht.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft verzocht om [naam verdachte] geen jeugddetentie op te leggen, gelet op zijn blanco strafblad en de omstandigheid dat hij tijdens het plegen van het feit pas 16 jaar oud was. Zij heeft, met verwijzing naar de richtlijnen ten aanzien van soortgelijke gevallen, bepleit om aan [naam verdachte] een forse taakstraf op te leggen, waarvan bij voorkeur een deel voorwaardelijk.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van [naam verdachte], zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

[naam verdachte] heeft zich schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging waarbij aan het slachtoffer lichamelijk letsel is toegebracht. [naam verdachte] wist dat ze naar de afgesproken plek gingen om een homo in elkaar te slaan. Bij de politie en eveneens ter terechtzitting heeft [naam verdachte] verklaard dat hij niet geloofde dat de jongen zou komen en dat deze echt geslagen zou gaan worden. Waarop dat ongeloof was gebaseerd kan [naam verdachte] echter niet uitleggen, zodat de rechtbank het ervoor houdt dat dat ongeloof niet op zijn plaats was. [naam verdachte] heeft, toen het slachtoffer weerloos op de grond lag, het slachtoffer in de buik geschopt. Een reden daarvoor, anders dan dat hij bij zijn vrienden niet als “mietje” bekend wilde staan, heeft [naam verdachte] niet kunnen geven.

[naam verdachte] heeft bij zijn verhoor bij de politie gezegd dat hij ook wel een beetje was geschrokken van wat hij had gedaan. Dat blijkt echter niet uit het MSN-gesprek dat [naam verdachte] kort na het voorval heeft gevoerd met medeverdachte [naam medeverdachte 1]. Uit dat gesprek blijkt van een compleet gebrek aan medeleven en medelijden met het slachtoffer. Het gepleegde geweld wordt daarin eigenlijk verheerlijkt: er wordt gelachen over hetgeen het slachtoffer is overkomen en klappen worden “gruwelijk” genoemd, hetgeen de rechtbank begrijpt als jongerentaal voor “goed”. Medeleven en medelijden komen ook niet naar voren in de van [naam verdachte] opgemaakte rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg die zich in het dossier bevinden. Hierin wordt weergegeven dat [naam verdachte] opmerkingen maakt als “had deze jongen zich maar beter moeten verweren” en “als ik die jongen was geweest was ik nooit naar die afspraak gegaan, zonder iets om me mee te kunnen verdedigen”.

De rechtbank is bezorgd over de gewetensontwikkeling van [naam verdachte] en zal in haar straf daarmee rekening houden. De door Bureau Jeugdzorg voorgestelde leerstraf Tools4U acht de rechtbank dan ook zeker aangewezen om te trachten de gewetensontwikkeling ten goede te keren.

Daarnaast acht de rechtbank, ondanks het feit dat [naam verdachte] een first-offender is, een taakstraf en een jeugddetentie in voorwaardelijke vorm op zijn plaats. Voor de hoogte van de taakstraf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij hetgeen in soortgelijke gevallen aan jeugdigen wordt opgelegd. Uitgangspunt bij openlijk geweld met letsel is een werkstraf voor de duur van 60 uren. Deze taakstraf zal de rechtbank aan [naam verdachte], naast de reeds aangegeven leerstraf, ook opleggen.

Om reden dat het hier een jeugdige verdachte betreft die nog niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke jeugddetentie zoals door de officier van justitie gevorderd, thans niet op zijn plaats. Wel, zoals reeds opgemerkt, acht de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie op zijn plaats. Dit, om de ernst van hetgeen gebeurd is te onderstrepen en om [naam verdachte] ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht een voorwaardelijke jeugddetentie van twee maanden met een proeftijd van 2 jaren daarvoor passend.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.536,55.

Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij [naam slachtoffer] niet-ontvankelijk is in haar vordering nu deze ziet op een strafbaar feit dat niet in de onderhavige zaak ten laste is gelegd.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 2 maanden;

- bepaalt dat de jeugddetentie niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Jeugdreclassering;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- veroordeelt verdachte tot werkstraf voor de duur van 60 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde werkstraf, naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tot leerstraf voor de duur van 25 uren, bestaande uit het leerproject Tools 4 U kort individueel met ouders;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 12 dagen;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [naam slachtoffer], [adres slachtoffer], niet-ontvankelijk in haar vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte ter verdediging tegen de vordering tot nu toe gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.J. van den Acker, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M.B. Bax en mr. E.B.A. Ferwerda, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Smeets, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 maart 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 te

Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, met een ander of anderen, op of aan de

openbare weg, de Sportcentrumlaan, in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer], welk geweld

bestond uit het stompen/slaan en/of schoppen/trappen van die [naam slachtoffer];

subsidiair, althans indien het voorgaande niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, dat

hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2010 tot en met 20 juli 2010 te

Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, na kalm beraad en rustig overleg, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [naam slachtoffer], onder meer terwijl die [naam slachtoffer] op de grond lag, heeft gestompt/geslagen en/of geschopt/getrapt, waardoor voornoemde [naam slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/700540-10

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 25 maart 2011 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsvrouw is mr. S.M. Kurvers, advocaat te Maastricht.