Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP8556

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
14-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
415448 EJ VERZ 11-31
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Gerechtvaardigd vermoeden van schending geheimhoudingsplicht. Onbevoegd sluiten van arbeidsovereenkomst. Conflict. Verlaten van werklocatie. Ziekmelding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0242
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 415448 EJ VERZ 11-31

typ: RW

beschikking van 14 maart 2011

in de zaak van

Zorgpunt Thuiszorg B.V.,

gevestigd te Maastricht,

verzoekende partij,

hierna te noemen: Zorgpunt,

gemachtigden: mr. J.M. Wolfs en mr. S.L. Bruijns-Emons, advocaten te Maastricht

tegen

[verweerder],

wonend te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. A.L. van den Bergh, advocaat te Maastricht.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 15 februari 2011 is een verzoekschrift met bijlagen ingekomen.

Bij faxbericht van 21 februari 2011 is een verweerschrift ontvangen. Het originele verweerschrift met bijlagen is een dag later ontvangen.

Op 22 februari 2011 is van de zijde van [verweerder] een faxbericht met bijlagen ontvangen.

Bij twee faxberichten van 21 februari 2011 en bij faxbericht van 22 februari 2011 zijn namens Zorgpunt nog bijlagen overgelegd.

Het verzoek is ter zitting gevoegd behandeld met de behandeling van het door [verweerder] aanhangig gemaakte kort geding (zaaknummer 414890 CV EXPL 11-793). Ter zitting is van de zijde van Zorgpunt de heer [voorzitter] (voorzitter van de raad van commissarissen van Zorgpunt) verschenen, bijgestaan door mr. Wolfs voornoemd. Voorts is [verweerder] verschenen, bijgestaan door mr. Van den Bergh voornoemd. Van het ter zitting verhandelde is door de griffier schriftelijk aantekening gehouden. Mr. Wolfs heeft een pleitnota overgelegd met betrekking tot de behandeling van het verzoekschrift.

Partijen is gelegenheid geboden om binnen een termijn van een week tot onderlinge overeenstemming te komen.

Bij faxbericht van 1 maart 2011 is de kantonrechter namens [verweerder] verzocht in de twee zaken vonnis te wijzen respectievelijk een beschikking te nemen.

Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

MOTIVERING

[verweerder], geboren op [1969], is sinds 1 september 2010 op grond van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst van Zorgpunt in de functie van Zorgmanager Regio Maastricht. Het overeengekomen loon bedraagt € 4.748,10 bruto exclusief 8% vakantiebijslag en overige emolumenten.

Zorgpunt verzoekt de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden tegen een zo vroeg mogelijke datum op grond van gewichtige redenen wegens primair een dringende reden en subsidiair veranderingen in de omstandigheden. In eerste instantie was de ontbinding verzocht voor zover de arbeidsovereenkomst niet reeds geëindigd is door een (door Zorgpunt aanvankelijk gestelde) opzegging door [verweerder]. Ter zitting heeft Zorgpunt dit voorwaardelijke karakter niet langer gehandhaafd en heeft zij nader verzocht om onvoorwaardelijke ontbinding.

Zorgpunt onderbouwt haar verzoek (samengevat) als volgt.

[verweerder] was voorheen als zogenoemde zzp’er werkzaam voor Zorgpunt. Dit bracht onduidelijkheden met zich, met name in de hiërarchische verhouding met [directeur] (hierna: [directeur]), de directeur van Zorgpunt. Vandaar dat partijen voornoemde arbeidsovereenkomst gesloten hebben. Al snel bleek dat [verweerder] zijn afspraken niet nakwam. Zo heeft hij, in strijd met hetgeen vastgelegd is in zijn persoonlijke ontwikkelingsplan, geweigerd zich te laten coachen/trainen. Eind december 2010 is [verweerder] door [journaliste] van Dagblad De Limburger geïnterviewd over de zorgverlening aan een cliënt van Zorgpunt. Ondanks het feit dat [directeur] [verweerder] heeft laten weten dat hij niet akkoord ging met plaatsing van het krantenartikel, is het toch gepubliceerd. Uit dit artikel blijkt volgens Zorgpunt dat [verweerder] doet alsof Zorgpunt zijn bedrijf is en dat hij geen “zeggenschap van hogerhand” duldt. Zorgpunt verwijt [verweerder] voorts dat hij geen acht geslagen heeft op de privacy van de betreffende cliënt van Zorgpunt. Zorgpunt is er van overtuigd dat [verweerder] regelmatig zijn uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende geheimhoudingsplicht geschonden heeft. Zo heeft de heer [stiefvader] (de stiefvader van [verweerder]) [directeur] medegedeeld dat hij de prijs per vierkante meter voor de geplande nieuwe bedrijfslocatie wel erg hoog vond en dat hij die informatie van [verweerder] had verkregen. [verweerder] heeft bovendien aan [stiefvader] het privéadres en telefoonnummer van [directeur] gegeven. [stiefvader] heeft [directeur] getracht telefonisch te bereiken en heeft een bezoek gebracht aan de woning van [directeur]. [directeur] en zijn gezin voelden zich hierdoor bedreigd. Op 22 januari 2011 heeft [verweerder] [directeur] telefonisch medegedeeld dat hij iemand kende die het te huren bedrijfspand wel wilde kopen. [verweerder] is toen door [directeur] medegedeeld dat hij zich diende te onthouden van inmenging in en bemoeienis met de onderhandelingen betreffende het nieuwe bedrijfspand. [directeur] heeft voorts naar aanleiding van dat telefonische onderhoud voor [verweerder] de toegang tot bedrijfsgevoelige informatie op de server van Zorgpunt afgesloten. Nadat [verweerder] dit ontdekt had, heeft hij daarover op 23 januari 2011 met [directeur] e-mailcontact gehad. [directeur] heeft hem vervolgens bericht dat hij dit de volgende dag zou toelichten. Nadien, zo stelt Zorgpunt, is gebleken dat [verweerder] op vrijdag 21 januari 2011 vier keer en op zondag 23 januari 2011 zeven keer heeft geprobeerd de bedrijfsgegevens van Zorgpunt te raadplegen. Op 24 januari 2011 heeft [directeur] [verweerder] geconfronteerd met het feit dat deze (naar het oordeel van [directeur] en Zorgpunt) doende was bedrijfsgevoelige informatie te raadplegen en door te spelen aan derden. [verweerder] verklaring dat hij gepoogd heeft het wachtwoord van de secretaresse op te zoeken omdat hij informatie wilde over de door hem gevraagde vakantieperiode, vindt Zorgpunt “absoluut ongeloofwaardig”. Voorts blijkt daaruit dat [verweerder] heeft willen frauderen met wachtwoorden. [verweerder] heeft in dat gesprek tegen [directeur] gezegd:

“Ik heb er genoeg van. Ik stop er mee. Ik heb jou niet nodig. Ik hoef van jou niets meer. Ik lever mijn auto in. Ik lever mijn sleutels in van het kantoor.” [verweerder] heeft vervolgens de daad bij het woord gevoegd, aldus Zorgpunt. Na dit laatste incident zijn er volgens Zorgpunt ook andere zaken uit het verleden aan het licht gekomen en daaruit blijkt volgens haar van het disfunctioneren van [verweerder]. Zorgpunt stelt geen vertrouwen meer in [verweerder] te hebben en is van oordeel dat verdere samenwerking tussen [directeur] en [verweerder] niet meer mogelijk is.

[verweerder] heeft aangevoerd dat het beginsel van hoor en wederhoor geschonden is, nu hij te weinig tijd heeft gehad om zich goed te kunnen verweren. Voorts beroept hij zich erop dat het verzoek verband houdt met een opzegverbod, aangezien [verweerder] zich op 24 januari 2011 ziek gemeld heeft. Ten aanzien van de door Zorgpunt aan zijn adres gerichte verwijten heeft [verweerder] (desondanks) uitvoerig inhoudelijk verweer gevoerd. [verweerder] is ervan overtuigd dat verdere samenwerking met [directeur] wel degelijk nog mogelijk is en dat er geen conflict is tussen hem en [directeur].

De kantonrechter is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat het beginsel van hoor en wederhoor geschonden is. Weliswaar is de termijn die [verweerder] heeft gehad om zijn verweerschrift in te dienen aan de krappe kant geweest, maar ter zitting zijn door [verweerder] geen concrete stellingen van Zorgpunt genoemd die hij door tijdgebrek onvoldoende heeft kunnen bestrijden. Daarbij komt dat [verweerder] ten volle op bespreking en behandeling van het geschil geprepareerd geacht moet worden te zijn geweest vanaf het moment dat hij zelf de daad bij het woord gevoegd had door Zorgpunt op 14 februari 2011 in kort geding te dagvaarden.

Na ziekmelding d.d. 24 januari 2011 acht [verweerder] zich arbeidsongeschikt “wegens” of “ten gevolge van” ziekte. Hij is daarna door de bedrijfsarts weer arbeidsgeschikt verklaard.

In een second opinion van het UWV met dagtekening 16 februari 2011 - aangevraagd door [verweerder] op 8 februari 2011 - spreekt verzekeringsarts [verzekeringsarts] per datum 14 februari 2011 als zijn oordeel uit dat (ook) op 21 februari 2011 sprake is (zal zijn) van arbeidsongeschiktheid. Hij refereert hierbij aan het conflict en “de houding van de werkgever” die het “weer oppakken van zijn werkzaamheden” niet mogelijk zouden maken. In het deskundige oordeel wordt al met al niet gezegd dat de arbeidsongeschiktheid haar oorzaak vindt in ziekte. Hoewel derhalve zelfs twijfelachtig is of het opzeggingsverbod van artikel 7:670 lid 1 BW (dat ziet op de arbeidsongeschiktheid “wegens ziekte”) enige relevantie voor het onderhavige geschil heeft (langs de weg van reflexwerking), moet geconcludeerd worden dat er in ieder geval geen sprake is van enig verband tussen het ontbindingsverzoek en het feit dat [verweerder] zich ziek gemeld heeft en nog steeds “ziek” acht: met het verzoek wordt slechts getracht de impasse te doorbreken in de verhouding tussen Zorgpunt ([directeur]) en [verweerder].

Ten aanzien van de door Zorgpunt aan het adres van [verweerder] gemaakte verwijten wordt als volgt overwogen.

Dat [verweerder] zich in strijd met daarover gemaakte afspraken niet heeft laten coachen/begeleiden, is niet komen vast te staan. [verweerder] betwist dit namelijk en Zorgpunt heeft verder ook niets concreets dienaangaande aangevoerd.

Ten aanzien van het gewraakte krantenartikel staat vast dat [directeur] vóór de publicatie daarvan [verweerder] verzocht heeft het artikel niet te laten plaatsen. [verweerder] heeft de journaliste [journaliste] echter, ondanks een poging daartoe, niet van publicatie kunnen weerhouden. Welke rol [directeur] in de aan de publicatie voorafgaande fase heeft gehad, is onduidelijk gebleven, temeer daar [directeur] zelf niet ter zitting aanwezig was en daarover geen uitsluitsel heeft kunnen geven. Wat verder ook [directeur] rol daarin geweest is, het verwijt van Zorgpunt dat [verweerder] de privacy van de in het artikel genoemde cliënt geschonden heeft en dat hij in het interview ten onrechte gerept heeft van “zijn bedrijf” en “zijn werknemers”, is op zichzelf genomen terecht. Dat daaruit kan worden geconcludeerd dat [verweerder] moeite heeft met de hiërarchie binnen Zorgpunt, zou alleen gerechtvaardigd kunnen zijn als Zorgpunt deze stelling met meer voorbeelden kan staven.

De door Zorgpunt overgelegde bijlage 15 is een dergelijk voorbeeld, nu daaruit blijkt dat [verweerder] namens Zorgpunt een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur met [X] ondertekend heeft op 13 september 2010. [verweerder] betwist niet dat hij niet bevoegd geweest is deze arbeidsovereenkomst namens Zorgpunt (aan te gaan en) te ondertekenen. Het verweer dat dit in een reeks van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een derde met [X] aangegaan contract was, maakt dit niet anders.

De door Zorgpunt overgelegde bijlagen 13 en 14 dateren van vóór de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]. De kantonrechter acht deze bijlagen desondanks in zoverre relevant, dat daaruit blijkt dat er voorheen inderdaad onduidelijkheden waren in de hiërarchie. [verweerder] heeft immers destijds als zzp’er overeenkomsten namens Zorgpunt ondertekend. Juist om dit in de toekomst te voorkomen, is volgens Zorgpunt een arbeidsovereenkomst met [verweerder] gesloten. [verweerder] betwist dit niet, maar het heeft hem er kennelijk niet van weerhouden om op 13 september 2010 (onbevoegd) de arbeidsovereenkomst met [X] te ondertekenen.

Zorgpunt verwijt [verweerder] voorts dat hij werkzaamheden verricht heeft die niet tot zijn takenpakket behoorden (het invullen van zogenoemde urenbriefjes).

[verweerder] betwist niet dat hij urenbriefjes ingevuld heeft en dat dit in wezen niet tot zijn takenpakket behoorde. In de door Zorgpunt overgelegde bijlage 6 (de notulen teamoverleg 6 januari 2011) staat: “Urenbriefjes inboeken zal ook niet meer door [Y] en [Z] gebeuren, deze taak zal [O] op zich nemen.” Gelet op deze notulen kan [verweerder] verweer dat hij reeds sinds lange tijd de urenbriefjes invulde en dat hij dit ook al deed toen hij nog zzp’er was, hem niet baten.

De juistheid van Zorgpunts stelling dat [verweerder] zijn taken aan anderen overdroeg, is door [verweerder] betwist. Zorgpunt heeft verder niet toegelicht welke taken zij bedoeld heeft. De enkele verwijzing naar de door haar overgelegde bijlage 6 moet in dit kader als onvoldoende beschouwd worden.

[verweerder] betwist dat hij zijn geheimhoudingsplicht geschonden heeft door aan zijn schoonvader mededelingen te doen. Volgens hem is zijn schoonvader van de door Zorgpunt vermelde zaken op de hoogte uit hoofde van zijn functie als voorzitter van de cliëntenraad. Dit verweer is slechts in zoverre plausibel te achten dat [stiefvader] het mobiele telefoonnummer en het privéadres van [directeur] kent. Ook ligt het voor de hand dat [stiefvader] door Zorgpunt globaal geïnformeerd is over eventuele verhuisplannen. Dat hij als voorzitter van de cliëntenraad evenwel op detailniveau door Zorgpunt geïnformeerd is over de prijzen per vierkante meter van de beoogde nieuwe locatie, is niet aannemelijk te achten en verdraagt zich in het geheel niet met de taken en bevoegdheden waarvoor een vertegenwoordiger van de cliëntenraad zich geplaatst ziet. [verweerder] heeft een verklaring van [stiefvader] overgelegd waarin deze ontkent informatie van [verweerder] ontvangen te hebben, maar van wie hij de informatie over de prijzen dan wel ontvangen heeft, laat hij verder in het midden. Al bij al is de kantonrechter van oordeel dat enig wantrouwen van de zijde van [directeur], althans Zorgpunt, ten aanzien van [verweerder] op het bewuste moment in januari 2011 gerechtvaardigd was, aangezien [verweerder] de schijn op zijn minst genomen tegen zich had.

Het is dan alleszins begrijpelijk dat vervolgens dat wantrouwen toeneemt als [verweerder] (onbetwist) op 22 januari 2010 [directeur] telefonisch vertelt dat hij iemand kent die het te huren bedrijfspand wel wil kopen. Vervolgens culmineerde dit wantrouwen kennelijk in een conflict tussen [verweerder] en [directeur] dat van zodanige aard is, dat verdere samenwerking onmogelijk geacht moet worden. [directeur] heeft immers [verweerder] de toegang tot de bedrijfsgegevens van Zorgpunt op de server ontzegd, terwijl Zorgpunt niet betwist dat [verweerder] voor de uitoefening van zijn functie (ook) toegang tot die gegevens moet hebben. Zorgpunts stelling dat [verweerder] tijdens het gesprek van 24 januari 2011 een ongeloofwaardige verklaring afgelegd heeft over het feit dat hij herhaalde malen geprobeerd heeft in te loggen, is in dat licht bezien overigens niet of onvoldoende uit de verf gekomen. [verweerder] ontkent een dergelijke verklaring gegeven te hebben, hetgeen geloofwaardig wordt geacht nu hij normaliter zonder meer toegang tot die bedrijfsgegevens had en daar dus ook verder geen verklaring voor hoeft te geven. Het conflict blijkt voorts uit het feit dat [verweerder] op 24 januari 2011 de werklocatie demonstratief verlaten heeft en de sleutels van de bedrijfsauto en van het kantoor ingeleverd heeft. Het feit dat hij zich toen ook ziek gemeld heeft omdat hij (zoals hij stelt) overwerkt was, doet daar verder niet aan af. De kantonrechter acht het aannemelijk dat [verweerder] daarbij mededelingen gedaan heeft tegen [directeur] van de door Zorgpunt gestelde strekking. [verweerder] kan wel stellen dat er wat hem betreft geen conflict is tussen hem en [directeur], maar in het licht van de vaststaande feiten valt dat niet vol te houden.

Op grond van al deze overwegingen komt de kantonrechter tot het oordeel dat van de door Zorgpunt primair aan het verzoek ten grondslag gelegde dringende reden niet of onvoldoende gebleken is. De verwijten aan het adres van [verweerder] zijn daar niet dringend genoeg voor of zijn in onvoldoende mate komen vast te staan.

De arbeidsovereenkomst tussen partijen zal op grond van veranderingen in de omstandigheden ontbonden worden, nu verdere samenwerking tussen partijen niet meer mogelijk geacht moet worden. [verweerder] kan hiervan weliswaar een verwijt gemaakt worden, maar ook [directeur], althans Zorgpunt, heeft aanzienlijke steken laten vallen. [directeur] heeft immers niets ondernomen om het conflict op te lossen of in te dammen en hetzelfde geldt voor de bij Zorgpunt opererende raad van commissarissen. Het had voor [directeur] als direct leidinggevende van [verweerder] op zijn weg gelegen om [verweerder] na 24 januari 2011 enig respijt te geven en met hem in gesprek te gaan om tot een werkbare situatie te komen. Niet alleen heeft [directeur] dit nagelaten maar hij heeft bovendien olie op het vuur gegooid door zonder meer (en te kort door de bocht) het standpunt in te nemen dat [verweerder] ontslag genomen had. [directeur], althans Zorgpunt, heeft [verweerder] in deze procedure bovendien te veel verwijten gemaakt, ook van feiten die zich hebben voorgedaan ten tijde dat [verweerder] nog zzp’er was, waarvan niet is komen vast te staan dat [verweerder] daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Aan [verweerder] zal derhalve naar billijkheid een vergoeding toegekend worden ter hoogte van

€ 4.000,00 bruto, welk bedrag spoort met de aan beide partijen te maken verwijten voor het ontstaan en voortbestaan van de impasse in de onderlinge verhouding. Zorgpunt zal in het licht van de in het vooruitzicht gestelde en niet aangeboden vergoeding in de gelegenheid gesteld worden haar verzoek in te trekken binnen een termijn van veertien dagen. De ontbindingsdatum wordt bepaald op 30 april 2011 (einde van de dag).

De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Als Zorgpunt binnen voornoemde termijn haar verzoek intrekt, zal zij worden veroordeeld tot betaling van de aan de zijde van [verweerder] gerezen kosten van dit geding.

BESLISSING

Voor het geval Zorgpunt haar verzoek uiterlijk 28 maart 2011 niet intrekt:

Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 mei 2011.

Kent aan [verweerder] een ten laste van Zorgpunt komende vergoeding toe ten bedrage van

€ 4.000,00 bruto.

Veroordeelt Zorgpunt - voor zover nodig - tot betaling van die vergoeding aan [verweerder].

Wijst het meer of anders verzochte af.

Compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Voor het geval Zorgpunt haar verzoek uiterlijk 28 maart 2011 intrekt:

Veroordeelt Zorgpunt in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verweerder] gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.W.M.A. Staal, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.