Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP8544

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
14-02-2011
Datum publicatie
11-04-2011
Zaaknummer
03/700588-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens drugshandel en verboden wapen bezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700588-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 februari 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te Beni [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. B.G.J. de Rooij, advocaat te Helmond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 januari 2011, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met anderen 777 gram heroïne en 16 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;

Feit 2: samen met anderen een pistool Walther P99 en munitie voorhanden heeft gehad;

Feit 3: samen met anderen een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdachte is samen met drugstoeristen en mededaders door de politie aangehouden in een pand waar een grote hoeveelheid drugs aanwezig was. De verklaring die verdachte geeft over zijn aanwezigheid in de woning verwijst de officier van justitie naar het rijk der fabelen. De verdachte en zijn mededaders zijn met hun handen in de suikerpot aangetroffen. Mede omdat de verdachte heeft verklaard dat hij wist dat in de woning drugs en wapens aanwezig waren acht de officier van justitie de feiten bewezen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdachte is van Spanje naar Nederland gekomen om werk te zoeken. Hij heeft via via onderdak gekregen in een woning in Maastricht. De verdachte heeft aangegeven dat het in de woning een komen en gaan was van personen. Ook heeft de verdachte gezien dat er drugs aanwezig waren en werden verkocht, maar hij heeft zich daar naar eigen zeggen niet mee bemoeid. Op de dag van de inval door de politie was dat ook het geval. Uit het onderzoek van de politie blijkt immers niet dat verdachte betrokken was bij de verkoop van drugs aan de toen aanwezige drugstoeristen. Met andere woorden een concrete relatie tussen de aangetroffen drugs en de verdachte ontbreekt. De verdediging is op die grond van mening dat niet bewezen kan worden dat verdachte samen met anderen opzettelijk de aangetroffen drugs aanwezig had. Bewijsbaar is de culpose vorm van aanwezig hebben van de aangetroffen drugs.

Feit 2 en 3

Ten aanzien van het voorhanden hebben van het pistool, de munitie en het stroomstootwapen voert de verdediging een gelijksoortig verweer. De verdachte wist dat er wapens in de woning aanwezig waren maar hij heeft ontkend dat de wapens van hem zijn. Er heeft geen onderzoek plaatsgevonden waaruit enige relatie blijkt tussen de verdachte en de wapens. De verdediging is van mening dat de feiten bewijsbaar zijn maar dan in culpose vorm.

Subsidiair heeft de verdediging aangedragen dat indien de rechtbank de drie feiten niet in culpose vorm bewezen verklaard, er sprake is van een zeer lichte vorm van opzet.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Naar aanleiding van een verdenking dat in de woning aan de [T-weg] te Maastricht drugs verhandeld werden zijn verbalisanten, werkzaam bij het Joint Hit Team, politie Limburg-Zuid, op 23 oktober 2010 die woning binnengetreden. In de kamer grenzend aan de tuin troffen zij vijf personen aan, onder wie de verdachte. Een aantal van deze personen zaten rond een tafel waarop een grote hoeveelheid drugs open en bloot lag. Deze drugs zijn in beslag genomen. Na weging en indicatieve tests bleek dat het gaat om 777,5 gram heroïne en 16,3 gram cocaïne. Van de aangetroffen hoeveelheden drugs zijn een aantal monsters genomen en opgestuurd naar het NFI . Het NFI is tot de conclusie gekomen dat de monsters heroïne en cocaïne bevatten.

De verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij blijft bij zijn verklaring zoals hij die bij de politie heeft afgelegd. Daarin geeft hij aan dat hij in de woning aan de [T-weg] te Maastricht aanwezig was toen de politie binnenviel. Hij verbleef al drie weken in de woning waarvan hij wist dat er drugs verhandeld werden. Ook maakte hij wel eens de deur open voor personen die de woning wilden betreden.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het voorgaande dat, nu de drugs open en bloot in de woning zijn aangetroffen, verdachte heeft aangegeven dat hij sinds drie weken in de woning verbleef en hij wist dat er in de woning drugs aanwezig waren en dat er in de woning gehandeld werd in drugs, verdachte de drugs in zijn machtsfeer heeft gehad. Aan de voorwaarde voor aanwezig hebben van drugs is daarmee voldaan. Tevens is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verdachte opzettelijk gehandeld heeft in de zin van voorwaardelijk opzet. Door in de woning te blijven - dit alles wetende - heeft verdachte zich bewust blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat er een hoeveelheid drugs als omschreven in de woning aanwezig was. Hij heeft die kans op de koop toe genomen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte op 23 oktober 2010 in de gemeente Maastricht opzettelijk ongeveer 777 gram heroïne en ongeveer 16 gram cocaïne samen met anderen aanwezig heeft gehad. De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Bij de doorzoeking op 24 oktober 2010 van de woning aan de [T-weg] te Maastricht is in de middenkamer/TV kamer onder een matras op de vloer naast de slaapbank een pistool met daarin munitie aangetroffen. In een lade in de salontafel werd een plastic patroonhouder met daarin twee scherpe patronen aangetroffen.

Het pistool en de munitie zijn door een deskundige onderzocht en hij heeft vastgesteld dat het een semi-automatisch pistool met een patroonmagazijn, merk Walther, model P99, kaliber .380 betreft dat een vuurwapen is in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. Het betreft geen wapen vallend onder categorie II onder 2e, 3e of 6e van de Wet wapens en munitie.

De aangetroffen munitie betreft vier kogelpatronen kaliber .380, geschikt om met voornoemd pistool kaliber .380 af te vuren. Het gaat om munitie in de zin van artikel 1 lid 1 onder 4e gelet op artikel 2 lid 2 categorie III Wet wapens en munitie. Tevens is onderzoek verricht naar twee kogelpatronen kaliber 7.65. Ook dit betreft munitie in de zin van artikel 1 lid 1 onder 4e gelet op artikel 2 lid 2 categorie III Wet wapens en munitie.

De verdachte heeft aangegeven dat hij wist dat er vuurwapens in de woning aanwezig waren en dat die vuurwapens daar verstopt werden.

De rechtbank overweegt ten aanzien van het voorgaande het volgende. Verdachte heeft aangegeven dat hij al drie weken in de woning verbleef en wist dat vuurwapens in de woning aanwezig waren en werden verstopt. Verdachte was zich er dus van bewust dat (een) wapen(s) in de woning aanwezig was (waren) en kon daarover beschikken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte daarmee het betreffende pistool voorhanden heeft gehad. Ten aanzien van de aangetroffen munitie overweegt de rechtbank dat deze dermate nauwe verwantschap vertoond met het vuurwapen dat verdachte deze ook voorhanden heeft gehad. De rechtbank is anders dan de verdediging van oordeel dat de verdachte opzettelijk gehandeld heeft in de zin van voorwaardelijk opzet. Door in de woning te blijven - dit alles wetende - heeft verdachte zich bewust blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat er een vuurwapen en munitie in de woning aanwezig waren. Hij heeft deze kans op de koop toe genomen. De rechtbank acht feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3

Bij de doorzoeking op 24 oktober 2010 van de woning aan de [T-weg] te Maastricht is in de voorkamer in een hoek een stroomstootwapen aangetroffen. Ten aanzien van dit feit is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier onvoldoende aanwijzingen naar voren komen dat de verdachte wetenschap had dat een dergelijk wapen in de woning aanwezig was. Verdachte verklaart immers dat hij wist dat er vuurwapens in de woning aanwezig waren en verklaart niet over andere wapens. Van dit feit zal verdachte daarom worden vrijgesproken.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1

op 23 oktober 2010, in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 777 gram heroïne en ongeveer 16 gram cocaïne, zijnde heroïne en cocaïne middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 2

op 23 oktober 2010 in de gemeente Maastricht een wapen van categorie III onder 1, niet vallend onder categorie II, onder 2e, 3e of 6e van de Wet Wapens en Munitie, te weten een semi-automatisch pistool merk Walther model P99 Kaliber .380 en munitie van categorie III, te weten 4 kogelpatronen, kaliber .380 en 2 kogelpatronen, kaliber 7,65mm, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

Feit 2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte een gevangenisstraf van 9 maanden op te leggen. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de negatieve gevolgen van drugshandel voor de maatschappij. In het voordeel van verdachte heeft de officier van justitie enerzijds het blanco strafblad van verdachte meegewogen en anderzijds dat verdachte enigszins heeft meegewerkt aan het onderzoek door de politie.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen. De rechtbank heeft in het bijzonder acht geslagen op het volgende.

Verdachte heeft samen met anderen cocaïne en een grote hoeveelheid heroïne aanwezig gehad. Tevens had hij samen met anderen een doorgeladen vuurwapen en munitie voorhanden.

Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van overlast en criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Dat geldt in het bijzonder voor de regio Zuid-Limburg/Maastricht. Als gevolg van de geografische ligging tussen België en Duitsland, is deze regio gemakkelijk bereikbaar voor afnemers van harddrugs uit het buitenland die hun verdovende middelen in Nederland voor een lagere prijs kunnen krijgen dan in eigen land. Die ontwikkeling dient met kracht te worden bestreden. Tegen deze achtergrond is de rechtbank dan ook van oordeel dat bij de op te leggen straf rekening mag worden gehouden met de specifieke problematiek die de georganiseerde harddrugshandel in de regio Zuid-Limburg/Maastricht met zich brengt. De algemeen preventieve werking van een straf is immers ook een doel dat met een strafoplegging gediend kan worden.

Daarnaast behoren ripdeals en gewapende conflicten bij drugshandel tot de orde van de dag. Het aanwezig hebben van wapens, in casu van een doorgeladen wapen, is verboden en sluit niet uit dat er (levens)delicten mee plaatsvinden met alle gevolgen van dien. Voor verdachte is dit blijkbaar geen reden geweest zich van het hele gebeuren te distantiëren, hetgeen de rechtbank hem aanrekent.

Uit al het voorgaande volgt dat de rechtbank een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend vindt.

Weliswaar is aan verdachte het aanwezig hebben van drugs ten laste gelegd, maar het dossier ademt de sfeer uit van verkoop van drugs aan buitenlandse drugstoeristen. Toen de politie de woning binnenviel, waren daar immers ook twee Fransen die vertelden eerder die avond op de A2 gerund te zijn en in de woning aanwezig te zijn geweest om drugs te kopen. De rechtbank ziet dan ook termen aanwezig om aansluiting te zoeken bij de zogeheten landelijke oriëntatiepunten voor de in- en uitvoer van harddrugs. Daarbij geldt als uitgangspunt voor circa 800 gram harddrugs, hetgeen in deze zaak is aangetroffen, 6 tot 8 maanden gevangenisstraf. Nu verdachte ook een doorgeladen wapen en munitie voorhanden heeft gehad acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend.

De rechtbank heeft daarbij ten voordele van verdachte mee gewogen dat hij een blanco strafblad in Nederland geniet.

6 Het beslag

De beslaglijst is als bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslaggenomen voorwerpen te ontrekken aan het verkeer. De raadsman heeft zich met betrekking tot het beslag gerefereerd.

De rechtbank is van oordeel dat de voorwerpen op de beslaglijst onder 1 tot en met 13 en 16 vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het is feit is begaan en van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit is strijd is met de wet en het algemeen belang. Ten aanzien van het stroomstootwapen (nr. 12) overweegt de rechtbank in het bijzonder dat ondanks dat verdachte hiervan wordt vrijgesproken met dat wapen toch een strafbaar feit is gepleegd. Immers diegene die dat wapen in de woning bewaarde, overtrad daarmee het bepaalde in de Wet wapens en munitie. Aan de voorwaarden voor onttrekking aan het verkeer is voldaan.

Het weegschaaltje (nr. 15) wordt tevens onttrokken aan het verkeer aangezien verdachte, volgens de kennisgeving inbeslagname, hiervan eigenaar is en het in een dermate verband staat tot het bewezenverklaarde feit dat het niet onwaarschijnlijk is dat met het weegschaaltje opnieuw dergelijke strafbare feiten zullen worden gepleegd. Het weegschaaltje is op zichzelf ongevaarlijk, maar vormt samen met de in beslaggenomen drugs een geheel dat van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Het weegschaaltje kan op grond van 36d wetboek van Strafrecht aan het verkeer ontrokken worden.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 36d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van het Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken alle voorwerpen zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.A. Wouters, voorzitter, mr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. C.M.W. Nobis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P.E. Mullers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 februari 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 23 oktober 2010, in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 777 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of ongeveer 16 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op of omstreeks 23 oktober 2010 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III onder 1, niet vallend onder categorie II, onder 2e, 3e of 6e van de Wet Wapens en Munitie, te weten een semi-automatisch pistool merk Walther model P99 Kaliber .380, en/of munitie van categorie III, te weten 4 kogelpatronen, kaliber .380 en/of 2 kogelpatronen, kaliber 7,65mm, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij op of omstreeks 23 oktober 2010 in de gemeente Maastricht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

BIJLAGE II: De beslaglijst

Onder verdachte zijn de volgende items inbeslaggenomen:

1 498.50 GR Verdovende Middelen

HEROINE

2 88.50 GR Verdovende Middelen

HASHISH

3 120.20 GR Verdovende Middelen

HEROINE

4 4.70 GR Verdovende Middelen

HEROINE

5 43.80 GR Verdovende Middelen

HEROINE

6 105.00 GR Verdovende Middelen

HEROINE

7 15.50 GR Verdovende Middelen

COCAINE

8 3.50 GR Verdovende Middelen

HEROINE

9 1.80 GR Verdovende Middelen

HEROINE

10 0.30 GR Verdovende Middelen

COCAINE

11 0.50 GR Verdovende Middelen

COCAINE

12 1.00 STK paralyzer Kl:zwart

1851756

13 1.00 STK Wapen Kl:zwart

WALTHER P99

1851779

15 1.00 STK Weegschaal

1851770

16 2.00 STK Munitie

1851773

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/700588-10

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 14 februari 2011 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te Beni [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zaal van de zitting aanwezig. Ter terechtzitting van 31 januari 2011 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. B.G.J. de Rooij, advocaat te Helmond.