Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP6715

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
21-02-2011
Datum publicatie
04-03-2011
Zaaknummer
158686/KG ZA 11-56
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing van de vordering tot ongestoord contact, zowel telefonisch als middels een bezoek, van mr. B met zijn ingevolge de Wet Bopz gedwongen opgenomen cliënt J.

De in het tweede en vierde lid van artikel 40 Wet Bopz genoemde advocaat betreft iedere advocaat die voor de patiënt optreedt in iedere willekeurige zaak, niet alleen de advocaat in de Bopz-zaak. De beperkingen die voor andere bezoekers kunnen gelden, zijn ingevolge die bepaling op de advocaat niet van toepassing.

Tevens toewijzing van de vordering tot ter handstelling van dan wel inzage in alle ten aanzien van J in het psychiatrisch ziekenhuis gestarte maatregelen en voorgenomen behandelingen en met name het in artikel 38 Wet Bopz bedoelde behandelplan en de communicatie van de voor behandeling verantwoordelijke daaromtrent met J.

Op basis van de in het vonnis genoemde omstandigheden komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat uit dient te worden gegaan van de wens van J dat hij door mr. B. wordt bijgestaan in het kader van zijn Bopz-zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 158686 / KG ZA 11-56

Vonnis in kort geding van 21 februari 2011

in de zaak van

1.Mr. ANTOINE JOSE GERARD BISSCHEROUX,

kantoor houdende te Kerkrade,

2.[EISER 2]

wonende te Kerkrade,

eisers,

advocaat mr. A.J.G. Bisscheroux te Kerkrade,

tegen

1.de stichting

STICHTING MONDRIAAN,

gevestigd te Heerlen,

2.[GEDAAGDE 2], in zijn hoedanigheid van geneesheer-directeur van gedaagde sub 1 als bedoeld in de Wet Bopz,

kantoor houdende te Heerlen,

gedaagden,

advocaat mr. J.A. Moonen te Beek.

Partijen zullen hierna in meervoud Bisscheroux c.s. en de Stichting Mondriaan c.s., dan wel in enkelvoud mr. Bisscheroux, [eiser2] de Stichting Mondriaan en [gedaagde2] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

-de dagvaarding en de daarbij overgelegde producties

-de op voorhand overgelegde productie aan de zijde van de Stichting Mondriaan c.s.

-de mondelinge behandeling

-de conclusie van antwoord van de Stichting Mondriaan c.s.

1.2.Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.[eiser 2] heeft zich op 21 december 2010 tot mr. Bisscheroux gewend met het verzoek hem als advocaat/raadsman bij te staan. [eiser 2] had vernomen dat zijn familie, in overleg met de hem behandelende psychiaters van de Stichting Mondriaan, voornemens waren om hem gedwongen op te laten nemen in een psychiatrisch ziekenhuis omdat hij een gevaar voor zichzelf en/of zijn omgeving zou zijn. [eiser 2] wilde zich tegen een dergelijke opname verzetten. Tussen mr. Bisscheroux en [eiser 2] is dien ten behoeve een schriftelijke overeenkomst tot verlening van advies en juridische bijstand door mr. Bisscheroux gesloten.

[eiser 2] heeft voorts een medische machting aan mr. Bisscheroux verstrekt ten behoeve van het inwinnen van de benodigde informatie bij behandelend medici en derden omtrent [eiser 2].

2.2.Bij brief van 21 december 2010 heeft mr. Bisscheroux zich tot de Stichting Mondriaan, in het bijzonder de behandelend psychiater van [eiser2] mw. [[Y]], gewend met het verzoek hem te informeren over de vraag of een gedongen opname van [eiser 2] wordt overwogen en of zij [eiser 2] in staat acht om de overeenkomst van opdracht met mr. Bisscheroux aan te gaan. De overeenkomst, de begeleidende brief aan [eiser 2] en een door [eiser 2] ondertekende medische machtiging waren bijgevoegd. Het antwoord op deze brief heeft mr. Bisscheroux op 17 januari 2011 ontvangen. In haar brief deelt [[Y]] mee dat zij, op basis van overleg met de geneesheer-directeur [gedaagde2], geen rol kan spelen in de beantwoording van de door mr. Bisscheroux gestelde vragen. Indien [eiser 2] in behandeling is bij de Stichting Mondriaan, kan hij zich samen met een eventuele vertegenwoordiger voor nadere informatie wenden tot zijn behandelverantwoordelijke, aldus [[Y]].

Het verzoek van mr. Bisscheroux bij brief van 28 januari 2011 om alsnog een inhoudelijke reactie te geven is onbeantwoord gebleven.

2.3.In de tussenliggende tijd, op 30 december 2010, heeft een mondelinge behandeling van het verzoek tot gedwongen opname van [eiser 2] plaatsgevonden en is [eiser 2] naar aanleiding van de toewijzende beschikking van de rechtbank van diezelfde datum op grond van de Wet Bopz voor zes maanden opgenomen in een door de Stichting Mondriaan geleid psychiatrisch ziekenhuis. Bij de behandeling van het verzoek is de door de rechtbank toegevoegde advocaat mr. Hendriks aanwezig geweest ten behoeve van de verlening van juridische bijstand aan [eiser 2]. Mr. Bisscheroux heeft hiervan voor het eerst via [eiser 2]s zoon Hugo vernomen op 4 januari 2011. Desverzocht is mr. Bisscheroux vervolgens bij brief van 7 januari 2011 hierover ingelicht door mr. Hendriks. Mr. Hendriks heeft zich tevens op het standpunt gesteld dat zijn bemoeienis als Bopz-advocaat is beëindigd, hij eventueel nog in beeld komt indien er nog sprake is van vragen of juridische kwesties inzake de Bopz en dat wat hem betreft mr. Bisscheroux verder [eiser 2] daarbij als raadsman kan bijstaan. Voorts heeft hij mr. Bisscheroux de geneeskundige verklaring en de beschikking van de rechtbank verstrekt.

2.4.Mr. Bisscheroux heeft [eiser 2] op 27 januari 2011 bezocht. [eiser 2] heeft hem daarbij verzocht hoger beroep in stellen tegen de beschikking van 30 december 2010, aldus mr. Bisscheroux. Daarna is volgens mr. Bisscheroux door medewerkers van de Stichting Mondriaan medegedeeld dat zij op instructie van [gedaagde2] geen contact tussen [eiser 2] en mr. Bisscheroux mogen toelaten en is bij telefonisch contact tussen zijn secretaresse en de afdeling waar [eiser 2] verblijft te kennen gegeven dat men niet mag mededelen of [eiser 2] aldaar wordt verpleegd.

2.5.Bisscheroux c.s. stellen dat Stichting Mondriaan c.s. het contact tussen hen doelbewust belemmeren en mr. Bisscheroux onthouden van kennis en feiten die voor de behartiging van de belangen van [eiser 2] van belang zijn. Op grond daarvan vorderen zij dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, des dat de indien en voor zover de een aan de veroordeling voldoet de ander is gekweten, Stichting Mondriaan c.s. veroordeelt om:

1.het contact tussen Bisscheroux c.s. ongestoord mogelijk te maken, zowel telefonisch als middels een bezoek van

Mr. Bisscheroux in de locatie waar [eiser 2] rechtens gedwongen wordt vastgehouden alsmede middels briefwisseling,

2.aan mr. Bisscheroux ter hand te stellen, althans ter inzage te geven, alle ten aanzien van [eiser 2] in haar ziekenhuis gestarte maatregelen en voorgenomen behandelingen en met name het in artikel 38 Wet Bopz bedoelde behandelplan en de communicatie van de voor behandeling verantwoordelijke daaromtrent met [eiser2]

zulks, naar de voorzieningenrechter begrijpt, ten aanzien van de vorderingen onder 1 en 2 op straffe van een dwangsom

ad € 100.000,- per dag dat Stichting Mondriaan c.s. daarmee in gebreke blijven en met machtiging op Bisscheroux c.s. om het ten deze gewezen vonnis ten uitvoer te leggen met hulp van de sterke arm van politie en justitie zodra driemaal een dwangsom is verbeurd,

3.aan Bisscheroux c.s. te vergoeden de gemaakte kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, althans een door de voorzieningenrechter bepaald voorschot daarop,

althans ex aequo et bono een in de gegeven omstandigheden passende voorlopige voorziening te treffen, zulks met veroordeling van Stichting Mondriaan c.s. in de proceskosten.

2.6.Stichting Mondriaan c.s. voert verweer.

2.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.Bisscheroux c.s. stellen dat uit de Wet Bopz volgt dat het contact tussen de advocaat, die als raadsman optreedt van de gedwongen opgenomen persoon, niet belemmerd mag worden. Daartoe beroepen zij zich op artikel 40 van de Wet Bopz.

3.2.Artikel 40 van de Wet Bopz luidt als volgt:

1.De poststukken, gericht aan of afkomstig van een patiënt op wie hoofdstuk II toepassing heeft gevonden, kunnen in aanwezigheid van de patiënt worden onderworpen aan een controle op meegezonden voorwerpen.

2.Tenzij de bezoeker een advocaat is die als raadsman van de patiënt optreedt, dan wel een justitiële autoriteit, de hoofdinspecteur of de inspecteur, kunnen beperkingen in het recht op het ontvangen van bezoek overeenkomstig de daarvoor geldende huisregels worden opgelegd, doch slechts:

a. indien van het bezoek ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt, voor zover dit telkenmale uit een uitdrukkelijke verklaring van de voor zijn behandeling verantwoordelijke persoon blijkt, dan wel

b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is.

3.Beperkingen in het recht op bewegingsvrijheid in en rond het ziekenhuis overeenkomstig de daarvoor geldende huisregels kunnen, anders dan als middel of maatregel, aangegeven bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 39, tweede lid, worden opgelegd:

a. indien naar het oordeel van de voor de behandeling verantwoordelijke persoon van de uitoefening van het recht op de bewegingsvrijheid ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt, dan wel

b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is.

4.Beperkingen in het recht op vrij telefoonverkeer overeenkomstig de daarvoor geldende huisregels kunnen, tenzij het betreft verkeer met een advocaat die als raadsman van de patiënt optreedt, dan wel een justitiële autoriteit, de hoofdinspecteur of de inspecteur, worden opgelegd:

a. indien naar het oordeel van de voor de behandeling verantwoordelijke persoon van de uitoefening van het recht op vrij telefoonverkeer ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt, dan wel

b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is.

5.Van de oplegging van beperkingen overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid wordt onverwijld mededeling gedaan aan de geneesheer-directeur.

6.Ten aanzien van beslissingen als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid kan toepassing van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht achterwege worden gelaten indien de patiënt op grond van de stoornis van zijn geestvermogens niet in staat is zijn wil te bepalen met betrekking tot de voorgenomen beslissing. In dat geval wordt zo mogelijk de in artikel 38, tweede lid, of 38a, vierde lid, bedoelde persoon gehoord.

3.3.Stichting Mondriaan c.s. hebben zich op het standpunt gesteld dat mr. Hendriks, evenals in een eerdere Bopz-zaak, de advocaat van [eiser 2] in de Bopz-zaak is. Mr. Hendriks heeft daartoe van de rechtbank het verzoek tot de voorlopige machtiging gekregen. Voor Stichting Mondriaan c.s. is niet mr. Bisscheroux maar mr. Hendriks de Bopz-advocaat van [eiser 2]. De in artikel 40 Wet Bopz genoemde raadsman is volgens Stichting Mondriaan c.s. alleen de Bopz- advocaat. Vanwege haar geheimhoudingsplicht ingevolge artikel 7:457 BW zijn Stichting Mondriaan c.s. zeer terughoudend met het aan derden buiten aanwezigheid van [eiser 2] verschaffen van informatie over het al dan niet in hun psychiatrisch ziekenhuis verblijven en met het verstrekken van medische informatie over patiënten. Indien mr. Bisscheroux de van [[Y]] gevraagde informatie wenst te ontvangen zal [eiser 2] zich, eventueel samen met een vertegenwoordiger, tot een behandelverantwoordelijke dienen te richten. Dit heeft [eiser 2] nooit gedaan, zodat ook geen informatie is verstrekt. Voorts hebben Stichting Mondriaan c.s. vastgesteld dat ieder contact – de voorzieningenrechter begrijpt: van mr. Bisscheroux – met [eiser 2] over zijn voorlopige machtiging [eiser 2] volledig ontregelt en verwart. Zo ook het gesprek van 27 januari 2011. Zij beroepen zich op artikel 40 Wet Bopz, omdat van het bezoek van mr. Bisscheroux ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van patiënt [eiser 2]. Op grond daarvan is mr. Bisscheroux de toegang tot [eiser 2] geweigerd.

3.4.Mr. Bisscheroux heeft verklaard dat [eiser 2] hem op 21 december 2010 heeft gevraagd hem als zijn advocaat bij te staan met het oog op de door [eiser 2] gevreesde gedwongen opname. Dit wordt nog ondersteund door de door mr. Bisscheroux overgelegde producties: de door [eiser 2] ondertekende overeenkomst met mr. Bisscheroux en de genoemde medische machtiging, die eveneens door [eiser 2] is ondertekend. Deze stukken zijn reeds op 21 december 2010 aan [[Y]] toegezonden. Mr. Bisscheroux is vervolgens als advocaat van [eiser 2] gaan handelen. Vanaf dat moment was mr. Bisscheroux naar het oordeel van de voorzieningenrechter de advocaat van [eiser 2] en blijft hij dat totdat deze hoedanigheid is geëindigd, hetgeen tot heden niet is gebleken. Daarnaast is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Wet Bopz een onderscheid zoals dat door Stichting Mondriaan c.s. wordt gemaakt, niet kent. De in het tweede en vierde lid van artikel 40 Wet Bopz genoemde advocaat betreft iedere advocaat die voor de patiënt optreedt in iedere willekeurige zaak, niet alleen de advocaat in de Bopz-zaak. De beperkingen die voor andere bezoekers kunnen gelden, zijn op mr. Bisscheroux dus niet van toepassing. Stichting Mondriaan c.s. mogen het contact tussen Bisscheroux c.s. aldus niet beperken. Daar de spoedeisendheid van de vordering sub 1 voorts uit de aard van deze vordering voortvloeit, zal die dan ook worden toegewezen.

3.5. Stichting Mondriaan c.s. hebben zich voorts op het standpunt gesteld dat de rechtbank hen desgevraagd heeft bevestigd dat mr. Hendriks nog steeds de Bopz-advocaat van [eiser 2] is. Mr. Bisscheroux heeft zich niet tijdig gemeld bij de rechtbank en heeft de mogelijkheid voorbij laten gaan om benoemd te worden als Bopz-advocaat van [eiser 2]. Bovendien komt mr. Bisscheroux niet voor op de piketdienslijst psychiatrische patiënten van de Raad voor Rechtsbijstand, waar advocaten op kunnen worden geplaatst als zij voldoen aan de inschrijfvoorwaarden, waaronder een Bopz-specialisatie-opleiding. Dien ten gevolge zal mr. Bisscheroux [eiser 2] niet op basis van een toevoeging kunnen bijstaan. Het salaris van [eiser 2] is niet toereikend voor rechtsbijstand zonder toevoeging, zodat mr. Bisscheroux [eiser 2] ook niet in hoger beroep kan bijstaan. Derhalve heeft mr. Bisscheroux geen belang bij de onder 2 gevorderde bescheiden, aldus Stichting Mondriaan c.s..

De voorzieningenrechter is van oordeel, dat deze standpunten van Stichting Mondriaan c.s. niets afdoen aan het onder

3.4 gegeven oordeel.

3.6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient dus op basis van het vorenoverwogene uit te worden gegaan van de wens van [eiser 2] dat hij door mr. Bisscheroux wordt bijgestaan in het kader van zijn Bopz-zaak, althans totdat blijkt dat [eiser 2] deze wens niet of niet langer heeft. Uit de hierboven genoemde brieven van mr. Hendriks, waaruit blijkt dat deze zich op het standpunt heeft gesteld dat zijn bemoeienis als Bopz-advocaat is beëindigd, hij eventueel nog in beeld komt indien er nog sprake is van vragen of juridische kwesties inzake de Bopz en dat wat hem betreft mr. Bisscheroux verder [eiser 2] daarbij als raadsman kan bijstaan, blijkt nog ten overvloede dat aan bijstand aan [eiser 2] door mr. Bisscheroux als advocaat niets in de weg staat. De voorzieningrechter is van oordeel dat mr. Bisscheroux alleen al ten behoeve van de beoordeling van de vraag of hoger beroep dient te worden ingesteld namens [eiser2] het recht heeft om te beschikken over de in zijn vordering sub 2 genoemde stukken. Daarbij kan het feit dat mr. Bisscheroux niet voorkomt op de lijst van Bopz-advocaten buiten beschouwing worden gelaten, daar dit slechts een rol speelt voor de vraag of de bijstand door mr. Bisscheroux al dan niet op basis van een toevoeging kan gebeuren en deze vraag hier geen rol speelt.

3.6.1.Ook hier acht de voorzieningenrechter de spoedeisendheid van de vordering evident. De vordering zal daarom worden toegewezen.

3.7.De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te verwachten dat Stichting Mondriaan c.s. niet aan dit vonnis zullen voldoen. De gevorderde dwangsom zal daarom worden afgewezen.

3.8.De vordering sub 3 zal worden afgewezen. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is slechts aanleiding, als het bestaan en de omvang van de vordering waarschijnlijk of voldoende aannemelijk zijn. Deze vordering wordt door Stichting Mondriaan c.s. betwist en leent zich niet voor een beoordeling in kort geding.

3.9. Stichting Mondriaan c.s. zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Bisscheroux c.s. worden begroot op:

- dagvaarding EUR 90,81

- vast recht 258,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.164,81

4.De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.gebiedt Stichting Mondriaan c.s. het contact tussen Bisscheroux c.s. ongestoord mogelijk te maken, zowel telefonisch als middels een bezoek van mr. Bisscheroux in de locatie waar [eiser 2] rechtens gedwongen wordt vastgehouden alsmede middels briefwisseling,

4.2.gebiedt Stichting Mondriaan c.s. aan mr. Bisscheroux ter hand te stellen, althans ter inzage te geven, alle ten aanzien van [eiser 2] in haar ziekenhuis gestarte maatregelen en voorgenomen behandelingen en met name het in artikel 38 Wet Bopz bedoelde behandelplan en de communicatie van de voor behandeling verantwoordelijke daaromtrent met [eiser2]

4.3.veroordeelt Stichting Mondriaan c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Bisscheroux c.s. tot op heden begroot op

EUR 1.164,81,

4.4.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.5.wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.W. Huinen en in het openbaar uitgesproken op

21 februari 2011.?