Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP3570

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
17-01-2011
Datum publicatie
08-02-2011
Zaaknummer
403067 EJ VERZ 10-4341
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

7:678 BW. De dringende reden, het uitdelen van een kopstoot van de ene aan de andere collega, is niet komen vast te staan. Ontbinding arbeidsovereenkomst op de subidiaire grond toegewezen aangezien sprake is van gewijzigde omstandigheden en zowel werkgever als werknemer op die grond ontbinding verzoeken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/84
AR-Updates.nl 2011-0116
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Heerlen

Zaak/repnr: 403067 EJ VERZ 10-4341

typ: YT

Beschikking op verzoek ex artikel 7:685 BW d.d. 17 januari 2011.

Inzake:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Componenta B.V.,

gevestigd te Weert,

verzoekster, hierna te noemen: Componenta,

gemachtigde: mr. C.M.H.M. van Oijen,

tegen:

[verweerder],

wonende te [adres],

verweerder, hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: mr. R.M.W.H. Bedaux.

Het procesverloop:

Op 25 november 2010 is ter griffie een verzoekschrift met bijlagen ontvangen. Op 29 en 30 2010 heeft Componenta nog een aantal producties ingezonden ter aanvulling op haar verzoekschrift. Het verweerschrift met bijlagen is op 29 december 2010 ter griffie ontvangen.

De inhoud van opgemelde stukken alsmede van de overige stukken, waaronder de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 5 januari 2011, dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Daarna is beschikking bepaald waarvan de uitspraak is gesteld op heden.

Het verzoek:

[gedaagde], geboren op [1974], is op 1 mei 2006 bij Componenta in dienst getreden. [gedaagde] was laatstelijk werkzaam in de functie van elektromonteur (afdeling technische dienst) tegen een bruto maandsalaris van € 2.503,60, exclusief 8% vakantietoeslag en emomulenten.

Componenta verzoekt om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden primair wegens een dringende reden, subsidiair wegens gewichtige redenen, bestaande uit een verandering in de omstandigheden, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Componenta legt aan haar verzoek het navolgende ten grondslag. [voorman], voorman kernmakerij, is in de middag van 11 november 2010 naar de technische dienst gegaan om een storing aan een van de kernschietmachines te melden. Bij de technische dienst waren de monteurs [monteur] en [gedaagde] aanwezig. [voorman] heeft [monteur] ter zake de storing aangesproken waarna [gedaagde] aan [voorman] een kopstoot heeft uitgedeeld. [voorman] heeft zich daarop met [productie manager], productie manager, bij [hoofd personeelzaken], hoofd personeelszaken, gemeld. [hoofd personeelzaken] heeft daarop [hoofd technische dienst], het hoofd van de technische dienst en direct leidinggevende van [gedaagde], gebeld die [gedaagde] heeft opgehaald. Daarna vond er een gesprek plaats ten kantore van [hoofd personeelzaken]. Tijdens dat gesprek gedroeg [gedaagde] zich verbaal en non verbaal uiterst agressief. [gedaagde] zei dat hij met de auto binnen zou komen rijden en dat hij dan Stals, directeur van Business Unit te Heerlen, en [hoofd personeelzaken] wel wist te vinden. Door de houding van [gedaagde] werd gevreesd dat [gedaagde] [hoofd personeelzaken] zou gaan slaan. Nu [gedaagde] niet voor rede vatbaar bleek te zijn, heeft [hoofd personeelzaken] hem op non actief gesteld.

Aangezien Componenta door de houding en handelwijze van [gedaagde] geen enkel vertrouwen meer heeft in een vruchtvolle voortzetting van het dienstverband, heeft zij [gedaagde] op 15 november 2011 in een gesprek voorgesteld de arbeidsovereenkomst te beëindigen en hem een schriftelijk voorstel gedaan waarop [gedaagde], middels zijn raadsman, heeft gereageerd en heeft gesteld dat er geen dringende reden tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst bestaat.

Volgens Componenta is sprake van zowel mishandeling, grovelijke belediging en van ernstige wijze van bedreiging. Ter staving hiervan verwijst zij naar de bij het verzoekschrift overgelegde verklaringen en het gegeven dat [gedaagde] zich in het verleden ook eens jegens een afdelingsbaas agressief heeft opgesteld. Gelet hierop behoort de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd te beëindigen.

Het verweer

Naar aanleiding van een bedrijfsongeval in mei 2009 heeft [gedaagde], middels zijn raadsman, Componenta meermaals aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade en daartoe gerappelleerd waarop Componenta tot op heden niet heeft gereageerd. Naast de onzekerheid bij [gedaagde] of deze schade wordt vergoed leidt de houding van Componenta tot spanningen en boosheid bij [gedaagde] jegens Componenta.

[gedaagde] wilde op 11 november 2010 zijn dienst zoals gebruikelijk beëindigen om circa 16.30 uur en had zijn dienst overgedragen aan een collega. Hij liep naar buiten met zijn veiligheidsbril op en werd tegengehouden door [voorman] die hem duidelijk maakte dat hij niet weg mocht en nog naar iets diende te kijken. [gedaagde] draaide zich daarop om om weg te lopen, botste tegen [voorman] aan en raakte [voorman] per ongeluk met zijn veiligheidsbril tegen diens veiligheidsbril. Hierna ontstond veel ophef bij de personeelschef die [gedaagde] aangaf dat dit een reden zou zijn voor ontslag waarop [gedaagde] boos werd. [gedaagde] heeft geen kopstoot aan [voorman] uitgedeeld.

[gedaagde] heeft altijd met plezier bij Componenta gewerkt en wil de goede verstandhouding behouden. Nu de hoofdproblemen bij Componenta, althans in haar risicosfeer, liggen en het op haar weg had gelegen om [gedaagde] te re-integreren en te begeleiden in plaats van hem te ontslaan, verzoekt [gedaagde] toekenning van een vergoeding van € 16.828,10.

Partijen hebben vervolgens ter mondelinge behandeling hun standpunten nader uiteengezet waarop de kantonrechter, voor zover nodig, nader zal ingaan.

De beoordeling

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het onderhavige verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

Met betrekking tot primaire ontbindingsgrond merkt de kantonrechter het volgende op.

Ter zake de gestelde kopstoot heeft [gedaagde] nog aangevoerd dat hij een ruimte uitliep die hoger dan ligt de werkvloer en op het moment dat [gedaagde] het trapje van die ruimte naar beneden afstapte is hij met zijn veiligheidsbril tegen die van [voorman], die op de werkvloer stond, gebotst. Zowel [voorman] als hij hadden daarna een wondje ter hoogte van de bovenste rand van de veiligheidsbril op hun hoofd.

[hoofd personeelzaken] heeft desgevraagd nog verklaard dat het zo zou kunnen zijn gegaan doch dat dat voor hem niet valt te achterhalen. Hij heeft de andere monteur gevraagd wat er was gebeurd, maar deze heeft hem verklaard dat hij niets heeft gezien.

De kantonrechter merkt dienaangaande op dat, ondanks het vaststaande feit dat beiden, nadat zij met elkaar in aanraking zijn geweest op de dezelfde hoogte op hun hoofd een wondje hadden, haar niet onomstotelijk is gebleken dat [gedaagde] aan [voorman] een kopstoot heeft uitgedeeld waarmee deze dringende reden niet is komen vast te staan.

Ter zake de geuite beledigingen c.q. bedreigingen heeft [gedaagde] gesteld dat hij boos, althans geïrriteerd, is geraakt na het bedrijfsongeval dat hem in 2009 bij Componenta is overkomen. Sedertdien kijkt hij met argusogen naar de veiligheid van de machines waarmee hij werkt en deelt hij onveilige situaties aan Componenta mee. [gedaagde] kan zich voorstellen dat Componenta dat als vervelend ervaart doch hem irriteert, gezien de ernst van het bedrijfsongeval, dat Componenta niet naar hem toe heeft gereageerd ter zake de aansprakelijkheidsstellingen en dat er nog steeds sprake is van onveilige situaties op de werkvloer. Deze stellingen zijn niet, althans onvoldoende gemotiveerd onderbouwd, door Componenta weersproken.

Na afweging van de gestelde beledigingen c.q. bedreigingen tegen:

- de door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden;

- de verklaring van Componenta dat zij naar aanleiding van een twee jaar geleden geuite belediging door [gedaagde] aan hem geen waarschuwing of het gevolg van het negeren van die waarschuwing heeft gegeven en geen verbetertraject heeft opgesteld;

- de verklaring van Componenta dat zij tot op heden geen voorschot op de schadevergoeding ter zake het bedrijfsongeval aan [gedaagde] heeft uitgekeerd;

- de verklaring van Componenta dat [gedaagde] zich zeer goed heeft ingespannen om te re-integreren,

oordeelt de kantonrechter dat deze dringende reden evenmin is komen vast te staan.

Met betrekking tot subsidiaire ontbindingsgrond merkt de kantonrechter op dat haar uit het door partijen over en weer gestelde is gebleken dat de feitelijke situatie tussen partijen van dien aard is dat er aan beide zijden geen vertrouwens-basis meer aanwezig is waardoor de kantonrechter een zinvolle en vruchtbare voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer realistisch acht. Beide partijen hebben zulks ook verklaard.

Nu de kantonrechter ertoe zal overgaan de arbeidsovereenkomst tussen partijen te beëindigen, ligt de vraag voor of aan [gedaagde] de verzochte vergoeding toegekend dient te worden. Bij de beantwoording van die vraag staat centraal of het ontstaan van de verstoorde arbeidsrelatie in belangrijke mate te wijten is aan het gedrag en de opstelling van [gedaagde] of juist in overwegende mate te wijten is aan het gedrag en de opstelling van Componenta.

Gelet op al hetgeen tussen partijen is voorgevallen acht de kantonrechter een vergoeding van € 13.519,45 bruto, dat wil zeggen een “neutrale” vergoeding, billijk. Bij het bepalen van de vergoeding is onder meer rekening gehouden met datum van indiensttreding van [gedaagde]

-1 mei 2006- het laatstgenoten salaris van [gedaagde] -€ 2.503,60 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld en emolumenten- de leeftijd van [gedaagde], zijn ruime arbeidsverleden, zijn arbeidsmarktpositie mede gelet op zijn leeftijd, de houding van Componenta als werkgever jegens [gedaagde] en de houding van [gedaagde] als werknemer jegens Componenta.

De kantonrechter zal partijen in kennis stellen van zijn voornemen om de arbeidsover-eenkomst met ingang van 1 februari 2011 te ontbinden met toekenning van voormelde vergoeding aan [gedaagde] ten laste van Componenta. Componenta zal tot 28 januari 2011 in de gelegenheid worden gesteld om haar verzoek (schriftelijk) in te trekken.

De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten te compenseren in het geval Componenta haar verzoek handhaaft. Indien Componenta haar verzoek intrekt, zal zij in de aan de zijde van [gedaagde] gerezen proceskosten worden veroordeeld.

Beschikt

De kantonrechter:

stelt partijen in kennis van het voornemen om de arbeidsovereenkomst tussen partijen wegens gewichtige redenen te ontbinden met ingang van 1 februari 2011, onder toekenning van een vergoeding aan [gedaagde] ten laste van Componenta van € 13.519,45 bruto;

stelt Componenta tot uiterlijk 28 januari 2011 in de gelegenheid haar verzoek in te trekken door een schriftelijke mededeling aan de griffier;

in het geval Componenta haar verzoek handhaaft:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige reden met ingang van 1 februari 2011;

kent aan [gedaagde] ten laste van Componenta een vergoeding toe van € 13.519,45 bruto en veroordeelt Componenta om die vergoeding tegen bewijs van kwijting aan [gedaagde] of aan een door hem aan te wijzen derde te voldoen;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af;

in het geval Componenta haar verzoek intrekt:

veroordeelt Componenta in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] gerezen en tot op heden begroot op € 400,00 salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. A.C. Oosterman-Meulenbeld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.