Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP2568

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-01-2011
Datum publicatie
31-01-2011
Zaaknummer
03-703175-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis - Fraude met studentenkrediet.

Aan verdachte was door een ander persoon voorgespiegeld dat zij op een gemakkelijke manier aan geld kon komen door bij de ABN AMRO Bank een studentenkrediet af te sluiten. Zij kreeg hiertoe de benodigde valse papieren aangereikt van deze persoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/703175-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 januari 2011

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. J.J.M. Heuvelmans, advocaat te Simpelveld.

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 januari 2011. Verdachte is niet verschenen. Haar raadsman is wel verschenen. Hij heeft verklaard niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd om verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Tegen de verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander of anderen de [R.] Heerlen heeft opgelicht.

Feit 2: opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse formulieren en heeft gedaan alsof deze echt waren.

Feit 3: samen met een ander of anderen de [A.]Sittard heeft opgelicht.

3. De voorvragen

3.1 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank heeft geconstateerd dat de aanhouding van verdachte buiten heterdaad is bevolen door een onbevoegde hulpofficier van justitie en dat verdachte is voorgeleid bij deze onbevoegde hulpofficier van justitie. De rechtbank stelt vast dat dit een onherstelbaar vormverzuim betreft. Nu verdachte van deze handelingen geen concreet nadeel heeft ondervonden en aan haar recht op een eerlijke behandeling van haar zaak niet is tekort gedaan, leidt dit niet tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie, noch worden er andere consequenties aan verbonden.

4. De beoordeling van het bewijs

Algemeen

De rechtbank zal eerst de gang van zaken beschrijven, zoals deze kan worden afgeleid uit het dossier.

Iemand die zich [A.] noemde heeft contact opgenomen met verdachte. Hij heeft haar voorgespiegeld dat er een gemakkelijke manier was om aan geld te komen. Daartoe zou verdachte een studentenrekening moeten openen en een studentenkrediet aanvragen bij de [A.]te Sittard. Iemand bij de bank kon volgens [A.] regelen dat er drie keer € 5.000,- op haar bankrekening zou worden gestort, terwijl haar krediet nihil zou blijven.

[A.] vertelde verdachte dat zij om een studentenkrediet te ontvangen een aantal documenten aan de bank zou moeten overhandigen, namelijk een inschrijfformulier van een school, een getuigschrift propedeuse en een formulier van de IBG waarmee wordt aangetoond dat studiefinanciering wordt ontvangen. Nadat [A.] alle persoonsgegevens van verdachte had ontvangen, overhandigde [A.] of iemand anders de benodigde documenten aan verdachte, waarop alle persoonsgegevens van verdachte al waren ingevuld. Zij hoefde alleen nog haar handtekening te plaatsen. Uit onderzoek is gebleken dat de documenten vals waren. Verdachte wist dat die bescheiden vals waren.

Verdachte is in juni 2009 met de valse papieren naar de [A.]te Sittard gegaan en heeft een studentenrekening geopend en een studentenkrediet van € 5.000,- aangevraagd. Omdat zij rood stond bij deze bank heeft zij slechts € 3.800,- ontvangen.

Toen verdachte dit bedrag aan [A.] had doen toekomen, vertelde [A.] haar dat zij ervoor moest zorgen dat ook vijf anderen een studentenkrediet zouden afsluiten, anders zou haar krediet niet op nul worden gezet.

Omdat zij van [A.] anderen moest charteren om ook een studentenkrediet af te sluiten, is zij in juli 2009 met medeverdachte [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 2] naar de [R.] te Heerlen gegaan, waar door [naam medeverdachte 2] een studentenrekening is geopend en een studentenkrediet is aangevraagd van € 6.000,-, terwijl [naam medeverdachte 2] ook de kredietlimiet van € 1.000,- op de studentenrekening heeft opgenomen. Verdachte heeft van [A.] de benodigde papieren gekregen, die zij door [naam medeverdachte 2] heeft laten ondertekenen, zodat [naam medeverdachte 2] genoemde kredieten kon opnemen.

[naam medeverdachte 2] moest de € 6.000,- aan [A.] geven.

[A.] had verteld dat hij de bedragen aan de man van de bank zou overhandigen. Hij zou het krediet van verdachte en dat van [naam medeverdachte 2] op nul stellen. Daarna zou nog twee keer hetzelfde bedrag kunnen worden opgenomen. De tweede keer zou het geld voor verdachte respectievelijk [naam medeverdachte 2] zijn, de derde keer voor [A.]. Het krediet zou steeds worden teruggezet op nul.

[naam medeverdachte 2] heeft het door haar opgenomen bedrag aan [A.] doen toekomen.

4.1 Het oordeel van de rechtbank

Evenals de officier van justitie acht de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

Feiten 1 en 2

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie;

- het proces-verbaal van aangifte [naam medeverdachte 2];

- het proces verbaal van aangifte ter zake oplichting van [H.] namens de [R.] te Heerlen;

- het proces-verbaal van verhoor getuige [naam getuige 1], teamleider bij de [R.] te Heerlen;

- een overeenkomst Rabo Studentenpakket met betrekking tot een Rabo Studentenrekening op naam van [naam medeverdachte 2];

- een overeenkomst Rabo Studentenkrediet op naam van [naam medeverdachte 2];

- een getuigschrift propedeuse, een onderwijsovereenkomst en een bericht studiefinanciering, alle op naam van [naam medeverdachte 2];

- een proces-verbaal verhoor getuige [naam getuige 3], werkzaam bij [HSZ];

- een proces-verbaal van verhoor getuige [naam getuige 2], voorlichter bij de [I.B.G.] (IBG).

Feit 3

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie;

- de aangifte namens de [A.]van [D. vd W.], werkzaam bij [S.]van de [A.]N.V.;

- een kredietovereenkomst [A.] Studentenlimiet, gesloten te Sittard en gedateerd 17-06-2009;

- een aanvraagformulier kredietovereenkomst [A.] Studentenlimiet alsmede een klantprofiel lenen, beide gedateerd 17 juni 2009.

Ten aanzien van het inschrijfformulier bij [HSZ] d.d. 3 april 2009 en het getuigschrift propedeuse d.d. 4 maart 2008 overweegt de rechtbank dat deze formulieren exact hetzelfde zijn als de onderwijsovereenkomsten en getuigschriften propedeuse die de medeverdachten en andere betrokkenen in deze zaak onder dezelfde omstandigheden aan de betreffende banken hebben overgelegd. Ten aanzien van de “onderwijsovereenkomsten” heeft getuige [naam getuige 3], werkzaam bij [HSZ], verklaard dat deze formulieren in het geheel niet worden gebruikt op [HSZ]. De handtekening van [naam getuige 3] is niet de zijne en ook de klasindeling is niet bekend en zeker niet in gebruik bij [HSZ]. Volgens getuige [naam getuige 3] is er sprake van valse formulieren.

Ten aanzien van de getuigschriften propedeuse heeft getuige [naam getuige 3] verklaard dat de lay-out afwijkt van de lay-out die in het op het formulier vermelde jaar ook al gold. Verder heeft hij verklaard dat bij [HSZ] minimaal 60 studiepunten nodig zijn voor een getuigschrift propedeuse en dat men bij minder dan 48 punten van school wordt gestuurd. Hij durft te stellen dat de getuigschriften vals zijn.

Gezien de gelijkheid van de door verdachte overgelegde formulieren en de door de medeverdachten en andere betrokkenen overgelegde formulieren is de rechtbank van oordeel dat zowel het getuigschrift propedeuse als de onderwijsovereenkomst die verdachte aan de bank heeft overgelegd, vals zijn.

Ten aanzien van het bericht studiefinanciering van de [I.B.G.] (IBG) d.d.

24 juni 2009, gericht aan verdachte, overweegt de rechtbank als volgt.

Ook het bericht studiefinanciering is in de zaak tegen verdachte exact hetzelfde als de berichten studiefinanciering die de medeverdachten en andere betrokkenen in deze zaak onder dezelfde omstandigheden aan de betreffende bank hebben overgelegd. Ten aanzien van deze formulieren heeft getuige [naam getuige 2], voorlichter bij de IBG, op de vraag of deze formulieren echt en onvervalst en als zodanig geproduceerd zijn door de IBG, geantwoord dat dit niet het geval is. Verder heeft zij verklaard dat inderdaad kan worden gesteld dat deze formulieren vals dan wel vervalst zijn. Gezien de verklaring die verdachte hieromtrent bij de politie heeft afgelegd en de gelijke lay-out van genoemde formulieren is de rechtbank van oordeel dat ook het bericht studiefinanciering in de zaak tegen verdachte niet als echt en onvervalst is opgemaakt, maar dat het gaat om een vals opgemaakt formulier.

4.2. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 3 juli 2009 tot en met 10 juli 2009 te Heerlen, in de gemeente Heerlen, tezamen en in verening met een ander of anderen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen [R.] Heerlen heeft bewogen tot de afgifte van een studentenkredietovereenkomst en een studentenkrediet van 7000 euro, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk

- zich naar de [R.] begeven en aldaar

- een studentenkrediet aangevraagd en

- een formulier van de IB-Groep, een inschrijfformulier van de Hoge School Zuyd en een

getuigstuk Propedeuse op naam van [naam medeverdachte 2] overhandigd

waardoor [R.] Heerlen werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij in de periode van 3 juli 2009 tot en met 10 juli 2009 te Heerlen, in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse formulieren, zodanig opgemaakt dat deze afkomstig leken te zijn van de [HSZ] en/of de [I.B.G.], te weten,

- een bericht studiefinanciering van de [I.B.G.]

- een onderwijsovereenkomst van de [HSZ]

- een getuigschrift Propedeuse van de [HSZ]

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen als waren die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat de voornoemde formulieren bij het openen van een studentenrekening en/of studentenkrediet bij de [R.] werden overgelegd en bestaande die valsheid hierin dat voornoemde formulieren

- zijn voorzien van de gegevens van een persoon ( [naam medeverdachte 2]) en gegevens van de

betreffende instellingen die niet overeenkomen met bestaande gegevens en/of

- zijn voorzien van een handtekening van een medewerker die niet overeenkomt met de bestaande handtekening;

3.

zij in de maand juni 2009 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen [A.](Sittard) heeft bewogen tot de afgifte van een studentenkredietovereenkomst en een studentenkrediet van 5000 euro, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk

- zich naar de [A.]begeven en aldaar

- een studentenkrediet aangevraagd en

- een formulier van de IB-Groep, een inschrijfformulier van de Hoge School Zuyd en een

getuigstuk Propedeuse op naam van [naam verdachte] overhandigd

waardoor [A.](Sittard) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

medeplegen van oplichting.

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van valse geschriften, als bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware dezen echt en onvervalst.

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van oplichting.

6. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

7. De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

7.2 Het oordeel van de rechtbank

Mede gelet op hetgeen door de officier van justitie en namens de verdachte ter terechtzitting naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank in verband met de op te leggen straf het volgende.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van oplichting van zowel de [A.]als van de [R.]. Daarbij werd gebruik gemaakt van valse papieren. In het economisch verkeer is het belangrijk dat contractspartijen elkaar en de gewisselde documenten kunnen vertrouwen. Verdachte heeft door haar handelen dit vertrouwen beschaamd. De rechtbank neemt verdachte haar handelen zeer kwalijk. Ook neemt de rechtbank verdachte het gemak kwalijk waarmee ze heeft gedacht snel aan geld te komen en het feit dat ze helemaal niet heeft nagedacht over de gevolgen en de schade voor de banken die zij met haar handelen zou veroorzaken.

De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met haar jeugdige leeftijd. De rechtbank is van oordeel dat deze leeftijd er toe heeft bijgedragen dat verdachte gemakkelijk was over te halen om de bewezenverklaarde strafbare feiten te plegen.

Verder zal de rechtbank er rekening mee houden dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De officier van justitie heeft ten aanzien van verdachte en de medeverdachten verschillende straffen geëist, omdat de tenlasteleggingen in de diverse zaken van elkaar verschillen. Met name het aantal tenlastegelegde feiten is niet bij elke verdachte hetzelfde, terwijl wel dezelfde handelingen zijn gepleegd. Ook heeft de officier van justitie medegedeeld dat niet naar alle door de [A.]respectievelijk [R.] genoemde personen, ten aanzien van wie na intern onderzoek was gebleken dat zij met valse documenten een studentenkrediet hebben afgesloten en de totale limiet hebben opgenomen, strafrechtelijk onderzoek is ingesteld. De officier van justitie heeft te kennen gegeven dat dit ligt aan het feit dat er te weinig “menskracht” beschikbaar was bij de recherche en de zaak daardoor niet geheel is uitgerechercheerd.

De rechtbank vindt dat deze gang van zaken een onevenwichtig vervolgingsbeleid oplevert en dat het aantal feiten op de tenlastelegging meer op toeval berust dan dat het een bewuste keuze is. Omdat in de zaken tegen de medeverdachten sprake is van eenzelfde manier van handelen, zal de rechtbank een straf vaststellen gebaseerd op de kern van het aan verdachte verweten handelen zoals dat tot uitdrukking komt in de tenlastegelegde feiten: het oplichten van een bank met behulp van valse documenten.

Op grond hiervan vindt de rechtbank een werkstraf voor de duur van 120 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk in het algemeen voor alle verdachten passend.

De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte niet in verzekering of in voorlopige hechtenis is geplaatst. Daarom is geen sprake van aftrek van het aantal opgelegde te werken uren, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 6 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

- bepaalt dat een gedeelte van de straf, te weten 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en

mr. J. Wöretshofer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Schuwirth, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 januari 2011.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 3 juli 2009 tot en met 10 juli 2009 te Heerlen, in de gemeente Heerlen, tezamen en in verening met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [R.] Heerlen, heeft bewogen tot de afgifte van een (studenten)krediet van 7000 euro, in elk geval van enig geldbedrag en/of een (studenten)kredietovereenkomst hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich naar [R.] begeven en/of (aldaar)

- een studentenkrediet aangevraagd en/of (vervolgens)

- een formulier van de IB-Groep, een inschrijfformulier van de [H.S.Z.] en/of een

getuigstuk Propedeuse (op naam van K. [naam medeverdachte 2]) overhandigd

waardoor [R.] Heerlen werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij in of omstreeks de periode van 3 juli 2009 tot en met 10 juli 2009 te Heerlen, in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van meerdere valse of vervalste formulieren (zodanig

opgemaakt dat deze afkomstig leken te zijn van de [HSZ] en/of de [I.B.G.], te weten,

- een bericht studiefinanciering van de [I.B.G.]

- een onderwijsovereekomst van de [HSZ]

- een getuigschrift Propedeuse van de [HSZ]

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat de voornoemde formulieren bij het openen van een studentenrekening en/of studentenkrediet bij de [R.] werden overlegd en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat voornoemde formulieren

- zijn voorzien van de gegevens van een persoon ([naam medeverdachte 2]) en/of gegevens van de

betreffende instelling(en) die niet overeenkomen met bestaande gegevens en/of

- zijn voorzien van de (een) handtekening(en) van de (een) medewerker(s) die niet

overeenkomen met bestaande handtekeningen;

3.

zij op of omstreeks 17 juni 2009, in elk geval in de maand juni 2009, te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, tezamen en in verening met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [A.](Sittard), heeft bewogen tot de afgifte van een (studenten)krediet van 5000 euro, in elk geval van enig geldbedrag en/of een (studenten)kredietovereenkomst hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich naar [A.]begeven en/of (aldaar)

- een studentenkrediet aangevraagd en/of (vervolgens)

- een formulier van de IB-Groep, een inschrijfformulier van de [H.S.Z.] en/of een

getuigstuk Propedeuse (op naam van [naam verdachte]) overhandigd

waardoor [A.](Sittard) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/703175-10

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 31 januari 2011 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. J.J.M. Heuvelmans, advocaat te Simpelveld.