Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2011:4905

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
19-10-2011
Datum publicatie
09-09-2014
Zaaknummer
156937 / HA ZA 10-1362
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

medische aansprakelijkheid, informatieplicht

Eiseres vordert dat voor recht wordt verklaard dat gedaagde medisch aansprakelijk is voor de door eiseres geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. Het gegeven dat de borstprothesen na 8 jaar zijn gaan lekken, brengt naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer met zich dat de borstprothesen ondeugdelijk waren op het moment van implantatie. Voorts heeft de behandelend arts eiseres voldoende voorgelicht met betrekking tot het mogelijk lekken van de borstprothesen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2014/147
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 156937 / HA ZA 10-1362

Vonnis van 19 oktober 2011

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. A.S. van Gans te Maastricht (toevoeging),

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOERHAAVE MEDISCH CENTRUM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. N. van den Burg te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Boerhaave worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 9 februari 2011,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 30 maart 2011.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald, en wel nader op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 13 februari 2001 heeft [eiseres] bij Boerhaave een borstvergroting ondergaan. De behandelend arts, [naam arts], heeft daartoe bij [eiseres] in elke borst een prothese ingebracht van het merk Profil, type M-implants. De nazorg heeft plaatsgevonden door

[naam arts] bij de Kievietheide kliniek in Lanaken.

2.2.

In april 2009 is vastgesteld dat de geplaatste borstprothesen lekten. Beide prothesen zijn in mei 2009 verwijderd.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] stelt dat zij ten gevolge van het lekken van de ingebrachte prothesen klachten heeft ontwikkeld, bestaande uit spierpijn, misselijkheid, nachtelijk zweten, de onmogelijkheid om de armen te kunnen optillen, slechts nog op rugligging kunnen slapen met de armen naast het lichaam gelegen, vermoeidheid, kapselvorming van beide borsten, borsten kregen een ‘peervorm’, bruin vochtverlies uit beide borsten, keelpijn, oorpijn, jeuk en gewrichtspijn.

3.2.

Op 28 februari 2009 zijn de prothesen door middel van een mammografie beoordeeld. De radioloog heeft in zijn rapportage een beeld van lekkage van beide prothesen omschreven. Op 11 mei 2009 is een MRI mamma uitgevoerd, waaruit eveneens blijkt dat beide prothesen lekten.

3.3.

[eiseres] heeft vervolgens beide prothesen operatief laten verwijderen. [eiseres] heeft geen hersteloperatie laten uitvoeren, omdat een dergelijke operatie niet wordt vergoed door haar ziektekostenverzekeraar. Als gevolg hiervan hangen de borsten van [eiseres], zijn de borsten vormloos en heeft zij ingetrokken tepels. De onder 3.1. vermelde klachten zijn echter blijven bestaan. Dit komt doordat de siliconen zich door het lichaam van [eiseres] hebben verspreid en zich derhalve nog steeds op diverse plekken in haar lichaam bevinden. De gezondheidsklachten van [eiseres] bestaan momenteel uit misselijkheid, keelpijn, oorpijn en vermoeidheid. Voorts heeft zij een complex over de huidige staat van haar borsten en is zij hierdoor depressief. Ten slotte maakt zij zich zorgen dat zij ten gevolge van de gelekte siliconen lymfklierkanker zal ontwikkelen.

3.4.

Primair stelt [eiseres] zich op het standpunt dat in het onderhavige geval sprake is van consumentenkoop. Nu de door Boerhaave geïmplanteerde implantaten gebrekkig zijn gebleken, is zij aansprakelijk voor de geleden schade.

3.5.

Subsidiair brengt [eiseres] naar voren dat Boerhaave non-conforme prothesen heeft geleverd en op grond daarvan de schade dient te vergoeden. De prothesen voldoen immers niet aan de overeenkomst, nu deze zijn gaan lekken. Ook in geval van koop geldt volgens [eiseres] dat een tekortkoming van een produkt in beginsel voor rekening van de verkoper komt, ook als deze het gebrek niet kende noch behoefde te kennen.

3.6.

Meer subsidiair stelt [eiseres] zich op het standpunt dat nu er tussen haar en Boerhaave een overeenkomst bestaat Boerhaave verantwoordelijk is voor de keus van het te hanteren produkt.

3.6.1.

Bovendien is [eiseres] niet geïnformeerd over de mogelijke complicaties bij een eventuele lekkage. [eiseres] is derhalve niet volledig dan wel onjuist ingelicht door [naam arts]. Boerhaave heeft niet aan haar informatieplicht voldaan.

3.7.

Op grond van het vorenstaande vordert [eiseres] dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1) te verklaren voor recht dat Boerhaave medisch aansprakelijk is voor door [eiseres] geleden en nog te lijden schade,

2) Boerhaave te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] voor de door haar geleden materiële en immateriële schade te voldoen de somma van € 15.666,00 te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 4 oktober 2010, althans een datum door de rechtbank bepaald, tot de dag der algehele voldoening,

3) Boerhaave veroordeelt in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de nakosten.

3.8.

Boerhaave voert verweer.

3.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank laat in het midden of Boerhaave aansprakelijk kan worden gehouden op grond van non conformiteit dan wel op grond van gebruik van een gebrekkige hulpzaak. De stelling van [eiseres] dat beide prothesen gebrekkig dan wel niet conform zijn, volgt de rechtbank immers niet. [eiseres] heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar een oproep van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie van 28 september 2010, waarin alle vrouwen met borstimplantaten van het merk poly implant protheses (pip) en M-implants worden verzocht zich te laten onderzoeken. Reden voor de oproep is dat de implantaten een verhoogde kans hebben te scheuren en/of te lekken. Vastgesteld kan echter worden dat deze oproep geen betrekking heeft op de bij [eiseres] geïmplanteerde prothesen, nu voormelde oproep betrekking heeft op implantaten die geproduceerd zijn ná 2001, terwijl bij [eiseres] op 13 februari 2001 de betreffende prothesen zijn ingebracht en zij derhalve niet tot deze groep kan behoren.

4.2.

Door middel van een echografie en een MRI-mamma is vastgesteld dat de prothesen na 8 jaar zijn gaan lekken. [eiseres] heeft ter comparitie aangegeven dat zij op de hoogte was van het gegeven dat de prothesen op een gegeven moment kunnen gaan lekken. Zij heeft de stelling van Boerhaave dat prothesen een gemiddelde levensduur hebben van 10 tot 15 jaar niet weersproken, zodat dit als vaststaand kan worden aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat het gegeven dat de prothesen na 8 jaar zijn gaan lekken, in redelijkheid, gelet op de termijn, niet zonder meer met zich brengt dat de borstprothesen ondeugdelijk waren op het moment van implantatie. [eiseres] heeft weliswaar gesteld dat een scheur in beide prothesen zit, maar heeft deze stelling niet nader onderbouwd. Zo heeft zij nagelaten meteen na de verwijdering de implantaten te laten onderzoeken. Evenmin heeft zij bij Boerhaave, gelet op de gemiddelde levensduur van een dergelijke prothese, op een voortvarend onderzoek aangedrongen. Nu [eiseres] haar stelling dat Boerhaave gebruik heeft gemaakt van ondeugdelijke prothesen ook niet op een andere wijze nader heeft onderbouwd, heeft zij niet voldaan aan haar stelplicht. De rechtbank zal de vordering op basis van de primaire, subsidiaire en meer subsidiaire grondslagen reeds om die reden afwijzen.

Informed consent

4.3.

Vervolgens komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de stelling van [eiseres] dat Boerhaave haar voorafgaand aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd.

4.4.

De rechtbank begrijpt dat [eiseres] stelt dat de schending van de informatieplicht een schending van haar zelfbeschikkingsrecht en integriteit is (vergelijk Hoge Raad 23 april 2010, JA 2010, 97), omdat zij als gevolg daarvan geen weloverwogen beslissing heeft kunnen nemen.

4.5.

Bovendien begrijpt de rechtbank uit de stellingen van [eiseres] dat indien

Boerhaave aan haar informatieplicht had voldaan, zij de uitgevoerde implantatie wegens de daaraan verbonden risico’s niet zou hebben laten uitvoeren.

4.6.

Het is aan [eiseres] om te stellen en zonodig te bewijzen dat indien zij op duidelijke wijze was ingelicht over de risico’s van de operatie, zij als redelijk handelend patient, of om redenen van persoonlijke aard in de gegeven omstandigheden niet zou hebben gekozen voor de door Boerhaave uitgevoerde ingreep.

Informed consent met betrekking tot het mogelijk lekken van implantaten

4.7.

Boerhaave stelt dat zij met betrekking tot het mogelijk lekken van de implantaten voldoende informatie aan [eiseres] heeft verstrekt. Boerhaave heeft ter onderbouwing van haar standpunt een toestemmingsformulier overgelegd, waaruit blijkt dat [eiseres] is geïnformeerd omtrent het risico dat de prothesen kunnen gaan lekken.

4.8.

De rechtbank overweegt dat nu [eiseres] ter comparitie heeft verklaard dat

[naam arts] haar tijdens het intakegesprek heeft verteld dat er mogelijk lekkages kunnen optreden en zij tevens voormeld toestemmingsformulier heeft ondertekend, vast staat dat

[naam arts] [eiseres] met betrekking tot het mogelijk lekken van de prothesen voldoende heeft voorgelicht.

Informed consent met betrekking tot de mogelijke gevolgen van het lekken van implantaten

4.9.

Boerhaave heeft zich ter comparitie op het standpunt gesteld dat een chirurg wijst op de reële gevolgen die wetenschappelijk zijn aangetoond. De gevolgen van lekkende prothesen staan volgens Boerhaave niet vast. De informatieplicht gaat niet zover dat artsen moeten waarschuwen voor mogelijke gevolgen die niet zijn aangetoond.

4.10.

Zoals hiervoor onder 4.6. is overwogen, had [eiseres] dienen

te stellen en te bewijzen dat zij, indien zij voldoende was ingelicht, als redelijk handelend patiënt en/of om redenen van persoonlijke aard niet voor deze behandeling zou hebben gekozen. Daarnaast dient vast te staan, dat er causaal verband bestaat tussen de door Boerhaave uitgevoerde, door [eiseres] naar zij stelt bij een juiste voorlichting door haar afgewezen, operatie zelf en de klachten die de grondslag vormen van de door [eiseres] gevorderde schadevergoeding. Nu [eiseres] onvoldoende concrete en specifieke omstandigheden heeft gesteld, die - indien bewezen – tot de conclusie zouden kunnen leiden dat de klachten het gevolg zijn van de operatie, kan de vordering reeds hierom niet op deze grond worden toegewezen. [eiseres] heeft immers enkel gesteld dat er een causaal verband is tussen de uitgevoerde operatie en de klachten die de grondslag vormen van de door [eiseres] gevorderde schadevergoeding. Van [eiseres] had verwacht mogen worden voldoende feitelijke gegevens te verstrekken ter motivering van haar stelling teneinde aanknopingspunten te verschaffen voor een eventuele bewijslevering. Zo had [eiseres] bijvoorbeeld een verklaring van een behandelend arts kunnen overleggen, waaruit blijkt dat zij de klachten heeft en dat de genoemde klachten verband houden met het lekken van de prothesen. Aldus heeft [eiseres] niet aan haar stelplicht voldaan. De vordering gebaseerd op het schenden van de informatieplicht zal dan ook worden afgewezen.

4.11.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Boerhaave Medisch Centrum B.V. worden begroot op:

- griffierecht 1.165,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 2.069,00

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Boerhaave Medisch Centrum B.V. tot op heden begroot op € 2.069,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door E.J.M. Driesen en in het openbaar uitgesproken op

19 oktober 2011.1

AP

1 type: coll: