Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BQ3850

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
16-07-2010
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
03/706036-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift ex artikel 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/706036-07

Rekestnummer: 10/181

Deze beschikking is gegeven door de rechtbank te Maastricht, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het verzoekschrift ex artikel 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

hierna te noemen: (de) verzoeker.

De verzoeker heeft in deze zaak woonplaats gekozen te Maastricht, ten kantore van zijn raadsman mr. B.].

De inhoud van het verzoekschrift

Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van

- € 2.727,78 voor de kosten van raadsman mr. [N.];

- € 11.288,35 voor de kosten van de huidige raadsman mr. [B.];

- € 7.854,00 voor de kosten van het deskundigenonderzoek [P. van K.];

- € 540,00 voor de kosten raadsman met betrekking tot de indiening en behandeling van dit verzoekschrift,

welke kosten de verzoeker stelt te hebben gemaakt in het kader van het onderzoek in de strafzaak en de behandeling ervan ter zitting.

De procesgang

Het verzoek is op 19 maart 2010 ter griffie van deze rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft op 25 juni 2010 de raadsman van verzoeker en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. De uitspraak is bepaald op heden.

De verzoeker is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet in persoon ter zitting verschenen.

De beoordeling

De zaak met bovengenoemd parketnummer is geëindigd door een inmiddels onherroepelijk vonnis van deze rechtbank van 8 december 2009, waarbij de verzoeker is vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

De rechtbank is in dezen bevoegd en het verzoekschrift is tijdig ter griffie ingediend.

De zaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft zijn standpunt inzake het onderhavige verzoekschrift op schrift gesteld, welke schriftuur aan deze beslissing is gehecht en waarvan de inhoud als hier

ingelast dient te worden beschouwd.

De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig om de verzoeker een bedrag van in totaal € 2.427,78 (zijnde het verzochte bedrag van € 2.727,78 - € 300,00), inclusief BTW, toe te kennen als vergoeding voor de kosten van raadsman mr. [N.] in het kader van het onderzoek in de strafzaak en de behandeling ervan ter zitting. De rechtbank zal de kostenposten “opstellen persbericht, brief pers + tel.gesprek cliënt” (17-7-2009) en het kennelijk daarmee samenhangende “bezoek cliënt” (14-7-2009), bij elkaar een bedrag van € 300,00 vertegenwoordigend, afwijzen, nu dergelijke activiteiten het bestek van de strafzaak te buiten gaan.

De rechtbank acht, eveneens alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig om de verzoeker een bedrag van in totaal € 10.000,00 inclusief BTW, toe te kennen als vergoeding voor de kosten van raadsman mr. [B.] in het kader van het onderzoek in de strafzaak en de behandeling ervan ter zitting. Voor toekenning van een hoger bedrag als vergoeding, zoals verzocht, acht de rechtbank geen plaats, gelet op de redelijk beperkte omvang van het dossier en de beperkte omvang van de pleitnota, mede in aanmerking genomen dat daarin rijkelijk uit andere bron is geciteerd.

De rechtbank wijst het in dezen anders of meer gevorderde dan ook af.

De rechtbank zal de verzochte vergoeding vanwege gestelde kosten van het deskundigenonderzoek van professor [P. van K.] eveneens afwijzen. Los van de omstandigheid dat uit het vonnis niet blijkt dat het rapport de desbetreffende meervoudige strafkamer ten dienste heeft gestaan bij haar beoordeling, is de rechtbank van oordeel dat de inschakeling van genoemde deskundige te dezen overbodig was.

Daartoe overweegt de rechtbank allereerst dat de deskundige zelf reeds heeft opgemerkt dat hij in zijn mogelijkheden om de hem gestelde vragen te beantwoorden werd beperkt, nu hij slechts over klassieke processen-verbaal beschikte en niet over opnames van de verhoren en over transcripties. Daarmee rijst de vraag of de verdediging in deze omstandigheden de deskundige had moeten inschakelen.

Uit het rapport, dat bij elkaar nog geen elf volbedrukte pagina’s beslaat, blijkt verder dat de deskundige de verschillende getuigenverklaringen ieder voor zich en in onderlinge samenhang heeft geanalyseerd. Dergelijke analyses behoren, naar het oordeel van de rechtbank, bij uitstek tot het werkterrein van de verdediging. Het strafdossier is qua omvang en inhoud ook niet van dien aard, dat de raadsman niet zelf in staat moet worden geacht om de onderlinge verschillen in de getuigenverklaringen te signaleren, analyseren en daaraan juridisch relevante conclusies te verbinden. Derhalve is de rechtbank van de noodzaak van het opstellen van een deskundigenrapport door professor [P. van K.] niet gebleken.

Daar komt bij dat, mocht het strafdossier de raadsman aanleiding hebben gegeven tot nadere oriëntatie omtrent deze materie, er via algemeen toegankelijke bronnen voldoende literatuur voor handen is - ook of liever, juist van de hand van professor [P. van K.] – om op een andere, minder kostbare wijze daarin te kunnen voorzien.

Ook om die reden ziet de rechtbank geen grond de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van de Staat te brengen.

De rechtbank zal, zoals verzocht, een bedrag van in totaal € 540,00, inclusief BTW, toekennen als vergoeding voor de kosten van een raadsman in verband met de indiening en de behandeling van het onderhavige verzoekschrift.

DE BESLISSING

Kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe ten bedrage van:

- € 2.427,78 (tweeduizendvierhonderdzevenentwintig euro en achtenzeventig eurocent) voor de kosten raadsman mr. [N.];

- € 10.000,00 (tienduizend euro) voor de kosten raadsman mr. [B.];

- € 540,00 (vijfhonderdveertig euro) voor de kosten raadsman ten behoeve van indiening en behandeling van het onderhavige verzoekschrift.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.W.A. van den Berg, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer op 16 juli 2010.

De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer in strafzaken, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door uitbetaling van € 12.967,78 (twaalfduizendnegenhonderdzevenenzestig euro en achtenzeventig eurocent) aan de verzoeker, door overmaking van dit bedrag op de rekening derdengelden ten name van [naam Stichting], rekeningnummer [rekeningnummer], zodra bovengenoemde beslissing onherroepelijk is geworden.

Aldus gedaan op 16 juli 2010 door mr. E.W.A. van den Berg, rechter.