Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BQ3839

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
04-06-2010
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
03/703760-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoekschrift ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering (Sv)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/703760-09

Rekestnummer: 10/120

Deze beschikking is gegeven door de rechtbank te Maastricht, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, naar aanleiding van het verzoekschrift ex artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

ingeschreven te [adresgegevens verdachte],

hierna te noemen: (de) verzoeker.

De verzoeker heeft in deze zaak woonplaats gekozen te Sittard, ten kantore van zijn raadsman mr. R.J.H. Corten.

De inhoud van het verzoekschrift

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding ten laste van de Staat voor de schade die de verzoeker tengevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis stelt te hebben geleden tot een bedrag van:

- € 3325,00;

- € 851,60 materiële schade.

De procesgang

Het verzoek is op 26 februari 2010 ter griffie van deze rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft op 4 juni 2010 de raadsman van verzoeker en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.

De verzoeker is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De beoordeling

De zaak met bovengenoemd parketnummer is geëindigd middels een brief van de officier van justitie van 9 februari 2010 aan de verzoeker met de mededeling dat de strafzaak is geseponeerd.

De rechtbank is in deze bevoegd en het verzoekschrift is tijdig ter griffie ingediend.

De zaak tegen de verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De verzoeker heeft vanaf 3 december 2009 tot 13 januari 2010 in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, derhalve in totaal 41 dagen, waarvan 5 dagen in een politiecel en 36 dagen in een huis van bewaring.

De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig een schadevergoeding toe te kennen voor de tijd door de verzoeker in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De rechtbank ziet geen aanleiding een hogere vergoeding toe te kennen dan de gebruikelijke vergoeding, te weten € 80,= voor elke dag die de verzoeker in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, tenzij doorgebracht in een politiecel, in welk geval de vergoeding € 105,= per dag bedraagt. Nu verzoeker evenwel een bedrag van € 3325,00 heeft verzocht, zal hem dit bedrag als vergoeding worden toegekend.

Verzoeker is voorts van mening -kort en zakelijk weergegeven- dat hij door de voorlopige hechtenis materiële schade heeft geleden. De uitkering van verzoeker die hij ingevolge de Wet Werk en bijstand ontvangt, is naar aanleiding van zijn aanhouding stopgezet. Ingevolge de Wet Werk en bijstand ontving hij maandelijks een bedrag van € 647,34 (inclusief vakantietoeslag). Verzoeker heeft deze inkomsten over een periode van 40 dagen ontbeerd. Uit hoofde van materiële schade maakt verzoeker ter zake dan ook aanspraak op een vergoeding van € 851,60.

De officier van justitie heeft als zijn standpunt naar voren gebracht -kort en zakelijk weergegeven- dat hij zich niet verzet tegen de verzochte materiële vergoeding mits de korting van € 50,00 per week vanwege de besparing van kosten tijdens het verblijf in detentie van verzoeker wordt toegepast.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verzochte materiële vergoeding ter hoogte van € 851,60 dient te worden toegekend minus de korting van € 50,00 per week wegens besparing van kosten tijdens het verblijf in detentie van verzoeker.

DE BESLISSING:

Kent aan de verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe voor de schade, die de verzoeker ten gevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis heeft geleden tot een bedrag van:

- € 3325,00 (drieduizenddriehonderdvijfentwintig euro);

- € 566,00 (vijfhonderdzesenzestig euro).

Wijst af het anders of meer verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. E.W.A. van den Berg, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer op 4 juni 2010.

De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer in strafzaken, beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door uitbetaling van € 3891,00 (zegge: drieduizendachthonderdéénennegentig euro) aan de verzoeker, door overmaking van dit bedrag op de rekening derdengelden ten name van Stichting Beheer Derdengelden, rekeningnummer 54.95.08.791, zodra bovengenoemde beslissing onherroepelijk is geworden.

Aldus gedaan op 4 juni 2010 door mr. E.W.A. van den Berg, rechter.