Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO8096

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
26-11-2010
Datum publicatie
21-12-2010
Zaaknummer
AWB 09 / 96
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 december 2007 heeft het waterschap een aantal artikelen van de Keur van het Waterschap Peel en Maasvallei 2005 (Keur 2005), zoals vastgesteld bij besluit van 29 maart 2006, gewijzigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige kamer

Procedurenummer: AWB 09 / 96

Uitspraak

in het geding tussen

[eiser],

wonend te Nuenen, eiser,

en

het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg,

verweerder.

Datum bestreden besluit: 10 december 2008

Kenmerk: CAS200800003632 DOC200800010893

1. Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het in de aanhef van deze uitspraak vermelde besluit.

Verweerder heeft de stukken die op de zaak betrekking hebben aan de rechtbank gezonden en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft op 2 november 2010 plaatsgehad. Ter zitting zijn eiser en zijn echtgenote verschenen en heeft verweerder zich laten vertegenwoordigen door J.E.M. Verviers, werkzaam bij de provincie Limburg. Tevens was ter zitting aanwezig J.W.H. van den Broek, werkzaam bij het Waterschap Peel en Maasvallei (waterschap).

2. Overwegingen

Bij besluit van 19 december 2007 heeft het waterschap een aantal artikelen van de Keur van het Waterschap Peel en Maasvallei 2005 (Keur 2005), zoals vastgesteld bij besluit van 29 maart 2006, gewijzigd.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het hiertegen gerichte administratief beroep gegrond verklaard wat betreft het instellen van peilen en voor het overige ongegrond verklaard.

Op 22 december 2009 is de Keur waterschap Peel en Maasvallei 2009 in werking getreden en is de Keur 2005, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 december 2008, ingetrokken.

De rechtbank ziet zich hiermee gesteld voor de ambtshalve te beantwoorden vraag of eiser thans nog een belang heeft bij de beoordeling van zijn beroep.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Eiser stelt zich op het standpunt dat hij natschade heeft geleden als gevolg van te hoog water in de Tungelroyse beek.

De rechtbank overweegt dienaangaande - mede onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juni 2002, (AB 2002, 349) - dat in de stelling dat schade is geleden als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming op zichzelf een procesbelang kan worden gevonden. Daartoe is echter vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat deze schade daadwerkelijk is geleden als gevolg van die besluitvorming. Aan deze eis is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval niet voldaan, nu eiser heeft gesteld en ter zitting heeft herhaald schade geleden te hebben door het hoge waterpeil van de Tungelroyse beek, als gevolg waarvan hij zijn percelen niet meer kan afwateren op deze beek. Derhalve heeft eiser niet tot op zekere hoogte aannemelijk gemaakt dat de gestelde (nat)schade het gevolg is van de bij besluit van 19 december 2007 gewijzigde Keur 2005.

Het beroep is niet-ontvankelijk.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door R.J.G.H. Seerden, rechter, in tegenwoordigheid van P.M. van den Brekel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2010.

w.g. P. van den Brekel w.g. Seerden

Voor eensluidend afschrift,

de griffier,

Verzonden: 26 november 2010

Voor belanghebbenden en het bestuursorgaan staat tegen deze uitspraak het rechtsmiddel hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. De termijn voor het instellen van het hoger beroep bedraagt zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak.

Bij een spoedeisend belang kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan, nadat hoger beroep is ingesteld, de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken een voorlopige voorziening te treffen.