Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO8081

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
18-10-2010
Datum publicatie
20-12-2010
Zaaknummer
03/700241-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling. Bewezen verklaard werd de mishandeling door het bij de keel vastpakken en de keel dichtknijpen. De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan twee manden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700241-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 oktober 2010

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. R. Mahovic, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is behandeld op de zittingen van 9 augustus 2010 en 12 oktober 2010, waarbij de officier van justitie, de raadsman en verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd [naam benadeelde partij] te doden, dan wel heeft geprobeerd [naam benadeelde partij] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen dan wel [naam benadeelde partij] heeft mishandeld, door haar met twee handen bij de keel vast te pakken en/of de keel dicht te knijpen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeerd [naam benadeelde partij] te doden door haar keel met twee handen vast te pakken en dicht te knijpen. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de aangifte van [naam benadeelde partij], de verklaring van de getuige [naam getuige], inhoudende dat zij heeft gezien dat verdachte met beide handen het slachtoffer bij de keel heeft vastgepakt, de letselbeschrijving van de forensisch geneeskundige, inhoudende dat de ronde hematomen zowel qua omvang als positie overeenkomen als waren ze veroorzaakt door het drukken met de handen of vingers, en de bijbehorende foto’s van het letsel. De verklaring van verdachte dat het letsel ook kan zijn veroorzaakt doordat hij op het slachtoffer is gevallen, acht de officier van justitie onaannemelijk, nu de forensisch geneeskundige heeft verklaard dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat het letsel op deze wijze is ontstaan. Voorts volgt hij ook niet de lezing van verdachte dat de getuige door de afstand en de lichtomstandigheden niet in staat is geweest om de worsteling tussen hem en het slachtoffer goed waar te nemen. De getuige heeft, aldus de officier van justitie, een objectieve verklaring afgelegd van wat zij heeft gezien.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat het primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Ter onderbouwing heeft de raadsman in de eerste plaats kanttekeningen geplaatst bij de oorzaak van het letsel van [naam benadeelde partij]. Zo is aan bepaalde verwondingen te zien dat die schrammen niet kunnen zijn ontstaan door drukken, maar waarschijnlijk zijn ontstaan doordat verdachte met zijn nagels langs de hals van het slachtoffer is gegaan. Voorts kunnen ook de gsm, die het slachtoffer in haar hand had, en haar halsketting de verwondingen hebben veroorzaakt. In de tweede plaats heeft de raadsman betoogd dat de getuigenverklaring van [naam getuige] niet reëel overkomt. Enerzijds is het praktisch niet mogelijk om iemand bij de keel omhoog te trekken en anderzijds is de getuige in haar zicht beperkt door onder meer geparkeerde auto’s, de positie van verdachte en het feit dat het die avond buiten donker was.

Wel acht de verdediging wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam benadeelde partij] heeft mishandeld, waardoor deze letsel, niet zijnde van blijvende aard, en pijn heeft ondervonden. Daarbij heeft de raadsman aangevoerd dat vaststaat dat er een worsteling is ontstaan tussen verdachte en het slachtoffer, waarbij over en weer klappen zijn gevallen. Hij heeft zich daarbij gebaseerd op de verklaring van aangeefster en de verklaring van de getuige Donker, inhoudende dat hij heeft gezien dat de vrouw bovenop de man zat. Dat verdachte gedurende deze onoverzichtelijke worsteling het slachtoffer ongelukkig heeft vastgepakt is geheel onopzettelijk gebeurd, nu verdachte enkel heeft getracht het slachtoffer van zich af te houden om zichzelf te beschermen tegen het slaan en schoppen door het slachtoffer.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Aangeefster [naam benadeelde partij] heeft bij de politie verklaard dat zij op 2 mei 2010 naar de in Heerlen gelegen woning van haar ex-partner, verdachte, is gegaan om een regeling te treffen met betrekking tot de verdeling van de inboedel. Toen dit gesprek niet mogelijk bleek heeft zij de woning van verdachte verlaten en is, toen zij merkte dat verdachte haar volgde, naar haar auto op de parkeerplaats gerend. Bij haar auto aangekomen is verdachte voor haar autoportier gaan staan, waarna zij verdachte aan de kant heeft geduwd. Voorts heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar hierna met beide handen bij haar keel heeft vastgepakt en haar op de grond heeft gegooid. Zij voelde dat verdachte haar keel dichtkneep en dat zij geen lucht kreeg. Uit angst dat verdachte haar dood zou maken heeft zij, liggend tussen de geparkeerde auto’s, geschreeuwd om hulp. Nadat zij hem een schop tegen zijn gezicht had gegeven, liet verdachte haar los. Door zijn knijpen heeft zij letsel aan haar keel opgelopen en pijn ondervonden.

Getuige [naam getuige] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat zij op 2 mei 2010 plots een vrouwenstem hoorde gillen, waarna zij uit haar raam van haar woning heeft gekeken. Zij zag dat recht tegenover haar woning, tussen de geparkeerde auto’s, een man met zijn beide handen een vrouw bij haar keel hield en haar naar zich toe omhoog trok. Voorts heeft zij gezien dat de vrouw hevig schopte met haar benen om uit de greep van de man los te komen.

Verdachte heeft verklaard dat aangeefster op de parkeerplaats haar autodeur tegen hem heeft aangegooid, waarna een worsteling is ontstaan. Daarbij zijn over en weer klappen gevallen en schoppen uitgedeeld. Verdachte ontkent echter dat hij [naam benadeelde partij] bij de keel heeft vastgepakt en haar keel dicht heeft geknepen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat het letsel ook kan zijn ontstaan doordat hij op het slachtoffer is gevallen.

Uit de letselbeschrijving blijkt dat de forensisch geneeskundige bij de hals van het slachtoffer diverse striemen heeft geconstateerd. Met forensisch licht heeft hij vervolgens duidelijk ronde blauwe plekken in de hals en nek gezien, die passen bij een letsel ontstaan door druk van vingers. Nu bovendien geen letsel is waargenomen op de borst en romp van het slachtoffer, is het uiterst onwaarschijnlijk dat het letsel is ontstaan doordat iemand op [naam benadeelde partij] is gevallen. Het alternatieve scenario van verdachte is gelet op vorenstaande onaannemelijk.

De rechtbank stelt vast dat de foto’s in het dossier en de letselbeschrijving van de forensisch geneeskundige impliceren dat met enige kracht de keel van [naam benadeelde partij] dicht is geknepen. De vraag is of dit poging tot doodslag dan wel poging tot zware mishandeling oplevert, zoals door de officier van justitie primair en subsidiair is tenlastegelegd.

Er is geen bewijs dat verdachte de keel van [naam benadeelde partij] heeft vastgepakt en dichtgeknepen met het zogeheten ‘boos opzet’ haar te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Kan de rechtbank dan uit de objectieve omstandigheden afleiden dat verdachte de dood van het slachtoffer of het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel heeft beoogd? Uit het dossier blijkt niet wat de intensiteit en de duur van het dichtknijpen van de keel is geweest. Op zich is er wel letsel in de hals maar dat geeft met betrekking tot deze vragen geen uitsluitsel. Anderzijds beschrijft het slachtoffer hoe zij worstelde met verdachte en voortdurend schreeuwde. Daarvoor is lucht nodig. Een objectieve getuige heeft bovendien verklaard dat zij het slachtoffer steeds heeft horen schreeuwen.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat een aanmerkelijke kans heeft bestaan dat [naam benadeelde partij] tengevolge van het bij de keel vastpakken zou kunnen komen te overlijden. Hetzelfde geldt mutatis mutandi voor de kans dat zij zwaar lichamelijk letsel op zou lopen. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

De rechtbank is echter wel van oordeel dat verdachte [naam benadeelde partij] heeft mishandeld door haar keel met beide handen vast te pakken en dicht te knijpen. [naam benadeelde partij] heeft daardoor letsel opgelopen en pijn geleden. Dat brengt mee dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 2 mei 2010 in de gemeente Heerlen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam benadeelde partij]) bij de keel heeft vastgepakt en de keel heeft dichtgeknepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

T.a.v. meer subsidiair:

Mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De deskundige heeft op 20 juli 2010 een psychiatrisch rapport omtrent de persoon van verdachte uitgebracht. Hieruit blijkt dat er ten tijde van het onderzoek geen sprake is geweest van een ziekelijke stoornis dan wel gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte. Verdachte vertoont echter wel enkele kenmerken van een narcistische persoonlijkheidsstoornis en heeft dientengevolge een oppervlakkig gevoelsleven. Voorts is er ten tijde van de tenlastegelegde gedraging bij verdachte sprake geweest van een aanpassingsstoornis en misbruik van alcohol in reactie op de relatiebreuk met [naam benadeelde partij]. De psychiater adviseert de rechtbank om verdachte als ten hoogste licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank verenigt zich met de hierboven gegeven overwegingen en maakt de conclusie ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte tot de hare. Nu ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid uitsluit, is verdachte strafbaar.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Voorts heeft hij gevorderd aan verdachte als bijzondere voorwaarde op te leggen een contactverbod met [naam benadeelde partij].

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht verzocht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, mede gelet op het feit dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd dient te worden.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft op 2 mei 2010 [naam benadeelde partij] mishandeld. Hij heeft daarmee blijk gegeven van gebrek aan respect voor de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. In het bijzonder overweegt de rechtbank dat het met beide handen bij de keel vastpakken en de keel dichtknijpen een handelwijze is die niet anders kan worden aangemerkt dan als ernstig, te meer nu het feit zich heeft afgespeeld in de relationele sfeer. Voorts heeft deze mishandeling plaatsgevonden, nadat het slachtoffer het huis van verdachte had verlaten. Verdachte heeft deze keuze van het slachtoffer niet geaccepteerd en is de confrontatie aangegaan door het slachtoffer op de openbare weg te mishandelen. Hieruit blijkt dat verdachte niet schroomt om geweld te gebruiken op een voor iedereen zichtbare plek. Voornoemde factoren rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat tijdens de worsteling over en weer klappen zijn gevallen en schoppen zijn uitgedeeld. Gelet op deze houding van afschuiven en het bagatelliseren van zijn eigen rol, heeft de rechtbank voorts de stellige indruk gekregen dat verdachte weinig spijt heeft van zijn handelen.

Bij de straftoemeting heeft de rechtbank tevens aansluiting gezocht bij de door het Landelijk overleg van strafvoorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) geformuleerde oriëntatiepunten met betrekking tot mishandeling.

Voorts heeft zij acht geslagen op het feit dat verdachte zoals blijkt uit zijn strafblad niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Alles overwegende acht de rechtbank, mede gelet op het deskundigenrapport van de psychiater, een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van de tijd dat verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan twee maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam benadeelde partij] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.701,96 waarvan € 451.96 terzake van materiële schade en € 1.250,00 terzake van immateriële schade gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde. Ter terechtzitting heeft de benadeelde partij de schadepost ten aanzien van het frontje van de autoradio ingetrokken.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.431,96 waarvan € 181,96 terzake van materiele schade en € 1.250,00 terzake van immateriële schade en vordert daarbij oplegging van de schademaatregel.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij, bij wijze van voorschot, gedeeltelijk toewijzen, nu uit het onderzoek is komen vast te staan dat aan voornoemde benadeelde partij door de bewezenverklaarde mishandeling rechtstreeks materiële schade is toegebracht tot een bedrag van € 181,96, zijnde de medische kosten niet vergoed door de verzekeraar, de reiskosten en de telefoonkosten, en immateriële schade tot een bedrag van € 500,00. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Voorts legt zij aan verdachte de schademaatregel op.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder primair en subsidiair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 7 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij], [adres benadeelde partij], bij wijze van voorschot, te betalen een bedrag van EUR 681,96, vermeerderd met de wettelijke rente van 2 mei 2010 tot aan de dag van volledige voldoening;

- verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde partij], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde partij] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam benadeelde partij] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 13 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2010;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. C.G.A. Wouters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.T. Latour, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 oktober 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 2 mei 2010 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam benadeelde partij] van het leven te beroven, met dat opzet de keel van die [naam benadeelde partij] (met twee handen) heeft vastgepakt en/of dichtgeknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 2 mei 2010 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam benadeelde partij], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet de keel van die [naam benadeelde partij] (met twee handen) heeft vastgepakt en/of dichtgeknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 2 mei 2010 in de gemeente Heerlen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam benadeelde partij]), bij de keel heeft vastgepakt en/of de keel heeft dichtgeknepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/700241-10

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 18 oktober 2010 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adres verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. R. Mahovic, advocaat te Maastricht.