Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO7652

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
11-11-2010
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
393494 EJ VERZ 10-5708
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zonder dat kan worden vastgesteld dat aan een van de partijen daarvan een doorslaggevend verwijt kan worden gemaakt, is de kantonrechter van oordeel dat uit de stukken en de daarop ter zitting gegeven toelichtingen voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een verandering in de omstandigheden die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 393494 EJ VERZ 10-5708

typ: mh

coll: mh

beschikking van 11 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap CONFERENTIECENTRUM VAESHARTELT B.V,

gevestigd te [plaats],

verzoekende partij,

hierna te noemen: Vaeshartelt,

gemachtigde: mr. L.H. Haarsma, advocaat te Tynaarlo

tegen

[verweerder],

wonend te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. J. Schepers, advocaat te Maastricht.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 22 september 2010 is ter griffie binnengekomen een verzoekschrift van Vaeshartelt strekkend tot voorwaardelijke ontbinding van de tussen haar als werkgeefster en [verweerder] als werknemer bestaande arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen. Op 1 november 2010 is van de zijde van Notermans een verweerschrift ingekomen.

Partijen zijn gehoord ter terechtzitting van 4 november 2010. Van het aldaar verhandelde heeft de griffier schriftelijk aantekening gehouden.

Vervolgens is de uitspraak van de beschikking bepaald op heden.

MOTIVERING

Vaeshartelt verzoekt – na wijziging ter zitting van haar voorwaardelijke ontbindingsverzoek in een onvoorwaardelijk ontbindingsverzoek – de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens gewichtige redenen bestaande in een zodanige verandering van omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd dient te eindigen. Ter staving van haar verzoek voert Vaeshartelt – kort weergegeven – aan, dat als gevolg van een tussen partijen gerezen verschil van inzicht over de wijze waarop [verweerder] zijn taak bij Vaeshartelt dient uit te oefenen, een verdere samenwerking niet langer mogelijk is.

[verweerder] heeft tegen toewijzing van dat verzoek gemotiveerd verweer gevoerd. Niettemin is door [verweerder] erkend dat verdere samenwerking tussen partijen problematisch zal zijn.

Uit hetgeen in de stukken is gesteld en ter zitting naar voren is gebracht is duidelijk gebleken dat het onderhavige verzoek niets van doen heeft met de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] en geen verband houdt met enig opzegverbod.

Zonder dat kan worden vastgesteld dat aan een van de partijen daarvan een doorslaggevend verwijt kan worden gemaakt, is de kantonrechter van oordeel dat uit de stukken en de daarop ter zitting gegeven toelichtingen voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een verandering in de omstandigheden die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te leiden.

De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden met ingang van 1 januari 2011.

Gelet op de duur van het dienstverband en de omstandigheid dat [verweerder] sinds

6 september 2010 geen werkzaamheden meer heeft verricht zal aan [verweerder] geen vergoeding worden toegekend. Een bedrag van € 750,00 netto zal worden ingehouden op het laatste maandsalaris van [verweerder] ter vergoeding van zaaksbeschadiging. Partijen zijn overeengekomen dat er geen afrekening zal plaatsvinden van nog op te nemen vakantiedagen.

De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

BESLISSING

Ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2011.

Compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. J.M.A.F. Coenegracht, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.