Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO7580

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
30-11-2010
Datum publicatie
16-12-2010
Zaaknummer
03/700004/10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank zet de aan veroordeelde opgelegde voorwaardelijke PIJ-maatregel om in een onvoorwaardelijke vorm, omdat veroordeelde meerdere malen de voorwaarden heeft overtreden.

De rechtbank betreurt dat na het uitspreken van de voorwaardelijke PIJ-maatregel geen adequate 24-uurs opvang aan veroordeelde kon worden geboden in de provincie Limburg. Veroordeelde kon in geen enkele instelling worden geplaatst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/700004-10

Deze beslissing is gegeven door de meervoudige kamer voor strafzaken op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht van 2 november 2010, ingekomen ter griffie op 12 november 2010, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 27 juli 2010, gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken in deze rechtbank.

Bij dit vonnis is

[verdachte],

geboren te [geboortegegevens],

wonende te [adresgegevens],

thans verblijvende in Het Keerpunt, Opvang- en Behandelcentrum te Cadier en Keer,

hierna ook te noemen: de veroordeelde,

onder meer veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van twee jaren, met het bevel dat deze maatregel niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig te maken aan een strafbaar feit dan wel op grond van niet-naleving van de bijzondere voorwaarden. De bijzondere voorwaarden hielden in:

- dat de veroordeelde vanaf de dag van de uitspraak zal meewerken aan plaatsing en behandeling in een residentiële instelling als Icarus of een soortgelijke instelling totdat hij de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt;

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen overeenkomstig de door of vanwege de Jeugdreclassering van het Bureau Jeugdzorg in het Arrondissement Maastricht te stellen richtlijnen zolang deze reclasseringsinstelling zulks gedurende de proeftijd noodzakelijk oordeelt, ook als dat inhoudt hulp bij het zoeken naar geschikte arbeid, financiële begeleiding, hulp bij school en kamertraining.

De behandeling ter terechtzitting

De rechtbank heeft de vordering behandeld tijdens de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van 16 november 2010.

De veroordeelde is daar verschenen met zijn raadsman mr. C.H.J.M. van Heugten, advocaat te Sittard, teneinde te worden gehoord.

Voorts waren aanwezig de heren G.M.M. Duijsens en P.M. Avontuur, beiden werkzaam als jeugdreclasseerder bij de afdeling Jeugdreclassering van Bureau Jeugdzorg.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van:

? voormeld vonnis, waarbij de bijzondere voorwaarden zijn opgelegd;

? een brief d.d. 27 oktober 2010 van G.M.M. Duijsens, jeugdreclasseerder, aan de officier van justitie, inhoudende de strafrapportage en strafadvies betreffende veroordeelde;

? de overige stukken.

De rechtbank heeft gehoord de officier van justitie omtrent zijn vordering, strekkende tot het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel.

De rechtbank heeft gehoord de veroordeelde en diens raadsman.

De rechtbank heeft voorts gehoord de heren G.M.M. Duijsens en P.M. Avontuur, jeugdreclasseerders.

De overweging

In voornoemde brief van Duijsens voornoemd aan de officier van justitie wordt in verband met de naleving van de bijzondere voorwaarden, verbonden aan de aan veroordeelde bij voormeld vonnis opgelegde maatregel, vermeld dat plaatsing in Icarus geen optie was, omdat men bij Icarus slechts kan worden geplaatst op basis van een civielrechtelijke gesloten machtiging en het ten aanzien van veroordeelde een strafrechtelijke plaatsing betrof. Plaatsing in een soortgelijke instelling en deelname aan het PEL-project is, om redenen die niet aan veroordeelde te wijten zijn, evenmin tot stand kunnen komen. Daarom is veroordeelde na een kort verblijf in de crisisopvang van Xonar en een verblijf in Marokko bij moeder en familie gaan wonen. De jeugdreclasseerder heeft op 8 september 2010 afspraken gemaakt met veroordeelde en het gezin.

Op 22 september 2010 geven moeder en zus aan dat veroordeelde zich niet houdt aan de tijdsafspraken. Veroordeelde krijgt een waarschuwing. Op 12 oktober 2010 geeft moeder aan dat veroordeelde in het weekend van 9 oktober 2010 niet thuis is geweest en zij niet wist waar hij was. Veroordeelde krijgt een laatste waarschuwing in de vorm van een gele kaart. Op 18 oktober 2010 deelt de zus van veroordeelde aan de jeugdreclasseerder mede dat veroordeelde zich wederom niet aan de afspraken houdt, waarop de jeugdreclasseerder hem op 21 oktober 2010 heeft teruggemeld. Veroordeelde wordt op 22 oktober 2010 in de crisisopvang van Xonar geplaatst. In de daarop volgende week vinden daar diverse incidenten plaats. De jeugdreclasseerder heeft geconcludeerd dat veroordeelde in een open setting absoluut niet kan omgaan met afspraken en regels en dat hij het bijna onoverkomelijk vindt dat de PIJ-maatregel in onvoorwaardelijke vorm zal worden omgezet.

Ter zitting heeft Duijsens daar aan toegevoegd –zakelijk weergegeven- dat veroordeelde geen zicht heeft op wat goed en fout is en dat de ernst van de delicten die door veroordeelde zijn gepleegd of waarvan hij wordt verdacht, steeds groter wordt. Tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel of een gesloten behandeling acht hij noodzakelijk.

Ter zitting heeft Avontuur voornoemd vermeld –zakelijk weergegeven- dat hij van mening is dat in De Rentray een voor veroordeelde geschikte behandeling kan plaatsvinden, omdat deze instelling is gericht op een doelgroep, waarvan veroordeelde deel uitmaakt.

De raadsman heeft aangevoerd dat hij van mening is dat eerst moet worden onderzocht of er mogelijkheden tot behandeling van veroordeelde bestaan buiten het kader van de

PIJ-maatregel, nu veroordeelde zich niet verzet tegen het ondergaan van een behandeling. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank, indien zij desondanks zal overgaan tot tenuitvoerlegging van de eerder aan zijn cliënt opgelegde voorwaardelijke maatregel.

De rechtbank overweegt in dit verband als volgt:

Bij vonnis van 27 juli 2010 heeft de rechtbank overwogen dat veroordeelde voldoet aan de criteria voor oplegging van een PIJ-maatregel, maar dat deze maatregel nog niet onvoorwaardelijk wordt opgelegd, omdat een voorlopige maatregel, waarbij veroordeelde een 24-uurs behandeling ondergaat, tot de mogelijkheden behoort.

Reeds bij het uitspreken van het vonnis was duidelijk dat de instelling die de rechtbank voor ogen had voor deze opvang geen mogelijkheid was. De jeugdreclasseerder heeft getracht veroordeelde onder te brengen in een 24-uurs opvang elders, maar om financiële redenen heeft dat geen doorgang kunnen vinden. De jeugdreclasseerder heeft aangegeven binnen de provincie Limburg geen verdere mogelijkheden voor opvang van veroordeelde te zien. De rechtbank betreurt deze gang van zaken en vindt het niet juist dat veroordeelde de dupe wordt van het ontbreken van voor hem adequate 24-uurs opvang in de provincie Limburg.

Feit is verder dat veroordeelde zich in de periode tot aan de huidige zitting niet heeft gehouden aan de voorwaarden die hem van de zijde van de jeugdreclassering werden opgelegd. Ondanks een wekelijks contact tussen veroordeelde en jeugdreclasseerder heeft veroordeelde meerdere keren de voorwaarden overtreden.

De rechtbank rest dan ook niets anders om de tot nu toe voorwaardelijke PIJ-maatregel om te zetten in onvoorwaardelijke vorm. Zij zal hiertoe dan ook overgaan.

Gelet hierop zal de rechtbank beslissen zoals hierna te vermelden.

DE BESLISSING

De rechtbank gelast dat de voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel voor de duur van twee jaren ten uitvoer zal worden gelegd.

Aldus gegeven door mr. C.M.J. van den Acker, voorzitter en kinderrechter,

mr. Th.A.J.M. Provaas en mr. W.F.J. Aalderink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Schuwirth, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank op 30 november 2010.