Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO5220

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
29-11-2010
Zaaknummer
378207 CV EXPL 10-1908
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2012:BW2267, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurovereenkomst, wangedrag en ontruiming. De huurder lijdt aan psychiatrische aandoening(en) en heeft in een psychose overlast veroorzaakt. Omdat er deskundige psychiatrische behandeling en begeleiding is en omdat het feit zich maar zeer sporadische heeft voorgedaan oordeelt de kantonrechter geen zodanige tekortkomen aanwezig dat ontbinding gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2011/104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Sittard-Geleen

Vonnis d.d. 17 november 2010

Zaak/rolnr.: 378207 CV EXPL 10-1908

Typ: FL

Coll.:

De kantonrechter, rechtdoende inzake:

de stichting Stichting Woonmaatschappij Zo Wonen,

gevestigd en kantoorhoudende te Sittard, gemeente Sittard-Geleen,

eiseres,

gemachtigde: mr. J.M.G.A. Sengers, advocaat te Best,

t e g e n

[gedaagde],

wonende aan de [adres],

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.A. Moonen, advocaat te Beek.

1. Het procesverloop

Recht wordt gedaan op de navolgende door partijen gewisselde stukken:

- het exploot van dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de conclusie van repliek en

- de conclusie van dupliek.

De kantonrechter heeft vervolgens vonnis bepaald en de uitspraak daarvan (nader) bepaald op heden.

De inhoud van alle hiervoor vermelde stukken geldt als hier ingelast.

2. De vorderingen en het verweer

Zo Wonen vordert dat, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de kantonrechter:

- de huurovereenkomst tussen Zo Wonen en [gedaagde] met betrekking tot het gehuurde, de woonruimte [adres] ontbindt;

- [gedaagde] veroordeelt het gehuurde binnen 14 dagen na betekening dit vonnis met al het zijne en de zijnen te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking aan Zo Wonen te stellen, met machtiging aan Zo Wonen om bij gebreke daarvan, die ontruiming zelf te bewerkstelligen op kosten van [gedaagde], desnoods met behulp van de sterke arm en

- [gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten.

Zo Wonen stelt – zakelijk weergegeven – dat [gedaagde] in ernstige mate tekortgeschoten is in de nakoming van de tussen haar en [gedaagde] bestaande huurovereenkomst. [gedaagde] huurt de woning vanaf 25 juni 1999. Vanaf augustus 2008 heeft Zo Wonen meerdere keren geprobeerd om met [gedaagde] in contact te komen om hem te wijzen op ver-vuiling van de woning en de galerij vóór zijn woning en deze schoon te maken. Op een gegeven moment ont-ving Zo Wonen serieuze klachten inhoudende dat de woning van [gedaagde] ernstig vervuild zou zijn en dat sprake was van stankoverlast. Bij brief van 14 januari 2010 heeft Zo Wonen aan [gedaagde] meegedeeld dat een medewer-ker van Zo Wonen op 19 januari 2010 een huisbezoek zou brengen. Op de aangekondigde dag en uur hebben een medewerker van Zo Wonen en een medewerker van de GGD Zuid-Limburg bij [gedaagde] aangebeld, maar [gedaagde] maakte niet open. De medewerker van Zo Wonen heeft door een raam gezien dat de woning ernstig ver-vuild was. Pas na herhaaldelijk aanbellen kwam [gedaagde] naar buiten gestormd en heeft vervolgens de medewer-ker van de GGD meermaals met een vuist op zijn hoofd geslagen. Beide medewerkers zijn vervolgens weggerend om escalatie te voorkomen, waarna [gedaagde] de medewerker van de GGD achterna heeft gezeten. Deze is gevallen en vervolgens heeft [gedaagde] hem hard getrapt. Beide medewerkers zijn daarna uit het appartementen-complex gevlucht. De medewerker van de GGD heeft zich vervolgens onder doktersbehandeling moeten stellen. Op 20 januari 2010 heeft de medewerker van Zo Wonen bij de politie aangifte van mishandeling gedaan. Zo Wonen is van mening dat de gedragingen van [gedaagde] zodanig ernstig zijn dat van haar niet langer gevergd kan worden de huurovereenkomst te laten voortduren. Zij hoeft niet toe te staan dat haar medewerkers dan wel der-den die haar medewerkers vergezellen, door een huurder worden mishandeld. Zo Wonen heeft [gedaagde] in de ge-legenheid gesteld om zelf de huurovereenkomst op te zeggen, maar [gedaagde] heeft dat geweigerd.

[gedaagde] is van mening dat geen sprake is van een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereen-komst. [gedaagde] erkent dat hij de medewerker van de GGD heeft geslagen, maar [gedaagde] is van mening dat hem die gedraging niet kan worden tegengeworpen. Op dat moment was hij immers lijdende aan een psychose en had hij zijn gedragingen niet zelf in de hand. [gedaagde] betreurt dat ten zeerste en hij heeft reeds zijn excuses aangeboden. Volgens [gedaagde] vallen de medische klachten van de medewerker van de GGD wel mee en zijn die klachten in elk geval niet zo ernstig als Zo Wonen die doet voorkomen. Kort na dit incident is er door een zenuwarts een geneeskundige verklaring opgemaakt en op grond daarvan werd op 4 februari 2010 een rechterlijke machtiging verleend om hem gedwongen op te nemen in een psychiatrische inrichting voor de duur van 6 maanden. De duur van de opname was aanzienlijk korter omdat hij snel was opgeknapt en weer terug kon naar zijn woning. Sindsdien wordt hij intensief begeleidt door een medewerker van Orbis Geestelijke Gezondheids Zorg en zijn er geen incidenten meer voorgevallen. Zijn woning is opgeruimd en schoon en hij heeft zelfs zijn keuken geverfd. Voor zover hem bekend zijn er geen klachten meer geuit. Ontbinding en ontruiming zou betekenen dat hij een duurdere woning in de particuliere sector zou moeten zoeken en daarvoor heeft hij de financiële middelen niet. Dat zou tevens een ernstige terugval betekenen in zijn begeleidingstraject. [gedaagde] verklaart zich bereid om een begeleidingsovereenkomst te accepteren om op die wijze een Zo Wonen en haar medewerkers en huurders meer zekerheid te geven dat er zich geen incidenten meer voordoen.

2. De motivering van de beslissing

Vast staat dat [gedaagde] sinds juni 1999 een appartement huurt van Zo Wonen en dat op of omstreeks augustus 2008 door omwonenden is geklaagd over vervuiling in en vóór het appartement van [gedaagde]. Vast staat verder dat op 19 januari 2010 een medewerker van Zo Wonen en een medewerker van de GGD bij [gedaagde] een huisbe-zoek hebben afgelegd en dat [gedaagde] de medewerker van de GGD een aantal keren met een vuist op zijn hoofd heeft geslagen en die medewerker, nadat deze was gevallen, tegen een been heeft getrapt, als gevolg waarvan die medewerker zich onder medische behandeling heeft moeten stellen. Ook staat vast dat [gedaagde] enige tijd krachtens een rechterlijke machtiging op grond van de Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhui-zen gedwongen opgenomen is geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. Vast staat voorts, dat [gedaagde] lijdende is aan een geestelijke stoornis, dat hij daarvoor onder behandeling is en dat hij wordt begeleid door een psychiatrisch verpleegkundige.

Ten slotte staat vast dat sinds de terugkeer van [gedaagde] in zijn woning geen incidenten hebben plaatsgevonden.

Thans moet de vraag worden beantwoord of van Zo Wonen gevergd kan worden de huurovereenkomst te laten voortduren.

Uitgangspunt is dat [gedaagde] op grond van de huurovereenkomst verplicht is zich als een goed huurder te gedra-gen. Naast de zorgverplichting ten aanzien van het gehuurde, inhoudende dat [gedaagde] voor het gehuurde zelf goed dient te zorgen, betekent dit ook dat [gedaagde] een zorgplicht heeft ten opzichte van zijn omgeving in die zin dat hij zich dient te gedragen zoals naar maatstaven van redelijkheid en maatschappelijke zorgvuldigheid van hem verwacht mag worden.

In de gegeven omstandigheden – Zo Wonen had het huisbezoek van te voren aangekondigd – had Zo Wonen in beginsel niet hoeven te verwachten dat [gedaagde] zich ernstig zou misdragen door het uiten van bedreigingen en fysiek geweld te gebruiken. In elk geval is dit gedrag in strijd met de verplichting van [gedaagde] om zich als een goed huurder te gedragen. [gedaagde] is derhalve tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst.

Juist is, zoals Zo Wonen betoogt, dat een tekortkoming in de nakoming van een voortdurende verplichting met zich brengt dat deze weliswaar in de toekomst alsnog kan worden nagekomen, maar dat daarmee de tekortko-ming in het verleden niet meer ongedaan gemaakt kan worden en nakoming derhalve niet meer mogelijk is, maar dat zou betekenen dat geen enkele partij die tekortschiet in de nakoming van een overeenkomst, in de ge-legenheid gesteld zou kunnen worden om die tekortkoming op te heffen en die overeenkomst alsnog op correcte wijze na te komen. Voor de beantwoording van de vraag of de tekortkoming een ontbinding van de overeen-komst rechtvaardigt, zijn alle omstandigheden van belang. Daarbij speelt mede een rol dat het gaat om de pri-maire levensbehoeften van [gedaagde] en een ontbinding van de huurovereenkomst een ingrijpende maatregel is.

Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van bijkomende omstandigheden. Onweersproken is immers vast komen te staan, zij het achteraf, dat [gedaagde] ten tijde van de ernstige misdragingen lijdende was aan een psychose en dat hij daardoor zijn gedragingen niet steeds in de hand had. Daarbij komt dat de medewerker van Zo Wonen blijkens het proces-verbaal van verhoor van politie d.d. 20 januari 2010 wist dat [gedaagde] een psychia-trisch verleden had en dat [gedaagde] in Welterhof opgenomen was geweest. In dat verband is overigens onduidelijk op grond waarvan Zo Wonen er voor gekozen had om bij gelegenheid van het huisbezoek assistentie te vragen van een medewerker van de GGD. De omstandigheid dat [gedaagde] lijdende was aan een psychose als gevolg waarvan hij zijn gedragingen niet steeds in de hand had, rechtvaardigt zijn misdragingen niet, maar die kunnen hem niet althans in mindere mate worden toegerekend.

Vóór 19 januari 2010 hebben zich kennelijk geen, laat staan ernstige, incidenten voorgedaan en na 19 januari 2010 evenmin. De ernstige misdraging op 19 januari 2010 is derhalve een eenmalig incident geweest. Volgens [gedaagde] is er na zijn gedwongen opname sprake van ziektebesef en ziekte-inzicht en krijgt hij sindsdien intensieve begeleiding. Het lijkt er derhalve op dat de kans op herhaling van misdragingen van [gedaagde] erg klein is.

Gelet op alle vorenvermelde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de gestelde tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst een ontbinding thans niet rechtvaardigt. Dat zal mogelijk anders zijn in het geval [gedaagde] zich onttrekt aan de begeleiding door Orbis Geestelijke Gezondheids Zorg.

Al het vorenstaande betekent dat de vorderingen van Zo Wonen afgewezen zullen worden.

Hetgeen partijen voor het overige nog hebben aangevoerd, heeft de kantonrechter beoordeeld, maar kan niet tot een andere uitspraak leiden.

Als de in het ongelijk gestelde partij dient Zo Wonen veroordeeld te worden in de aan de zijde van [gedaagde] gerezen proceskosten, zoals hierna bepaald.

3. De beslissing:

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van Zo Wonen af;

veroordeelt Zo Wonen in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] gerezen en tot aan de datum van de uitspraak van dit vonnis in totaal begroot op € 300,00 ter zake van salaris en noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van [gedaagde].

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Groen, kantonrechter en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.