Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO4992

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
25-11-2010
Zaaknummer
152771 / FA RK 10-1047
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Familierecht,

Adoptie na kunstmatige donorinseminatie met zaad van volledig anonieme donor. Inbreuk op het recht van het kind op (anonieme) afstammingsgegevens als bedoeld in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en strijd met artikel 7 IVRK. Belang van het kind bij adoptie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2011/25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 24 november 2010

Zaaknummer: 152771 / FA RK 10-1047

De meervoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven:

Inzake:

[adoptante],

hierna ook te noemen adoptante,

en:

[moeder],

hierna ook te noemen moeder,

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

verzoeksters,

advocaat mr. A.J. Crombag.

1. Verloop van de procedure

Verzoeksters hebben op 15 juli 2010 een verzoek¬schrift tot adoptie ingediend.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 4 november 2010.

2. Beoordeling

1.1. Moeder en haar vrouwelijke partner, verder ook te noemen verzoeksters, verzoeken de adoptie door adoptant uit te spreken van de minder¬jarige [minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010. Zij hebben hun verzoek ten aanzien van de voor- en achterna(a)m(en) van de minderjarige ingetrokken, nu de minderjarige blijkens de geboorteakte de gewenste namen heeft. Verzoeksters hebben op grond van artikel 1: 253sa BW van rechtswege het gezamenlijk gezag zodat op betreffend verzoek niet meer hoeft te worden beslist.

1.2. Verzoeksters hebben sinds november 2004 een affectieve relatie met elkaar en wonen sinds 2 oktober 2006 samen. Zij zijn op 25 mei 2010 een geregistreerd partnerschap aangegaan. Moeder is 26 jaar oud en adoptant is 34 jaar oud.

1.3. De minderjarige is verwekt door kunstmatige inseminatie van moeder in een Belgisch ziekenhuis met donorzaad van een onbekende donor.

1.4. Op grond van de bij het verzoekschrift overgelegde bescheiden en hetgeen bij de behandeling ter terechtzitting is gebleken, staat vast dat is voldaan aan de voorwaarden voor adoptie zoals vermeld in artikel 1:228, lid 1 en lid 3 in combinatie met artikel 1:227, lid 2 BW.

1.5. In dit geval geldt artikel 1:227, lid 4. Deze bepaling luidt als volgt:

“Indien het kind is of wordt geboren binnen de relatie van de adoptant en de ouder en het kind door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting, hierna te noemen de Wet, is verwekt en een door de Stichting, bedoeld in die Wet, ter bevestiging hiervan afgegeven verklaring wordt overgelegd, wordt het verzoek toegewezen, tenzij de adoptie kennelijk niet in het belang van het kind is, of niet is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1: 228 BW.”

1.6. Nu er sprake is van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet, is deze Wet van toepassing.

1.7. De achterliggende bedoeling van deze Wet is dat, wanneer het kind niet opgroeit met zijn (beide) natuurlijke ouders, het van belang wordt geacht dat het kind een mogelijkheid heeft te achterhalen van wie het afstamt in de biologische en sociale betekenis van het woord.

1.8. De Wet beoogt een regeling te bieden voor de verstrekking van afstammingsgegevens en voor de bewaring en het beheer van deze gegevens.

Artikel 2 van de Wet verplicht de natuurlijke persoon of rechtspersoon die kunstmatige donorbevruchting verricht of doet verrichten, de volgende gegevens van een donor te verzamelen en binnen een door de Stichting bij reglement te bepalen termijn aan deze ter beschikking te stellen:

a. medische gegevens die van belang kunnen zijn voor de gezonde ontwikkeling van het kind, zoals bij algemene maatregel van bestuur bepaald;

b. fysieke kenmerken, opleiding en beroep alsmede gegevens omtrent de sociale achtergrond en een aantal persoonlijke kenmerken; een en ander zoals bij algemene maatregel van bestuur nader bepaald;

c. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en woonplaats.

Betreffende gegevens mogen afzonderlijk of in combinatie niet herleidbaar zijn tot de individuele donor.

Artikel 11 van de Wet stelt overtreding van die verplichting strafbaar.

Artikel 3 van de Wet geeft de huisarts van het kind toegang tot de hierboven onder a opgenomen gegevens en aan de ouder(s) en/of het kind tot de hierboven onder b opgenomen gegevens.

1.9. Op grond van artikel 3a van de Wet verstrekt de Stichting op verzoek van de ouder van het kind dat door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt, een verklaring als bedoeld in artikel 1:227, vierde lid, BW, waarin de persoonsidentificerende gegevens van de donor niet worden opgenomen.

1.10. Verzoeksters hebben een verklaring van 24 maart 2010 van professor [X], verbonden aan het ziekenhuis Oost-Limburg te Genk, België overgelegd, waaruit blijkt dat moeder is behandeld met volledig anoniem donorzaad en “dat moeder en haar partner voor het begin van de therapie gescreend zijn door een psychologe, waarbij er geen belemmeringen gevonden werden”.

Deze verklaring valt niet gelijk te stellen met de verklaring als bedoeld in artikel 1:227, vierde lid, BW. Immers, de verklaring uit België betreft een kunstmatige bevruchting door een donor, van wie geen gegevens zijn verzameld, die ter beschikking zijn gesteld aan de Stichting als bedoeld in artikel 2 van de Wet.

1.11. Verzoeksters hebben de voorkeur gegeven aan inseminatie met donorzaad van een volledig anonieme donor. Daarmee hebben zij in strijd gehandeld met de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en inbreuk gemaakt op het recht van een kind om, zo mogelijk, beide ouders te kennen, zoals neergelegd in artikel 7 van het Verdrag voor de rechten van het kind.

De argumenten van verzoeksters om te kiezen voor een behandeling in België, te weten de wachttijd in Nederland – van volgens moeder ter zitting twee tot drie jaar – en de leeftijd van adoptant van 34 jaar, acht de rechtbank onvoldoende zwaarwegend om voorbij te gaan aan bedoelde belangen van het kind. Verzoeksters hebben bij hun keuze voor een snelle(re) behandeling, hun eigen belangen laten prevaleren.

1.12. De vraag is vervolgens of het ontbreken van bedoelde verklaring tot afwijzing van het verzoek tot adoptie dient te leiden.

De wetgever heeft de verklaring van de Stichting niet aangemerkt als een absolute voorwaarde voor adoptie. Het ontbreken daarvan hoeft dan ook niet zondermeer tot een afwijzing van het verzoek te leiden.

De rechtbank is van oordeel dat het in zijn algemeenheid in het belang van een kind is dat dit twee ouders heeft, die hem verzorgen en opvoeden. Dat geldt ook voor dit kind. Dat de identiteit van de donor niet bekend is, dient naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet te leiden tot afwijzing van het verzoek tot adoptie. Een afwijzing zou strijdig zijn met het belang van dit kind.

1.13. De Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd de adoptie toe te wijzen.

De rechtbank zal de adoptie uitspreken.

3. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt uit de adoptie van:

[minderjarige] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2010,

door:

[adoptante] wonende te [woonplaats], [adres].

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg, voorzitter, mr. M.M.T. Coenegracht en mr. M.I.J. Hegeman, kinderrechters, en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2010 door mr. J. Wassenberg voornoemd, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.