Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO1699

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
26-10-2010
Zaaknummer
03-700600-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Nu tegen verdachte minder dan tien processen-verbaal zijn opgemaakt de afgelopen vijf jaar is de vordering tot oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders naar het oordeel van de rechtbank in strijd met de richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers en is als gevolg daarvan oplegging van deze maatregel niet aan de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700600-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 juli 2010

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsvrouw is mr. F.W. Oehlen, advocate te Beek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 juli 2010. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [naam benadeelde partij] heeft mishandeld.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam benadeelde partij] meermalen heeft geslagen en geschopt.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 27 oktober 2009 doet [naam benadeelde partij] aangifte van mishandeling. Hij verklaart dat hij mishandeld is door een medebewoner van de [R.], genaamd [naam verdachte]. Deze [naam verdachte] heeft hem geslagen en geschopt, ook toen hij op de grond lag. Aangever verklaart verder dat hij toen weg wilde lopen van [naam verdachte], maar dat deze achter hem aankwam en hem opnieuw sloeg en schopte. Aangever verklaart dat hij door de mishandeling veel pijn heeft aan zijn benen en zijn zij. Ook heeft hij een scheurtje achter zijn linkeroor, pijn in het gezicht en een paar rode plekken in zijn linkerzij.

De verbalisant relateert in een noot bij deze aangifte dat hij ziet dat aangever een tweetal rode plekken op zijn linkerzij heeft, een klein scheurtje aan de bovenzijde van zijn linkeroor en enkele rode plekken in het gezicht.

De getuige [naam getuige 1], begeleider in dienst van de stichting [R.] te Heerlen, verklaart dat [naam verdachte] op 27 oktober 2009 opstond, uithaalde en [naam benadeelde partij] met een vuist in de keelstreek raakte, waardoor [naam benadeelde partij] ten val kwam. Nadat [naam verdachte] buiten wat was afgekoeld, draaide hij opeens weer helemaal door. Hij rende weer naar [naam benadeelde partij] en sloeg en schopte hem waar hij hem maar kon raken.

De getuige [naam getuige 2], begeleidster bij het zorgpension te Nuth, verklaart dat [naam verdachte] een vuistslag gaf in het gezicht van [naam benadeelde partij], waardoor de laatste ten val kwam. Zij verklaart verder dat [naam verdachte] vervolgens naar buiten is gegaan, maar even later weer binnen kwam en [naam benadeelde partij] aanvloog. [naam verdachte] begon op [naam benadeelde partij] in te slaan, waardoor [naam benadeelde partij] viel. [naam verdachte] bleef slaan en schoppen.

Verdachte verklaart dat hij op 27 oktober 2009 in het zorgpension was en daar een jongen meermalen heeft geslagen. Hij verklaart verder dat hij toen naar buiten is gegaan en later weer naar binnen, waar hij de jongen nog een paar klappen heeft gegeven. Hij kan zich niet herinneren dat hij hem heeft geschopt.

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam benadeelde partij] meermalen heeft geslagen en geschopt. Verdachte kan zich niet herinneren dat hij het slachtoffer heeft geschopt, maar door zowel de aangever als beide getuigen wordt verklaard dat hij het slachtoffer ook heeft geschopt.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij een kopstoot kreeg van de jongen die naast hem zat en dat hij vervolgens met de platte hand heeft geslagen.

Gelet op de hiervoor genoemde verklaringen van de getuigen [naam getuige 2] en [naam getuige 3] acht de rechtbank deze lezing van verdachte niet aannemelijk.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 27 oktober 2009 in de gemeente Nuth opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam benadeelde partij]) meermalen heeft geslagen en geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

mishandeling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers duidelijk is. Deze richtlijn houdt onder meer in de voorwaarde dat in een periode van vijf jaar meer dan tien processen-verbaal tegen de verdachte moeten zijn opgemaakt. Nu dit bij verdachte niet het geval is, is oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders niet mogelijk.

De raadsvrouw heeft verder naar voren gebracht dat zij, gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest meer dan voldoende acht.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Ten aanzien van de vordering van de officier van justitie overweegt de rechtbank als volgt.

Artikel 38m Wetboek van Strafrecht bepaalt in welke gevallen de rechter op vordering van het openbaar ministerie de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders kan opleggen.

Naast de in dit artikel genoemde voorwaarden kan volgens de richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders alleen worden gevorderd bij stelselmatige daders. Een stelselmatige dader is volgens deze richtlijn een zeer actieve veelpleger. De definitie van een zeer actieve veelpleger is volgens genoemde richtlijn een persoon van 18 jaar of ouder die over een periode van vijf jaren meer dan tien processen-verbaal tegen zich zag opmaken, waarvan ten minste een in het peiljaar (het afgelopen kalenderjaar) of in het lopende kalenderjaar.

Nu tegen verdachte minder dan tien processen-verbaal zijn opgemaakt in de afgelopen vijf jaar is de vordering tot oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders naar het oordeel van de rechtbank in strijd met deze richtlijn en is als gevolg daarvan oplegging van deze maatregel niet aan de orde.

Verdachte heeft [naam benadeelde partij] mishandeld door deze meermalen te slaan en te schoppen, ook toen het slachtoffer al op de grond lag. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan, nu hij het slachtoffer op deze manier ernstig had kunnen verwonden.

Het oriëntatiepunt van het LOVS voor een mishandeling zonder slagwapen (slaan/schoppen) waardoor aanzienlijk letsel, niet zijnde zwaar lichamelijk letsel, wordt veroorzaakt, is vier weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank houdt in het nadeel van verdachte rekening met zijn strafblad, waaruit blijkt dat sprake is van recidive, en met de ernstige wijze waarop hij het slachtoffer heeft mishandeld.

Verder houdt de rechtbank rekening met het psychologisch onderzoek d.d. 10 januari 2010 door GZ-psycholoog [drs. L], waarin zij concludeert dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van het delict.

Alles overwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf van zes weken, met aftrek van het voorarrest, een passende straf.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes weken;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B.A. Ferwerda, voorzitter, mr. A.J. Hazen en

mr. R.P.J. Quaedackers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 28 juli 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 27 oktober 2009 in de gemeente Nuth opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam benadeelde partij]), meermalen althans eenmaal heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt, waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/700600-09

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 28 juli 2010 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adres verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsvrouwe mr. F.W. Oehlen, advocaat te Beek.