Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2010:BO0151

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
12-10-2010
Datum publicatie
12-10-2010
Zaaknummer
03-005506-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval op Ikea Heerlen in augustus 2002.

Verdachte vrijgesproken van afpersing/diefstal met geweld nu niet is gebleken dat hij deze overval mede heeft gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/005506-03,

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 oktober 2010

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Raadsman is mr. W.B.M. Bos, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 september 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander of anderen dan wel alleen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam benadeelde partij 1] geld heeft afgeperst.

Feit 2: samen met een ander of anderen dan wel alleen met geweld en/of bedreiging met geweld geld van [naam benadeelde partij 2] heeft gestolen.

3 De voorvragen

De raadsman heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn vordering, omdat er sprake is van een zodanig uitzonderlijke overschrijding van de redelijke termijn binnen welke behandeling van de zaak dient plaats te vinden, dat niet- ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie op zijn plaats is.

De rechtbank is van oordeel dat thans sprake is van een ernstige overschrijding van de redelijke termijn. Verdachte is immers aangehouden in verband met deze zaak op 28 juli 2003 en in totaal zijn meer dan zes jaren verstreken. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door strafvermindering. Sedert HR 17 juni 2008 (LJN BD 2578) is niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bij overschrijding van de redelijke termijn niet meer aan de orde, ook niet in uitzonderlijke gevallen.

In de onderhavige zaak gaat het om zeer ernstige feiten, die in grote mate gevoelens van onveiligheid in de samenleving hebben veroorzaakt: het gaat namelijk om een gewapende overval op twee cassières van de Ikea in Heerlen op een drukke zaterdagmiddag, waarbij de twee overvallers fors geweld hebben gebruikt. Indien het tot een bewezenverklaring zal komen, zal de rechtbank de termijnoverschrijding verdisconteren in de strafoplegging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zijn oordeel op de aangifte van [B.] namens Ikea te Heerlen, op het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [S.] en op de verklaring van getuige [naam vriendin verdachte]. [naam vriendin verdachte] heeft immers verklaard dat verdachte haar heeft verteld dat hij de plannen voor de overval had gemaakt. Vervolgens heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte aanvankelijk heeft verklaard dat hij op het tijdstip, waarop de tenlastegelegde feiten hebben plaatsgevonden, niet in Heerlen is geweest, terwijl hij later tegen verbalisant [S.] heeft verklaard dat hij zich op bedoeld tijdstip wel degelijk bevond in de nabijheid van Ikea. Hij heeft aldus leugenachtig verklaard teneinde de ware toedracht van de feiten te bemantelen, welke leugenachtige verklaring eveneens als bewijsmiddel kan worden gebruikt.

Voorts heeft de officier van justitie aangevoerd dat de broer van verdachte, [naam broer verdachte], verdachte zowel vlak voor als vlak na de overval heeft gesproken en dat deze broer, samen met een derde verdachte, door het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch ter zake van onderhavige zaak is veroordeeld. In samenhang met de andere door hem genoemde bewijsmiddelen is dit een belangrijke aanwijzing dat ook verdachte medepleger is in deze zaak.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat er slechts één verklaring in het dossier is, waaruit zou kunnen volgen dat er een verband bestaat tussen verdachte en de overval op Ikea. Het gaat om de verklaring van verdachtes vriendin [naam vriendin verdachte] d.d. 28 juli 2003, die luidt dat verdachte haar zou hebben medegedeeld dat hij de plannen voor de overval zou hebben gemaakt. Verdachte ontkent dit tegen [naam vriendin verdachte] te hebben gezegd.

Voorts bevat het dossier geen aanknopingspunten ten aanzien van het medeplegen van de overval door nauwe of bewuste samenwerking. Het contact dat verdachte voor en na de overval met zijn broer heeft gehad is niet opvallend, nu het niet vreemd is dat broers met elkaar spreken. Genoemd contact impliceert echter niet dat verdachte met zijn broer heeft samengewerkt bij het plegen van de betreffende overval.

Verder bevat het dossier geen bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de uitvoering van de overval. Hij is hierbij immers niet aanwezig geweest, hetgeen blijkt zowel uit zijn eigen verklaring als uit de verklaring van [naam vriendin verdachte]. Ten slotte is niet gebleken dat verdachte na de overval enige handeling heeft verricht die wijst op betrokkenheid bij de overval, nu de daders al gevlucht waren toen verdachte en [naam vriendin verdachte] de Intratuin te Heerlen uitliepen.

Daarnaast kan niet aan verdachte verweten worden dat hij niet heeft ingegrepen voordat het delict door anderen werd uitgevoerd, nu hij niet kon weten dat de overval toen zou gaan plaatsvinden.

Ten aanzien van het gebruik voor het bewijs van de - volgens de officier van justitie - leugenachtige verklaring van verdachte merkt de raadsman op dat deze slechts als bewijs kan worden gebezigd als er ander belastend bewijs is, waarvoor verdachte geen goede verklaring kan geven. Dit bewijs is er volgens de raadsman niet.

Gezien bovenstaande verzoekt de raadsman om verdachte vrij te spreken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Over de gebeurtenissen op 17 oktober 2002 is op basis van het dossier het volgende relevant.

Op 17 augustus 2002 werd bij Ikea te Heerlen door twee gemaskerde en gewapende mannen een gewelddadige overval gepleegd op twee caissières. Daarbij is een aanzienlijk geldbedrag buitgemaakt. Ter zake van deze overval zijn twee personen veroordeeld, namelijk [naam broer verdachte], de broer van verdachte, en [A.A.].

Verdachte was op die 17de augustus 2002 met zijn vriendin [naam vriendin verdachte] in een restaurant in de nabijheid van Ikea te Heerlen. Op een gegeven moment kwam [naam broer verdachte] het restaurant binnen en sprak in de Iraanse taal - hetgeen [naam vriendin verdachte] niet verstond - met verdachte, waarna [naam broer verdachte] weer vertrok. Verdachte heeft hierover verklaard dat zijn broer hem op dat moment heeft gevraagd mee te doen met de overval op Ikea, maar dat hij dat heeft geweigerd. [naam vriendin verdachte] heeft daarentegen verklaard dat verdachte haar diezelfde avond nog heeft verteld dat hij degene was die de plannen voor deze overval had gemaakt.

Korte tijd nadat [naam broer verdachte] was vertrokken uit het restaurant, heeft [naam vriendin verdachte] de door hen gebruikte consumpties afgerekend met haar pinpas en zijn zij en verdachte naar de Intratuin gegaan, eveneens gelegen in de nabijheid van Ikea. Ze hebben daar een plant gekocht en met de pinpas van [naam vriendin verdachte] betaald. [naam vriendin verdachte] heeft verklaard dat zij, terwijl zij deze zaak uitliepen, politie zagen staan bij Ikea. Verdachte heeft daarop aan een agent gevraagd wat er aan de hand was en kreeg te horen dat er een overval had plaatsgevonden bij Ikea. Daarna zijn verdachte en [naam vriendin verdachte] bij Ikea naar binnen gegaan om [naam broer verdachte] te zoeken, maar zij konden hem niet vinden. Teruggekomen bij hun auto zagen zij dat de auto van [naam broer verdachte] niet meer naast hun auto stond. Zo’n drie uur later is [naam broer verdachte] aangehouden terzake van deze overval.

De vraag die de rechtbank nu moet beantwoorden is of bewezen kan worden dat verdachte, zoals de officier van justitie heeft betoogd, de planner van deze gewapende overval is geweest of dat daarvoor geen bewijs is, zoals de raadsman van verdachte heeft uiteengezet.

De rechtbank stelt vast dat alleen [naam vriendin verdachte] heeft verklaard dat verdachte tegen haar heeft gezegd dat hij de planner van deze overval op de Ikea is geweest. Verdachte heeft dat altijd ontkend, maar heeft wel verklaard dat zijn broer [naam broer verdachte] kort voor de overval aan hem heeft gevraagd of hij met de overval mee wilde doen. Op dat aanbod zegt hij niet te zijn ingegaan. Uit dit ene gesprek tussen beide broers kan naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie worden getrokken dat ook verdachte iets met de overval te maken heeft gehad, ook niet nu [naam broer verdachte] is veroordeeld wegens het medeplegen van de overval op Ikea.

De stelling dat verdachte een leugenachtige verklaring heeft afgelegd die als bewijsmiddel mag worden gebruikt, verwerpt de rechtbank. Het is waar dat verdachte aanvankelijk ontkend heeft dat hij ten tijde van de overval op de Ikea in Heerlen in de nabijheid van die Ikea was en dat hij later toegegeven heeft dat hij daar wel was. Hij heeft zelfs verklaard dat zijn broer hem daar toen nog had aangeboden mee te doen met de overval. Nu zijn broer verdacht werd van betrokkenheid bij de overval en verdachte zelf toen vlakbij de overval was, is voorstelbaar dat verdachte die informatie niet wilde geven aan de politie ter bescherming van zichzelf en van zijn broer. Als waar is wat verdachte heeft verklaard - en naast de verklaring van [naam vriendin verdachte] is er niets wat wijst op de onjuistheid van die verklaring - dan is er geen sprake van een leugenachtige verklaring die tot bewijs kan dienen.

Met betrekking tot de verklaring van [naam vriendin verdachte] merkt de rechtbank nog op, dat zij deze een jaar na de overval heeft afgelegd toen haar relatie met verdachte reeds geruime tijd was verbroken. Dit kan hebben geleid tot een subjectieve inkleuring van haar verklaring.

In het dossier heeft de rechtbank geen andere aanwijzingen aangetroffen die de verklaring van [naam vriendin verdachte], dat verdachte de plannen voor de overval heeft gemaakt, genoegzaam ondersteunen.

Er zijn dus onvoldoende bewijsmiddelen voor de betrokkenheid van verdachte bij de overval. Om die reden zal de rechtbank verdachte dienen vrij te spreken.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde onder 1 en 2.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter,

mr. E.W.A. van den Berg en mr. A.W. Oosterman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Schuwirth, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 oktober 2010.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 17 augustus 2002 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan IKEA, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) met bivakmutsen op

zijn/hun hoofd het bedrijf Ikea, gelegen aan In de Cramer 142 is/zijn binnengegaan en vervolgens voornoemde [naam benadeelde partij 1]met een pistool, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben bedreigd, althans dat/die pisto(o)l(en), in elk geval dat/die op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) op het lichaam van die [naam benadeelde partij 1]heeft/hebben gericht, daarbij tegen die [naam benadeelde partij 1]zeggende: "Geef me geld" en/of "Schiet op, maak de la open, anders schiet ik je door je kop", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 17 augustus 2002 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ikea, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) met bivakmutsen op zijn/hun hoofd het bedrijf Ikea, gelegen aan In de Cramer 142 is/ zijn binnengegaan en vervolgens voornoemde

[naam benadeelde partij 2] met (een) pisto(o)l(en), in elk geval met (een) op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), heeft/hebben bedreigd, althans dat/die pisto(o)l(en), in elk geval dat/die op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) op het lichaam van die [naam benadeelde partij 2] heeft/hebben gericht, daarbij tegen die [naam benadeelde partij 2] zeggende: "Geef me geld" en/of "Schiet op, maak de la open, anders schiet ik je door je kop", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of die [naam benadeelde partij 2] met een pistool, in elk geval met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd heeft/hebben geslagen.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/005506-03

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 12 oktober 2010 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman mr. W.B.M. Bos, advocaat te Breda.